Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5446

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
10-05-2012
Zaaknummer
803229 UE VERZ 12-268 4091
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ex art. 7:685 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0466
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 803229 UE VERZ 12-268 4091

beschikking d.d. 8 mei 2012

inzake

de besloten vennootschap

Station to Station B.V.,

gevestigd te Woerden,

verder ook te noemen Station to Station,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. I.H. Weenink,

tegen:

[verweerdster],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verweerdster],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. J.W. Aartsen.

Het verloop van de procedure

Station to Station heeft op 20 maart 2012 een verzoekschrift ingediend.

[verweerdster] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 17 april 2012 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

De motivering

1.

[verweerdster] is op [1984] geboren en op 1 juli 2008 in dienst getreden Zij verdient een bruto maandsalaris van € 1.860,-, te verhogen met vakantiebijslag ad 8%. Haar functie is medewerker back office ordercoördinatie in Woerden, op de afdeling Leveringen. Zij vervulde meer precies de functie van BackOffice medewerker, richting Ordercoördinatie, hierna aan te duiden met back office medewerker ordercoördinatie of kortweg medewerker back office.

Station to Station is een dochter van KPN en houdt zich bezig met het aanbieden van ICT-diensten aan het primair onderwijs. Zij verzorgt het ICT-beheer voor primaire onderwijsinstellingen.

2.

Station to Station verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerdster].

De functie medewerker back office (2 arbeidsplaatsen) op de afdeling is als gevolg van organisatiewijzigingen geheel komen te vervallen. De taken van die functie zijn opgegaan enerzijds in de functie van orderbehandelaar (in de adviesaanvraag aan de OR nog orderbegeleider genoemd) en operationeel inkoper en anderzijds in een nieuwe functie planner. Omdat de functie van medewerker back office volledig is vervallen (dus beide arbeidsplaatsen) en deze functie niet uitwisselbaar is met enige andere functie binnen Station to Station, is afspiegeling niet aan de orde. De arbeidsplaats van [verweerdster] is komen te vervallen. Zij is sinds 1 januari 2012 boventallig. Herplaatsing biedt in het geval van [verweerdster] geen oplossing, aangezien er binnen Station to Station geen ander passend werk voor [verweerdster] beschikbaar is. Weliswaar komt het rolprofiel van de functie van Operationeel Inkoper (tevens een schaal 6-functie) op diverse punten overeen met het profiel van de functie van back office medewerker, maar [verweerdster] ambieerde deze functie niet. Inmiddels is deze functie intern opgevuld door een andere medewerker. Station to Station betwist dat de beschrijving die als productie 5 door [verweerdster] bij het verweerschrift is overgelegd, haar functie van medewerker back office coördinatie / coördinator juist omschrijft.

[verweerdster] is op dit moment ziek als gevolg van bevalling. Tijdens ziekte kan de arbeidsovereenkomst met [verweerdster] niet worden opgezegd. Station to Station verzoekt daarom om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Station to Station is bereid om aan [verweerdster] een beëindigingsvergoeding uit te betalen van € 5.022,- . De beëindigingsvergoeding komt overeen met hetgeen waarop mevrouw [verweerdster] op basis van de Collectieve regeling Ontslag aanspraak heeft. Dit bedrag is gelijk aan de Kantonrechtersformule op basis van C=l.

3

[verweerdster] voert verweer.

[verweerdster] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter voor zover het de noodzaak tot reorganisatie betreft. Zij gaat in het verweerschrift vooral in op hetgeen is gesteld omtrent de inhoud van haar functie en de overgebleven/nieuw gecreëerde functies voor wat betreft de uitwisselbaarheid van beide functies en de toepassing van het afspiegelingsbeginsel door Station to Station. Juist is dat [verweerdster] is aangenomen als BackOffice medewerker.

Zij wijst allereerst op het formulier beoordelingsgesprek van 16 januari 2009 en 7 januari 2011. Dat het hier niet gaat om een naamkwestie, moge blijken uit de inhoud van de beoordeling. Daar staat niet alleen dat het gaat om “een nieuwe inrichting van haar functie”, maar er staan ook een aantal (let wel: een aantal, niet alle) nieuwe taken beschreven die typisch behoren tot het domein van de Orderbehandelaar.

[verweerdster] stelt vast dat de in punt 22 van het verzoekschrift genoemde onderdelen van de functie van orderbehandelaar bijna allemaal overeenkomen met de inhoud van haar huidige functie. Ook is het niveau van de functie als zodanig op haar niveau. Vereist is een opleiding op MBO-4 niveau met zeer ruime ervaring, waarover zij beide beschikt. De meest in het oog springende nieuwe taak binnen de functie is de extra technische kennis die met betrekking tot de orders digitale schoolborden vereist is. Terecht stelt haar collega [A] dat dit “met alle gemak” is te leren.

