Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5188

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
09-05-2012
Zaaknummer
794843 UE VERZ 12-117
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Bij de beoordeling van een verzoek tot een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nadat een ontslag op staande voet is gegeven, dient voorop gesteld te worden dat de dringende reden die aangevoerd wordt op grond van artikel 7:685 BW meer mag bevatten dan de gronden die zijn gebruikt voor het gegeven ontslag op staande voet. In

de onderhavige procedure heeft verzoeker echter niet meer gronden aangevoerd dan de gronden die reeds zijn gebruikt ter onderbouwing van het ontslag op staande voet. Nadere gronden zijn niet gesteld of gebleken. De kantonrechter verwijst daarom naar het vonnis in kort geding (LJN; BW5208) tussen partijen waarin vandaag eveneens uitspraak wordt gedaan. Hierin heeft de kantonrechter het gestelde handelen van verweerder niet aangemerkt als een dringende reden, met als gevolg dat daarvan in de onderhavige procedure eveneens geen sprake is. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst is op deze grondslag dan ook niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0455

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 794843 UE VERZ 12-117 KB 4009

beschikking d.d. 14 maart 2012

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoeker] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen [verzoeker],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M.A. Posthumus-Praasterink,

tegen:

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. L.E.M. de Vries-Blom.

Verloop van de procedure

[verzoeker] heeft op 1 februari 2012 een verzoekschrift ingediend.

[verweerder] heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd.

Het verzoek is ter zitting van 28 februari 2012 behandeld, gelijktijdig met de mondelinge

behandeling van een door [verweerder] bij dagvaarding gevraagde voorlopige voorziening

(zaaknummer 793167 UV EXPL 12-29). Daarvan is aantekening gehouden.

Partijen hebben elk een pleitnotie overgelegd.

Hierna is uitspraak bepaald.

Feiten

[verweerder], geboren op [1953] en derhalve 58 jaar oud. is op 29 juli 1974 in dienst

getreden van (de rechtsvoorganger van) [verzoeker]. [verweerder] was laatstelijk op basis van een

contract voor onbepaalde tijd werkzaam in de functie van Regionaal Sales Manager tegen

een salaris van €4.882,03 bruto per maand exclusief emolumenten.

Voor de overige feiten verwijst de kantonrechter kortheidshalve naar het vonnis in kort

geding van 14 maart 2012 tussen onderhavige partijen.

Grondslag verzoek en verweer

[verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen voor zover deze

door het op 19 december 2011 door haar gegeven ontslag op staande voet niet beëindigd zou

zijn. [verzoeker] stelt dat er primair sprake is van een dringende reden en subsidiair van

verandering in de omstandigheden op basis waarvan de arbeidsovereenkomst dadelijk of na

korte tijd behoort te eindigen.

[verzoeker] legt aan haar primaire verzoek ten grondslag dat [verweerder] een (meermaals

medegedeelde geheimhoudingsplicht heeft geschonden en niet zorgvuldig heeft gehandeld.

Subsidiair stelt [verzoeker] dat er sprake is van een verandering van omstandigheden gelegen in

een vertrouwensbreuk tussen partijen. Deze vertrouwensbreuk heeft [verzoeker] onderbouwd met

dezelfde feiten en omstandigheden die aan de dringende reden ten grondslag zijn gelegd.

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna –voor zover van belang-

zal worden ingegaan, [verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek

tot ontbinding en --zoals ter zitting aangegeven- subsidiair tot toekenning van een

vergoeding, gebaseerd op de kantonrechtersformule met een correctiefactor 3.

Beoordeling

1. Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter zich ervan heeft vergewist of het verzoek

verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod, hetgeen niet het geval is.

