Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4957

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
04-05-2012
Zaaknummer
16-997019-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verwerping beroep op artikel 359a Sv. Geen sprake van stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g Sv. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, conservatoir beslag blijft rusten op in beslag genomen € 1.050,-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16-997019-11, 16-990001-12 en 16-997008-09 (TUL) [P]

vonnis van de meervoudige economische kamer d.d. 27 maart 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in Huis van Bewaring Havenstraat te Amsterdam.

Raadsman: mr. J.P.M. Denissen, advocaat te Utrecht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 maart 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer en zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

Na de dagvaarding ex. artikel 261 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering is een nieuwe dagvaarding gevolgd. Deze laatste dagvaarding is – met instemming van de verdediging – door de rechtbank verstaan als een nadere omschrijving tenlastelegging in de zin van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 16-997019-11

feit 1: in de periode van 1 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 in IJsselstein en/of Nieuwegein in vereniging opzettelijk 746 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid, professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad;

feit 2: op 24 oktober 2011 te Diemen in vereniging opzettelijk 79,5 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid, professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of aan (een) ander(en) ter beschikking heeft gesteld;

feit 3: in de periode van 1 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein en/of Nieuwegein in vereniging opzettelijk 746 kilogram, althans een hoeveelheid, vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik in

- een schuur behorende bij de woning aan de [adres] te Nieuwegein, en

- een bestelauto, Volkswagen met kenteken [kenteken], aan de [adres] te Nieuwegein, en

- een woning aan de [adres] te IJsselstein,

voorhanden heeft gehad zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning was verleend of melding was gemaakt krachtens art. 2.2.4 van het Vuurwerkbesluit;

feit 4: in de periode van 1 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein en/of Nieuwegein geldbedrag(en) (ter hoogte van € 1.050,-) en/of andere waardevolle goederen heeft witgewassen;

feit 5: in de periode van 1 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein en/of Nieuwegein in vereniging opzettelijk 746 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid, vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad terwijl dit vuurwerk niet was voorzien van de vereiste vermeldingen van de soort van het vuurwerk waaruit blijkt wat de effecten van het vuurwerk zijn en/of de gegevens van de fabrikant / importeur / distributeur en/of de gegevens over het vuurwerkartikel en/of een gebruiksaanwijzing;

parketnummer 16-990001-12

feit 1: op 11 december 2010 te Duiven 1.096,2 kilogram illegaal vuurwerk vanuit Duitsland binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of voorhanden heeft gehad;

feit 2: op 11 december 2010 te Duiven opzettelijk 1.096,2 kilogram illegaal vuurwerk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of voorhanden heeft gehad terwijl dit vuurwerk niet was voorzien van de vereiste vermeldingen van de soort van het vuurwerk waaruit blijkt wat de effecten van het vuurwerk zijn en/of de gegevens van de fabrikant / importeur / distributeur en/of de gegevens over het vuurwerkartikel en/of een gebruiksaanwijzing.

3. De voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie stelt dat op 20 september 2011 geen sprake van stelselmatige observatie van [verdachte] is geweest aangezien de observatie slechts een dag duurde en enkel heeft bestaan uit het achtervolgen van de auto waarin [verdachte] reed. Tijdens de observatie zijn geen beeldopnamen of foto’s gemaakt. De observatie is gestart met het doel om vast te stellen waar [verdachte] woonde en welk voertuig hij bestuurde. De omstandigheid dat [verdachte] naar België reed heeft het observatieteam doen besluiten hem verder te volgen.

Indien de rechtbank van oordeel is dat wel sprake van stelselmatige observatie is geweest, hebben de met opsporing of vervolging belaste ambtenaren niet een zodanige ernstige inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde dat daarmee doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Dit vormverzuim had bovendien hersteld kunnen worden door het achteraf verlenen van een bevel tot stelselmatige observatie zodat de rechtbank kan volstaan met de constatering dat sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek.

4.2. Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten

De verdediging is van mening dat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Anders dan de officier van justitie is de raadsman van mening dat op 20 september 2011 een stelselmatige observatie van verdachte heeft plaatsgevonden waarvoor de officier van justitie ingevolge artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) een bevel had moeten afgeven. Volgens de verdediging is gelet op de duur van de observaties en de locaties waar is geobserveerd sprake geweest van stelselmatige observatie. Nu de officier van justitie geen bevel tot stelselmatige observatie heeft afgegeven, is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a Sv waardoor verdachte in zijn verdediging is geschaad. Dit dient tot bewijsuitsluiting te leiden van de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen.

