Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4233

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
27-04-2012
Zaaknummer
16-655279-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655279-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1989] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

Gedetineerd Huis van Bewaring Wolvenplein, Utrecht.

raadsman mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is gelijktijdig doch niet gevoegd behandeld met de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/655289-12) en [medeverdachte 2] (parketnummer 16/655278-12) op de terechtzitting van 2 april 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 4 januari 2012 al dan niet samen met een ander of anderen heeft ingebroken in en goederen heeft weggenomen uit een woning gelegen aan de [adres] te Utrecht.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde gedeeltelijk wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat er naar haar mening geen sprake was van braak maar van inklimming, nu uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] volgt dat een persoon over de muur van de achtertuin is geklommen en vervolgens de garagedeur een stukje open heeft gedaan. De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de diefstal van de op de tenlastelegging genoemde auto, afstandsbediening, breekijzer, videocamera en geldbedrag, nu naar haar mening uit de bewijsmiddelen volgt dat die goederen op een eerder tijdstip op 4 januari 2012 zijn weggenomen bij welke diefstal verdachte niet betrokken is geweest.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich met betrekking tot het ten laste gelegde feit aangesloten bij het betoog van de officier van justitie, en vrijspraak bepleit van de diefstal van de tenlastegelegde auto, afstandsbediening, videocamera, breekijzer en geldbedrag.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 4 januari 2011 te Utrecht samen en in vereniging met anderen 4 ringen, een armband en twee staatsloten heeft gestolen uit een woning gelegen aan de [adres] te Utrecht. Aangezien verdachte het ten laste gelegde feit, voor zover de rechtbank bewezen acht, heeft bekend en de verdediging in zo verre niet tot vrijspraak heeft gepleit, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. De rechtbank heeft daarbij gelet op:

- de aangifte van [benadeelde] ;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de op de tenlastelegging genoemde diefstal van de auto, de afstandsbediening, het geldbedrag, de videocamera en het breekijzer. Hiertoe is als volgt overwogen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij van medeverdachte [medeverdachte 1] hoorde dat deze eerder op 4 januari 2012 uit de woning aan de [adres] samen met een ander een auto had weggenomen en in de buurt had neergezet geloofwaardig. Deze verklaring vindt steun in andere bewijsmiddelen in het dossier. De betreffende auto, met daarin een breekijzer, is in de buurt van de [adres] aangetroffen. Bij medeverdachte [medeverdachte 2] is een afstandsbediening aangetroffen, die door aangever is herkend als afkomstig uit deze auto. Nu het geldbedrag en de videocamera niet bij verdachte en zijn mededaders zijn aangetroffen toen zij op heterdaad werden aangehouden, het breekijzer in de auto is aangetroffen en de aangetroffen afstandsbediening afkomstig was uit de gestolen auto concludeert de rechtbank dat deze goederen, mede gelet op het in de aangifte genoemde tijdstip van de diefstal(len), eerder op 4 januari 2012 uit voornoemde woning moeten zijn weggenomen. Verdachte zal van de diefstal van deze goederen dan ook worden vrijgesproken.

Tevens acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich de toegang tot de woning heeft verschaft door middel van braak, inklimming, verbreking of een valse sleutel. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte eveneens worden vrijgesproken.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 4 januari 2012 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in /uit een woning (gelegen aan de [adres]) en garage behorend bij voornoemde woning heeft weggenomen:

- een gouden ring en een zegelring en een zilveren ring (met opdruk) en een zilveren ring (met groeven) en

-een zilveren armband met schakels en

-twee staatsloten

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Diefstal door twee of meer verenigde personen

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur vijf maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht zoals door de reclassering geadviseerd.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het opleggen van een lagere straf bepleit.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft op 4 januari 2012 samen met anderen goederen uit een woning gestolen, waaronder een aantal sieraden. Verdachte heeft een forse inbreuk gemaakt op de privacy van de betrokken bewoner en heeft hem overlast en schade berokkend. Het is voor slachtoffers van dergelijke misdrijven vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Verdachte heeft zich hier in het geheel niet om bekommerd, maar heeft enkel gehandeld uit eigen belang. Meer in het algemeen veroorzaken dergelijke brutale misdrijven in de samenleving gevoelens van grote onrust en onveiligheid.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder rekening gehouden met:

- een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 6 januari 2012, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten;

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 30 maart 2012, opgesteld door R. de Mul, reclasseringswerker. Hierin wordt geadviseerd aan verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod, een behandelverplichting in een forensische verslavingskliniek alsmede medewerking aan begeleiding door NPT of een soortgelijke instelling.

Gelet op de ernst en de aard van het door de verdachte gepleegde misdrijf is de rechtbank van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Alles overziende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden. Gedurende de proeftijd dient verdachte zich te houden aan de door de reclassering geadviseerde en hieronder onder ‘De beslissing’ opgenomen voorwaarden.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 688,--. De gevorderde schadevergoeding heeft betrekking op een videocamera, een geldbedrag en autosleutels.

Nu verdachte is vrijgesproken van het onderdeel uit het tenlastelegging waaruit de gevorderde schade zou zijn ontstaan, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal door twee of meer verenigde personen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat verdachte zich tijdens de proeftijd dient te houden aan de aanwijzingen die worden gegeven door de Reclassering Nederland;

- dat verdachte zich binnen twee werkdagen na het onherroepelijk worden van deze uitspraak dient te melden bij de Reclassering Centrum Maliebaan aan de Tolsteegsingel 2a te Utrecht. Hierna dient hij zich gedurende door Reclassering Centrum Maliebaan te bepalen perioden te blijven melden zo frequent als Reclassering Centrum Maliebaan gedurende deze perioden nodig acht;

- dat verdachte zich laat behandelen in een forensische (verslavings)polikliniek;

- dat verdachte meewerkt aan begeleiding vanuit NPT of een soortgelijke instelling;

- draagt Reclassering Centrum Maliebaan op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- verklaart de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. C.A.M. van Straalen en mr. A. van Maanen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 april 2012.