2. Bij de beoordeling van een verzoek tot een voorwaardelijke ontbinding van de

arbeidsovereenkomst, nadat een ontslag op staande voet is gegeven, dient voorop gesteld te

worden dat de dringende reden die aangevoerd wordt op grond van artikel 7:685 BW meer

mag bevatten dan de gronden die zijn gebruikt voor het gegeven ontslag op staande voet. In

de onderhavige procedure heeft [verzoeker] echter niet meer gronden aangevoerd dan de gronden

die reeds zijn gebruikt ter onderbouwing van het ontslag op staande voet. Nadere gronden

zijn niet gesteld of gebleken. De kantonrechter verwijst daarom naar het vonnis in kort

geding tussen partijen waarin vandaag eveneens uitspraak wordt gedaan. Hierin heeft de

kantonrechter het gestelde handelen van [verweerder] niet aangemerkt als een dringende reden,

met als gevolg dat daarvan in de onderhavige procedure eveneens geen sprake is. Ontbinding

van de arbeidsovereenkomst is op deze grondslag dan ook niet toewijsbaar. Dientengevolge

zal in deze procedure alleen nog worden ingaan op de vraag of er sprake is van een

verandering in de omstandigheden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen

partijen rechtvaardigt.

3. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van de verandering in omstandigheden gesteld dat haar

vertrouwen in [verweerder] is verdwenen. [verzoeker] heeft deze vertrouwensbreuk onderbouwd

met dezelfde feiten en omstandigheden die aan de dringende reden voor ontslag en

ontbinding ten grondslag zijn gelegd. Het betreft dus wederom de schending door [verweerder]

van een door [verzoeker] opgelegde geheimhoudingsverplichting ten aanzien van de resultaten

van de bij de Store Managers en de Deputy Store Managers afgenomen testen, alsmede de

schending van de geldende zorgvuldigheid.

4. De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van dusdanige wijziging in de

omstandigheden dat deze de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen.

Onvoldoende duidelijk - en daarmee onvoldoende aannemelijk - is dat [verweerder] een strikte

geheimhoudingsverplichting heeft opgelegd gekregen door [verzoeker]. De door [verzoeker]

overgelegde (identieke) verklaring van drie Regionaal Sales Managers is daartoe

onvoldoende. [verweerder] heeft een en ander immers gemotiveerd betwist en er onweersproken

op gewezen dat [verzoeker] de Regionaal Sales Managers altijd laat tekenen indien

geheimhouding van belang is. Tussen partijen staat echter niet ter discussie dat is benadrukt

dat alle betrokkenen - - zo ook [verweerder] -- zorgvuldig met het reorganisatieproces en de

bijbehorende testprocedure en -resultaten zouden dienen om te gaan. De kantonrechter is van

oordeel dat [verweerder] wellicht zorgvuldiger tegenover [verzoeker] zou hebben gehandeld als hij

in het geheel geen informatie over de testresultaten had gedeeld met enkele medewerkers.

Daar staat echter tegenover dat aannemelijk is dat [verweerder] (ook) het belang van [verzoeker]

voor ogen heeft gehad toen hij desgevraagd aan in ieder geval twee - of drie - medewerkers

mededelingen heeft gedaan over hun testresultaten. Dat hij [verzoeker] grote onrust had kunnen

ontstaan door die mededelingen van [verweerder] is van onvoldoende gewicht om een

ontbinding te rechtvaardigen. Het is eerder aannemelijk dat [verzoeker] zelf enige onrust heeft

aangewakkerd door het verschuiven van de uitslagen van december 2011 naar januari 2012.

en [verweerder] bij een aantal mensen slechts heeft bedoeld die onrust weg te nemen door het

verschaffen van duidelijkheid.

5. De conclusie op grond van het voorgaande is dat alle door [verzoeker] aangevoerde

omstandigheden noch op zichzelf, noch tezamen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst

kunnen rechtvaardigen. De verzochte ontbinding zal daarom worden afgewezen.

6. [verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het

geding.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze

beschikking begroot op € 200,- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.S. Elkhuizen - Koopmans. kantonrechter, en is in

aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.