Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW2523

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
16-04-2012
Zaaknummer
16/712208-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en het vervolgens in bezit hebben van 22 kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte heeft deze afbeeldingen vervaardigd door het 16 jarige slachtoffer te fotograferen op het moment dat deze, eigener beweging, seks had met een meerderjarige van 19 jaar. De rechtbank ziet af van het opleggen van een TBS-maatregel, niet alleen omdat recente adviezen van gedragsdeskundigen ontbreken, maar ook omdat zij het gevaar dat verdachte met de bewezen verklaarde handelingen heeft opgeleverd voor andere personen niet zodanig acht, dat een dergelijke vergaande maatregel noodzakelijk is. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/712208-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1955] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem, Haarlem.

Raadsvrouwe mr. I.E. Leenhouwers, advocaat te Alkmaar.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 april 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, verworven en/of in zijn bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

feit 2: [slachtoffer 1] meermalen heeft aangerand door hem onder meer te zoenen, af te trekken en te pijpen;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen dienen te worden, met dien verstande dat de officier van justitie bij het eerste ten laste gelegde feit bewezen acht dat verdachte 22 kinderpornografische afbeeldingen heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad. De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het verspreiden, aanbieden en verwerven van kinderpornografische afbeeldingen. De officier van justitie heeft eveneens gevorderd verdachte vrij te spreken van het element “van het misdrijf een gewoonte maken”. Met betrekking tot het tweede ten laste gelegde feit acht de officier van justitie enkel bewezen dat sprake is geweest van aanranding van [slachtoffer 1] op het moment dat hij in het bed lag van verdachte en seksuele handelingen verrichtte met [slachtoffer 2]. Door het onverhoedse handelen van verdachte kon [slachtoffer 1] in die situatie niet meer in vrijheid zijn wil bepalen en was er volgens de officier van justitie sprake van dwang.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal vrijgesproken dient te worden van de ten laste gelegde feiten. De raadsvrouwe heeft met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit er op gewezen dat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van dwang. Wanneer de rechtbank aan dit verweer voorbij zou gaan dan vindt de verklaring van aangever [slachtoffer 1] -met het oog op de dwang- geen steun in andere bewijsmiddelen, aldus de raadsvrouwe.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouwe er op gewezen dat het gaat om in totaal 22 kinderpornografische afbeeldingen, maar dat niet bewezen kan worden dat verdachte deze afbeeldingen heeft vervaardigd. Zijn fotocamera werd immers door iedereen in huis gebruikt. Uitgaande van de exif-informatie is volgens de raadsvrouwe bovendien gebleken dat de foto’s zijn gemaakt in de nacht van 6 op 7 augustus 2011. Verdachte was blijkens de getuigenverklaring van [getuige 1] die nacht niet in zijn eigen woning en kan de foto’s niet hebben gemaakt. Daarnaast heeft de raadsvrouwe er nog op gewezen dat de Gayparade op 6 augustus 2011 plaats heeft gevonden en dat het in de stukken genoemde trio, waar verdachte en [slachtoffer 1] bij zouden zijn betrokken, een week later plaatsvond. De datum van het trio valt derhalve niet te koppelen aan de EXIF informatie bij de foto’s, aldus de raadsvrouwe.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Inleiding

Op 17 augustus 2011 heeft [slachtoffer 1] er bij de politie melding van gemaakt dat hij een man in Utrecht kent die jonge jongens van 16 en 17 jaar in huis neemt en deze jongens gemeenschap laat hebben voor geld. Dezelfde dag nog heeft hij een nadere verklaring hieromtrent afgelegd bij de politie. Op 24 augustus 2011 vond er een informatief gesprek plaats tussen [slachtoffer 1], geboren op [1994], en de politie. Tijdens dit gesprek verklaarde [slachtoffer 1] dat bedoelde man, die [verdachte] zou zijn genaamd (de rechtbank begrijpt -het dossier gelezen hebbende-: verdachte), foto’s zou hebben gemaakt van seksuele handelingen die [slachtoffer 1] zou hebben verricht met [slachtoffer 2]. Na het maken van deze foto’s zou verdachte hebben deelgenomen aan de seksuele handelingen van de jongens en [slachtoffer 1] hebben gepijpt. [slachtoffer 1] heeft vervolgens op 13 september 2011 aangifte gedaan.

