Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7647

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
06-06-2012
Zaaknummer
16/655603-12; 16/655259-12; 16/604108-11 [P]
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BY4818, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht verdachte schuldig aan verkrachting van twee minderjarige meisjes. De rechtbank maakt gebruik van schakelbewijs. Verdachte wordt daarnaast veroordeeld voor het bezit van kinderporno. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar en het recidiverisico wordt hoog ingeschat. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar en tbs met dwangverpleging. De vorderingen van de benadeelde partijen worden (deels) toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16/655603-12; 16/655259-12; 16/604108-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 juni 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1987] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Flevoland, Huis van Bewaring Binnen, Almere.

Raadsman mr. H.W.M. van den Heiligenberg, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 mei 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 16/655259-12

Primair: op 29 december 2011 [slachtoffer 1] heeft verkracht.

Subsidiair: op 29 december 2011 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1] die toen nog geen 16 jaar oud was.

Parketnummer 16/604108-11

Primair: op 14 november 2010 [slachtoffer 2] heeft verkracht.

Subsidiair: op 14 november 2010 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] die toen nog geen 16 jaar oud was.

Parketnummer 16/655603-12

in de periode van 1 december 2011 tot en met 30 december 2011 kinderporno heeft verspreid danwel in zijn bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen aan hem onder parketnummer 16/655259-12 primair, het onder parketnummer 16/604108-11 primair en onder parketnummer 16/655603-12 ten laste is gelegd heeft begaan. Hierbij heeft de officier van justitie aangevoerd dat ten aanzien van parketnummer 16/604108-11 betreffende de verkrachting van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) de aangifte in de zaak onder parketnummer 16/655259-12, betreffende de verkrachting van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 3], als schakelbewijs gebruikt dient te worden. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de officier van justitie aangevoerd dat de aangiften op significante onderdelen overeenkomen, dat de ten laste gelegde handelingen grote overeenkomsten vertonen en dat de verklaringen van beide aangeefsters authentiek en geloofwaardig zijn. Ten aanzien van parketnummer 16/655603-12 acht de officier van justitie geen bewijs aanwezig voor het verspreiden van kinderporno.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van al hetgeen onder parketnummers 16/655259-12, 16/604108-11 en 16/655603-12 aan verdachte ten laste is gelegd.

Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd ten aanzien van parketnummer 16/604108-11:

Verdachte ontkent seksueel contact te hebben gehad met [slachtoffer 2]. Naast de verklaring van [slachtoffer 2] zitten er enkel ‘van horen zeggen’ verklaringen in het dossier, zodat deze verklaringen niet als steunbewijs gebruikt kunnen worden. Om die reden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte [slachtoffer 2] heeft verkracht, dan wel ontucht met haar heeft gepleegd. Verdachte dient van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde vrij te worden gesproken.

Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd ten aanzien van parketnummer 16/655259-12:

Verdachte ontkent [slachtoffer 1] te hebben verkracht. Zij hebben wel seksueel contact gehad, maar dit had plaats op geheel vrijwillige basis en met wederzijdse instemming. Verdachte ontkent eveneens te hebben geweten dat zij minderjarig was. Er is geen sprake geweest van geweld en/of bedreiging met geweld jegens [slachtoffer 1]. Verdachte dient van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde vrij te worden gesproken.

Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd ten aanzien van parketnummer 16/655603-12:

Verdachte heeft geen opzet gehad op het downloaden van kinderporno. De films van kinderpornografische aard die onder verdachte zijn aangetroffen, dienen beschouwd te worden als bijvangst bij het downloaden van andere films. Verdachte heeft de aangetroffen films niet ingevoerd, noch uitgevoerd. Verdachte dient van dit feit partieel vrijgesproken te worden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het aan hem onder parketnummers 16/655259-12 primair, 16/604108-11 primair en 16/655603-12 ten laste gelegde heeft begaan.

