Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8241

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-06-2012
Datum publicatie
13-06-2012
Zaaknummer
16-600155-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot tenuitvoerlegging bijzondere voorwaarden afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/600155-11

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[veroordeelde],

geboren op [1991] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats],

heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 27 oktober 2011;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 28 maart 2012;

- de voortijdige negatieve beëindiging van Reclassering Centrum Maliebaan, opgesteld door D. Djorai, d.d. 29 maart 2012;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 april 2012, waarbij de zaak is aangehouden.

Tijdens het voortgezette onderzoek ter terechtzitting van 21 mei 2012 is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht.

Tevens is de heer Admani, woonbegeleider van veroordeelde, gehoord.

2 De beoordeling.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie medegedeeld dat zij telefonisch contact heeft gehad met de reclasseringswerker van veroordeelde, mevrouw Djorai. De officier van justitie heeft medegedeeld dat uit dit telefoongesprek is gebleken dat de reclassering adviseert veroordeelde niet terug te laten gaan naar de gevangenis. De officier van justitie sluit zich daarbij aan en heeft zich op het standpunt gesteld dat haar vordering dient te worden afgewezen.

De verdediging heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de reden dat de afspraken bij de reclassering niet goed zijn verlopen ook deels te wijten is aan de reclassering. De verdediging heeft verzocht veroordeelde nog een kans te geven.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling dient te worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat de woonbegeleider van veroordeelde, de heer Admani, heeft verklaard dat de begeleiding goed verloopt. Voorts heeft de reclasseringswerker van veroordeelde, mevrouw Djorai, -zo blijkt uit de informatie van de officier van justitie- geadviseerd de vordering af te wijzen. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang is van veroordeelde dat de begeleiding wordt voortgezet en zal daarom de vordering afwijzen.

3 De beslissing.

De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 28 maart 2012 af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. A. van Maanen en mr. C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier T.M.J. Belinfante en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 juni 2012.