4.3.2 Feiten blijkend uit de bewijsmiddelen (feit 1)

4.3.2.1 De verklaringen van aangever [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] heeft op 13 september 2011 verklaard dat hij een paar dagen voor de Gayparade, die volgens aangever op 7 augustus 2011 plaatsvond, voor het eerst bij verdachte thuis is geweest in diens woning in Utrecht. De tweede keer dat hij in de woning van verdachte was heeft hij daar in de slaapkamer seks gehad met [slachtoffer 2]: tongzoenen, pijpen en aftrekken. Toen was verdachte binnengekomen in de slaapkamer en heeft hij foto’s gemaakt van de seksuele handelingen tussen aangever en [slachtoffer 2]. Aangever weet niet meer hoeveel foto’s verdachte heeft gemaakt, maar hij denkt zeker een stuk of 30. [slachtoffer 1] schat dat dit heeft plaatsgevonden een week na de Gay Pride.

Van aangever bevindt zich in de stukken een kopie van het paspoort. Uit deze kopie blijkt dat aangever geboren is op 19 december 1994.

4.3.2.2 De verklaring van [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], geboren [1992], heeft op 2 november 2011 tegenover de politie verklaard dat hij de bewuste avond seks had met aangever en dat verdachte daar gewoon bij is gekomen. Hij was dronken en kan zich van de nacht nog maar weinig herinneren. Wel herinnert hij zich dat verdachte om hen heen stond te dansen toen hij seks had met aangever. De foto’s van die seks moeten zijn gemaakt door verdachte omdat er verder niemand was.

4.3.2.3 De afbeeldingen

Op 13 september 2011 heeft aangever [slachtoffer 1] een Usb stick aan de politie overhandigd. Op de betreffende stick werden 68 foto’s aangetroffen. Op een aantal van deze foto’s (fotonrs: [nummers]) is te zien dat 2 naakte jonge mannen seksuele handelingen met elkaar verrichten, welke handelingen onder meer bestonden uit anale penetratie. Ook is te zien dat de jonge mannen elkaar betasten aan de geslachtsdelen en elkaar kennelijk oraal bevredigen. Getuige [slachtoffer 2] heeft op deze foto’s zichzelf en aangever herkend.

4.3.2.4 De verklaring van [getuige 2]

Op 20 december 2011 heeft [getuige 2] verklaard dat hij een LAT relatie heeft met verdachte. [getuige 2] verklaart verder dat aangever hem eind augustus 2011 vroeg om de foto’s en of hij die wilde opsturen. Getuige [getuige 2] vond dat geen probleem. Via het SD-kaartje van het fototoestel, dat in het huis van verdachte lag, heeft hij de foto’s op zijn laptop gezet en verzonden naar het mailadres van aangever. De hiervoor genoemde foto’s zijn aan deze getuige getoond. De getuige heeft hierover verklaard dat hij de getoonde foto’s heeft verzonden naar aangever. Het fototoestel is door verdachte en getuige [getuige 2] samen gekocht en ligt volgens de getuige altijd in het huis van verdachte.

4.3.3 Bewijsoverweging feit 1

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en in bezit hebben van 22 kinderpornografische afbeeldingen. De verklaring van aangever vindt in dit geval immers steun in de verklaring van getuige van [slachtoffer 2] en in de aan de politie overlegde afbeeldingen. Deze afbeeldingen zijn ook door de verdediging en de rechtbank bekeken en kunnen, gelet op de leeftijd van aangever en de seksuele handelingen, beschouwd worden als kinderpornografische afbeeldingen. Dat getuige [slachtoffer 2] later bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij zelf niet heeft gezien dat verdachte foto’s nam, doet aan het bewijs niet af, nu hij wel stellig heeft verklaard dat hij zich herinnert dat verdachte binnenkwam in de kamer waar hij en aangever [slachtoffer 1] waren en dat niemand anders dan verdachte in huis was. De verdediging heeft aangevoerd dat uit de EXIF informatie van de foto’s blijkt dat deze zijn gemaakt in de nacht van 6 op 7 augustus 2011 en dat verdachte toen elders verbleef gelet op de verklaring van getuige [getuige 1].

De rechtbank constateert op basis van het dossier dat de camera op enig moment kapot is gegooid en dus niet achterhaald kan worden of de tijdsinstellingen van de camera correct waren. Nu dit niet kan worden achterhaald, kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de data die op de EXIF informatie wordt vermeld. Omdat ook op dit punt de aangifte wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2], verwerpt de rechtbank het verweer.