4.3.1 De bewijsmiddelen

Ten aanzien van parketnummer 16/655259-12 ([slachtoffer 1])

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met [slachtoffer 1] bij hem thuis heeft afgesproken. Bij verdachte thuis hebben zij met elkaar gezoend en seks gehad. Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer 1] heeft gevingerd.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij via internetsite ‘Zoosk’ met verdachte in contact is gekomen en hierna via ‘whats-app’ contact met hem onderhield. Op 29 december 2011 had aangeefster met verdachte afgesproken. Ze ging met verdachte mee naar zijn huis. Ze gingen op de bank in de woonkamer zitten. Verdachte begon haar te zoenen, waarbij hij ook zijn tong gebruikte. Op het moment dat dit voor [slachtoffer 1] te heftig werd zei zij tegen verdachte dat hij moest stoppen. Ze zei dat het te snel ging. Hierop heeft verdachte tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar naar huis zou brengen, maar, maar dat hij haar dan eerst zijn huis wilde laten zien. Op de bovenverdieping van zijn woning begon verdachte [slachtoffer 1] weer te zoenen. [slachtoffer 1] gaf aan dat zij naar beneden wilde en beneden met verdachte wilde praten. Verdachte ging voor de trap staan en hield [slachtoffer 1] tegen. Aangeefster begon te schreeuwen, maar verdachte zei tegen haar: ‘Je kan schreeuwen wat je wilt, maar niemand hoort je’. Aangeefster ging op het bed zitten en verdachte kwam naast haar zitten. Verdachte legde [slachtoffer 1] neer op het bed. Aangeefster schreeuwde: ‘God, waar ben ik mee begonnen’. Verdachte legde zijn hand op haar mond en zei: ‘Ik zal je geen pijn doen, maar dan moet je wel meewerken’. Verdachte trok haar broek en onderbroek uit. Ook deed verdachte zijn eigen broek uit. Aangeefster moest op haar buik gaan liggen. Verdachte ging met zijn piemel in haar vagina. Daarna moest aangeefster op handen en knieën gaan zitten. Verdachte ging wederom met zijn piemel in de vagina van aangeefster. Ook heeft verdachte aangeefster gevingerd en gelikt, aldus [slachtoffer 1].

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard een filmopname te hebben gemaakt van de seks die hij had met [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij een camera op het bed van verdachte had zien liggen. Ook heeft zij verklaard dat zij op enig moment aan verdachte heeft gevraagd hoe lang het nog zou duren waarop verdachte geantwoord zou hebben met ‘ongeveer 10 minuten’.

Tijdens doorzoeking in de woning van verdachte aan [adres] te Amersfoort, zijn onder andere een computer en een camera aangetroffen, met daarop een filmfragment.. In dit filmfragment zijn een jongen/man en meisje/vrouw te zien. Er is te horen dat het meisje zegt ‘Oh… alsjeblieft, laat je me echt gaan?’ en ‘Hoe lang duurt het nog?’ De jongen antwoord met ‘eventjes’, waarop het meisje vraagt ‘tien minuutjes?’ In dit filmfragment is te zien dat de jongen het meisje penetreert en met zijn vinger in haar vagina gaat.

Uit de what’s App geschiedenis van gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] volgt dat [slachtoffer 1] op 25 december 2011 tegen verdachte heeft gezegd dat zij bijna negen jaar in leeftijd van hem verschilt en nog maar 14 jaar is. [slachtoffer 1] is geboren op [1998].

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte seksueel is binnengedrongen in het lichaam van [slachtoffer 1] tegen haar wil. De aangifte van [slachtoffer 1] vindt steun in het door verdachte zelf vervaardigde filmpje, waarbij de rechtbank van oordeel is dat hetgeen [slachtoffer 1] zegt niet anders geïnterpreteerd kan worden dan dat zij tegen haar wil gedwongen werd om seks te hebben met verdachte. Verdachte heeft een situatie gecreëerd waarin het [slachtoffer 1] niet vrij stond weg te gaan en zich te onttrekken aan de seksuele handelingen die verdachte bij haar verrichtte, terwijl [slachtoffer 1] telkens aan verdachte aangaf dat zij geen seks met hem wilde.

