Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW6979

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
313091 - HA ZA 11-1677
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep op dwaling. Franchisegever heeft tijdens onderhandelingen een door een derde opgesteld rapport met bevindingen over een vestigingsplaatsonderzoek verstrekt aan franchisenemer. Op basis van twee rapporten, waarvan één door franchisenemer in het geding is gebracht en één door franchisegever, stelt de rechtbank vast dat genoemde derde twee fouten heeft gemaakt (r.o. 4.8-4.21). Het is aannemelijk dat de geprognosticeerde omzet en winst zonder die fouten lager zouden zijn geweest. De franchisnemer dient te bewijzen dat de door franchisgever naar aanleiding van het rapport van de derde opgestelde exploitatiebegroting nooit een winstgevende exploitatie had kunnen laten, in welk geval de franchiseovereenkomst niet zou zijn gesloten (r.o. 4.22-4-23).

Beroep op wanprestatie (r.o. 4.27-4.31) en onrechtmatige daad (r.o.4.32-4.35), in verband met het ter beschikking stellen van het rapport van de derde, verworpen onder verwijzing naar het Lampenier-arrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 313091 / HA ZA 11-1677

Vonnis van 16 mei 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAHAMA B.V.,

gevestigd te Smilde,

eiseres,

advocaat mr. T.F. de Jong te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE READ SHOP II B.V.,

gevestigd te Arnhem, kantoorhoudend te Breukelen,

gedaagde,

advocaten mr. W.C. Bothof en mr. J. van Londen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Tahama en Read Shop genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 januari 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 8 maart 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Read Shop heeft een franchisesysteem ontwikkeld voor de exploitatie van winkels onder de naam The Read Shop, waarin boeken, kranten, tijdschriften, kantoorartikelen, papierwaren, wenskaarten en zogenoemde service-artikelen (onder andere tabakswaren en kansspelen) worden verkocht. Directeur van Read Shop is [directeur Read Shop] (hierna: [directeur Read Shop]).

2.2. Omstreeks 2006 heeft Read Shop een winkellocatie aangeboden gekregen in de, op dat moment nog te ontwikkelen, uitbreiding van het winkelcentrum De Veenstaete in Smilde. Met het oog op de haalbaarheid van een vestiging van Read Shop in dat winkelcentrum heeft zij aan Boek & Bedrijf, de adviesdienst voor de boekhandel, opdracht gegeven een vestigingsplaatsonderzoek (VPO) uit te voeren. De uitkomst hiervan is door Boek & Bedrijf gerapporteerd op 26 oktober 2006 (hierna: het rapport van Boek & Bedrijf). In dit rapport is geconcludeerd dat een positieve exploitatie van een vestiging van The Read Shop in Smilde haalbaar lijkt. Eind 2006 heeft Read Shop op basis van het rapport van Boek & Bedrijf en haar ervaring met haar winkels een concept opgesteld van een zogenoemd Bedrijfseconomisch Overzicht (BEO), waarin een exploitatiebegroting voor een nieuwe winkel in Smilde is opgenomen.

2.3. Boek & Bedrijf heeft de in een nieuwe vestiging in Smilde mogelijk te behalen omzet van het kernassortiment van Read Shop onderzocht. Tot het kernassortiment behoren de assortimentgroepen boeken, tijdschriften/kranten, papierwaren/kantoorartikelen en wenskaarten. De service-artikelen zijn dus buiten beschouwing gelaten. In het rapport van Boek & Bedrijf staat het volgende:

“[…]

1. Achtergrond en aanleiding voor het vestigingsplaatsonderzoek

THE READ SHOP is als franchiseformule actief op het gebied van boeken, dagbladen en tijdschriften, wenskaarten, kantoorartikelen, tabak en serviceproducten. Momenteel heeft zij circa 150 vestigingen in Nederland. Ze heeft de ambitie de komende jaren te blijven groeien in aantal vestigingspunten. In dat kader worden frequent potentiële vestigingsplaatsen onderzocht.

Dit rapport identificeert in opdracht van THE READ SHOP de haalbaarheid van een positieve exploitatie van een potentiële vestiging in Smilde, gemeente Midden-Drenthe. De uitkomsten van het onderzoek zijn gebaseerd op veldobservatie door Boek & Bedrijf, externe informatiebronnen en Boek & Bedrijf ervaringscijfers.

Smilde

[…]

3. Prognose marktpotentieel, haalbare marktaandeel en omzet

Dit hoofdstuk behandelt een prognose van het marktpotentieel op de gekozen locatie in de vastgestelde assortimentsgroepen en het haalbare marktaandeel en hierbij behorende omzet. Boek & Bedrijf hanteert het zogenaamde DPO model (Distributie Planologisch Onderzoek) waarin de potentie bepaald wordt vanuit zowel de vraag als het aanbod van de markt. Indien de potentie vanuit de vraag kleiner is dan vanuit het aanbod dan is er géén ruimte voor uitbreiding en is er dus sprake van een verdringingsmarkt. In het andere geval is er sprake van een ‘witte vlek’ ofwel ‘distributieve ruimte’ voor uitbreiding.

Het marktpotentieel vanuit de vraagzijde kijkt naar indicatoren als inwonersaantallen, koopkrachtbinding, toevloeiing en gecorrigeerde koopkracht op basis van regio. Marktpotentieel vanuit de aanbodzijde kijkt naar gegevens als beschikbaar verkoop vloeroppervlak [rechtbank: in het rapport verder aangeduid met VVO] en gemiddelde omzet per m2 vloeroppervlak, gedifferentieerd naar assortimentstype. Het uiteindelijke te realiseren marktaandeel en bijbehorende omzet volgt uit de match tussen potentieel vanuit de vraag- en aanbodzijde.

Prognose marktpotentieel – Vraagzijde

Voor de gemeente Midden-Drenthe in het algemeen en de wijk Smilde in het bijzonder (eventueel inclusief Bovensmilde en Hoogersmilde) zijn geen recente koopkrachtbinding en -toevloeiingscijfers voorhanden. Daarom is er in dit vestigingsplaatsonderzoek voor gekozen het marktpotentieel in te schatten op basis van een inschatting van binding en toevloeiing in een tweetal scenarios. Het eerste scenario gaat uit van de wijk Smilde met een relatief hoge binding en toevloeiing maar een beperkt aantal inwoners (4.700). Het tweede scenario gaat uit van het voormalige lintdorp Smilde inclusief Boven- en Hoogersmilde - welke in feite voor het belangrijkste deel van de aankopen zijn aangewezen op het nieuwe winkelcentrum in Smilde - met een hoger aantal inwoners (9.920) maar een beperktere binding en toevloeiing tot gevolg (veroorzaakt door meer afvloeiing naar omliggende wijken). Percentages van koopkrachtbinding en - toevloeiing voor beide scenario's zijn ingeschat op basis van ervaringcijfers met vergelijkbare wijken en situaties. Vervolgens zijn deze inschattingen gestaafd met behulp van gesprekken met de gemeente (afdeling Ruimtelijk Ordening), de bij het centrumplan betrokken makelaar en de voorzitter van de lokale ondernemersvereniging.

In het eerste scenario (wijk Smilde) is sprake van een inwoneraantal (I) van 4.700. De koopkrachtbinding (KB) schatten wij in op het niveau van 90%. De toevloeiing (of vreemde koopkracht, VK) schatten wij in op 30%. Daarmee ligt de oriëntatie-index (verhouding van draagvlak ten opzichte van inwoneraantal) op een hoog niveau: het draagvlak is ruim groter dan het aantal inwoners.

In het tweede scenario (voormalige gemeente Smilde) is sprake van een inwoneraantal (I) van 9.920. Hierbij schatten wij de koopkrachtbinding (KB) op 70% en de toevloeiing (VK) op 20%.

Ten opzichte van het landelijk gemiddelde is in het postcodegebied Smilde (2-cijferige postcodegebied 94) de koopdichtheid groter dan het gemiddelde met een index van 105. Deze grotere koopdichtheid heeft een positief effect in onze berekeningen van het marktpotentieel en wordt als correctiefactor (CF) meegenomen.

De daadwerkelijke potentiële koopkracht (KK) is afhankelijk van het aangeboden assortiment in de winkel. Voor het THE READ SHOP assortiment gelden de volgende koopkrachtcijfers (bestedingen in boekhandelskanaal):

Kernassortiment besteding per hoofd

boeken, fictie € 14,55

kinderboeken € 5,61

boeken, non-fictie € 14,55

tijdschriften € 7,70

papierwaren en kantoorartikelen € 10,37

wenskaarten € 3,00

Totale koopkracht (KK) € 55,78

[...]

De formule voor de berekening van het marktpotentieel vanuit de vraagzijde luidt als volgt:

Marktpotentieel = Aantal Inwoners (I) x Koopkrachtbinding (KB) : (100% - Vreemde koopkracht (VK)) x Koopkracht (KK) x Correctiefactor (CF)

Scenario 1:

Marktpotentieel = 4.700 (I) x 90% (KB) : (100% - 30% (VK)) x € 55,78 (KK) x 1,05 (CF) = € 353.927

Scenario 2:

Marktpotentieel = 9.920 (I) x 70% (KB) : (100% - 20% (VK)) x € 55,78 (KK) x 1,05 (CF) = € 508.383

Het marktpotentieel vanuit de vraagzijde ligt dus tussen de 354 en 508 duizend Euro.

