Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7007

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
786440 UC EXPL 11-19587
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop tweedehands camper, ernstige lakschade die zich na ongeveer twee jaren heeft geopenbaard. Non-conformiteit, vervangende schadevergoeding, exoneratieclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 786440 UC EXPL 11-19587 mh

vonnis van 2 mei 2012

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: [eiser],

eiser,

gemachtigde: mr. M.S. Benistant,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Auto LEBO BV,

gevestigd te Meerkerk,

verder te noemen: Lebo,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.A.D. Bloemsma.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 1 februari 2012.

[eiser] heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht. De comparitie is gehouden op 12 april 2012, waarvan aantekening is gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. Feiten

2.1. Op 17 mei 2008 is tussen Lebo en [eiser] een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een uit Duitsland geïmporteerde Fiat Ducato 2.8 Adriatik (een camper) uit 2005. De overeenkomst noemt een koopprijs van € 32.500,-, waarvan € 22.500,- contant betaald zou worden. De overeenkomst bepaalt onder meer:

“Op de volgende voorwaarden:

geen (het woord “geen” is met de hand op het daartoe bestemde stippellijntje geschreven; toevoeging kantonrechter) garantie op draaiende delen van de motor, cardan, versnellingsbak en carrosserie. (…)”

Onderaan aan de overeenkomst is vermeld:

“Indien het voertuig is gekocht zonder garantie is de koper in kennis gesteld van het feit dat het voertuig achterstallig onderhoud en div. gebreken heeft en dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op de verborgen gebreken-regeling van het nw. Burgerlijk wetboek. (…)”

2.2. In hun mail (waarop [eigenaar Lebo], eigenaar van Lebo, in vetgedrukte en onderstreepte letters op 30 november 2010 antwoordt) van 24 november 2010 aan Lebo schrijven [eiser] en zijn partner [eisers partner] onder meer:

“In mei 2008 hebben wij een mooie camper Adriatik bij je gekocht, waar we zeer tevreden mee waren. Dit duurde tot het voorjaar 2010 toen ik de camper uit onze winterstalling haalde en de camper ging wassen. Tot mijn schrik zag ik dat de lak op het dak op een plaats los liet van de onderlaag. Ben hiervoor in april 2010 bij je geweest in Meerkerk met de camper om het te tonen (…). Je hebt toen aangegeven dat we dit moesten melden bij Fiat zelf (…). En dat we hiervoor niet bij de camperverkoper moeten zijn.

(…) Zij (garage Probst in Dillingen, Duitsland; toevoeging kantonrechter) gaven aan dat tijdens de periode dat de camper bij hun in onderhoud was geen aanwijzingen waren dat er de lak of grondlaag niet in orde was. (…)

(…)

Volgens afspraak zend ik je deze mail met het verzoek om een verklaring afgeven waarin staat dat:

1. bij de aankoop door jou in Duitsland geen enkele aanwijzing was dat er iets met de lak niet in orde was?

Antwoord: Klopt, toen de camper bij ons binnenkwam geen lakschade’s.

2. dat er tijdens de periode dat jij hem in bezit had geen gebeurtenissen zijn geweest die de lakschade kan verklaren?

Antwoord: Nee, op het moment dat jullie hem kochten was de camper zoals jullie hem gezien hebben.

3. zoals besproken ook graag navragen bij de verkoper in Duitsland of hij een schriftelijke verklaring (of in ieder geval mondeling via jou) wilt geven over de staat van de lak in de periode dat hij deze in bezit had:

Antwoord: Geprobeerd, maar loopt helaas op niets uit.

4. dat ik de schade inderdaad ook bij jou gemeld heb ik April (…):

Antwoord: klopt, je bent toe al langs geweest om te vragen hoe het kon dat de verf er af bladderde.”

2.3. In haar rapport van 16 februari 2011 schrijft Bol Expertise- & Taxatiebureau in Steenbergen (hierna: Bol):

“SCHADEGEGEVENS

Schade bev. zich : LAKWERK RONDOM

Stootrichting : RONDOM

Aangrijppunt : RONDOM

Schadeoorzaak : SLECHTE HECHTING

LAKWERK, EVENTUELE OORZAAK KAN SLECHTE

ONTVETTING VAN ONDERGROND ZIJN.”