De twee bestaande projectleiders zijn geplaatst in de functie van orderbehandelaar. Feitelijk zijn daarmee echter niet alle vacatures voor orderbehandelaar vervuld. Kennelijk ziet Station to Station er dus geen been in om iemand met een “echte” schaal 6 functie, die geen ervaring heeft met orderbehandeling, toch (gedeeltelijk) aan te stellen als orderbehandelaar.

4.

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel.

4.1.1. Uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of de functie van medewerker back office in/uitwisselbaar is met die van orderbehandelaar is, dat de toets op uitwisselbaarheid objectief gerelateerd is aan de functie en niet subjectief aan de medewerker.

Het door [verweerdster] naar voren gebrachte omtrent de herplaatsbaarheid kent daarentegen wel subjectieve elementen, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn omdat herplaatsbaarheid van een andere orde dan de vraag naar de in- en uitwissel-baarheid van functies. De kantonrechter komt hierop terug onder r.o. 5.

4.1.2. Uitgangspunt is voorts dat functies op het moment van toetsing naar (functie)inhoud, vereiste kennis in vaardigheden, en vereiste competenties, mits met dat begrip in de onderneming wordt gewerkt, vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig moeten zijn, wil er sprake zijn van uitwisselbare functies.

Voorzover [verweerdster] heeft willen aanvoeren dat de naam van de functie een toetsingscriterium is ten aanzien van de vraag of die functie uitwisselbaar is met de functie van orderbehande-laar, kan zij daarin niet gelijk krijgen. De toetsingscriteria zijn immers: vergelijkbare functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties, alsmede gelijkwaardig niveau en gelijkwaardige beloning. De naam waarmee de functie van [verweerdster] wordt aangeduid is niet relevant voor de uitkomst van het geschil tussen partijen over de onderlinge inwisselbaarheid van de functies.

4.2. Thans kan worden toegekomen aan de beantwoording van de vraag of de functie van back office medewerker inwisselbaar is met die van orderbehandelaar. In dat kader zijn door [verweerdster] een aantal kwesties opgeworpen.

4.2.1. De eerste vraag luidt of door [verweerdster] terecht is aangevoerd dat, door een op 1 november 2010 plaatsgevonden wijziging van de functie, zij inmiddels eigenlijk al voldoet aan de functie waarvan de werkgever zegt dat ze niet inwisselbaar is met die van back office medewerker.

Dit verweer van [verweerdster] wordt door de kantonrechter opgevat als een tweeledig verweer. Allereerst stelt zij dat zij in de loop der tijd de functie van orderbehandelaar feitelijk is gaan vervullen (zie r.o. 4.2.2. tot en met 4.2.2) en op de tweede plaats heeft zij al haar werkzaamheden ook vergeleken met die van orderbehandelaar en geconstateerd dat de twee functies elkaar overlappen (zie r.o. 4.2.3.). Daarom is het nodig om de gehele functie van orderbehandelaar te beoordelen en te bekijken.

De functie van orderbehandelaar houdt het navolgende in:

Realiseert de leveringsvoorwaarden voor complexe zakelijke klantorders/ maatwerkprojecten door volledige voorbereiding en bewaking van het order- en leveringsproces en adviseert over het leveringsproces.

De functiebeschrijving luidt als volgt:

Realiseert de veelomvattende operationele/organisatorische voorwaarden voor tijdige en correcte levering van complexe producten en diensten (in de vorm van maatwerk/ projecten) aan de zakelijke klant. Voert het orderbehandelingsproces uit door voorbereiden (beoordelen/toetsen op haalbaarheid/volledigheid), registreren, plannen en bewaken van de voortgang van klantorders. Realiseert de orders in overeenstemming met de met de klant gemaakte afspraken. Adviseert klanten over het leveringsproces (voor complexe klantorders/ -maatwerk/-projecten) en maakt afspraken over de levering van orders. Bewaakt (de continuïteit van) het leveringsproces (t/m facturatie). Voorkomt complicaties en verstoringen van het leveringsproces door risico’s tijdig te herkennen en daarop in te grijpen. Is vast aanspreekpunt voor de klant.

De enige verantwoordelijke voor een order, vanaf promovering van de offerte naar een order in Multivers. Zorgt voor Inkoop van materialen en diensten, bewaakt, maakt afspraken met leveranciers binnen kaders en benodigd voor de betreffende order. Draagt zorg voor tijdige en correct(e) oplevering en voor juiste aansturing van de facturatie, zowel van verkoop als inkoop facturen;

Vakspecifieke competenties van de functie van orderbehandelaar zijn:

MBO-4 niveau met zeer ruime ervaring (start HBO). Kennis van het werkdomein. Sociale vaardigheden voor advisering, coördinatie en relatiebeheer.