Nu de resultaten van de observatie op 20 september 2011 van het bewijs dienen te worden uitgesloten, was geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan enig strafbaar feit, aldus de raadsman. Een eerdere veroordeling van verdachte wegens soortgelijke feiten in 2009, een aanhouding van verdachte wegens het binnen Nederland brengen van illegaal vuurwerk in 2010 en de omstandigheid dat verdachte met zijn webshop [naam] aan vuurwerk gerelateerde goederen verkoopt, leveren immers geen vermoeden van een nieuw strafbaar feit op. Gelet op het voorgaande zijn de opsporingshandelingen naar aanleiding van de observatie op 20 september 2011 onrechtmatig ingezet waarmee wederom sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoel in artikel 359a Sv. De resultaten van deze opsporingshandelingen dienen volgens de verdediging daarom eveneens van het bewijs te worden uitgesloten.

Voorts ten aanzien van het onder parketnummer 16-997019-11 onder 4 ten laste gelegde feit

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken, primair omdat het bij verdachte aangetroffen geldbedrag van € 1.050,- niet afkomstig is uit enig misdrijf. Bovendien kan het enkele voorhanden hebben door verdachte van dit geldbedrag voor zover het afkomstig is uit een door hem zelf begaan misdrijf niet bijdragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp waardoor dit voorhanden hebben niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. Artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering

Op 17 augustus 2011 heeft de politie een onderzoek naar [verdachte] gestart naar aanleiding van de volgende informatie. [verdachte] heeft in 2009 professioneel vuurwerk vanuit België geïmporteerd en in Nederland verhandeld. Vervolgens werd hij in december 2010 in Duiven aangehouden nadat hij een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk vanuit Duitsland had ingevoerd, terwijl voor hem een proeftijd gold in verband met een strafrechtelijke veroordeling wegens handel in illegaal vuurwerk. In 2009 en 2010 werden gedurende diverse onderzoeken naar vuurwerkhandel afnemers gehoord over de herkomst van vuurwerk en vuurwerkgerelateerde voorwerpen. Hierbij hebben afnemers verklaard dat zij via de website [naam] per post vuurwerkgerelateerde spullen hebben gekocht. Uit onderzoek bij de Kamer van Koophandel bleek dat het bedrijf [naam] als eenmanszaak stond ingeschreven op het adres [adres] te IJsselstein en dat deze onderneming werd gedreven door [verdachte]. Via de website van [naam] konden mortierbuizen, rekken, visco lont en elektrische ontstekers worden gekocht. Deze goederen konden aan de [adres] in IJsselstein worden afgehaald. Voorts bleek dat [verdachte] onder verschillende gebruikersnamen actief was op fora en dat hij onder de gebruikersnaam [naam] in 2011 diverse berichten had geplaatst in een forum met het onderwerp vuurwerk.

De rechtbank stelt voorop dat het bij het op stelselmatige wijze waarnemen van personen gaat om die vormen van observatie die tot resultaat kunnen hebben dat een min of meer volledig beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van iemands leven. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een dergelijke vorm van observatie is een aantal elementen van belang: de duur, de plaats, de intensiteit of frequentie en het al dan niet toepassen van een technisch hulpmiddel dat méér biedt dan alleen versterking van de zintuigen. Ieder voor zich, maar met name in combinatie, zijn deze elementen bepalend voor de vraag of een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van iemands leven wordt verkregen.