De reparatiekosten worden door Bol begroot op € 4.147,75 (inclusief BTW).

2.4. In zijn brief van 21 september 2011 aan Lebo schrijft de gemachtigde van [eiser] onder meer:

“(…) Na levering zijn medio april 2010 de volgende gebreken geconstateerd:

1. afbladdering van de verf op het dak;

2. roestvorming op plaatsen waar de verf is afgebladderd.

Cliënt heeft hierover bij u gereclameerd, bijvoorbeeld mondeling in april 2010, schriftelijk in november 2010 en mondeling in augustus 2011.

(…)

Duidelijk is dat de hiervoor genoemde gebreken het normaal gebruik van de zaak in de weg staan, omdat door afbladdering van de beschermlaag het dak van de auto begint te roesten met alle gevolgen van dien.

Er is met andere woorden sprake van ‘non-conformiteit’, zodat u verplicht bent deze gebreken kosteloos te herstellen (artikel 7:21 BW) dan wel vervangende schadevergoeding te verstrekken (artikel 7:24 lid 1 BW).

Aangezien u als verkoper geen lakschade-herstelspecialist bent, geeft cliënt de voorkeur aan vervangende schadevergoeding van € 4.147,75, zoals geoffreerd in het Expertise- en taxatierapport van Bol Expertise Steenbergen (…).”

Vervolgens wordt Lebo gesommeerd bovengenoemd bedrag binnen vier weken te betalen.

2.5. In haar mail van 21 september 2011 aan de gemachtigde van [eiser] schrijft Lebo:

“In Augustus 2011 is uw client inderdaad bij mij in de zaak geweest om te vertellen dat hij ondanks dat hij zelf bijna 3 jaar bezig is geweest met Fiat Duitsland én Fiat Nederland om tot een oplossing te komen over zijn problemen met de verf van zijn ondertussen 7 jaar oude auto welke vanuit de fabriek naar alle waarschijnlijkheid niet goed afgeleverd was.

(…)

Hoewel uw client mij niets kwalijk neemt en hij heel goed weet dat wij het voertuig aan hem verkocht hebben op de voorwaarden zoals op onze koop-overeenkomst staat, (…).

Bij deze wil ik u er dan ook op wijzen dat ik mijzelf op geen énkele wijze aansprakelijk acht (…).”

2.6. Bij mail van 7 oktober 2011 aan Lebo schrijft de gemachtigde van [eiser] onder meer:

“Uit uw reactie maak ik op dat u niet tot herstel dan wel vervangende schadevergoeding bereid bent. Daarmee bent u in verzuim.”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter Lebo bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 4.147,75 (inclusief BTW) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2011, een bedrag van € 295,- aan expertisekosten, de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 714,- alsmede tot veroordeling van Lebo in de kosten van de procedure.

3.2. [eiser] stelt dat de Fiat niet aan de koopovereenkomst voldoet, omdat deze niet over de eigenschappen beschikt die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Volgens [eiser] hoefde hij niet te verwachten dat de lak van de camper die € 36.500,- heeft gekost en ten tijde van de koop slechts drie jaar oud was, in twee jaar los zou laten. De reden van dit loslaten is gelegen in het verkeerd aanbrengen van de lak, aldus [eiser], waarbij hij verwijst naar het rapport van Bol (zie r.o. 2.3).

Volgens [eiser] heeft hij tijdig bij Lebo geklaagd. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij onder meer naar zijn emailbericht van 24 november 2010 en de reactie van Lebo van 30 november 2010 (zie r.o. 2.2). Uit de mail van 21 september 2011 blijkt dat Lebo niet van zins is het gebrek te verhelpen of aansprakelijkheid te erkennen, zodat het [eiser] vrij staat vervangende schadevergoeding te vorderen.

3.3. Lebo voert verweer en stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat [eiser] te laat heeft geklaagd.

Ook voert zij aan dat zij in de koopovereenkomst aansprakelijkheid heeft uitgesloten. Tijdens de zitting heeft Lebo toegelicht dat [eiser] de vraagprijs van € 36.500,- te hoog vond. Na onderhandelingen zijn partijen een koopprijs van € 32.500,- overeengekomen, waarbij [eiser] volgens Lebo akkoord ging met het niet verlenen van garantie op onder andere de carrosserie.

