Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8367

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
14-06-2012
Zaaknummer
323349 - KG ZA 12-281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers vorderen de Staat, en via haar de Officier van Justitie te Utrecht, te verbieden op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming van de panden over te gaan of te doen gaan. De rechter oordeelt dat er onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd zijn die tot de conclusie leiden dat er sprake bijzondere omstandigheden. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 323349 / KG ZA 12-281

Vonnis in kort geding van 6 juni 2012

in de zaak van

1. [EISER 1],

2. [EISER 2],

beiden wonende te De Meern,

eisers,

advocaat mr. M.F. van Hulst te ‘s-Gravenhage,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE,

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland te 's-Gravenhage.

Eisers sub 1 en 2 zullen hierna respectievelijk [eiser1] en [eiser 2] worden genoemd. Zij zullen gezamenlijk worden aangeduid als [eisers]. Gedaagde zal de Staat worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 april 2012;

- de producties van de zijde van [eisers] (6);

- de producties van de zijde van de Staat (10);

- de mondelinge behandeling van 23 mei 2012;

- de pleitnota van [eisers];

- de pleitnota van de Staat.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De heer [eigenaar] (hierna: [eigenaar]) is samen met zijn vier zussen eigenaar van de woningen aan [adres] (hierna: nummer 34 en 36 dan wel gezamenlijk: de panden).

2.2. [eigenaar] heeft op 28 oktober 2010 bij de politie aangifte gedaan van het kraken van nummer 34. Dit pand was toen al geruime tijd gekraakt. Nummer 36 werd op dat moment nog verhuurd.

2.3. De huurder van nummer 36 heeft het pand medio maart 2012 verlaten. Kort daarna is ook dit pand gekraakt.

2.4. Op 18 mei 2012 heeft [eigenaar], de zuster van [eigenaar], bij de politie aangifte gedaan van het kraken van nummer 36.

2.5. De Officier van Justitie heeft bij brieven van 17 april 2012 aan de personen die wonen of vertoeven in deze panden bericht dat zij worden aangemerkt als verdachten ter zake overtreding van de artikelen 138, 138a en/of 139 van het Wetboek van Strafrecht (Sr.). Voorts is aangekondigd dat de panden zullen worden ontruimd binnen acht weken na dagtekening van de brieven, te weten uiterlijk op 12 juni 2012. In de brieven is vermeld dat een oordeel van de rechter over de ontruiming kan worden verkregen in een kort geding, dat gedurende zeven dagen gelegenheid bestaat een kort geding te starten en dat, als vóór 24 april 2012 een dagvaarding is uitgebracht met daarin een datum en tijd van behandeling, niet tot ontruiming zal worden overgegaan totdat vonnis in kort geding is gewezen. Indien echter na 12 juni 2012 nog geen vonnis is gewezen, kan evengoed alsnog tot ontruiming worden overgegaan.

2.6. [eiser1] woont sinds drie jaar in nummer 34. [eiser 2] verblijft sinds de kraak in nummer 36.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Staat, en via haar de Officier van Justitie te Utrecht, te verbieden op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming van de panden over te gaan of te doen gaan, waaronder begrepen het verlenen van medewerking aan overhandiging van de panden aan derden dan wel het niet optreden tegen huisvredebreuk jegens [eisers] gedurende haar afwezigheid, bijvoorbeeld gedurende de tijd dat [eisers] na aanhouding voor verhoor op een politiebureau verblijft, dit alles althans en subsidiair totdat eventueel in hoogste instantie door de strafrechter bewezen is verklaard dat het verblijf van [eisers] wederrechtelijk is, met veroordeling van de Staat in de kosten van deze procedure.

3.2. De Staat voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eisers] legt aan haar vordering de volgende stellingen ten grondslag:

- [eisers] verblijft niet wederrechtelijk in de panden, want de eigenaar heeft geen aangifte van het kraken gedaan en [eisers] is niet bekend met enige vordering om het pand te verlaten.

- Voor zover die wederrechtelijkheid wel zou komen vast te staan, heeft de Officier van Justitie verzuimd een deugdelijke belangenafweging te maken waarbij de specifieke omstandigheden van het geval zijn betrokken, zoals het feit dat de panden niet werden gebruikt en op korte termijn ook niet zullen worden gebruikt en het feit dat het slooppanden betreffen en er nog geen vergunningen voor het beoogde bouwproject zijn afgegeven.

- Voor zover de Officier van Justitie een belangenafweging heeft gemaakt, is deze afweging niet kenbaar gemaakt zodat [eisers] niet in staat is geweest om te kunnen beoordelen of deze belangenafweging correct is geweest. [eisers] verzoekt om de Staat gelet hierop te veroordelen in de kosten van dit geding.

- De Officier van Justitie heeft geen hoor en wederhoor toegepast en heeft verzuimd te onderzoeken of er een mogelijkheid bestond om een gebruiksovereenkomst met de eigenaar van het pand te sluiten.

- Er is geen sprake van een legitiem doel en een dringende maatschappelijke noodzaak om inbreuk te maken op het aan [eisers] toekomende huisrecht.

- Het belang van [eigenaar] bij ontruiming, te weten leegstand voor onbepaalde duur, is geen beschermingswaardig belang. [eiser1] en [eiser 2] hebben daarentegen groot belang bij voortzetting van de bewoning. Zij staan respectievelijk circa 4 en 5 jaar ingeschreven op woningnet, maar hun wachttijd is nog altijd te kort om in aanmerking te komen voor een woning in de regio Utrecht. Zij hebben geen mogelijkheden tot vervangende woonruimte.