4.3.4 Vrijspraak feit 2

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit niet wettig bewezen en zal verdachte van dat feit vrijspreken.

Voor zover bewezen kan worden verklaard dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht met aangever, acht de rechtbank niet bewezen dat er op enig moment sprake is geweest van dwang.

De rechtbank heeft hierbij in ogenschouw genomen dat op de momenten dat aangever aangaf niet gediend te zijn van verdachtes seksuele handelingen verdachte deze seksuele handelingen ook onmiddellijk staakte volgens de verklaring van aangever.

Dat de dwang, zoals de officier van justitie stelt, heeft bestaan uit onverhoeds handelen acht de rechtbank evenmin bewezen. Voorafgaand aan de seksuele handelingen hebben verdachte en aangever volgens aangevers verklaring samen naakt onder de douche gestaan en hebben zij onder meer elkaars rug gewassen. Ook zou [slachtoffer 2] tegen aangever hebben verteld dat hij verdachte een trio had beloofd. Aangever en [slachtoffer 2] hebben vervolgens seks in het enige bed in de woning van verdachte. Verdachte stond rond dit bed foto’s te maken van de met elkaar seks hebbende aangever en [slachtoffer 2]. Verdachte is vervolgens bij aangever en [slachtoffer 2] gaan liggen en heeft alvorens aangever seksueel te benaderen seksuele handelingen verricht met [slachtoffer 2] volgens de verklaring van [slachtoffer 1]. Op het moment dat verdachte aangever seksueel benaderde was daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van onverhoeds handelen. Als verdachte tijdens de seksuele handelingen met aangever probeert om zijn vinger in aangevers anus te stoppen en deze aangeeft dat niet te willen, stopt verdachte hier ook mee aldus [slachtoffer 1]. Dat de seksuele handelingen die in het bed plaatsvinden tegen de wil van aangever zijn geweest en dat verdachte dit wist of had kunnen weten is niet gebleken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 01 augustus 2011 tot en met 13 september 2011 te Utrecht, meermalen afbeeldingen, te weten 22 foto's en een gegevensdrager, te weten een SD-kaartje uit een fototoestel, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde

seksuele gedragingen bestonden uit:

- het oraal en anaal penetreren [met de penis en/of de mond/tong] door een volwassen man van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt ,

en

- het oraal en anaal penetreren [met de penis en/of de mond/tong] van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

en

- het betasten en/of aanraken van geslachtsdelen van een persoon die de leeftijd van 18 jaar

nog niet heeft bereikt,

en

- het betasten en/of aanraken van geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

- het in de mond nemen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt door een volwassen man.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

feit 1: een gegevensdrager bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;

- de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft primair verzocht verdachte integraal vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij dient volgens de raadsvrouwe niet-ontvankelijk verklaard te worden. In het geval de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van een of meerdere feiten komt acht de raadsvrouwe geen ruimte aanwezig voor oplegging van de gevorderde TBS-maatregel. De raadsvrouwe verzoekt uiterst subsidiair -indien de rechtbank overweegt een dergelijke maatregel op te leggen- de behandeling van de zaak aan te houden en te bezien of nadere informatie omtrent de persoon van verdachte verkregen kan worden. De op dit moment voorhanden zijnde rapporten mogen immers gelet op hun ouderdom geen grond vormen voor een dergelijke ingrijpende maatregel.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en het vervolgens in bezit hebben van 22 kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte heeft deze afbeeldingen vervaardigd door het 16 jarige slachtoffer te fotograferen op het moment dat deze, eigener beweging, seks had met een meerderjarige van 19 jaar. Deze seks vond plaats op het bed van verdachte en in zijn woning. Dat verdachte vervolgens over dergelijke afbeeldingen van het slachtoffer beschikte en kon beslissen wat er met de beelden zou gebeuren moet voor het slachtoffer pijnlijk en gênant zijn geweest. Er zijn overigens geen aanwijzingen dat de foto’s zijn gemaakt met het oog op verspreiding hiervan.

In het nadeel en strafverzwarend voor verdachte weegt dat hij blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 24 februari 2012 meermalen is veroordeeld voor zogenaamde zedenzaken. Zo is hij op 13 november 2008 door de meervoudige kamer van deze rechtbank ter zake van onder meer het meermalen plegen van ontucht met personen onder de 16 jaar veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en is aan hem de maatregel tot terbeschikkingstelling met voorwaarden voor de duur van 2 jaren opgelegd. Daarnaast is verdachte in 1996 door het Gerechtshof ’s-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren voor eveneens het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met personen onder de 16 jaar.