Verder betrekt Lebo de stelling dat de schade kennelijk het gevolg is van onzorgvuldig handelen door [eiser]. Dit blijkt uit het rapport van Bol waarin is geschreven dat de Fiat schade rondom heeft.

Tot slot voert Lebo aan dat gebreken aan de lak die zich pas na drie jaren openbaren geen gebrek opleveren, omdat Fiat drie jaren garantie op de lak geeft.

3.4. In reactie hierop stelt [eiser] dat de koopprijs € 36.500,- bedroeg. Omdat Lebo een deel van de koopprijs buiten de boeken wilde houden, vermeldt de koopovereenkomst een bedrag van € 32.500,-.

Volgens [eiser] komt Lebo geen beroep toe op de in de koopovereenkomst opgenomen exoneratieclausule, omdat deze onredelijk bezwarend is. Daar komt volgens hem bij dat hij nooit over achterstallig onderhoud geïnformeerd is.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Op grond van artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de afgeleverde (gekochte) zaak aan de overeenkomst voldoen. Uit artikel 7:17 lid 2 BW volgt dat een zaak niet aan de overeenkomst voldoet als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

4.2. Niet in geschil is dat de lak van het dak van de Fiat heeft losgelaten. Lebo verweert zich met de stelling dat het loslaten het gevolg is van onzorgvuldig handelen door [eiser]. Hiermee betwist hij dat de Fiat niet de eigenschappen bezit die [eiser] mocht verwachten.

Ten eerste voert Lebo aan dat uit het rapport van Bol blijkt dat de Fiat meer schade dan alleen lakschade aan het dak heeft. Dit lijkt inderdaad uit het rapport afgeleid te kunnen worden, maar deze omstandigheid is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat de lakschade aan het dak het gevolg is van onzorgvuldig handelen door [eiser]. In dit licht wijst de kantonrechter erop dat uit de mail van 30 november 2010 van Lebo aan [eiser] blijkt dat Lebo de schade in april 2010 heeft gezien (zie r.o. 2.2), terwijl gesteld noch gebleken is dat Lebo toen enige opmerking heeft gemaakt over de wijze waarop [eiser] met de Fiat omgaat.

Tijdens de comparitie heeft Lebo nog aangevoerd dat het niet ondenkbaar is dat [eiser] als triatleet met zijn camper over smalle bospaden rijdt om naar (internationale) wedstrijden te gaan waardoor takken voor lakschade kunnen zorgen, maar dit verweer wordt als niet onderbouwd gepasseerd. Daarbij valt niet zonder meer in te zien dat krassen veroorzakende takken voor de opgetreden schade hebben gezorgd.

Ten tweede heeft Lebo, eveneens tijdens de comparitie, aangevoerd dat het loslaten van de lak mogelijk het gevolg is van het onder hoge druk reinigen van de auto, waardoor een losgelaten lak verder is gaan afbladderen. [eiser] betwist dit.

Ook dit verweer wordt als niet onderbouwd verworpen. Uit de door [eiser] overgelegde foto’s van medio maart 2012 blijkt dat sprake is van een voortschrijdend proces als gevolg waarvan de lak op grote delen van het dak inmiddels heeft losgelaten en is verdwenen. Het komt de kantonrechter – mede gelet op het feit dat [eiser] zijn camper gedurende de wintermaanden binnen stalt, waaruit afgeleid mag worden dat hij niet onzorgvuldig met zijn auto omgaat – niet waarschijnlijk voor dat [eiser] de hogedrukspuit ter hand heeft genomen en stelselmatig de lak van grote delen van het dak van zijn camper heeft gespoten.

4.3. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Lebo onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat de lakschade het gevolg is van onzorgvuldig handelen van [eiser]. Dit leidt ertoe dat aangenomen moet worden dat de oorzaak van de lakschade gelegen is in het onjuist aanbrengen ervan, zoals [eiser] met verwijzing naar het rapport van Bol heeft gesteld. Deze lakschade is zodanig ernstig dat de kantonrechter van oordeel is dat [eiser] een dergelijk gebrek in beginsel niet hoefde te verwachten.