Prognose marktpotentieel - Aanbodzijde

In Smilde zijn op dit moment in het segment Boek & Kantoor geen winkels actief. Er is dus sprake van een ontgonnen marktgebied. Vermoedelijk vloeit de meeste koopkracht momenteel weg naar omliggende wijken als Beilen (boekhandel Korving 160 m2 VVO) en Westerbork (Bruna, 75 m2 VVO) en de stad Assen.

Marktaandeel en omzet

Wanneer het marktpotentieel in Smilde vanuit de vraagzijde vergeleken wordt met de aanbodzijde wordt duidelijk dat er distributieve ruimte in de markt aanwezig is:

Vraag Aanbod

tussen de 354 en 508 duizend Euro 0 Euro

Er is sprake van distributieve ruimte tussen de 354 en 508 duizend Euro.

[…]

4. Prognose exploitatiebegroting

Op basis van de marktruimte kan een exploitatiebegroting en balans worden opgesteld.

[...]

Exploitatiebegroting Benchmark

Boek & Bedrijf

Netto omzet € 400.000 […]

Inkoopwaarde 260.000

Bruto marge € 140.000

Onttrekking ondernemer 30.000

Personeelskosten 40.500

Huisvestingskosten 22.500

Inventaris kosten (afschrijving) 12.540

Communicatiekosten 12.000

Continuïteitkosten 12.000

Totale kosten € 129.540

Bedrijfsresultaat € 10.460

Rente 3.802

Winst € 6.658

[…]”

2.4. De heer [Eigenaar Tahama] (hierna: [Eigenaar Tahama]) dreef in 2006 een winkel van de franchise-keten Bruna. In 2006 maakte hij kenbaar aan [directeur Read Shop], voormalig acquisitiemanager bij Bruna, dat hij interesse had in de exploitatie van een nieuwe vestiging volgens de franchiseformule van Read Shop. In december 2006 heeft [Eigenaar Tahama] een oriënterend gesprek gehad over de exploitatie van de winkel met de heer [acquisitiemanager Read Shop], acquisitiemanager bij Read Shop (hierna: [acquisitiemanager Read Shop]). Op 5 januari 2007 hebben [Eigenaar Tahama] en [acquisitiemanager Read Shop] opnieuw een bespreking gevoerd. Tijdens die bespreking is aan [Eigenaar Tahama] een exemplaar van het concept van het Bedrijfseconomisch Overzicht overhandigd. Daarna heeft Read Shop het rapport van Boek & Bedrijf aan [Eigenaar Tahama] verstrekt.

2.5. Eind maart 2007 heeft Read Shop aan [Eigenaar Tahama] een op ondergeschikte punten aangepast exemplaar verstrekt van het Bedrijfseconomisch Overzicht gedateerd 20 maart 2007 (hierna: het Bedrijfseconomisch Overzicht). De prognose van de netto omzet (omzet exclusief BTW) voor het eerste jaar bedroeg volgens het Bedrijfseconomisch Overzicht

€ 376.689,--. Dit is inclusief de geraamde verkoop van tabakswaren (€ 40.000,--) en exclusief de geraamde opbrengst uit “Bijdrage 0% BTW tarief” (€ 20.000,--), Lotto/Toto (aangeduid met “SNS”; € 30.000,--) en Staatsloterij (aangeduid met “SENS”; € 30.000,--). De prognose van de netto omzet voor het tweede jaar bedroeg volgens het Bedrijfseconomisch Overzicht € 409.580,--. Ook dit is inclusief de geraamde verkoop van tabakswaren (€ 44.000,--), en exclusief de geraamde opbrengst uit “Bijdrage 0% BTW tarief” (€ 20.800,--), Lotto/Toto (€ 31.500,--) en Staatsloterij (€ 31.500,--).

2.6. In het Bedrijfseconomisch Overzicht is de prognose van het resultaat voor belasting in het eerste jaar als volgt:

bruto marge € 124.784

totale loonkosten 11.640

overige bedrijfslasten 63.385

totale bedrijfslasten 75.025

rentelasten 9.312

afsluitprovisie 1.615

resultaat bedrijfsuitoefening € 38.832

2.7. Op 20 april 2007 hebben [Eigenaar Tahama] en Read Shop een franchiseovereenkomst gesloten met het oog op de exploitatie van een nieuwe vestiging in winkelcentrum De Veenstaete in Smilde (hierna: het winkelcentrum). [Eigenaar Tahama] heeft in 2008 zijn onderneming (een eenmanszaak) met instemming van Read Shop ingebracht in Tahama. In augustus 2008 is de winkel, gevestigd aan de [adres]/2 in Smilde, geopend (hierna: de winkel van Tahama). Behalve [Eigenaar Tahama] is er in de winkel geen personeel werkzaam.

2.8. In de franchiseovereenkomst is het volgende bepaald:

“[…] ARTIKEL 2 JUISTHEID VAN DE DOOR THE READ SHOP VERSTREKTE GEGEVENS

2.1 THE READ SHOP garandeert aan de ondernemer de juistheid en volledigheid van de volgende gegevens:

a. THE READ SHOP is een besloten vennootschap naar Nederlands recht;

b. THE READ SHOP is de enige, die het in considerans omschreven systeem toe mag passen.

c. THE READ SHOP verklaart aan de ondernemer, dat de voor deze overeenkomst gemaakte exploitatiebegroting voor de komende jaren naar beste weten en kunnen is opgesteld en gebaseerd is op een daartoe verricht recent vestigingsplaats- en marktonderzoek. Het realiseren van de exploitatiebegroting is mede afhankelijk van de lokale omstandigheden en de inzet van de ondernemer.

2.2 Onjuistheid of onvolledigheid van de in de vorige leden verstrekte gegevens wordt geacht toerekenbaar in tekortkoming van de nakoming door THE READ SHOP op te leveren. Een vordering door de ondernemer te dier zake vervalt indien deze niet binnen drie maanden na ondertekening van deze overeenkomst wordt ingesteld. […]”

2.9. Aanvankelijk verkocht Tahama in de winkel Lotto en Toto. Het verkoopproces verloopt door middel van een daartoe bestemd apparaat. Omdat dit verkoopproces voor [Eigenaar Tahama] relatief veel tijd vergde, gedurende welke hij geen andere klanten kon bedienen, en hij maar weinig klanten had die deze formulieren kochten heeft Tahama al vrij snel na de start van de winkel de verkoop van Lotto en Toto gestaakt.

2.10. Read Shop heeft omstreeks de datum van het sluiten van de franchiseovereenkomst namens Tahama een aanvraag bij Staatsloterij ingediend voor de verkoop van staatsloten in de winkel van Tahama. Deze aanvraag is afgewezen omdat zich al een verkooppunt van Staatsloterij bevond in een supermarkt die is gevestigd in het winkelcentrum. Na deze afwijzing heeft Read Shop met Staatsloterij een zogenoemde concernovereenkomst gesloten op grond waarvan in alle filialen van Read Shop staatsloten mogen worden verkocht.

2.11. In een brief van 1 juli 2010 van Read Shop aan Tahama staat het volgende:

“[…] Mede vanuit het feit dat loterijen een formule- uitgangspunt is en omzetverhogend werkt door een hogere klantenstroom, waardoor u als ondernemer in staat wordt gesteld middels conversie de klanten meer mee te laten nemen dan alleen een lot, bieden wij u nogmaals Lotto en Staatsloterij aan. […]”

2.12. Op grond van een in maart 2011 door [Eigenaar Tahama] genomen besluit worden sinds april 2011 staatsloten in de winkel van Tahama verkocht.

2.13. Tahama heeft een brief van [Eigenaar Tahama] aan Read Shop ([directeur Read Shop]) van 17 oktober 2008 in het geding gebracht, waarin staat:

“[…] Ik heb u meerder malen telefonisch gemeld dat ik groot twijfel had over de juistheid van zowel het vestigingsplaats onderzoek als over de begroting van de winkel die door uw organisatie is opgesteld. Tot nu toe is mij niet gelukt een persoonlijke afspraak met u te maken omdat u op korte termijn geen ruimte in uw agenda hebt voor een afspraak Hierbij verzoek ik u uiterlijk binnen drie weken van datum van dit schrijven een afspraak met mij te maken voor een gesprek om een oplossing te vinden van de ontstane situatie en de dramatische omzetontwikkeling die behoorlijk afwijking toont van zowel de BEO als de VPO. […]”

2.14. Op 26 november 2008 heeft Read Shop ([directeur Read Shop]) aan [Eigenaar Tahama] geschreven:

“[…] Graag bevestig ik het constructieve gesprek wat wij op 24 november jl. in Emmeloord voerden. Tijdens dit gesprek bespraken wij de omzetontwikkeling van uw formulewinkel in Smilde. De eerste weken waren erg positief en boven de gestelde prognose, maar na een paar weken zakte de omzet hieronder.