Ten aanzien van parketnummer 16/604108-11 ([slachtoffer 2])

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 2] kent en dat zij een keer bij hem thuis is geweest. Verdachte was woonachtig in Amersfoort.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte op 14 november 2010 aan haar vroeg of ze film bij hem wilde komen kijken. In eerste instantie had zij daar geen zin in, maar toen verdachte dreigde dat hij al het contact met haar zou verbreken als zij niet kwam, heeft zij hiermee ingestemd. Verdachte haalde [slachtoffer 2] op bij haar huis. Bij de woning van verdachte gingen ze direct naar zijn slaapkamer. Verdachte legde zijn hand op het bovenbeen van [slachtoffer 2] en begon haar te zoenen. [slachtoffer 2] zei tegen verdachte dat zij dit niet wilde, maar verdachte ging door. Verdachte ging bovenop haar zitten en probeerde de broek van [slachtoffer 2] uit te trekken. [slachtoffer 2] stribbelde tegen, maar het lukte verdachte haar broek en onderbroek uit te trekken. Ook deed hij zijn eigen broek en onderbroek helemaal uit. Terwijl [slachtoffer 2] tegenstribbelde probeerde verdachte haar benen uit elkaar te trekken. Ook schopte [slachtoffer 2] verdachte, gaf hem een stomp op zijn kaak en krabde hem op zijn buik. Verdachte penetreerde [slachtoffer 2] meerdere keren, waaronder op de ‘doggystyle’ manier. [slachtoffer 2] pakte haar telefoon, maar verdachte pakte haar telefoon af en gooide deze buiten het bereik van [slachtoffer 2]. Verdachte vertelde aan [slachtoffer 2] dat hij het had opgenomen met de webcam en zijn mobiele telefoon. [slachtoffer 2] verklaarde voorts gezien te hebben dat verdachte de webcam aan zette en tussen haar benen aan het filmen was, terwijl [slachtoffer 2] op haar rug lag en verdachte seks met haar had.

[slachtoffer 2] had tegen verdachte gezegd dat zij 15 jaar oud was. Daarbij had verdachte eens sigaretten voor [slachtoffer 2] gekocht, omdat zij deze zelfs niet kon kopen gelet op haar leeftijd. [slachtoffer 2] is geboren op [1995].

Ten aanzien van parketnummer 16/655603-12

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat wanneer hij porno download hij middels de sneltoets ‘Ctrl-A’ alle te downloaden bestanden selecteert die pornografisch materiaal bevatten. Wanneer al dit materiaal gedownload is, filtert hij de bestanden die kinderporno bevatten eruit en verplaatst deze naar de prullenbak. Ten aanzien van de aangetroffen bestanden zoals vermeld op de tenlastelegging, heeft verdachte verklaard, dat hij voornemens was deze bestanden te verwijderen, maar dit nog niet gedaan had.

Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij de seksuele handelingen die hij met [slachtoffer 1] heeft verricht, heeft gefilmd.

Op 30 december 2011 vond een doorzoeking plaats in de woning van verdachte aan [adres] te Amersfoort. In de woning werd een computer, merk Amd aangetroffen en in beslag genomen. Voorts werd een filmcamera, merk Aiptek aangetroffen en in beslag genomen, alsmede een externe harde schijf. Op deze gegevensdragers werden 18 kinderpornografische filmfragmenten en twee vermoedelijk zelf gemaakte opnames aangetroffen.

De 5 in de tenlastelegging expliciet genoemde filmfragmenten zijn door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden zedenrechercheur, beschreven en geven een algemeen beeld van de aangetroffen collectie. Op grond van de beschrijving door deze verbalisanten komt de rechtbank tot het oordeel dat de genoemde filmfragmenten een kinderpornografisch karakter hebben en dat hetgeen daarop is afgebeeld in de bewezenverklaring is vermeld. Hieronder bevindt zich tevens een filmfragment waarop [slachtoffer 1] te zien is.

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte 20 filmfragmenten van kinderpornografische aard in zijn bezit heeft gehad.

4.3.2 Aanvullende bewijsoverwegingen

Schakelbewijs

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 2] heeft verkracht, nu de aangifte van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door de aangifte van [slachtoffer 1].