4.4. Partijen twisten over de koopprijs. Volgens Lebo wilde [eiser] een verlaging van de koopprijs en heeft hij daarom ingestemd met het vervallen van garantie op onder meer de carrosserie. Kennelijk bedoelt hij hiermee te zeggen dat [eiser] welbewust het risico heeft genomen dat de Fiat lakgebreken kende.

De stelling van [eiser] dat de koopprijs € 36.500,- bedroeg, maar dat Lebo een deel ervan buiten de boeken wilde houden (zie r.o. 3.4), wordt als niet nader onderbouwd gepasseerd. Dit betekent dat de kantonrechter tot uitgangspunt neemt dat, zoals Lebo betoogt, [eiser] akkoord is gegaan met een verlaging van de aanvankelijke koopprijs tegen het vervallen van garantie door Lebo. Een garantie door de verkoper wekt gerechtvaardigde verwachtingen aan de zijde van de koper, maar een garantie alleen – en ook het ontbreken ervan – is niet bepalend voor wat de koper mag verwachten. Het enkele feit dat [eiser] akkoord is gegaan met het zonder garantie kopen van de Fiat, brengt, mede gelet op een niet geringe koopprijs van in ieder geval € 32.500,-, niet mee dat hij een ernstig en door een consument niet te ontdekken gebrek aan de lak voor lief heeft genomen.

4.5. Voor zover Lebo bedoelt te zeggen dat lakschade die zich pas na drie jaren openbaart, geen gebrek oplevert, omdat de lakgarantie van Fiat niet langer duurt, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Het feit dat Fiat gedurende een bepaalde periode lakgarantie geeft, brengt mee dat degene die zich in die periode op een gebrek aan de lak beroept aanspraak op bepaalde remedies kan maken zonder daarvoor in discussie te hoeven treden met Fiat. Anders dan Lebo kennelijk meent, brengt het verlopen van de garantie echter niet zonder meer mee dat gebreken aan de lak na die tijd te verwachten zijn. Dit betekent dat het verlopen van de garantie op de lak door Fiat niet in de weg staat aan een beroep van [eiser] op non-conformiteit.

4.6. Lebo beroept zich ter afwering van aansprakelijkheid verder op de op de koopovereenkomst voorgedrukte tekst dat de koper, in het geval geen garantie wordt gegeven, in kennis is gesteld van het feit dat het voertuig achterstallig onderhoud en diverse gebreken heeft (zie r.o. 2.1). [eiser] betwist dat hem dit is meegedeeld.

De kantonrechter is van oordeel dat de vraag of Lebo [eiser] daadwerkelijk heeft meegedeeld dat de Fiat gebreken had, niet beantwoord hoeft te worden. Immers stelt [eiser] dat de schade het gevolg is van het verkeerd aanbrengen van de lak op de onderlaag. Zonder toelichting, die ontbreekt, is niet in te zien dat de staat van onderhoud van de Fiat enig verband houdt met het loslaten van de laklaag.

4.7. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de lakschade aan het dak van de Fiat een gebrek is dat [eiser] niet hoefde te verwachten. Dit betekent dat Lebo tekort is geschoten in haar verplichtingen een deugdelijke camper aan [eiser] te leveren.

4.8. Volgens Lebo heeft [eiser] niet tijdig geklaagd. Kennelijk heeft zij hiermee het oog op het bepaalde in artikel 7:23 lid 1 BW. Op grond van dit artikel is de koper, kort gezegd, verplicht te klagen binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken. Doet hij dit niet, dan verliest de koper alle rechten ter zake van de tekortkoming wegens non-conformiteit, zoals het recht op schadevergoeding.