Wij zijn het er over eens dat de geprogosticeerde omzet er zeker wel haalbaar is maar dat de periode waarin deze omzet gehaald wordt door de recente economische ontwikkelingen wat langer zal duren dan wij bedachten in de opstartfase. Om deze lastige periode goed door te komen, hebben we een aantal maatregelen besproken. […]

Om van onze kant te laten blijken dat THE READ SHOP II BV ook geloof heeft in dit vestigingspunt stel ik voor 2009 een jaarbedrag aan commerciële ondersteuning beschikbaar van totaal € 9.000,- excl. BTW. […]”

2.15. De netto-omzet van Tahama in 2009 bedroeg inclusief de verkoop van tabakswaren

€ 234.652,--. Inclusief een bedrag van € 9.000,-- dat Tahama ter ondersteuning van Read Shop had ontvangen en na aftrek van € 11.640 aan loonkosten kwam het financiële resultaat in dat jaar uit op een verlies van € 14.566,--. In 2010 bedroeg de netto-omzet van Tahama inclusief de verkoop van tabakswaren € 239.728,-- en kwam het financiële resultaat met inachtneming van een bedrag van € 8.850,-- dat Read Shop ter financiële ondersteuning aan Tahama heeft verstrekt en na aftrek van € 12.656 aan loonkosten uit op een verlies van

€ 1.516,--.

2.16. Naar aanleiding van haar financiële resultaten heeft Tahama het Instituut Midden- en Kleinbedrijf (hierna: IMK) verzocht te beoordelen of de door Boek & Bedrijf bij haar vestigingsplaatsonderzoek gehanteerde uitgangspunten juist waren en of de voor dat onderzoek toegepaste methodiek correct was. In het naar aanleiding daarvan door het IMK opgestelde rapport “contra expertise vestigingsplaatsonderzoek The Read Shop Smilde” van 1 november 2010 (hierna: het rapport van het IMK) staat het volgende:

“[…] 2. SAMENVATTING EN CONCLUSIE

Het door Boek & Bedrijf in 2006 opgestelde onderzoek volgt een onderzoeksmethode die substantieel afwijkt van dat van IMK. Onderstaande punten hebben betrekking op de belangrijkste verschillen:

? Boek & Bedrijf maakt geen gebruik van bestaande bronnen met betrekking tot koopkrachtbinding en –toevloeiing. Met name distributie planologische onderzoeken (dpo’s) en het gebruik van Bolt zijn algemeen gebruikelijk en aanvaard. Drs. E.J. Bolt, schreef onder meer het boek Productvorming in de detailhandel, Winkelvoorzieningen op waarde geschat, augustus 2003. Hierin worden voor diverse groottes van kernen aangegeven, welke koopkrachtcijfers relevant zijn voor diverse types voorzieningen. Zodoende worden normatieve koopkrachtbinding- en toevloeiingspercentages gehanteerd.

? Boek & Bedrijf hanteert bestedingscijfers, waarbij het slechts het boekhandelskanaal beschouwt.

? Internet speelt, ook reeds in 2006, een belangrijke rol. Boek & Bedrijf neemt dat niet mee in de beoordeling.

? Boek & Bedrijf beoordeelt het winkelaanbod van Smilde niet.

? Boek & Bedrijf gaat uit van een ander assortiment dan feitelijk in de exploitatie de bedoeling zou zijn.

? Boek & Bedrijf neemt de ontwikkeling van Kloosterveste niet mee in de prognoses.

Wij zijn van mening dat de door IMK te hanteren onderzoekspunten onderdeel dienen te zijn van een vestigingsplaatsonderzoek. Wij constateren dat de methode van Boek & Bedrijf slechts in beperkte mate overeenkomt met dat van IMK. IMK stelt zich daarbij op het standpunt dat de methodiek die zij hanteert bij het doen van vestigingsplaatsonderzoeken, een methodiek is die voldoet aan de criteria die in het algemeen worden gesteld om van een deugdelijk onderzoek te kunnen spreken.

Het leidt voor ons tot de conclusie dat in onze optiek aan de omzetprognose van Boek & Bedrijf een onvolledige en onjuiste methodiek ten grondslag ligt. […]

4.1 Vraagzijde

Boek & Bedrijf geeft in haar onderzoek aan dat er geen recente koopkrachtbinding- en toevloeiing cijfers voorhanden zijn. Men geeft daarom een inschatting van deze gegevens in een tweetal scenario's. De argumentatie noch de bron voor deze inschatting ontbreekt, althans wordt niet vermeld in de rapportage.

Gebruik dpo

Wij stellen dat het juist is dat er geen recent dpo (distributie planologisch onderzoek) voor de gemeente Midden-Drenthe is uitgevoerd, maar wij wijzen wel op het onderzoek ‘Analyse ruimtelijk-economische situatie’, welke betrekking heeft op Smilde en is uitgebracht in 1997. Bij gebrek aan recentere onderzoeken dient een dergelijk onderzoek ons inziens zonder meer meegenomen te worden ten behoeve van een inschatting van koopkrachtcijfers in latere jaren. Dit kan bijvoorbeeld door Smilde te vergelijken met kernen waarvoor wel recente dpo’s beschikbaar zijn. Voor dergelijke kernen kan dan bezien worden welke ontwikkelingen in koopkrachtcijfers er zijn te constateren in de loop der tijd. Voor diverse gemeentes is het een gebruikelijk beleid om elke 5 jaar een dpo te laten uitvoeren. Ter illustratie geven wij op de volgende pagina een grafiek (bron: Locatus), waaruit duidelijk wordt dat per augustus 2006 het winkelaanbod van Smilde (C1) grotendeels overeenkomt met vergelijkbare kernen met een grootte van 5 000 tot 7 500 inwoners (C2). […]

Gebruik Bolt

Een algemeen aanvaarde bron bij het uitvoeren van vestigingsplaatsonderzoeken is drs. E.J. Bolt, Productvorming in de detailhandel, Winkelvoorzieningen op waarde geschat, augustus 2003. Hierin worden voor diverse groottes van kernen aangegeven, welke koopkrachtcijfers relevant zijn voor diverse typesvoorzieningen. Zodoende worden normatieve koopkrachtbinding- en toevloeiingspercentages gehanteerd. De theorie van Bolt is maatgevend voor ruimtelijk economische advisering waartoe een vestigingsplaatsonderzoek behoort. Het onderzoek van Boek & Bedrijf maakt, voor zover bekend, geen gebruik van Bolt.

In algemene zin merken wij op dat Boek & Bedrijf uitgaat van hoge koopkrachtbindingscijfers. Zowel de 90% (scenario 1) als de 70% (2) zijn percentages die doorgaans gelden voor dagelijkse artikelen.

Wij hebben contact opgenomen met zowel Goudappel Coffeng (de heer T. van Uffelen) als Bas Consultants (de heer P. Rodenburg), beiden gespecialiseerd in distributie planologisch onderzoek. Met name Goudappel Coffeng is een gerenommeerde en gevestigde speler in ruimtelijk economische advisering aan onder meer gemeenten. Uit deze gesprekken blijkt dat een boekhandel valt onder niet-dagelijkse aankopen. Locatus bevestigt bovendien dat boeken onder de noemer media/vrije tijd geschaard dienen te worden. Ter illustratie geven wij de koopkrachtbindingscijfers , zoals die door Bolt (2003) worden weergegeven.

Grootte klasse 5 000-10 000 Afstand tot kern van hogere orde ***

inwoners gemiddeld < 6 km 6-12 km >12-24 km

Dagelijkse goederen* 79% 69% 82% 85%

Niet- dagelijkse goederen** 37% 24% 38% 44%

* Dagelijkse goederen omvat: voedings- en genotmiddelen en drogisterijartikelen

** Niet- dagelijkse goederen omvat:o.a. textiel/kleding, woninginrichting, huishoudelijke, elektro, dhz.

*** Hogere orde betekent een duidelijk onderscheid tussen omvang van, in casu, Smilde en Assen-centrum

Voor de volledigheid vermelden wij dat de afstand tussen Smilde (Veenhoopweg) en Assen (Koopmansplein) circa 10,5 kilometer bedraagt. De afstand tussen Smilde en Assen (Kloosterveste) bedraagt circa 8,5 kilometer. Feitelijk bedragen de meest relevante percentages derhalve 82% en 38%.

De niet-dagelijkse sector laat beduidend lagere percentages zien dan de door Boek & Bedrijf genoemde percentages (70% respectievelijk 90%).