Eveneens strafverzwarend weegt de omstandigheid dat verdachte zich, na de eerdere veroordelingen en na het positief afronden van de TBS-maatregel met voorwaarden, wederom heeft ingelaten met meerdere jonge mannen en daarmee het risico genomen dat zich wederom strafbare zedenfeiten zouden voordoen.

In dit geval bevond het minderjarige slachtoffer zich namelijk ook door toedoen van een net volwassen man, die bevriend was met verdachte, in de woning van verdachte. Voorts weegt strafverzwarend dat vaststaat dat het slachtoffer een zeer kwetsbare jongeman is en dat verdachte daar op geen enkele wijze stil bij heeft gestaan, maar daarentegen zijn eigen lustgevoelens heeft laten prevaleren.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mede dat het slachtoffer weliswaar minderjarig was, maar hij de leeftijd van 16 jaar had bereikt en er sprake was van vrijwillige seks tussen het slachtoffer en een jongeman van 19 jaar. Voorts is niet gebleken dat verdachte bij het maken van de foto’s een sturende of regisserende rol heeft gehad. Bovendien zag aangever verdachte de foto’s maken en is niet gebleken dat hij zich daar aan heeft onttrokken of wilde onttrekken.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de landelijke LOVS-oriëntatiepunten voor het vervaardigen van kinderporno. Deze betreffen voor een dergelijk misdrijf een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren. Dit uitgangspunt ziet echter op het vervaardigen van kinderporno waarbij de slachtoffers veel jonger zijn dan zestien jaar. De rechtbank acht alles afwegende in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend en geboden. De rechtbank heeft daarbij uitdrukkelijk meegewogen de omstandigheden waaronder deze foto’s zijn gemaakt, maar anderzijds ook met het strafblad dat verdachte op het gebied van zedenzaken met jeugdigen onder de 16 jaar heeft opgebouwd.

De rechtbank ziet af van het opleggen van een TBS-maatregel, niet alleen omdat recente adviezen van gedragsdeskundigen ontbreken, maar ook omdat zij het gevaar dat verdachte met de bewezen verklaarde handelingen heeft opgeleverd voor andere personen niet zodanig acht, dat een dergelijke vergaande maatregel noodzakelijk is. Wel acht de rechtbank het noodzakelijk dat er toezicht op verdachte wordt gehouden door de reclassering teneinde verdere recidive te voorkómen. De noodzaak daartoe blijkt uit de omstandigheid dat verdachte – gelet op in dit dossier afgelegde verklaringen - zijn huis openstelt voor homoseksuele jongemannen, vaak met enige problematiek, waarbij het risico ontstaat dat hij in contact komt met nóg jongere jongens. Dit is een situatie waarin hij in het verleden – blijkens het reclasseringsrapport – is gekomen tot strafbare ontuchtige handelingen met minderjarigen. Het baart daarbij zorgen dat verdachte in het verplichte reclasseringscontact dat hij tot april 2011 had, geen melding heeft gemaakt van zijn relatie met een twintigjarige jongeman. Geconfronteerd met die omstandigheid in augustus 2011 door de reclassering, heeft verdachte ontkend dat hij contacten heeft met jongemannen.

De rechtbank zal van de hiervoor genoemde zes maanden gevangenisstraf twee maanden voorwaardelijk opleggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringtoezicht. Met dit voorwaardelijke deel en de bijzondere voorwaarde wil de rechtbank voorkomen dat verdachte zich wederom schuldig zal maken aan strafbare feiten.

7 De benadeelde partij [slachtoffer 1]

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,- aan immateriële schade, een bedrag van € 464,64 aan materiële schade en de vordering voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk te verklaren.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft, gelet op haar standpunt dat verdachte integraal vrijgesproken dient te worden, verzocht om de vordering van de benadeelde partij geheel niet-ontvankelijk te verklaren.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 5.464,64. Er wordt niet gespecificeerd of dit voor een of beide feiten is.

Nu verdachte echter is vrijgesproken van één van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. Voor een beslissing zou nodig zijn te onderzoeken welke schade aan welk feit kan worden toegerekend. Het strafproces zou daardoor onevenredig worden belast.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 1: een gegevensdrager bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast;

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. M.J. Veldhuijzen en mr. H.A. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 april 2012.