4.2. De voorzieningenrechter stelt voorop dat [eigenaar] aan [eisers] geen toestemming heeft verleend de panden te gebruiken en dat [eigenaar] en zijn zuster respectievelijk op 28 oktober 2010 en 18 mei 2012 bij de politie aangifte van het kraken van de panden hebben gedaan. [eigenaar] heeft ter zitting aangegeven dat hij geen gebruiksovereenkomst met [eisers] wenst te sluiten. Uit de omstandigheid dat [eigenaar] de krakers van nummer 34 niet rechtstreeks heeft gesommeerd om dit pand te ontruimen, kan niet worden afgeleid dat hij stilzwijgend toestemming heeft gegeven voor hun verblijf. Nu [eisers] voor het overige geen argumenten heeft aangevoerd op grond waarvan zij heeft mogen menen dat zij het pand wél zou mogen gebruiken, staat in voldoende mate vast dat er sprake is van een gerede verdenking van het wederrechtelijke binnendringen of vertoeven in de panden als bedoeld in artikel 138 of 138a Sr., zodat de bevoegdheid op grond van artikel 551a Sv. is gegeven.

4.3. De voorzieningenrechter deelt niet het standpunt van [eisers] dat de Officier van Justitie haar op enig moment op de aangifte had dienen te horen en dat de Officier van Justitie haar inzicht zou moeten verschaffen in de redenen waarom deze meende dat de voorwaarden voor toepassing van de bevoegdheid op grond van

artikel 551a Sv. zijn vervuld. Evenmin was de Officier van Justitie gehouden om kenbaar te maken welke belangen bij de te maken belangenafweging zijn betrokken en op welke wijze die zijn gewogen. Het is, naar vaste jurisprudentie, toereikend indien de Staat in de kort geding procedure aannemelijk maakt dat zij bevoegd is om tot ontruiming over te gaan. Het is aan de [eisers] om vervolgens aannemelijk te maken dat de eigenaar in het geheel niets met het gekraakt pand van plan is en de ontruiming alleen maar zal leiden tot langdurige leegstand, alsmede om haar persoonlijk belang bij voorgezet verblijf in het pand naar voren te brengen. De belangenafweging wordt gemaakt door de voorzieningenrechter. Er is derhalve geen aanleiding om de Staat, ongeacht de uitkomst van deze procedure, in de proceskosten te veroordelen.

4.4. Vervolgens ligt de vraag voor of een belangenafweging in dit concrete geval ertoe moet leiden dat ontruiming niet gerechtvaardigd is. Daarbij dient de voorzieningenrechter te onderzoeken of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde, het beëindigen van strafbare feiten en de bescherming van de rechten van derden boven het huisrecht van de kraker, in het concrete geval de proportionaliteitstoets kan doorstaan. Die afweging kan alleen plaatsvinden als de kraker feiten of omstandigheden aanvoert en aannemelijk maakt die in het concrete geval tot een andere dan de door de wetgever gemaakte afweging nopen, waarbij als uitgangspunt zal hebben te gelden dat een eigenaar het recht heeft om over zijn pand te beschikken zoals hij wil.

4.5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eisers] onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie leiden dat er sprake is van de hiervoor bedoelde bijzondere omstandigheden. Tegenover de stelling van [eisers] dat de sloop van de panden niet op korte termijn zal plaatsvinden en dat er na de ontruiming sprake zal zijn van een langdurige leegstand, heeft de Staat gesteld dat [eigenaar] na de ontruiming de panden wil slopen en de grond wil verkopen, tenzij er tussentijds iemand geïnteresseerd zou zijn in de koop van zowel de panden als de grond. In dat geval verdient dat de voorkeur. [eigenaar] wil de panden en de grond pas bij een makelaar aanbieden als de krakers uit de panden zijn vertrokken, omdat de aanwezigheid van krakers de verkoopmogelijkheid beperkt. Tot het moment waarop met de sloop kan worden gestart zal [neef], een neef van [eigenaar] die momenteel anti-kraak woont en zijn woning op ieder moment kan verliezen, zijn intrek nemen in nummer 36. Om te voorkomen dat nummer 34 vervolgens opnieuw gekraakt zou kunnen worden, zal de muur die nummer 34 van nummer 36 scheidt naar alle waarschijnlijkheid worden doorgebroken, zodat feitelijk van één pand sprake is.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Staat de voorgenomen verkoop en sloop van de panden en het voornemen om de neef van [eigenaar] tot de sloop in de panden te laten verblijven, door middel van de door haar overgelegde producties voldoende aannemelijk heeft gemaakt. [eiser 2] heeft zich ter zitting overigens bereid verklaard om nummer 36 te verlaten indien de neef van [eigenaar] dit pand werkelijk wenst te betrekken.

Met betrekking tot het huisrecht van [eisers] zijn geen andere omstandigheden aannemelijk geworden dan die de wetgever bij de afweging in abstracto al in aanmerking heeft genomen. Het voorgaande betekent dat in dit geval een strafrechtelijke ontruiming de proportionaliteitstoets kan doorstaan.

4.6. Uit voorgaande volgt dat het jegens de Staat gevorderde niet toewijsbaar is.

4.7. Schravesande c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Staat worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.391,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 1.391,00;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2012.?