[…]

Internet

Ter illustratie geven wij de hiernavolgende tabel welke de populariteit weergeeft van internetaankopen. Alhoewel het niets zegt over internetbestedingen geeft het aan dat bijvoorbeeld boeken reeds in 2004 1 van de populairste artikelen waren die via internet werden verkocht (bron: Ruimtelijk Planbureau/Universiteit van Utrecht 2006 en Universiteit Utrecht/Multiscope 2004). Ons inziens gaat Boek & Bedrijf ten onrechte voorbij aan de vraag en het aanbod via internet. […]

4.2 Aanbodzijde

Smilde

Omdat Boek & Bedrijf slechts uitgaat van bestedingen in het boekhandelkanaal wordt door hen volledig afgezien van bestedingen in andere afzetkanalen. In die zin is het dus niet verwonderlijk dat zij, op grond van hun analyse van het lokale voorzieningenaanbod, tot een marktaandeel voor de The Read Shop Smilde van 100% komen. Wij stellen echter dat het een niet-realistische benadering is. Het assortiment van The Read Shop komt, zoals in paragraaf 4.1 aangegeven, via meerdere kanalen bij de consument terecht. Wij bezochten de volgende aanbieders:

Supermarkten C1000 Veenhoopsweg 1 Smilde

Aldi Veenhoopsweg 34-36 Smilde

Coop Rijksweg 183 Hoogersmilde

Poiesz Schoolstraat 10 Bovensmilde

Speciaalzaken geen

Warenhuizen geen

Tabakszaken geen

Overige DA Drogist Veenhoopsweg 25-1 Smilde

Marskramer Veenhoopsweg 27 Smilde

Haro Electronics W.A. Scholtenweg 3 Smilde

Shell Rijksweg 171 Hoogersmilde

Gulf Hoofdweg 38 Smilde

Bovenstaande aanbieders dienen, samen met het internetkanaal, meegewogen te worden in de aanbodanalyse. In die analyse dienen zaken als het assortiment, de uitstraling en de locatie de basis te vormen voor de inschatting van een marktaandeel.

[…]

Overige

Boek & Bedrijf benoemt in haar rapport de ontwikkeling van de Asser wijk Kloosterveen. Enerzijds geeft men aan dat de bewoners daarvan gemakkelijk naar Smilde zullen uitwijken. Anderzijds maakt men melding van de ontwikkeling van winkelcentrum Kloosterveste. Met name de laatste kan van belang zijn bij de bepaling van af- en toevloeiing. Wij wijzen daarbij op de eerder getoonde tabel, met Bolt-gegevens. De inwoners van Bovensmilde wonen minder dan 6 kilometer van dat winkelcentrum vandaan en voor die regio gelden dan beduidend lagere bindingspercentages. De ontwikkeling van het winkelcentrum was reeds in 2006 gaande en had ons inziens betrokken moeten worden in het onderzoek. Zo zullen er onder meer een Hema, Blokker en Primera gevestigd worden. Allen zaken die in meer of mindere mate voor onderhavig onderzoek relevante producten verkopen. Of van deze voorgenomen vestiging reeds in 2006 sprake was, dient onderzocht te worden. Wel achten wij het aannemelijk dat, bij ontwikkeling van een dergelijk plan, met dit soort retail rekening wordt gehouden. Wij achten het reëel te veronderstellen dat het winkelcentrum van invloed is op de koopkrachtbinding van omliggende kernen.”

2.17. In een brief van 13 januari 2011 heeft Boek & Bedrijf aan [directeur Read Shop] geschreven:

“[…] Wij voerden het vestigingsplaatsonderzoek uit conform de opdrachtformulering d.d. 13 september 2006. Wij onderschrijven geenszins de algemene conclusie in het IMK rapport d.d. 1 november 2010 dat aan de omzetprognose onderzoek van Boek & Bedrijf een onvolledige en onjuiste methodiek ten grondslag ligt. […]”

2.18. Naar aanleiding van het rapport van IMK heeft Read Shop European Franchise Consultants (hierna: EFC) gevraagd een second opinion uit te voeren naar de potentiële omzet van de winkel. In het rapport van EFC uit november 2011 (hierna: het rapport van EFC) staat het volgende:

“[…] 1. Inleiding

[…]

Opdrachtomschrijving

European Franchise Consultants (EFC) is gevraagd een second opinion uit te voeren naar de potentiële omzet van de vestiging in Smilde, gemeente Midden-Drenthe. Het vestigingsplaatsonderzoek is uitgevoerd conform dezelfde uitgangspunten als het onderzoek in 2006. […]

2. Omschrijving formule The Read Shop

[…]

The Read Shop is actief in de volgende productgroepen:

[…]

- Kantoorartikelen

Een redelijk assortiment papier- en schrijfwaren en computer supplies. In deze productgroep valt ook de zogenaamde stationary.

3. Kerncijfers boekenhandel Nederland

[…]

3.2 Marktaandelen

Boeken, kranten en tijdschriften, papierwaren en kantoorartikelen bereiken hun doelgroep via verschillende kanalen. Hierbij onderscheiden wij de volgende kanalen:

[…]

Boeken kranten/tijdschriften papierwaren /

(2008) (2002) kantoorartikelen

(2002)

Boekhandel 58% 31% 23%

Supermarkt 2% 46% 8%

warenhuis 2% 12%

niet-detailhandel 31% 23%* 22%

ambulante handel 7% 35%

[*opmerking rechtbank: het genoemde percentage omvat de kanalen warenhuis, niet-detailhandel en ambulante handel gezamenlijk]

[…]

4.3 Besteedbaar inkomen

Het besteedbaar inkomen per persoon in de gemeente Midden-Drenthe ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Midden-Drenthe is het gemiddelde besteedbaar inkomen per persoon respectievelijk € 12.400 (2006), terwijl het landelijk gemiddelde € 13.300 (2006) per persoon is.

[…]

6. Bepaling verzorgingsgebied

6.1 Koopkrachtbinding

[…]

Volgens het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) worden de winkels van The Read Shop ingedeeld in de boekhandel-branche. De KoopstromenMonitor van de Rabobank is niet gespecificeerd in de verschillende sub-branches, maar kijkt alleen naar de hoofdbranches. De winkels van The Read Shop kunnen op basis van de KoopstromenMonitor worden ingedeeld in de media-branche.

De KoopstromenMonitor klaar laat zien dat de gemiddelde koopkrachtbinding voor de media-branche in niet-stedelijke gebieden ongeveer 35% bedraagt. Smilde is circa 12 km verwijderd van het centrum van Assen. Dit bepaald mede de lagere koopkrachtbinding en hierdoor rekenen wij de koopkracht toevloeiing nihil. Door de aantrekkelijkheid van het winkelcentrum De Veenstaete worden Smilde, Bovensmilde en Hoogersmilde tot het primair verzorgingsgebied gerekend:

[…]

In het primaire verzorgingsgebied wonen 9.860 inwoners, gebaseerd op cijfers van het CBS uit 2006.

[…]

7. Concurrentie

in het winkelgebied van De Veenstaete is slechts op zeer beperkte schaal sprake van concurrentie voor The Read Shop. Als concurrenten van The Read Shop onderscheiden we de volgende verkoopkanalen:

- boekhandel;

- niet detailhandel;

- supermarkten;

- warenhuizen;

- ambulante handel, webwinkel/postorders en overige winkels.

Hieronder is een kort overzicht weergegeven van het aanbod van de verschillende concurrenten. In het winkelcentrum De Veenstaete zijn gevestigd:

Opmerking: de verschillende concurrenten en de afbeeldingen zijn gebaseerd op een bezoek aan de locatie in november 2011.

C1000 supermarkt

- Zij biedt een zeer divers assortiment aan met ruim 150 tijdschriften. Ook bieden zij verschillende kantoorartikelen aan;

- Het assortiment van kantoorartikelen bestaat uit circa 50 artikelen, variërend van lijm en plakband tot schriften.

[…]

Ook is er de mogelijkheid om dagbladen te kopen. Dit zijn regionale dagbladen maar ook landelijke dagbladen. Verder biedt de C1000 wenskaarten aan, te weten 6 hekken à 65 wenskaarten. Dit komt neer op ongeveer 350 - 400 wenskaarten.

[…]

Tot slot verkoopt de C1000 ook tabakswaar aan de kassa.

Overige concurrenten op De Veenstaete zijn voornamelijk drogisterijen en gemak winkels.

Deze worden vervolgens kort beschreven.

DA Drogisterij

Bij DA Drogisterij is er de mogelijkheid om wenskaarten te kopen. Het aanbod van 4 verschillende rekken is kleiner dan het aanbod van de C1000. Ook is er een zeer beperkte mogelijkheid om tijdschriften te kopen. […]

Marskramer

De concurrentie van Marskramer beperkt zich tot het aanbod van twee rekken wenskaarten.

Supermarkten Hoogersmilde / Bovensmilde

Ook zijn er supermarkten aanwezig in zowel Hoogersmilde als Bovensmilde. Deze kleinere supermarkten verkopen voornamelijk dagbladen, tijdschriften en wenskaarten.

Assen

Tot slot zijn de boekenhandels die buiten het verzorgingsgebied vallen het vermelden waard: Bruna, Iwema boekhandel, Goedhart boeken, Boekenvoordeel, De Boekerij, Luma. Al deze boekenhandels zijn gevestigd in het centrum van Assen en vallen daarmee buiten het verzorgingsgebied van The Read Shop.