Uit de rechtspraak volgt dat het is toegestaan om bewijsmiddelen, die ten grondslag zijn gelegd aan de bewezenverklaring van een strafbaar feit, mede te gebruiken als steunbewijs voor andere, soortgelijke, strafbare feiten. Zogenoemd schakelbewijs. Voorwaarde is, dat uit dit bewijsmateriaal blijkt van een specifiek gedragspatroon van de verdachte, dat op essentiële punten overeenstemt met de (uit bijvoorbeeld de aangifte blijkende) gang van zaken bij het bewezen feit. Daarbij dient het bewijs voor het ene feit redengevend te zijn voor het bewijs van het andere ten laste gelegde feit, waarbij de andere bewezenverklaringen die worden ‘geschakeld’ daarnaast zelfstandig gefundeerd moeten worden (zie ook Hof Amsterdam d.d. 8 september 2012, LJN: BN6409)

Bij de vraag of verdachte het primaire onder parketnummer 16/604108-11, betreffende de verkrachting van [slachtoffer 2], heeft begaan heeft de rechtbank de omstandigheid in aanmerking genomen, dat de feitelijke gang van zaken ten aanzien van het primaire onder parketnummer 16/655259-12 (de verkrachting van [slachtoffer 3] bewezen verklaarde feit, op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de verkrachting van [slachtoffer 2]. Hetgeen tevens soortgelijke feiten zijn.

Aan de overtuiging dat verdachte het primaire onder parketnummer 16/604108-11 heeft begaan, dragen naar het oordeel van de rechtbank de volgende omstandigheden bij. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] zijn met verdachte in contact gekomen via internet. Beide meisjes hebben verklaard door verdachte bij hem thuis te zijn uitgenodigd onder het voorwendsel een film te gaan kijken. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] hebben verklaard dat verdachte hen tijdens het bekijken van een film begon te zoenen. Beide meisjes waren hiervan niet gediend, maar verdachte ging door. Ook hebben beide aangeefsters verklaard dat verdachte, ondanks het feit dat zij tegenstribbelden en aangaven niet te willen, bij hen hun onderkleding heeft uitgedaan. Hun bovenkleding bleef aan. Vervolgens penetreerde verdachte beide meisje vaginaal, waarbij hij slachtoffer [slachtoffer 1] een houding liet aannemen op handen en knieën. [slachtoffer 2] omschreef dat verdachte haar penetreerde op de ‘doggystyle’ manier. De rechtbank begrijpt dit zodoende dat verdachte [slachtoffer 2] penetreerde terwijl zij op handen en knieën zat. Opvallend is ook dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beiden hebben verklaard dat verdachte filmopnamen maakten van de seksuele handelingen die hij bij hen verrichtte. Beide aangeefsters zijn minderjarig.

De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] heeft verkracht.

De bijvangst

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het in bezit hebben van kinderporno. De kinderporno die op gegevensdragers toebehorende aan verdachte zijn aangetroffen, dienen beschouwd te worden als bijvangst, aldus de verdediging.

Het in bezit hebben van kinderporno in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is strafbaar indien sprake is van opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm. Daarbij moet vast komen te staan dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van kinderporno op zijn gegevensdragers en dat dit materiaal ook daadwerkelijk voor hem toegankelijk was.

Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat wanneer hij porno download hij alle te bestanden die voortkomen uit zijn zoekopdracht selecteert. Als alle bestanden zijn gedownload bekijkt verdachte vervolgens of hiertussen kinderporno zit. Wanneer dit het geval is verwijderd hij deze bestanden door ze naar de prullenbak te verplaatsen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door deze handelswijze bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard kinderporno te downloaden. Dit wordt bevestigd door het feit dat verdachte kennelijk achteraf bekijkt of hij ook daadwerkelijk kinderporno gedownload heeft om dit vervolgens, naar eigen zeggen, weer te verwijderen. Verdachte is zich naar het oordeel van de rechtbank kennelijk bewust van de kans dat hij bij het downloaden van grote hoeveelheden porno in een keer ook kinderporno download.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat geen van de aangetroffen bestanden daadwerkelijk in de prullenbak zijn aangetroffen. Een aantal van de filmfragmenten zijn zelfs op een externe harde schijf aangetroffen. Alle aangetroffen bestanden waren direct toegankelijk voor verdachte, waardoor hij de feitelijke beschikkingsmacht over de filmfragmenten had.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte 20 kinderpornografische filmfragmenten in zijn bezit heeft gehad.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Ten aanzien van parketnummer 16/655259-12

