Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1250

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
10-04-2012
Zaaknummer
319380 HARK 12-85
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/242
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Zaaknummer / rekestnummer: 319380 HARK 12-85

beslissing van 20 maart 2012 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken,

op het verzoek in de zin van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

Eradus Flowers B.V.,

gevestigd te Leiderdorp,

verzoeker,

gemachtigde: mr. R.G. Verheij, advocaat te Leiden.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Op 1 februari 2012 is namens Eradus Flowers B.V. bij de rechtbank het verzoek gedaan tot wraking van mr. [de rechter], rechter in de sector handel en kanton van deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaken die aldaar zijn geregistreerd onder de zaaknummers 783461 UC EXPL 11-18381 en 769258 UC EXPL 11-12788.

1.2. Mr. [de rechter] heeft niet in de wraking berust.

1.3. De griffier van deze rechtbank heeft verzoeker en diens gemachtigde, de gewraakte rechter, alsmede mr. F.B.A. Verbeek, gemachtigde van [gedaagde partij], gedaagde partij in conventie en eisende partij in reconventie, opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 6 maart 2012.

1.4. Op 9 februari 2012 heeft mr. [de rechter] op het verzoek gereageerd.

1.5. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft op 6 maart 2012 plaatsgevonden. Daarbij waren verzoeker en diens gemachtigde aanwezig. Mr. [de rechter] en

mr. Verbeek hebben laten weten niet bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig te zullen zijn.

1.6. De uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 21 september 2011 is de tussen Eradus Flowers B.V. en [gedaagde partij] bestaande arbeidsovereenkomst - voor zover deze nog bestond - per die datum ontbonden.

2.2. Eradus Flowers B.V. vordert in conventie dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van schade als gevolg van het frauduleuze handelen door [gedaagde partij], onder meer bestaande uit verduistering van gelden c.q. het verrichten van transacties ten eigen voordeel.

2.3. [gedaagde partij] vordert in reconventie dat Eradus Flowers B.V. wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding uit hoofde van ontslag op staande voet. Hierbij heeft hij aangevoerd dat bij Eradus Flowers B.V. sprake was van een zwarte kas.

2.4 In deze procedure heeft op 10 januari 2012 een comparitie na antwoord onder leiding van mr. [de rechter] plaatsgevonden. Daarvan is eerst later, op verzoek van Eradus Flowers B.V., proces-verbaal opgemaakt.

3. Het verzoek

3.1. Eradus Flowers B.V. meent dat mr. [de rechter] in de aanhangige zaken door een andere rechter dient te worden vervangen, omdat er grond is te vrezen dat het haar in de gegeven omstandigheden aan de vereiste onpartijdigheid ontbreekt. Daartoe is aangevoerd dat mr. [de rechter] er blijk van heeft gegeven dat zij van meet af aan de te volgen koers had bepaald, dat de door Eradus Flowers B.V. overgelegde stukken ter weerlegging van het voeren van een ‘zwarte’ administratie onvoldoende door haar zijn besproken en dat mr. [de rechter] er zelfs van uit leek te gaan dat van een dergelijke zwarte kas sprake was. Ook heeft zij de rechtsgrond van de vordering van [gedaagde partij] aangevuld. Ter zitting heeft Eradus Flowers B.V. voorts aangevoerd dat de zitting een “wanordelijk” verloop had en dat zij niet de gelegenheid heeft gehad haar standpunt uiteen te zetten. Zij werd voortdurend onderbroken, in tegenstelling tot [gedaagde partij]. Eradus Flowers B.V. voelde zich niet gehoord.

3.2. Mr. [de rechter] heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij heeft naar voren gebracht dat de standpunten van [gedaagde partij] en Eradus Flowers B.V. recht tegenover elkaar staan en dat zij in het kader van waarheidsvinding heeft verwezen naar een arrest van de Hoge Raad over bewijslastverdeling. Voorts heeft zij aangevoerd dat zij naar aanleiding van de inleidende dagvaarding van Eradus Flowers B.V. heeft aangegeven dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht op grond van de wet niet mogelijk leek en dat bedoelde overeenkomst inmiddels was ontbonden bij eerdere beschikking van deze rechtbank. Tegen [gedaagde partij] heeft zij gezegd dat de door Eradus Flowers B.V. gevorderde billijke genoegdoening om dezelfde reden wat moeilijk kon zijn.

4. De beoordeling

4.1. Voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek is de toepasselijke norm gegeven in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria. Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van rechterlijke onpartijdigheid in de zin van artikel 36 Rv en artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

4.3. Niet is gebleken van enige persoonlijke vooringenomenheid van mr. [de rechter] jegens Eradus Flowers B.V. Onderzocht zal daarom slechts worden of Eradus Flowers B.V. in objectieve zin reden heeft te vrezen dat het mr. [de rechter] aan onpartijdigheid ontbreekt. Overwogen wordt het navolgende.