Dit verweer wordt verworpen. Artikel 7:23 lid 1 BW strekt er, net zoals artikel 6:89 BW, mede toe de schuldenaar in zoverre te beschermen dat deze erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser die meent dat de verrichte prestatie niet aan de overeenkomst beantwoordt, dit met spoed aan de schuldenaar meedeelt. Uit de mail van 30 november 2010 van Lebo blijkt dat [eiser] al in april 2010 bij haar langs is geweest in verband met het loslaten van de laklaag (zie r.o. 2.2). Hieruit – en uit hetgeen ter zitting door partijen is verklaard – moet worden afgeleid dat het Lebo medio april 2010 duidelijk was, althans had moeten zijn, dat [eiser] zich niet wenste neer te leggen bij het gebrek en verhaal wenste te halen. Dat hij in samenspraak met Lebo eerst andere wegen bewandelde om de lakschade aan het dak te laten herstellen, namelijk door het aanspreken van Fiat Duitsland en Fiat Nederland, doet hieraan niets af.

4.9. Lebo beroept zich ten slotte op de exoneratieclausule, die luidt “dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op de verborgen gebreken-regeling van het nw. Burgerlijk wetboek” (zie r.o. 2.1). Deze bepaling kan naar het oordeel van de kantonrechter niet anders gelezen worden dan als een uitsluiting van aansprakelijkheid door Lebo als gevolg van haar tekort schieten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst. Een dergelijke bepaling is in het geval van een consumentenkoop, zoals hier, op grond van het bepaalde in artikel 7:6 lid 1 in samenhang met artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [eiser] aldus dat hij de nietigheid van voornoemde clausule inroept. Dit beroep is, gelet op het voorgaande, terecht. Dit leidt ertoe dat Lebo geen beroep kan doen op de exoneratieclausule en gehouden is de uit de tekortkoming voortvloeiende schade aan [eiser] te vergoeden.

4.10. Uit haar mail van 21 september 2011 (zie r.o. 2.6) is af te leiden dat Lebo niet bereid is de schade te herstellen. Dit betekent dat zij vanaf dat moment op de voet van artikel 6:83, aanhef en sub c BW in verzuim is geraakt en [eiser] op grond van artikel 7:22 lid 4 BW het recht heeft schadevergoeding te eisen. [eiser] heeft ervoor gekozen vervangende schadevergoeding te vorderen. Ingevolge artikel 6:87 BW is voor een dergelijke vorm van schadevergoeding een omzettingsverklaring vereist. Deze verklaring heeft [eiser] in zijn brief van 21 september 2011 gedaan (zie r.o. 2.4), zodat aan dit vereiste is voldaan.

4.11. Lebo is dan ook gehouden de vervangende schade aan [eiser] te voldoen. Lebo voert op dit punt aan dat uit het rapport van Bol niet valt op te maken welke herstelkosten betrekking hebben op de lakschade en welke op de overige schade (de schade rondom).

Dit verweer wordt gepasseerd, omdat uit het rapport blijkt dat de opgegeven kosten betrekking hebben op het herstel van de laklaag van het dak. Dat aanliggende onderdelen, zoals in het rapport is beschreven, eerst gedemonteerd moeten worden voordat met dit herstel wordt begonnen, ligt in de aard van het herstel besloten. De hiermee gemoeide kosten moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op het herstel van de beschadigde laklaag. Dit betekent dat Lebo gehouden is het bedrag van € 4.147,75 ten titel van vervangende schadevergoeding aan [eiser] te betalen.

4.12. De door [eiser] gevorderde wettelijke rente over voornoemd bedrag per 21 september 2011 is niet door Lebo weersproken en zal worden toegewezen.

4.13. [eiser]s vordering tot vergoeding van de door Bol gemaakte expertisekosten van € 295,- is evenmin door Lebo betwist en zal op grond van artikel 6:96 lid 2, onder b BW worden toegewezen.

Buitengerechtelijke en proceskosten

4.14. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten zal – mede gelet op de door de kantonrechter gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II – worden afgewezen. Uit de door [eiser] gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan [eiser] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.15. Lebo zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,62

- vast recht 202,00

- salaris gemachtigde 400,00 (2,0 punten × tarief € 200,00)

Totaal € 701,62

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. veroordeelt Lebo aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.442,75, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 4.147,75 vanaf 21 september 2011 tot de voldoening,

5.2. veroordeelt Lebo tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 701,62, waarin begrepen € 400,00 aan salaris gemachtigde,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2012.