Primair

op 29 december 2011 te Amersfoort, door een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] geboren op [1998] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

immers

- heeft hij, verdachte, zijn penis meermalen in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en

- heeft hij, verdachte een vinger in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en

- heeft hij, verdachte, aan de geslachtdelen van die [slachtoffer 1] gelikt en

- heeft hij, verdachte die [slachtoffer 1] getongzoend

en bestaande die andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 1] heeft meegenomen naar zijn woning en

- met die [slachtoffer 1] op de bank in de woonkamer heeft getongzoend

en

- toen die [slachtoffer 1] aangaf dat zij dat niet wilde en dat, hij,

verdachte te snel ging en dat zij naar huis wilde gaan, tegen die Van der

[slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij haar wel naar huis zou brengen maar dat hij haar

eerst zijn woning wilde laten zien en

- vervolgens toen zij op de bovenverdieping van zijn woning waren aangekomen en die [slachtoffer 1] tegen, hem verdachte zei dat ze naar beneden wilde om te praten, vóór de trap is gaan staan en die [slachtoffer 1] heeft belet om naar beneden te gaan en

- op de slaapkamer samen met die [slachtoffer 1] op bed is gaan zitten en

liggen en toen die [slachtoffer 1] schreeuwde: "waar ben ik mee begonnen", zijn,v erdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer 1] heeft gelegd en tegen die Van

der [slachtoffer 1] heeft gezegd: Ik zal je geen pijn doen, maar dan moet je wel

meewerken", en

- de broek en ondergoed van die [slachtoffer 1] heeft uitgedaan en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar buik moest gaan liggen en op haar knieën moest gaan zitten en

- in ieder geval aldus een bedreigende situatie voor die [slachtoffer 1] heeft gecreëerd en doen ontstaan en

- misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht van hem, verdachte op die [slachtoffer 1] welk overwicht is veroorzaakt door het leeftijdsverschil en de lichamelijke verschillen tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 1];

Ten aanzien van parketnummer 16/604108-11

Primair

hij op 14 november 2010 te Amersfoort, door een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] (geboren [1995]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaand uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,

zijn penis meermalen in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht,

en bestaande die andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 2] heeft opgehaald en meegenomen naar zijn kamer/woning en daarbij tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat als zij niet bij hem zou komen hij het contact met haar zou verbreken) en

- op die kamer de broek en de onderbroek van die [slachtoffer 2] heeft uitgetrokken en

- is doorgegaan met seksuele handelingen ondanks dat [slachtoffer 2] tegen hem zei dat ze niet wilde, en

- is doorgegaan met seksuele handelingen ondanks dat [slachtoffer 2] hem, verdachte, probeerde weg te duwen, en hem, verdachte, sloeg en schopte en hem, verdachte, op zijn buik krabde, in elk geval ondanks dat [slachtoffer 2] tegenstribbelde en

- de benen van [slachtoffer 2] uit elkaar heeft getrokken en

- de telefoon van die [slachtoffer 2] nadat zij die telefoon had gepakt uit haar handen heeft gepakt en buiten haar bereik heeft gegooid, en

- in ieder geval aldus een bedreigende situatie voor [slachtoffer 2] heeft gecreëerd en doen ontstaan en

- misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer 2] welk overwicht is veroorzaakt door het leeftijdsverschil en de lichamelijke verschillen tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 2];

Ten aanzien van parketnummer 16/655603-12

hij op 30 december 2011 te Amersfoort,

20 filmfragmenten,

op gegevensdragers, te weten een harde schijf uit een pc merk AMD en een

externe harde schijf en een camera merk AIPTEK,

in bezit heeft gehad,

terwijl op voornoemde afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt onder meer [slachtoffer 1], geboren op [1998], waren betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer

-het met de vinger vaginaal penetreren van het lichaam van die Van der

[slachtoffer 1] door verdachte en

-het duwen van de stijve penis van verdachte in de vagina van

die [slachtoffer 1] en

-het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van die Van der

[slachtoffer 1] door verdachte

en

-het inzepen en betasten van de billen en de bovenbenen en de bilspleet van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man en

-het vasthouden en aftrekken van de stijve penis van een volwassen man door een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en

-het betasten van de vagina van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man

en

- het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij dit meisje zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en

- vervolgens het betasten en het vaginaal penetreren met de vinger van een lichaam van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, door zichzelf

en

-het duwen van een stijve penis tegen de anus van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en

-het anaal penetreren met de penis door een volwassen man van het lichaam van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en

-het vasthouden en aftrekken van de stijve penis van een volwassen man door een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en

-het door een volwassen man masturberen boven en ejaculeren in de mond, van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en

-het anaal penetreren met een penis door een volwassen man van het lichaam van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en

-het door een volwassen man ejaculeren op de vagina, van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Parketnummer 16/655259-12 en 16/604108-11:

Telkens, verkrachting.

Parketnummer 16/655603-12:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar betrokken is, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychologisch onderzoek pro justitia van 4 maart 2012 van Gz-psycholoog, R. Bout. In dit rapport wordt – onder meer – het volgende geconstateerd:

Betrokkene is een zwakbegaafde, 24-jarige man die gericht is op de bevrediging van zijn behoeften en daarbij onvoldoende rekening houdt met de grenzen van anderen. Daarnaast is er sprake van een beperkte impulscontrole, een lacunair geweten en een instabiel zelfbeeld. Gezien zijn eerder veroordeling voor het bezit van kinderpornografie, het vinden van kinderpornografisch materiaal tijdens het politieonderzoek in deze zaak en de leeftijd van aangeefsters in deze zaak zijn er aanwijzingen voor een parafilie, seksuele voorkeur voor kinderen in de (pre)puberteit, en is dus niet uit te sluiten.

Er is geen sprake van een psychiatrische stoornis maar wel van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens, te weten zwakbegaafdheid en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken.

Bij betrokkene was ten tijde dat het ten laste gelegde feit zou zijn begaan sprake van een persoonlijkheidsstoornis wat gekenmerkt wordt door een egocentrische instelling, een verminderde impulscontrole en een lacunaire gewetensfunctie. Betrokkene komt daardoor tot gedrag, waarbij hij de grenzen van anderen en de wet niet respecteert. Verder is er sprake van zwakbegaafdheid waardoor hij onvoldoende de consequenties van zijn gedrag kan overzien.

Betrokkene dient dan ook voor de ten laste gelegde feiten – indien bewezen – verminderd toerekeningsvatbaar te worden.

Zowel zijn zwakbegaafdheid, zijn egocentrische instelling, zijn impulsiviteit en het lacunaire geweten vergroten de kans op recidive.

Betrokkene heeft een beperkt inzicht in zijn eigen (dys)functioneren en er is een gebrek aan behandelmotivatie.

Gezien de stoornis, de risicotaxatie en het impulsieve gedrag van betrokkene om zijn eigen behoefte te bevredigen waarbij hij grenzen van anderen niet respecteert, zal een eventuele behandeling van betrokkene moeten geschieden in een sterk beveiligde omgeving. Een ambulant behandeltraject is in de ogen van onderzoeker onvoldoende om de kans op recidive te verminderen. Een behandeling als bijzondere voorwaarde of in het kader van een TBS met voorwaarden wordt niet haalbaar geacht omdat de kans op onttrekking groot is gezien de impulsiviteit en het ontbreken va enige behandelmotivatie bij betrokkene.

Onderzoeker adviseert Uw college aan betrokkene op te leggen de maatregel van Terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De rechtbank heeft ook kennis genomen van het psychiatrisch onderzoek pro justitia van 2 maart 2012 van psychiater I. Maksimovic. In dit rapport wordt – onder meer – het volgende geconstateerd:

Bij betrokkene is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken en van zwakbegaafdheid. Bij hem is in de kindertijd en de puberteit sprake geweest van een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de zin van een gedragsstoornis. Mogelijkerwijs zou bij betrokkene sprake kunnen zijn van pedofilie van het exclusieve type, maar deze stelling kan niet worden aangetoond noch ontkracht.