4.4. De rechtbank stelt voorop dat het in civiele zaken niet ongebruikelijk is dat een rechter ter terechtzitting partijen confronteert met inconsistenties in redeneringen en partijen kritisch ondervraagt over de door hen ingenomen standpunten. Hierbij dient wel steeds de nodige welwillendheid te worden betracht en dient de rechter ervoor te waken dat hij door zijn vraagstelling de indruk kan wekken zich reeds een (definitief) oordeel te hebben gevormd. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat dit iets anders is dan het formuleren van een voorlopig oordeel, dat kan worden gegeven nadat partijen hun standpunten uiteen hebben kunnen zetten.

4.5 In haar reactie op het wrakingsverzoek heeft mr. [de rechter] onder meer gemeld dat de zitting vanaf het begin al stroef verliep. Zij laat onvermeld waarom dat zo was. Kennelijk is de sfeer tijdens de zitting niet verbeterd, nu zij blijkens haar weergave van de zitting tijdens de zitting aan (de gemachtigde van) Eradus Flowers B.V. heeft gevraagd of die de kantonrechter wel vertrouwde dan wel de kantonrechter wilde wraken. De rechtbank heeft geconstateerd dat dit niet is terug te vinden in het proces-verbaal van de zitting. Wel heeft de rechtbank dit in de aantekeningen van de griffier aangetroffen, evenals de opmerking van Eradus Flowers B.V. dat zij zich niet gehoord voelde. Het is voor de rechtbank moeilijk te achterhalen waarom dat zo was, nu dat niet staat vermeld.

4.6 Mr. [de rechter] heeft tijdens de comparitie na antwoord opgemerkt dat de bloemenbranche wel eens wordt genoemd in verband met zwart geld praktijken. Nadat Eradus Flowers B.V. kenbaar had gemaakt geen ‘zwarte’ administratie te voeren heeft

mr. [de rechter] volgens Eradus Flowers B.V. de vraag gesteld op welke wijze Eradus Flowers B.V. de ‘zwarte’ administratie verwerkt.

De rechtbank acht het niet onbegrijpelijk dat deze laatste vraag van mr. [de rechter] bij Eradus Flower B.V. kennelijk de indruk heeft gewekt dat de aanwezigheid van een zwarte kas voor de rechter al vast stond, terwijl dit juist onderwerp van geschil was. Volgens

mr. [de rechter] heeft zij dit echter als een open vraag geformuleerd. Eradus Flowers B.V. heeft ter weerlegging van het voeren van een ‘zwarte’ administratie stukken overgelegd. Volgens Eradus Flowers B.V. is de inhoud daarvan door mr. [de rechter] slechts summier besproken, terwijl het uitvoerig(er) bespreken daarvan voor Eradus Flowers B.V. van groot belang was nu haar integriteit in ernstige mate in twijfel werd getrokken en bovendien hiermee ook zicht kon worden gekregen op de geloofwaardigheid van het door [gedaagde partij] aan Eradus Flowers B.V. gemaakte verwijt van de aanwezigheid van een zwarte kas. De rechtbank kan uit het proces-verbaal van de comparitie na antwoord, noch uit de aantekeningen van de griffier afleiden dat aan deze stukken wel aandacht is besteed. De rechtbank acht het niet onbegrijpelijk dat Eradus Flowers B.V. zich onder die omstandigheden niet gehoord voelde.

4.7 De rechtbank acht van minder belang dat mr. [de rechter] heeft verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad over de bewijslastverdeling, nu dit tijdens zittingen als de onderhavige bepaald niet ongebruikelijk is, evenals het plaatsen van kritische kanttekeningen bij de grondslag van een vordering. Zelfs als daarbij blijk wordt gegeven van een onjuiste visie (waarvan de rechtbank niet wil zeggen dat dit ook hier het geval was) dan is dat in beginsel geen grond om te twijfelen aan de onpartijdigheid van een rechter. Evenzeer geldt dit voor de opmerking van Eradus Flowers B.V. dat de zitting een “wanordelijk” verloop kende.

4.8 Door de opeenstapeling van de hiervoor onder 4.5 en 4.6 genoemde punten bestaat naar het oordeel van de rechtbank de objectief gerechtvaardigde vrees dat de schijn van partijdigheid is gewekt, zodat het wrakingsverzoek moet worden toegewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst het verzoek tot wraking van mr. [de rechter] toe;

5.2. draagt de griffier op een afschrift van deze beslissing toe te zenden aan Eradus Flowers B.V., mr. Verheij, mr. [de rechter], mr. Verbeek, alsmede aan de voorzitter van de sector handel en kanton en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mr. J. Sap en

mr. M.C. Oostendorp, leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. A. van der Landen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2012.