4.2.2. De nieuwe taken van [verweerdster] per (ongeveer) 1 november 2010 staan beschreven in het formulier beoordelingsgesprek van 7 januari 2011, te weten: klant mailen betreffende de leverdatum van materialen, klanten nabellen betreffende leveringen op locatie en voorts leveranciers nabellen indien niet, correct, geleverd van materialen.

[verweerdster] heeft onvoldoende aannemelijk weten te maken dat deze werkzaamheden niet gewoon onder het rolprofiel van de back office medewerker ordercoördinatie vallen.

De extra werkzaamheden die [verweerdster] is gaan doen waren derhalve werkzaamheden die voorheen niet gedaan werden, maar wel onder haar functie(omschrijving) vallen.

4.2.3. Verder is voldoende door Station to Station aannemelijk gemaakt dat [verweerdster] in haar beschrijving van de functie van ordercoördinator de volgende taken heeft weggelaten: het voorkomen van complicaties en verstoringen van het leveringsproces door risico’s tijdig te herkennen en daarop in te grijpen enerzijds en het zijn van vast aanspreekpunt voor de klant anderzijds. Deze vormen een niet onbelangrijk element van de functie.

4.2.4. Ten slotte overweegt de kantonrechter nog het volgende ten aanzien van het argument dat er naast de twee orderbehandelaars nog een derde zou zijn die die functie vervult. Onvoldoende is door [verweerdster] weersproken dat in de OR-adviesaanvraag, onder het kopje Afdeling Levering, staat dat er twee orderbegeleiders/orderbehandelaars in de nieuwe organisatie (na de reorganisatie) zullen zijn. Deze twee orderbegeleiders/-behandelaars zijn, naar voortdurend terecht door Station to Station is volgehouden, mevrouw [B] en mevrouw [C]. Daaraan doet niet af dat werkzaamheden van de soort die tot de functie behoren zijn aangeboden aan een collega van [verweerdster], ter tijdelijke leniging.

4.2.5. De vraag of de functie die [verweerdster] vervulde uitwisselbaar is met de functie van orderbehandelaar, die nu wordt vervuld door mevrouw [B] en mevrouw [C], kan dus niet in het voordeel van [verweerdster] beantwoord worden.

5. Voor zover [verweerdster] met haar, bij gelegenheid van de mondelinge behandeling opgeroepen, verweer ter zake herplaatsbaarheid nog een beroep heeft willen doen op het verkrijgen van een andere passende functie, heeft [verweerdster] onvoldoende aannemelijk weten te maken dat zij dezelfde projectmatige kennis had als de twee andere dames hebben die de functie wel hebben gekregen.

6.1 Ten slotte is door [verweerdster] aangevoerd dat er een verband is tussen de ziekte en het ontslag. Dit zou met name zijn gelegen in de omstandigheid dat vanwege de arbeids-ongeschiktheid de functie van orderbehandelaar niet aan [verweerdster] is aangeboden.

[verweerdster] heeft evenwel zelf aangevoerd dat zij in 2011 haar ervaring met de functie van orderbehandelaar niet verder heeft kunnen uitbouwen en het zal mogelijk kunnen zijn dat zij daardoor niet dezelfde projectmatige kennis heeft opgebouwd als de twee dames die de functie hebben verkregen.

Daarmee is nog niet een verband met de arbeidsongeschiktheid aangetoond dat van een zodanige aard is dat het ontbindingsverzoek zou moeten worden afgewezen.

6.2. Overigens is het opzegverbod bij ziekte een zogenoemd tijdens-opzegverbod. De kantonrechter is in het kader van de vergewisplicht van oordeel dat voldoende door Station tot Station aannemelijk is gemaakt dat deze arbeidsongeschiktheid geen bescherming biedt in het geval de hele functie vervalt.

7. Ter zake van de hoogte van de vergoeding heeft [verweerdster] aangevoerd dat zij grote inkomensproblemen ziet als zij haar baan verliest. Daarom zou afwijking van de vergoeding overeenkomstig het sociaal plan naar haar mening gerechtvaardigd zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter is het door [verweerdster] aangevoerde onvoldoende om van een evidente onbillijkheid van het toegepaste sociaal plan te spreken. Derhalve is de vergoeding conform het sociaal plan, die overigens gelijk is aan C=1, billijk te achten.

8. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden. Een vergoeding wordt toegekend zoals hieronder te melden.

Een intrekkingsmogelijkheid behoeft Station tot Station niet te worden geboden, nu de vergoeding die de kantonrechter toekent overeenkomt met wat Station to Station heeft aangeboden.

9. De kantonrechter ziet termen de proceskosten geheel te compenseren.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 15 mei 2012;

kent aan [verweerdster] ten laste van Station to Station een vergoeding toe van € 5.022,- bruto en veroordeelt Station to Station tot betaling van deze vergoeding aan [verweerdster];

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2012.