Als een of beide ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, dan zou gesteld kunnen worden, dat betrokkenes gedrag ten tijde van het plegen van deze feiten in ieder geval voor een deel kan worden verklaard vanuit zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken.

Het is aannemelijk, gelet op de ernst van zijn persoonlijkheidsstoornis en het feit dat hij daarbij zwakbegaafd is, dat hij waarschijnlijk in verminderde mate in staat was om controle uit te oefenen op zijn impulsen en gedragingen. Daarom wordt geadviseerd, als een of beide ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, om betrokkene daarvoor als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Er bestaat een hoog recidiverisico, vooral zonder langdurige behandeling van betrokkenes antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken en zijn vaste gedragspatronen.

Betrokkene heeft in sterke mate structuurverlening nodig, vanwege de ernst van zijn persoonlijkheidsstoornis en vanwege het feit dat hij daarbij ook zwakbegaafd is. Een ambulante begeleiding, waarbij betrokkene zelfstandig zou wonen, biedt niet voldoende bescherming tegen recidive. Betrokkenes huidige gebrek aan remmingen maakt, dat ambulante begeleiding onvoldoende is om betrokkene continu de nodige behandeling te geven en de vaardigheden aan te leren, die het recidiverisico doen verkleinen. Gelet op de noodzaak om een langdurig en strak gedwongen kader te bieden voor de behandeling van betrokkenes stoornis en gelet op de ernst van het ten laste gelegde, wordt geadviseerd om betrokkene een maatregel op te leggen in de zin van een TBS maatregel. Er is geen grond voor een TBS met voorwaarden.

De rechtbank neemt de conclusies dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van de gepleegde strafbare feiten over en maakt deze tot de hare. Overeenkomstig deze conclusies kan echter niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er zijn voorts ook geen andere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van het voorarrest en TBS met dwangverpleging.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman verzocht, mocht de rechtbank de conclusies uit de pro justitia rapportages overnemen, een lagere gevangenisstraf op te leggen zodat verdachte eerder in een TBS-kliniek kan worden opgenomen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft twee minderjarige meisjes verkracht. Via internet kwam verdachte met beide slachtoffers in contact, die op dat moment 13 en 15 jaar oud waren.

Verdachte onderhield What’s app contacten met slachtoffer [slachtoffer 1]. Hieruit volgt duidelijk dat [slachtoffer 1] nog maagd was en angstig was om met verdachte af te spreken. In deze What’s app gesprekken geeft [slachtoffer 1] aan dat zij nog niet toe is aan seks. Verdachte stelt haar in reactie daarop gerust. In de daarop volgende ontmoeting met slachtoffer [slachtoffer 1], heeft verdachte deze [slachtoffer 1] toch gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam door verdachte.

Ook heeft verdachte tegen de wil van slachtoffer [slachtoffer 2] seksuele handelingen bij haar verricht die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam door verdachte.

Verdachte heeft aldus de lichamelijke en geestelijke integriteit van deze jeugdige slachtoffers geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan later zeer nadelige psychische en lichamelijke klachten kunnen ondervinden.

Verdachte heeft zich van het bovenstaande kennelijk geen enkele rekenschap gegeven en zich kennelijk slechts bekommerd om bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Ter terechtzitting heeft verdachte, voor zover hij heeft bekend seksueel contact te hebben gehad met [slachtoffer 1], er in het geheel geen blijk van gegeven het verwerpelijke van zijn handelen in te zien.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te downloaden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen/downloaden. In dit verband rekent de rechtbank het verdachte extra aan dat hij al eerder voor de rechter ter verantwoording is geroepen wegens het in bezit hebben van kinderporno. Verdachte was zodoende een gewaarschuwd mens, maar dit heeft hem er niet van weerhouden alsnog kinderpornografische filmpjes te downloaden.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal filmpjes dat verdachte in bezit had, de leeftijd van de kinderen op de filmpjes en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 10 april 2012, waaruit volgt dat verdachte voor meerdere strafbare feiten is veroordeeld.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van de pro justitia rapportages, opgemaakt door R. Bout GZ-psycholoog en I. Maksimovic, psychiater, waaruit volgt dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