Op 20 september 2011 heeft de politie [verdachte] geobserveerd teneinde vast te stellen of [verdachte] daadwerkelijk woonachtig was op het adres [adres] te IJsselstein en welke voertuigen bij hem in gebruik waren. De observatie nam een aanvang om 07.06 uur. Een verbalisant zag [verdachte] om 10.05 uur in een Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] instappen op de oprit behorende bij de woning aan de [adres] te IJsselstein. Het voertuig reed naar de sportschool [naam] aan de [adres] te Nieuwegein waar [verdachte] uitstapte zonder iets zichtbaars bij zich. Hij liep naar de ingang van voormelde sportschool. Kort hierna kwam hij naar buiten met een stuk papier dat hij opvouwde. [verdachte] stapte weer in de Volkswagen en toonde het papier uitgevouwen aan de bestuurder. Vervolgens reed het voertuig naar de [adres] in Nieuwegein waar de bestuurder en [verdachte] uitstapten, naar het winkelcentrum liepen en daar uit beeld raakten. Een verbalisant zag dat de Volkswagen met kenteken [kenteken] geheel leeg was met uitzondering van wat gereedschap. Even later kwamen zij terug en droeg [verdachte] een klein doosje bij zich. Beide personen stapten weer in de Volkswagen met [verdachte] nu als bestuurder. De auto reed verder en werd op de hoek van de [adres] met de [adres] ter hoogte van een pinautomaat geparkeerd. Om 10.27 uur werd waargenomen dat [verdachte] handelingen bij deze pinautomaat verrichtte en om 10.35 uur reden beide mannen weer weg in voornoemd voertuig. Vervolgens reed de Volkswagen Caddy naar de A2 in de richting van ’s-Hertogenbosch. Om 12.12 uur reed het voertuig naar de grens met België bij het plaatsje Moelingen waarna de observatie werd gestaakt. Te 13.10 uur werd waargenomen dat dezelfde Volkswagen Caddy de grensovergang weer passeerde waarna deze auto door verbalisant opnieuw onder observatie werd genomen. Het voertuig reed via de A2 naar Nederweert waar [verdachte] naar een filiaal van “Burger King” liep. De bestuurder parkeerde de auto te 14.00 uur en verliet de auto eveneens. Een verbalisant zag dat zich achter in de auto een lading met dozen bevond met een deken erover. Om 14.13 uur vervolgde de Volkswagen zijn weg via de A2 in de richting Eindhoven en vervolgens zonder onderbreking naar de [adres] in IJsselstein waar deze om 15.18 uur aankwam. Voorts reed het voertuig naar Nieuwegein waar het op de kruising van de [adres] met de [adres] werd stilgezet en weer verder reed met hoge snelheid. Aan het einde van de [adres] te Nieuwegein zag een verbalisant de Volkswagen Caddy rechtsaf slaan in de richting [adres] waarna het voertuig uit beeld raakte. Om 16.00 uur namen de leden van het onderzoeksteam waar dat het voertuig zonder lading en passagiers voor de sportschool [naam] stond geparkeerd. Hierna werd de observatie afgebroken.

Gelet op de duur en de intensiteit van de observatie, alsmede op de plaatsen en de wijze waarop is geobserveerd, is de rechtbank van oordeel dat niet is geprobeerd een min of meer volledig beeld van het privéleven van [verdachte] te verkrijgen, zodat geen sprake is geweest van stelselmatige observatie waarvoor een bevel van de officier van justitie vereist is als bedoeld in artikel 126g Sv. De politie heeft de Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] immers gedurende één dagdeel – met een onderbreking van een uur nadat het voertuig de grens passeerde – op de openbare weg geobserveerd. Daarbij is geen gebruik gemaakt van technische hulpmiddelen. Mede gelet op de informatie dat [verdachte] zich in het verleden heeft bezig gehouden met handel in professioneel vuurwerk, tijdens een proeftijd werd aangehouden nadat hij vuurwerk uit Duitsland had ingevoerd en zich bezig hield met de verkoop van aan vuurwerk gerelateerde goederen op het internet, is de rechtbank van oordeel dat de politie niet onrechtmatig heeft opgetreden door [verdachte] te volgen. Artikel 2 van de Politiewet 1993 bood voldoende grondslag voor de hierboven beschreven observatie. Er is aldus geen sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a Sv zodat het verweer wordt verworpen. Dit oordeel heeft tot gevolg dat ook het verweer dat er onvoldoende sprake was van een verdenking om ná de observatie van 20 september 2011 het onderzoek voort te mogen zetten, dient te worden verworpen.

4.3.2. De bewijsmiddelen

De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van parketnummer 16-997019-11: feiten 1, 2, 3, 4 en 5

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 samen met [betrokkene 1] een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, als in de tenlastelegging genoemd, in de schuur behorende bij de woning van [betrokkene 1] aan de [adres] te Nieuwegein en in een bestelauto van het merk Volkswagen met kenteken [kenteken] aan de [adres] in Nieuwegein heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad. Daarnaast heeft hij op 24 oktober 2011 samen met [betrokkene 1] in Diemen professioneel vuurwerk geleverd aan [betrokkene 2] die het vuurwerk heeft doorgegeven aan [betrokkene 3]. Verdachte heeft daarnaast een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, als in de tenlastelegging genoemd, in een schuur aan de [adres] te IJsselstein opgeslagen en voorhanden gehad. Verdachte en zijn mededader hadden geen omgevingsvergunning voor de opslag en het voorhanden hebben van het illegale vuurwerk. Verdachte heeft het geld dat hij met de illegale vuurwerkhandel verdiende, geïnvesteerd in nieuw vuurwerk ten behoeve van de handel hierin .