8. Potentiële omzet

8.1 Potentiële bestedingen

Op basis van informatie uit paragrafen 3.1 (bestedingen), 3.2 (marktaandelen), 4.3 (besteedbaar inkomen en hoofdstuk 6 (bepaling verzorgingsgebied) kunnen de potentiele bestedingen in het primaire verzorgingsgebied als volgt worden berekend:

Omzetprognose boeken kranten/ kantoor- wens- service-

tijdschriften artikelen kaarten artikelen losse verkoop en overig

inwoners 9.860 9.860 9.860 9.860 9.860

gemiddelde besteding

productcategorie € 100 € 16 € 44 € 13 € 210

marktpotentieel € 986.000 € 157.760 € 433.840 € 128.180 €2.070.600 koopkrachtbinding (branche

media, niet stedelijk) % 35% 35% 35% 35% 35%

marktpotentieel

na binding € 345.100 € 55.216 € 151.844 € 44.863 € 724.710

besteedbaar inkomen

gemeente Midden-Drenthe € 12.400 € 12.400 € 12.400 € 12.400 € 12.400

besteedbaar inkomen Nederland € 13.300 € 13.300 € 13.300 € 13.300 € 13.300

index 93,2% 93,2% 93,2% 93,2% 93,2%

potentiële bestedingen

na correctie € 321.770,37 € 51.479,58 € 141.568,84 € 41.827,16 € 675.669,47

totaal potentiële bestedingen na correctie € 1.232.292,42

[…]

Opmerkingen:

- De potentiele bestedingen in het primaire verzorgingsgebied bedragen totaal € 1.232.232;

- Dit is berekend op basis van informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Hoofd Bedrijfschap Detailhandel (HBD), de gemeente Midden-Drenthe en KoopstromenMonitor Rabobank.

8.2 Marktaandeel

Op basis van gegevens van het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel (HBD) wordt het marktaandeel van boekenhandels verrekend over de potentiële bestedingen:

Omzetprognose boeken kranten/ kantoor- wens- service- totaal

tijdschriften artikelen kaarten artikelen volwassen

losse verkoop en overig omzet

potentiële bestedingen

bestedingen na

correctie (paragraaf 8.1) € 321.747,37 € 51.479,58 € 141.568,84 € 41.827,16 € 675.669,47

gemiddeld

marktaandeel

boekenhandel 55% 31% 23% 23% 30%

potentiële omzet

The Read Shop

per categorie € 176.961,05 € 15.958,67 € 32.560,83 €9.620,25 € 202.700,84 € 437.801,64

[…]

Opmerkingen:

- Het marktaandeel van boekenhandels over serviceartikelen en overige is niet bekend. Service-artikelen zijn o.a. staatsloten, Lotto, postzegels, telefoonkaarten, cadeaubonnen, briefkaarten en tabak. Op basis van ons bezoek aan De Veenstaete is een marktaandeel van 30% geschat. Dit lijkt ons realistisch door de aanwezigheid van de C1000 en het aanbod van andere service-artikelen zoals bij de Marskramer en Kruidvat;

- […]

9. Conclusies

[…]

Bevindingen

- Resumerend kan er op basis van de geschatte omzet worden verondersteld, dat het zeer wel denkbaar dat een ondernemer op termijn een rendabele exploitatie kan realiseren. Het is echter wel zeer afhankelijk van de kostenstructuur. […]”

3. Het geschil

3.1. Tahama vordert - samengevat - dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad:

- de franchiseovereenkomst vernietigt op grond van dwaling

- bij het uitspreken van de nietigheid op grond van artikel 3:53 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de nietigheid slechts werkt vanaf de datum van het vonnis

- Read Shop veroordeelt tot vergoeding van haar schade over de jaren 2008, 2009 en 2010 ter hoogte van € 118.960,42, althans tot een bedrag dat de rechtbank in goede justitie bepaalt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding (19 september 2011) tot de dag der voldoening

- Read Shop veroordeelt tot vergoeding van haar schade over 2011 en later tot aan het moment waarop de vernietiging effect krijgt, op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van vaststelling in de schadestaatprocedure tot de dag der voldoening

- Read Shop veroordeelt tot vergoeding van haar proceskosten.

3.2. Aan haar vordering tot vernietiging van de franchiseovereenkomst legt Tahama ten grondslag dat zij heeft gedwaald ten aanzien van de bestaande marktruimte (potentiële omzet) en de daarop gebaseerde winstprognose (artikel 6:228 lid BW). Aan haar vorderingen tot schadevergoeding legt Tahama primair wanprestatie en subsidiair onrechtmatige daad ten grondslag.

3.3. Read Shop voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Tahama in haar vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met (uitvoerbaar bij voorraad) veroordeling van Tahama in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover Tahama deze kosten niet binnen twee dagen, althans binnen een door de rechtbank redelijk geachte termijn, na betekening van het vonnis, heeft voldaan. Met betrekking tot haar beroep op niet-ontvankelijkheid neemt Read Shop het standpunt in dat het recht van Tahama om een rechtsvordering in te stellen op grond van artikel 2 lid 2 van de franchiseovereenkomst is vervallen aangezien Tahama deze niet binnen drie maanden na ondertekening van de franchiseovereenkomst heeft ingesteld. Volgens Read Shop zijn de vorderingsrechten van Tahama ook vervallen op grond van artikel 6:89 BW in samenhang met artikel 7:23 BW omdat Tahama niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd. Voorts neemt Read Shop het standpunt in dat Boek & Bedrijf een deugdelijk vestigingsplaatsonderzoek heeft uitgevoerd en dat er geen sprake is van dwaling, wanprestatie of onrechtmatige daad. Ook betwist zij het causaal verband tussen haar gedragingen en de door Tahama gestelde schade omdat [Eigenaar Tahama] volgens haar niet beschikt over de juiste ondernemerskwaliteiten. Voor het geval Tahama wel recht heeft op schadevergoeding neemt Read Shop het standpunt in dat alleen het negatieve contractsbelang en niet het positieve contractsbelang voor vergoeding in aanmerking komt.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid Tahama

4.1. Artikel 2 lid 2 van de franchiseovereenkomst bepaalt dat een vordering op grond van de onjuistheid of onvolledigheid van door Read Shop verstrekte gegevens, waaronder het rapport van Boek & Bedrijf en het Bedrijfseconomisch Overzicht, wordt ingesteld binnen drie maanden na ondertekening van de franchiseovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat Boek & Bedrijf bekend staat als een deskundige op het gebied van vestigingsplaatsonderzoeken. Gelet op het grote aantal winkels dat wordt geëxploiteerd conform de franchiseformule van Read Shop, kan er voorts vanuit worden gegaan dat Tahama ermee bekend was dat Read Shop ruime ervaring heeft met het opstellen van exploitatiebegrotingen. Op Tahama rustte dan ook niet de plicht om voor het sluiten van de franchiseovereenkomst het rapport van Boek & Bedrijf en het Bedrijfseconomisch Overzicht door een derde te laten toetsen. Daarnaast is de franchiseovereenkomst ondertekend in april/mei 2007, terwijl de winkel van Tahama pas in augustus 2008 is opengegaan. Eventuele onjuistheid van de door Read Shop verstrekte gegevens kon dus pas geruime tijd na augustus 2008 blijken. Onder deze omstandigheden is het beroep van Read Shop op de vervaltermijn van drie maanden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, zodat die vervaltermijn in dit geval niet van toepassing is.

4.2. Met betrekking tot het standpunt van Read Shop, dat de vorderingsrechten van Tahama zijn vervallen op grond van artikel 6:89 BW in samenhang met artikel 7:23 BW, overweegt de rechtbank het volgende. Volgens Read Shop heeft zij de brief van [Eigenaar Tahama] van 17 oktober 2008 (zie 2.13) niet ontvangen en heeft Tahama pas in mei 2010 gemeld dat hij de geprogosticeerde omzet niet haalde. Dat laatste is ongeloofwaardig. Uit de brief van Read Shop van 26 november 2008 (zie 2.14) blijkt dat partijen op 24 november 2008 hebben besproken dat de omzet onder de prognose lag. Tahama verkeerde volgens Read Shop in een lastige periode, zo blijkt uit die brief. Ook blijkt daaruit dat de omzetontwikkeling van Tahama voor Read Shop aanleiding gaf om Tahama in 2009 te ondersteunen met een bedrag van € 9.000,--. Voorts geldt dat bij de beantwoording van de vraag of een klacht binnen een bekwame tijd is geschied in belangrijke mate medebepalend is in hoeverre de belangen van de wederpartij al dan niet zijn geschaad, met name of de wederpartij nadeel lijdt door de lengte van de klachttermijn. Als die belangen niet zijn geschaad zal er niet spoedig voldoende reden zijn om degene die moet klagen een gebrek aan voortvarendheid te verwijten (Hoge Raad 25 maart 2011, LJN: BP8991). Read Shop neemt het standpunt in dat zij is benadeeld door het niet tijdig klagen door Tahama, waardoor zij in haar bewijspositie is geschaad, maar zij heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die dit onderbouwen. Het verweer van Read Shop dat Tahama niet tijdig heeft geklaagd slaagt dus niet. Dit brengt mee dat in het midden kan blijven het antwoord op de vraag of Read Shop de brief van [Eigenaar Tahama] van 17 oktober 2008 heeft ontvangen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de brief van Read Shop aan Tahama van 26 november 2008 erop lijkt te duiden dat Read Shop de brief van 17 oktober 2008 wel heeft ontvangen.