In het psychologisch onderzoek pro justitia van 4 maart 2012 van Gz-psycholoog, R. Bout wordt voorts aan de rechtbank in overweging gegeven aan verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging op te leggen. Gelet op de bij verdachte geconstateerde stoornis, de risicotaxatie en het impulsieve gedrag van verdachte, zijn gerichtheid op het bevredigen van de eigen behoeften waarbij hij de grenzen van anderen niet respecteert, dient een eventuele behandeling van verdachte te geschieden in een sterk beveiligde omgeving. Ambulante behandeling is onvoldoende om de kans op recidive te verminderen, aldus de rapporteur. Ook in het psychiatrisch pro justitia rapport, opgemaakt door I. Maksimovic d.d. 2 maart 2012 wordt geadviseerd aan verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging op te leggen. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

7 De benadeelde partij

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in zijn geheel toe te wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie gevorderd de vordering te matigen voor zover deze ziet op de post ‘studievertraging’. Dit bedrag dient gehalveerd te worden. Om die reden verzoekt de officier van justitie de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] toe te wijzen tot een bedrag van € 12.674,30 met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen dienen te worden, nu de raadsman voor deze feiten vrijspraak heeft bepleit.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] voor zover deze ziet op immateriële schade niet is onderbouwd met uitspraken die met onderhavige zaak te vergelijken zijn. Ten aanzien van de gevorderde materiële schade heeft de raadsman eveneens aangevoerd dat de gevorderde bedragen onvoldoende zijn onderbouwd. Om die reden verzoekt de raadsman de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] alsnog af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren.

Voor wat betreft de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de raadsman aangevoerd dat noch de materiële schadepost, noch de immateriële schadepost voldoende is onderbouwd. Om die reden verzoekt de raadsman ook de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] alsnog af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren.

Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen te matigen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder parketnummer 16/655259-12 primair ten laste gelegde feit, te weten een totaalbedrag van

€ 1.500,00 ter zake materiële en immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde schadebedrag van € 1.500,00 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering volledig toewijzen inclusief de wettelijke rente over de gevorderde bedragen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder parketnummer 16/604108-11 primair ten laste gelegde feit, te weten een totaalbedrag van € 18.674,30 ter zake materiële en immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde schadebedrag betreffende smartengeld, groot € 5.000,00 gematigd dient te worden tot een bedrag groot € 1.500,00. Verdachte kan tot dit bedrag aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen die de benadeelde partij van het bewezenverklaarde heeft ondervonden.

De rechtbank is tevens van oordeel dat het gevorderde schadebedrag betreffende reiskosten/diversen, gecorrigeerd door aftrek van vier weken (vakantie) reiskosten naar school, een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde bedrag, groot € 785,86 is voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering volledig toewijzen inclusief de wettelijke rente over de gevorderde bedragen.

De rechtbank wijst het gevorderde contactverbod af, gelet op hetgeen is bepaald in artikel 51a, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Het gevraagde contactverbod is naar het oordeel van de rechtbank niet te beschouwen als vergoeding van schade waarover de rechtbank bevoegd is te oordelen in het kader van deze strafzaak.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de behandeling van de vordering in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot het toegekende deel van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de drie op de beslaglijst genoemde gegevensdragers te onttrekken aan het verkeer.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het feit genoemd onder parketnummer 16/655603-12 is begaan met betrekking tot deze voorwerpen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 37a, 57, 63, 240b en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 16/655259-12 en 16/604108-11:

Telkens, verkrachting.

Parketnummer 16/655603-12:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar betrokken is, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: één harddisk, één externe harde schijf en één filmcamera, zoals op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemd;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 1.500,00 ter zake van materiële en immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], € 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 december 2011 bij niet betaling te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 2.285,86 ter zake van materiële en immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 14 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1], € 1.500,00, 25 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 2], € 2.285,86, 32, dagen hechtenis,

- met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. J. Ebbens en I. Vanwersch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 juni 2012.

Mr. I. Vanwersch is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.