Op 24 oktober 2011 heeft de politie in het perceel [adres], box 4, te IJsselstein een doos, inhoudende diverse soorten professioneel vuurwerk en 8 lawinepijlen aangetroffen . Op dezelfde datum zijn in de schuur behorende bij de woning aan de [adres] in Nieuwegein 7 stuks vuurwerk van het type nitraat en 35 dozen met diverse typen professioneel vuurwerk aangetroffen . Tevens zijn op die dag in een bestelauto, van het merk Volkswagen met kenteken [kenteken], aan de [adres] te Nieuwegein 25 dozen met vuurwerk aangetroffen . Ten slotte is op 24 oktober 2011 in Diemen aan de [adres] vuurwerk aangetroffen .

Het vuurwerk dat in de schuur behorende bij de woning aan de [adres] is gevonden is onderzocht door het interregionaal vuurwerkteam Midden Nederland. Het ging om de volgende voorwerpen:

- 330 stuks knalvuurwerk met lont, Cobra 6;

- 600 stuks knalvuurwerk met lont, Chinese vlinders;

- 13 flowerbeds;

- mortierbommen.

Het totaalgewicht van het vuurwerk bedroeg 392 kilogram.

Tevens is het vuurwerk dat in de opslagplaats aan de [adres] te [woonplaats] is aangetroffen onderzocht. Dit bleek te gaan om:

- 8 lawinepijlen;

- 5 mortierbommen;

- 4 zonnewielen.

Het vuurwerk in de box behorende bij de woning aan het St. [adres] 40 te Diemen bestond uit:

- 3 flowerbeds;

- 2.000 stuks knalvuurwerk met lont, La Bomba.

Het totaalgewicht van het vuurwerk bedroeg 79,5 kilogram.

Het vuurwerk in de Volkswagen met kenteken [kenteken] betrof:

- 13 Chinese rollen;

- 300 stuks knalvuurwerk met lont, Cobra 6;

- 3 flowerbeds;

- mortierbommen.

Het totaalgewicht van het vuurwerk bedroeg 354 kilogram.

Voormeld vuurwerk was niet voorzien van:

- een vermelding of afbeelding van het te verwachten effect met betrekking tot het onderzochte vuurwerk;

- de handelsnaam of een fabrikant of importeur .

Ten aanzien van parketnummer 16-990001-12: feiten 1 en 2

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 11 december 2010 in Duiven ongeveer 1096 kilogram professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, vanuit Duitsland in een bestelbus binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en in Duiven voorhanden heeft gehad .

Op 11 december 2010 heeft de politie onder [verdachte] ongeveer 1.000 kilogram vuurwerk in beslag genomen, bestaande uit diverse flowerbeds in dozen verpakt van 20 tot 40 kilogram per stuk .

Dit vuurwerk is onderzocht door een vuurwerkteam van de politie. Het bleek om 29 flowerbeds; 4.500 stuks knalvuurwerk, te weten Chinese vlinders, en 24 draaizonnen te gaan. Voormeld vuurwerk was niet voorzien van:

- een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;

- een naam, een handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;

- een Nederlandse gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan.

Het totale nettogewicht van het vuurwerk bedroeg 1096,2 kilogram .

4.3.3. De bewijsoverweging

Ten aanzien van parketnummer 16-997019-11: feit 4

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij in illegaal vuurwerk handelde. Het geld dat de verkoop van het vuurwerk hem opleverde, investeerde hij telkens in nieuw vuurwerk. Hij wist dus dat zowel het vuurwerk dat hij verhandelde als de geldbedragen die hij hiermee verdiende en vervolgens opnieuw in deze handel investeerde uit enig misdrijf afkomstig waren. Door de opbrengst in nieuw vuurwerk te investeren heeft verdachte handelingen verricht die erop zijn gericht zijn criminele opbrengsten veilig te stellen.