Beroep op dwaling

4.3. Boek & Bedrijf heeft in haar rapport becijferd dat het marktpotentieel van de winkel van Tahama, door haar ook distributieve ruimte genoemd, minimaal € 354.000,-- en maximaal € 508.000,-- bedraagt. Dit is exclusief tabakswaren en kansspelen. Op basis daarvan schat zij in dat een netto omzet van € 400.000,-- en een winst van € 6.658,-- haalbaar zijn. Dit is na aftrek van een salaris voor [Eigenaar Tahama] van € 30.000,-- (‘onttrekkingen ondernemer’) en van personeelskosten ter hoogte van € 40.500,--. In het Bedrijfseconomisch Overzicht is de netto omzet (inclusief tabakswaren en exclusief kansspelen) in het eerste jaar becijferd op € 376.689,--. Exclusief tabakswaren (€ 40.000,--) is dit € 336.689,--. Anders dan in het rapport van Boek & Bedrijf zijn de loonkosten in het eerste jaar begroot op € 11.640,--. De prognose voor het resultaat van de bedrijfsuitoefening in het eerste jaar komt in het Bedrijfseconomisch Overzicht uit op € 38.832,--. Ook dit is inclusief het resultaat uit tabakswaren. Aangezien de geprognosticeerde brutomarge daarop € 3.200,-- bedraagt, kan ervan worden uitgegaan dat het door Read Shop begrote resultaat exclusief tabakswaren nog steeds ruim boven de € 35.000,-- ligt.

4.4. De netto omzet van Tahama bedroeg in het eerste volledige boekjaar (2009)

€ 234.652,--. In dat jaar is een verlies geleden van € 14.566,--. De loonkosten voor [Eigenaar Tahama] bedroegen in 2009 € 11.640,-- exclusief autokosten. In 2010 heeft [Eigenaar Tahama] de auto overgebracht naar privé. In het tweede jaar was de netto omzet € 239.728,-- en bedroeg het verlies € 1.516,--, terwijl de loonkosten € 12.656,-- bedroegen. De gerealiseerde omzet was in het eerste jaar dus ongeveer € 100.000,-- lager dan begroot in het Bedrijfseconomisch Overzicht, terwijl het werkelijke resultaat ongeveer € 50.000,-- lager was dan begroot.

4.5. Tahama betoogt dat zij heeft gedwaald ten aanzien van de bestaande marktruimte (potentiële omzet). In verband hiermee voert zij aan dat Boek & Bedrijf een ondeugdelijk vestigingsplaatsonderzoek heeft uitgevoerd door het gebruik van onjuiste gegevens en het toepassen van een onjuiste methodiek. Volgens Tahama zou bij een deugdelijk vestigingsplaatsonderzoek een veel geringere marktruimte zijn vastgesteld en had het Bedrijfseconomisch Overzicht nooit een winstgevende exploitatie kunnen laten zien. Tevens stelt zij dat het door Boek & Bedrijf uitgevoerde vestigingsplaatsonderzoek en het daarop gebaseerde Bedrijfseconomisch Overzicht van doorslaggevende betekenis zijn geweest voor de beslissing om de franchiseovereenkomst aan te gaan en daarvoor een bancaire financiering op zich te nemen.

4.6. Beoordeeld moeten worden of Tahama ([Eigenaar Tahama]) door het rapport van Boek & Bedrijf in dwaling is komen te verkeren als gevolg van fouten die dit rapport bevat. In dat geval is vernietiging van de franchiseovereenkomst op grond van artikel 6:228 lid 1 onder a BW mogelijk. Dit volgt uit het Lampenier-arrest (Hoge Raad 25 januari 2002, NJ 2003, 31).

4.7. Volgens Tahama is de door Boek & Bedrijf gehanteerde methodiek onjuist omdat:

a) zij bij de beoordeling van het bestaande aanbod, dat wil zeggen de bestaande concurrentie, ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de verkoop door derden van tijdschriften, kranten, kantoorartikelen en wenskaarten en met de verkoop van boeken via internet

b) zij gebruik heeft gemaakt van onjuiste koopkrachtbindingscijfers.

Met betrekking tot a) Aanbod:

4.8. In het rapport van Boek & Bedrijf is vermeld dat ten tijde van haar onderzoek in Smilde geen winkels actief waren in het segment boek en kantoor en dat sprake is van een ontgonnen [bedoeld zal zijn: onontgonnen] marktgebied. In verband daarmee stelt zij het bestaande aanbod op 0 euro.

4.9. Vaststaat dat in het winkelcentrum waarin de winkel van Tahama is gevestigd en in de nabije omgeving (Bovensmilde en Hoogersmilde) artikelen worden verkocht die ook in de winkel van Tahama worden verkocht. Uit het rapport van IMK blijkt dat in het winkelcentrum onder meer filialen zijn gevestigd van C1000, DA en Marskramer (zie 2.16 onder ‘4.2 Aanbodzijde’). Niet gesteld of gebleken is dat ten tijde van het uitvoeren van het vestigingsplaatsonderzoek (oktober 2006) niet bekend was of had kunnen zijn dat deze winkels in het winkelcentrum zouden worden gevestigd. In Hoogersmilde en Bovensmilde zijn supermarkten gevestigd (Coop respectievelijk Poiesz). Evenmin is gesteld of gebleken dat die supermarkten in oktober 2006 nog niet in genoemde plaatsen waren gevestigd.

4.10. Uit het rapport van EFC blijkt (zie 2.18 onder ‘7. Concurrentie’):

- dat tijdschriften en kranten worden verkocht in C1000, Coop en Poiesz

- dat kantoorartikelen worden verkocht in C1000

- dat wenskaarten worden verkocht in C1000, DA, Marskramer, Coop en Poiesz.

Deze artikelen maken onderdeel uit van het door Boek & Bedrijf onderzochte kernassortiment. Indien Boek & Bedrijf onderzoek had gedaan bij andere (in oktober 2006 al bestaande) vestigingen van C1000, DA en Marskramer had zij kunnen vaststellen dat de hier genoemde artikelen door die ketens worden verkocht. Ook had zij toen kunnen vaststellen welke tot het kernassortiment van Read Shop behorende artikelen door Coop en Poiesz worden verkocht.

4.11. Volgens IMK moeten de in de vorige alinea genoemde aanbieders worden meegenomen in de aanbodanalyse voor de inschatting van het marktaandeel van de winkel van Tahama. Ook EFC betrekt het marktaandeel van boekhandels in de berekening van de potentiële omzet (zie 2.18 onder ‘8.2 Marktaandeel’). EFC is bij de categorie boeken (55%), kranten/tijdschriften (31%), kantoorartikelen (23%) en wenskaarten (23%) uitgegaan van gegevens voor het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel. Ten aanzien van de categorie service-artikelen (welke door Boek & Bedrijf buiten beschouwing is gelaten) heeft zij het marktpercentage op basis van de concurrentie in het winkelcentrum geschat op 30%.

4.12. Door het aanbod in het kernassortiment te stellen op 0 euro gaat Boek & Bedrijf er kennelijk van uit dat het marktaandeel van de winkel van Tahama in de hiervoor genoemde assortimentscategorieën 100% zou bedragen. Dat is, gelet op zowel het rapport van IMK als dat van EFC, onjuist.

4.13. Volgens IMK waren boeken al in 2004 één van de populairste artikelen die via internet werden verkocht en gaat Boek & Bedrijf ten onrechte voorbij aan de vraag en het aanbod via internet (zie 2.16 bij ‘4.1 Vraagzijde’ onder ‘Internet’). Hoe de verkoop van boeken via internet in de omzetprognose moet worden verwerkt blijkt niet uit het rapport van IMK. De rechtbank gaat er echter van uit dat de (toename van de) verkoop van boeken via internet blijkt uit de door het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel periodiek bijgewerkte cijfers van het marktaandeel van boekhandels in de assortimentscategorie boeken, welke cijfers zijn gehanteerd door EFC.

4.14. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat Boek & Bedrijf op het punt van het bestaande aanbod/het marktaandeel van boekhandels een fout heeft gemaakt.

Met betrekking tot b) Koopkrachtbindingscijfers

4.15. Boek & Bedrijf overweegt dat geen recente koopkrachtbindings- en toevloeiingscijfers voorhanden zijn en dat zij daarom die percentages heeft geschat op basis van ervaringscijfers met vergelijkbare wijken en situaties. Op grond van haar inschatting komt Boek & Bedrijf uit op een koopkrachtbinding van 90% en een toevloeiing van 30% in scenario 1 (alleen Smilde) respectievelijk een koopkrachtbinding van 70% en een toevloeiing van 20% in scenario 2 (Smilde, Bovensmilde en Hoogersmilde).

4.16. IMK overweegt dat weliswaar juist is dat er geen recent distributie planologisch onderzoek (dpo) voor de gemeente Midden-Drenthe is uitgevoerd, maar dat de ‘Analyse ruimtelijk-economische situatie’ uit 1997, welke betrekking heeft op Smilde, meegenomen had moeten worden bij een inschatting van de koopkrachtcijfers in latere jaren (zie 2.16 bij ‘4.1 Vraagzijde’ onder ‘Gebruik dpo’). Dit kan volgens haar door Smilde te vergelijken met vergelijkbare kernen waarvoor wel recente dpo’s beschikbaar zijn. Ook overweegt IMK in genoemde paragraaf dat het document ‘Productvorming in de detailhandel, Winkelvoorzieningen op waarde geschat’ van drs. E.J. Bolt een algemeen aanvaarde bron is bij het uitvoeren van vestigingsplaatsonderzoeken en dat daarmee normatieve koopkrachtbinding- en toevloeiingspercentages worden gehanteerd.