De rechtbank oordeelt evenwel dat niet kan worden vastgesteld dat het geldbedrag van

€ 1.050,- dat onder verdachte in beslag is genomen afkomstig is uit enig misdrijf zodat verdachte van het witwassen van dit specifieke geldbedrag zal worden vrijgesproken.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 16-997019-11

1.

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te Nieuwegein tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk ongeveer 746 kilogram professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad, immers hebben verdachte en zijn mededader:

- 630 stuks knalvuurwerk met lont, Cobra 6, en

- 600 stuks knalvuurwerk met lont, Chinese vlinders, en

- 16 flowerbeds, en

- mortierbommen, en

- 13 Chinese rollen,

en

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein opzettelijk een hoeveelheid, professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad, immers heeft verdachte:

- 8 lawinepijlen, en

- 5 mortierbommen, en

- 4 zonnewielen,

opgeslagen en voorhanden gehad;

2.

op 24 oktober 2011 te Diemen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk 79,5 kilogram professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad en aan een ander ter beschikking heeft gesteld, immers hebben verdachte en zijn mededader:

- 3 flowerbeds, en

- 2000 stuks knalvuurwerk met lont, La Bomba,

aan een ander, te weten [betrokkene 3] en [betrokkene 2], ter beschikking gesteld;

3.

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te Nieuwegein tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk ongeveer 746 kilogram vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4 Vuurwerkbesluit of in artikel 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1. Vuurwerkbesluit waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of artikel 2.2.1 Vuurwerkbesluit, waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4 Vuurwerkbesluit voorhanden heeft gehad, immers hebben verdachte en zijn mededader:

ongeveer 392 kilogram professioneel vuurwerk, te weten:

- 330 stuks knalvuurwerk met lont, Cobra 6, en

- 600 stuks knalvuurwerk met lont, Chinese vlinders, en

- 13 flowerbeds, en

- mortierbommen,

voorhanden gehad in de schuur behorende bij de woning aan de [adres] te [woonplaats];

en

ongeveer 354 kilogram professioneel vuurwerk, te weten:

- 13 Chinese rollen, en

- 300 stuks knalvuurwerk met lont, Cobra 6, en

- 3 flowerbeds, en

- mortierbommen,

voorhanden gehad in een bestelauto, Volkswagen, kenteken [kenteken], aan de [adres] te Nieuwegein;

en

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4 Vuurwerkbesluit of in artikel 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1. Vuurwerkbesluit waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of artikel 2.2.1 Vuurwerkbesluit, waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4 Vuurwerkbesluit voorhanden heeft gehad, immers heeft verdachte:

professioneel vuurwerk, te weten:

- 8 lawinepijlen, en

- 5 mortierbommen, en

- 4 zonnewielen,

voorhanden gehad te IJsselstein;

4.

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein en Nieuwegein geldbedragen en andere waardevolle goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en omgezet, terwijl hij wist dat voornoemde voorwerpen en geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

5.

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te Nieuwegein tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een grote hoeveelheid, vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, te weten:

- 630 stuks knalvuurwerk met lont, Cobra 6, en

- 600 stuks knalvuurwerk met lont, Chinese vlinders, en

- 16 flowerbeds, en

- mortierbommen,

- 13 Chinese rollen,

en

in de periode van 20 september 2011 tot en met 24 oktober 2011 te IJsselstein opzettelijk een grote hoeveelheid, vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, te weten:

- 8 lawinepijlen, en

- 5 mortierbommen, en

- 4 zonnewielen,

heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad terwijl dit niet voldeed aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit immers, was voornoemd vuurwerk, en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, niet voorzien van:

- een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk/artikel waaruit duidelijk bleek wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn, en

- de naam, de handelsnaam of het handelskenmerk en de naam en de plaats van vestiging van de fabrikant en/of importeur en/of distributeur;

Parketnummer 16-990001-12

1.

op 11 december 2010 te Duiven opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en voorhanden heeft gehad, immers heeft verdachte in totaal ongeveer 1096,2 kilogram professioneel vuurwerk, te weten:

- 29 flowerbeds, en

- 4.500 stuks knalvuurwerk, Chinese vlinders, en

- draaizonnen,

uit Duitsland naar Nederland gebracht en dit vuurwerk in Nederland in een bestelbus voorhanden gehad;

2.

op 11 december 2010 te Duiven opzettelijk, in totaal ongeveer 1096,2 kilogram vuurwerk, te weten:

- 29 flowerbeds, en

- 4.500 stuks knalvuurwerk, Chinese vlinders, en

- draaizonnen,

binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en voorhanden heeft gehad, terwijl dit niet voldeed aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit immers, was voornoemd vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, niet voorzien van:

- een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk/artikel waaruit duidelijk bleek wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn; en/of

- de naam, de handelsnaam of het handelskenmerk en de naam en de plaats van vestiging van de fabrikant en/of importeur en/of distributeur; en/of

- een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kon ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Parketnummer 16-997019-11

Feit 1, 3 en 5:

Telkens:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd,

en

Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

Feit 2

Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Witwassen;

Parketnummer 16-990001-12

Feit 1 en 2:

Telkens:

Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de straf die de officier van justitie heeft gevorderd te hoog is en dat de feiten en omstandigheden die tot het opsporingsonderzoek hebben geleid, als door hem genoemd onder 4.2, reden zijn voor strafvermindering indien de rechtbank niet tot bewijsuitsluiting overgaat. Volgens de raadsman kan worden volstaan met oplegging van een werkstraf van 240 uren en een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met zijn mededader schuldig gemaakt aan handel in illegaal vuurwerk. Zij hebben daartoe grote hoeveelheden professioneel vuurwerk opgeslagen in een schuur behorende bij een woning en een auto die in de buurt van die woning geparkeerd stond. Op 24 oktober 2011 hebben verdachte en zijn mededader een hoeveelheid professioneel vuurwerk in een woonwijk in Diemen geleverd aan een persoon. De rechtbank tilt er zwaar aan dat verdachte en zijn medeverdachte hiermee enkel uit financieel gewin onverantwoorde risico’s hebben genomen en de gezondheid van mensen in gevaar hebben gebracht. Indien het vuurwerk tot ontbranding was gekomen, zouden de gevolgen voor omwonenden en woningen in de buurt van voornoemde percelen en auto immers desastreus kunnen zijn geweest.

De rechtbank gaat niet mee in de stelling van de raadsman dat verdachte naïef is geweest en niet voldoende heeft stilgestaan bij de gevaren die het opslaan en voorhanden hebben van het aangetroffen vuurwerk. Verdachte is in 2009 immers eerder veroordeeld wegens handel in illegaal vuurwerk en is in 2010 door de politie aangehouden in verband met de invoer naar Nederland van illegaal vuurwerk. Bovendien heeft verdachte vuurwerk in een loods opgeslagen hetgeen, in samenhang bezien met de grote hoeveelheden vuurwerk die de politie heeft aangetroffen, duidt op het professionele karakter van hun handel.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 januari 2012, waaruit blijkt dat verdachte in 2009 is veroordeeld wegens handel in illegaal vuurwerk tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de duur die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht gerechtvaardigd. De rechtbank heeft bij de strafoplegging aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken van handel in illegaal vuurwerk worden opgelegd, zodat naar het oordeel van de rechtbank met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, kan worden volstaan.

7. Het beslag

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen geldbedrag van € 1.050,-, waarop zowel beslag op grond van artikel 94 Sv als beslag op basis van artikel 94a Sv rust, verbeurd wordt verklaard.

De rechtbank zal niet beslissen tot verbeurdverklaring van het geldbedrag van € 1.050,- aangezien niet kan worden vastgesteld dat het onder parketnummer 16-997019-11 onder 4 ten laste gelegde feit met betrekking tot dit geldbedrag is begaan. Van een andere grond tot verbeurdverklaring is evenmin sprake.

De rechtbank stelt vast dat het conservatoir beslag van voormeld geldbedrag in afwachting van de door de officier van justitie aangekondigde ontnemingsprocedure voortduurt.

8. De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 31 augustus 2010 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14g, 47, 55, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1.2.2, 1.2.4, 3.1.1 en 3A.1.1 van het Vuurwerkbesluit zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 16-997019-11

Feit 1, 3 en 5:

Telkens:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd,

en

Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Witwassen;

Parketnummer 16-990001-12

Feit 1 en 2:

Telkens:

Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- stelt vast dat het conservatoir beslag in afwachting van de door de officier van justitie aangekondigde ontnemingsprocedure blijft voortbestaan ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 1.050,-;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 31 augustus 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16-997008-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 2 maanden gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Krol, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. R.G.A. Beaujean, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 maart 2012.

Mr. Beaujean en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.