4.17. IMK verwijt Boek & Bedrijf ook dat zij geen rekening heeft gehouden met de ontwikkeling van het winkelcentrum in de wijk Kloosterveste in Assen. De ontwikkeling van dit winkelcentrum kan van belang zijn bij de bepaling van de af- en toevloeiing. Volgens IMK is dit winkelcentrum van invloed op de koopkrachtbinding van omliggende kernen (zie 2.16 bij ‘4.2 Aanbodzijde’ onder ‘Overige’).

4.18. IMK concludeert dat Boek & Bedrijf is uitgegaan van hoge koopkrachtbindingscijfers die doorgaans gelden voor dagelijkse artikelen, terwijl artikelen die in boekhandels worden verkocht moeten worden geschaard onder niet-dagelijkse aankopen, in het bijzonder onder de noemer media/vrije tijd (zie 2.16 bij ‘4.1 Vraagzijde’ onder ‘Gebruik Bolt’). Ter illustratie, dus afgezien van de door haar genoemde vergelijking van de Analyse ruimtelijk economische situatie uit 1997 met recentere dpo’s voor dorpskernen van gelijke omvang als Smilde, vermeldt IMK met betrekking tot de koopkrachtbinding als feitelijk meest relevante percentage volgens drs. E.J. Bolt 38% voor niet-dagelijkse goederen.

4.19. Ook volgens EFC moeten de winkels van Read Shop worden ingedeeld in de media-branche (zie 2.18 onder ‘6.1 Koopkrachtbinding’). Zij gaat uit van een koopkrachtbinding van 35%, terwijl zij, ook in afwijking van Boek & Bedrijf, de toevloeiing op nihil stelt (zie 2.18 onder ‘6.1 Koopkrachtbinding’ en ‘8.1 Potentiële bestedingen’).

4.20. Gelet op de rapporten van IMK en EFC zijn de door Boek & Bedrijf geschatte koopkrachtbindingspercentages veel te hoog. Daarom concludeert de rechtbank dat Boek & Bedrijf ook op dit punt een fout heeft gemaakt.

Bewijsopdracht

4.21. Samengevat is de rechtbank van oordeel dat Boek & Bedrijf fouten heeft gemaakt door het aanbod te stellen op 0 euro (hetgeen erop neerkomt dat zij het marktaandeel van de winkel van Tahama in alle door haar betrokken assortimentscategorieën stelt op 100%), en door uit te gaan van veel te hoge koopkrachtbindingspercentages. De potentiële omzet is door Boek & Bedrijf begroot op € 400.000,-- exclusief service-artikelen. Het ligt voor de hand dat de potentiële omzet en winst aanmerkelijk lager door Boek & Bedrijf zouden zijn begroot wanneer zij het aanbod niet op 0 euro had gesteld en wanneer zij was uitgegaan van aanzienlijk lagere koopkrachtpercentages.

4.22. Op basis van het rapport van Boek & Bedrijf en haar eigen ervaring heeft Read Shop de potentiële omzet exclusief service-artikelen becijferd op € 336.689,--. Het is aannemelijk dat Read Shop de potentiële omzet en winst in het Bedrijfseconomisch overzicht ook aanzienlijk lager zou hebben begroot wanneer zij de beschikking had gehad over een vestigingsplaatsonderzoek zonder de hiervoor beschreven fouten. Dit vindt steun in het rapport van EFC. Laatstgenoemde heeft de potentiële omzet berekend op

€ 437.801,64. Dit is echter inclusief € 202.700,84 ter zake van service-artikelen, welke categorie door Boek & Bedrijf buiten beschouwing is gelaten. Exclusief service-artikelen bedraagt de potentiële omzet volgens EFC (afgerond) € 235.000,--. Dit is aanzienlijk minder dan de prognoses van Boek & Bedrijf en Read Shop.

4.23. Tahama neemt het standpunt in dat het Bedrijfseconomisch Overzicht geen winstgevende exploitatie had kunnen laten zien indien Boek & Bedrijf een deugdelijk vestigingsplaatsonderzoek had uitgevoerd. Uit haar stellingen volgt dat zij in dat geval de franchiseovereenkomst niet zou hebben gesloten. De rechtbank kan thans echter niet beoordelen in hoeverre de potentiële winst, door Read Shop in het Bedrijfseconomisch Overzicht begroot op € 38.832,--, naar beneden zou zijn bijgesteld. Een lagere omzet brengt doorgaans immers ook minder kosten mee. Met inachtneming van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) zal Tahama dan ook worden opgedragen te bewijzen dat het Bedrijfseconomisch Overzicht geen winstgevende exploitatie had kunnen laten zien indien Boek & Bedrijf het vestigingsplaatsonderzoek zonder de twee vastgestelde fouten had uitgevoerd.

4.24. Indien Tahama het bewijs (mede) wenst te leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, dient zij deze afzonderlijk bij akte in het geding te brengen. In het geval dat Tahama het bewijs wil leveren door middel van een door de rechtbank te benoemen deskundige dient zij dit bij akte aan te geven. Indien Tahama het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, dient zij dit in de akte te vermelden en de verhinderdata op te geven van alle partijen en van de op te roepen getuigen. De rechtbank zal dan vervolgens een dag en uur voor een getuigenverhoor bepalen.

4.25. Partijen moeten bij het getuigenverhoor rechtsgeldig vertegenwoordigd aanwezig zijn. Indien een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben.

4.26. De rechtbank verwacht dat het verhoor per getuige 60 minuten zal duren. Als Tahama verwacht dat het verhoor van een getuige langer zal duren dan de hiervoor vermelde duur, kan dat in de te nemen akte worden vermeld.

Beroep op wanprestatie

4.27. Volgens Tahama heeft zij door het sluiten van de franchiseovereenkomst schade geleden. Zij betoogt dat deze schade primair het gevolg is van het toerekenbare tekortschieten door Read Shop in de nakoming van de op haar rustende (precontractuele) verplichting om ervoor in te staan dat de door Boek & Bedrijf aangegeven marktruimte juist is vastgesteld en dat het vestigingsplaatsonderzoek deugdelijk tot stand is gekomen en gebaseerd is op juiste uitgangspunten. Tahama beroept zich niet op enige bepaling in de franchiseovereenkomst op grond waarvan volgens haar deze verplichting op Read Shop rust. Wel verwijst zij in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Utrecht van

20 oktober 2004, waarin is overwogen dat indien een franchisegever tijdens de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst aan de ander een rapport over de te verwachten omzet en winst heeft verschaft, die franchisegever heeft in te staan voor de juistheid van het rapport en de daarbij gehanteerde uitgangspunten en de zorgvuldigheid van het daaraan ten grondslag liggende onderzoek (LJN AR4485). De rechtbank concludeerde in dat vonnis dat een franchisegever die aan een aspirant-franchisenemer een rapport overhandigt waarin prognoses ten aanzien van de te realiseren omzet en winst in een franchisevestiging zijn opgenomen die op een onzorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, jegens deze aspirant-franchisenemer onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig handelt. Anders dan in die uitspraak neemt Tahama het standpunt in dat in dat geval sprake is van wanprestatie.

4.28. Subsidiair betoogt Tahama dat Read Shop is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht om een rapport met de uitkomsten van een vestigingsplaatsonderzoek te verschaffen dat berust op een deugdelijk onderzoek. Met betrekking tot deze zorgplicht stelt Tahama in de eerste plaats dat het ter beschikking stellen van (wezenlijke) informatie, of dat nu verplicht of onverplicht gebeurt, als een onderdeel moet worden gezien van de overeenkomst waarop de franchisenemer zijn verwachtingen mag baseren. Voor zover dat standpunt niet wordt gevolgd betoogt Tahama dat de aansprakelijkheid voor schade die is geleden als gevolg van ter beschikking gestelde onjuiste informatie kan worden gebaseerd op een verbintenis die is ontstaan uit de redelijkheid en billijkheid die het gedrag van partijen beheersen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.

4.29. Het betoog van Read Shop breng mee dat de verbintenis waarop zij het oog heeft hetzij voortvloeit uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, bedoeld in artikel 6:248 lid 1 BW, hetzij uit de redelijkheid en billijkheid in de fase voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst (de onderhandelingsfase).

4.30. In het Lampenier-arrest (zie 4.6) heeft de Hoge Raad de kaders aangegeven op grond waarvan moet worden beoordeeld of een franchisegever die in de onderhandelingsfase prognoses over omzet en winst verstrekt aansprakelijk is voor schade van de franchisenemer:

“[…] 3.3.1 Het middel berust op de opvatting dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid, in verband met de aard van de franchiseovereenkomst, voortvloeit dat op de franchisegever, in de onderhandelingsfase die aan het sluiten van een franchiseovereenkomst voorafgaat, de plicht rust er voor zorg te dragen dat door hem aan de franchisenemer te verschaffen prognoses omtrent de te verwachten omzetten of resultaten van de door de franchisenemer te stichten onderneming berusten op een deugdelijk onderzoek. Het middel verbindt hieraan klaarblijkelijk de gevolgtrekking dat indien de door de franchisegever aan de franchisenemer verschafte prognose berust op een niet deugdelijk onderzoek, en de franchisenemer daardoor onder invloed van een verkeerde voorstelling van zaken de overeenkomst aangaat, de franchisegever aansprakelijk is voor de schade die de franchisenemer hierdoor lijdt.

3.3.2 […]

3.3.3 De opvatting waarvan het middel, zoals hiervoor onder 3.3.1 is vermeld, uitgaat kan in haar algemeenheid niet worden aanvaard. Uit hetgeen redelijkheid en billijkheid eisen, in verband met de aard van de franchiseovereenkomst, vloeit niet de algemene regel voort dat op de franchisegever een verbintenis rust om de franchisenemer in te lichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting. De bijzondere omstandigheden van het geval kunnen zodanige verbintenis wel meebrengen, maar het bestaan van zodanige omstandigheden heeft het Hof niet vastgesteld. Daarover wordt in cassatie niet geklaagd.

Nu het bestaan van een verbintenis tot het verschaffen van inlichtingen als hiervoor bedoeld niet kan worden aangenomen, kan ook van een tekortkoming in de nakoming ervan geen sprake zijn en derhalve evenmin van een daarop berustende verplichting tot het vergoeden van schade.

3.4 Bij dit een en ander dient nog het volgende te worden opgemerkt. Uit de enkele omstandigheid dat een partij bij onderhandelingen die aan het sluiten van een franchiseovereenkomst voorafgaan, de ander een rapport over de te verwachten omzet en de te verwachten winst heeft verschaft, kan niet worden afgeleid dat een daartoe strekkende verbintenis op eerstgenoemde rustte.

Wel zal de franchisegever die een rapport, zoals hiervoor bedoeld, aan zijn wederpartij verschaft, onder omstandigheden onrechtmatig handelen, indien hij weet dat dit rapport ernstige fouten bevat en hij zijn wederpartij niet op deze fouten opmerkzaam maakt. Op deze grond zou kunnen worden aangenomen dat de franchisegever verplicht is de door zijn wederpartij geleden schade te vergoeden. Zodanige aansprakelijkheid kan ook bestaan indien sprake is van onrechtmatig handelen door personen voor de gevolgen van wier fouten degene die het rapport aan zijn wederpartij verschafte, op grond van de art. 6:170-6:172 BW aansprakelijk is.

De vraag of Lampenier op grond van onrechtmatige daad jegens Paalman aansprakelijk is, is in cassatie echter niet aan de orde. Niet gesteld is dat het door Lampenier aan Paalman verschaffen van het door B & O opgemaakte rapport als onrechtmatige daad van Lampenier zelf moet worden aangemerkt. Evenmin is aangevoerd dat zich in het onderhavige geval een aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:172 voordoet. Het oordeel van het Hof in zijn rov. 4.2 tenslotte dat Lampenier niet op grond van de art. 6:170 dan wel 6:171 BW voor de gevolgen van, eventuele, ondeugdelijkheid van het B & O-rapport jegens Paalman aansprakelijk kan worden gehouden, wordt in cassatie niet bestreden. […]”

4.31. Samengevat en toegespitst op de onderhavige zaak komt het Lampenier-arrest er op neer dat een franchisegever in het kader van het verschaffen van een door een derde in zijn opdracht opgesteld rapport met prognoses van de omzet en de winst aansprakelijk kan zijn voor de schade van een franchisenemer:

a) op grond van artikel 6:162 BW, in het geval van een door de franchisegever gepleegde onrechtmatige daad, bestaande uit het verstrekken van een rapport waarvan hij weet dat dit ernstige fouten bevat terwijl hij zijn wederpartij niet op die fouten opmerkzaam maakt,

b) op grond van artikel 6:171 BW, wanneer degene die in opdracht van de franchisegever een vestigingsplaatsonderzoek uitvoert in het kader daarvan onrechtmatig handelt.

Uit dit arrest volgt dat van een op Read Shop rustende precontractuele zorgplicht als bedoeld door Tahama geen sprake is. De rechtbank ziet op basis van dit arrest ook niet in op grond waarvan moet worden aangenomen dat de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid een door Tahama aangevoerde verplichting voor Read Shop meebrengt. De vorderingen van Tahama tot vergoeding van haar schade op grond van wanprestatie zullen dan ook worden afgewezen.

Beroep op onrechtmatige daad

4.32. Tahama betoogt dat Read Shop onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar gegevens over de marktruimte van Boek & Bedrijf ter beschikking te stellen, waarvan het Read Shop duidelijk was of moest zijn dat de beslissing om te contracteren in verregaande mate afhankelijk was van die gegevens, terwijl Read Shop had kunnen weten dat deze gegevens niet op deugdelijk onderzoek berusten. In verband hiermee voert zij aan dat een professionele franchisegever zoals Read Shop een vestigingsplaatsonderzoek, in elk geval op grote lijnen, op zijn juistheid moet beoordelen, voordat zij de uitkomsten daarvan aan de beoogd franchisenemer voorlegt. Dit betoog slaagt niet. Niet gesteld of gebleken is immers dat Read Shop wist dat het rapport van Boek & Bedrijf (ernstige) fouten bevatte (zie 4.30 en 4.31). Zelfs indien het ook onrechtmatig zou kunnen zijn om een rapport te verschaffen waarvan de franchisegever behoort te weten dat het ernstige fouten bevat, kan dat Tahama niet baten. Partijen zijn het er immers over eens dat Boek & Bedrijf een deskundige is op het gebied van vestigingsplaatsonderzoeken. Read Shop hoefde dan ook niet te twijfelen aan de deugdelijkheid van het rapport van Boek & Bedrijf, zodat op haar niet de verplichting rustte om te toetsen of de bij dat rapport gehanteerde uitgangspunten en methodiek juist waren. Dit brengt mee dat niet gezegd kan worden dat Read Shop had moeten weten dat het rapport (ernstige) fouten bevat.

4.33. Tahama betoogt voorts dat zij schade heeft geleden doordat zij aanvankelijk geen staatsloten kon verkopen. In verband hiermee voert zij aan dat het Read Shop op het moment van het sluiten van de overeenkomst duidelijk had moeten zijn dat in de winkel geen staatsloten aangeboden zouden kunnen worden en dat Read Shop onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar daar niet op te wijzen.

4.34. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Omstreeks de datum van het sluiten van de franchiseovereenkomst heeft Read Shop namens Tahama een aanvraag bij Staatsloterij ingediend voor de verkoop van staatsloten in de winkel van Tahama. Ten tijde van het sluiten van de franchiseovereenkomst beschikte Read Shop niet over een concernovereenkomst met Staatsloterij. Ter zitting is door [directeur Read Shop] verklaard dat het zijn ervaring was dat Staatsloterij graag staatsloten in de winkels van Read Shop wilde verkopen en dat hij er dus van uit is gegaan dat de door Read Shop ingediende aanvraag zou worden toegewezen. Tahama heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat Read Shop niet mocht uitgaan van toewijzing van haar aanvraag. De conclusie luidt dan ook dat Read Shop niet zodanig onzorgvuldig jegens Tahama heeft gehandeld door haar niet te wijzen op de mogelijkheid dat de aanvraag zou worden afgewezen, dat dit als een onrechtmatige daad moet worden beschouwd.

4.35. Het bovenstaande brengt mee dat ook de vorderingen van Tahama tot vergoeding van haar schade op grond van onrechtmatige daad zullen worden afgewezen. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat Tahama niet heeft aangevoerd dat zij de franchiseovereenkomst niet had gesloten indien zij door Read Shop wel op de hiervoor bedoelde mogelijkheid van afwijzing van het verzoek om staatsloten te verkopen was gewezen. Gelet op het voorgaande laat de rechtbank echter de vraag of enige schade van Read Shop in causaal verband staat tot de hier aan de orde zijnde gedraging van Read Shop verder buiten beschouwing.

4.36. Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt Tahama op te bewijzen dat het Bedrijfseconomisch Overzicht geen winstgevende exploitatie had kunnen laten zien indien Boek & Bedrijf het vestigingsplaatsonderzoek had uitgevoerd zonder de twee vastgestelde fouten (zie 4.8 - 4.20),

5.2. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 13 juni 2012 teneinde Tahama in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke wijze zij bewijs wil leveren,

5.3. bepaalt dat, indien Tahama (mede) bewijs wil leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, zij die stukken op die rolzitting in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat, indien Tahama bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, zij op die rolzitting:

- de namen en woonplaatsen van de getuigen dient op te geven

- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun advocaten en de getuigen in de drie maanden nadien verhinderd zijn; zij dient bij die opgave ten minste vijftien dagdelen vrij te laten waarop het getuigenverhoor zou kunnen plaatsvinden,

5.5. bepaalt dat:

- voor het opgeven van verhinderdata geen uitstel zal worden verleend

- indien Tahama geen gebruik maakt van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven de rechter eenzijdig een datum zal bepalen waarvan dan in beginsel geen wijziging meer mogelijk is

- het getuigenverhoor zal kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, indien bij de opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen zijn vrijgelaten,

5.6. bepaalt dat het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2012.?