Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0487

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-03-2012
Datum publicatie
30-03-2012
Zaaknummer
322139 / HA RK 12-188
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijkende wijze van verkoop verpande aandelen.

Surseance

Faillissement

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rekestnummer: 322139 / HA RK 12-188

Beschikking van de voorzieningenrechter van 30 maart 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK,

rechtsopvolger onder algemene titel van Fortis Bank Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. M.J.H. Orval,

tegen

de heer mr. J.J. DINGEMANS q.q. in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SELEXYZ BOEKHANDELS B.V.,

gevestigd te Houten,

verweerster.

Partijen zullen hierna ABN AMRO, Selexyz en de curator worden genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1. ABN AMRO heeft op 23 maart 2012 een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ingediend. Daarbij is de voorzieningenrechter overeenkomstig artikel 3:251 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht te bepalen dat de door Selexyz in haar dochtervennootschappen gehouden en aan ABN AMRO verpande aandelen op een van artikel 3:250 lid 1 BW afwijkende wijze, te weten door onderhandse verkoop aan ProCures Investments B.V. (hierna ProCures) zullen worden verkocht voor een bedrag van

€ 3.500.000,00, met veroordeling van Selexyz in de kosten van deze procedure.

1.2. Partijen zijn door de griffier van deze rechtbank bij brief van 27 maart 2012 opgeroepen tegen de terechtzitting van 30 maart 2012. Ten behoeve van deze zitting zijn naast ABN AMRO, Selexyz en de curator als belanghebbenden opgeroepen de dochtervennootschappen van Selexyz, Procures, Audax B.V. (hierna: Audax) en Boekhandels Groep Nederland.

1.3. Bij fax d.d. 29 maart 2012 heeft ABN AMRO stukken in het geding gebracht ter zake de nadere waardebepaling van de verpande aandelen van Selexyz.

1.4. Bij fax d.d. 29 maart 2012 heeft mr. M.J.R. Jansen, kantoorgenoot van curator mr. J.J. Dingemans een akte ten behoeve van de mondelinge behandeling overgelegd.

1.5. Bij fax d.d. 29 maart 2012 heeft Audax bericht zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

1.6. Ter zitting van 30 maart 2012 zijn verschenen:

- de heer mr. T.H.D. Struycken, advocaat ABN AMRO;

- mevrouw mr. A.C. Rozeman, advocaat ABN AMRO;

- de heer mr. R. Verhoeven, werkzaam als jurist bij ABN AMRO;

- de heer M. Burgers, werkzaam bij de afdeling bijzonder beheer van ABN AMRO;

- de heer R. Rackwitsz, werkzaam bij de afdeling bijzonder beheer van ABN AMRO;

- de heer R. Raaphorst, werkzaam bij de afdeling bijzonder beheer van ABN AMRO;

- de heer mr. J.J. Dingemans, curator;

- de heer mr. M.J.R. Jansen, kantoorgenoot van de heer Dingemans;

- mevrouw mr. A.L. Dorland, kantoorgenoot van de heer Dingemans;

- de heer [R], interim bestuurder van Selexyz;

- de heer [S], interim bestuurder van Selexyz;

- de heer [T], directeur van ProCures;

- de heer [U], directeur van ProCures;

- de heer [V], partner bij ProCures;

- de heer mr. A. van der Kroef, advocaat ProCures;

- de heer [L], registeraccountant.

1.7. Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Bij overeenkomst van 10 juni 2010 heeft ABN AMRO aan Selexyz een geldlening van € 6.000.000,00 verstrekt. Tot zekerheid voor de voldoening van haar verplichtingen uit hoofde van deze geldlening, heeft Selexyz bij notariële akte van 11 juni 2010 een pandrecht verstrekt op alle aandelen in het kapitaal van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:

a) [bedrijf A], gevestigd te [woonplaats];

b) [bedrijf B], gevestigd te [woonplaats]

c) BGN Internet B.V., gevestigd te Deventer;

d) [bedrijf C] gevestigd te [woonplaats];

e) [bedrijf D] gevestigd te [woonplaats];

f) [bedrijf E] gevestigd te [woonplaats];

g) [bedrijf F], gevestigd te [woonplaats]

h) [bedrijf G], gevestigd te [woonplaats]

i) [bedrijf H], gevestigd te [woonplaats]

hierna: de dochtervenootschappen.

2.2. Selexyz is in gebreke gebleven met de voldoening van haar verplichtingen uit hoofde van voornoemde geldlening. De totale vordering van ABN AMRO op Selexyz bedraagt per 21 maart 2012 € 5.066.998,14, te vermeerderen met rente, provisies en kosten vanaf 1 januari 2012. Daarnaast heeft ABN AMRO per 21 maart 2012 een vordering op Selexyz uit hoofde van een ‘renteswap’ ten bedrage van € 72.042,81.

2.3. Audax is één van de twee aandeelhouders van Selexyz. Audax heeft een belang van 33,4 % in Selexyz en heeft aan Selexyz een aandeelhouderslening verstrekt van oorspronkelijk € 5.000.000,00, waarvan thans ongeveer € 3.000.000,00 openstaat. Ten aanzien van deze lening is een tweede pandrecht op de aandelen in de dochtervennootschappen verstrekt. De vordering van Audax op Selexyz is bij overeenkomst van 10 juni 2012 achtergesteld bij de vorderingen van ABN AMRO op Selexyz.

2.4. Op 27 maart 2012 is bij beschikking van deze rechtbank (bekend onder nummer 12/188 F) de surseance van betaling ingetrokken en is Selexyz in staat van faillissement verklaard. Hierbij is mr. Y. Sneelviet als rechter-commissaris benoemd.

2.5. ABN AMRO heeft blijkens de daarvan overgelegde koopovereenkomst de mogelijkheid om de aandelen in de dochtervennootschappen onderhands te verkopen voor een bedrag van € 3.500.000,00 aan ProCures, gevestigd te Bussum.

2.6. ProCures heeft een waarderingsanalyse opgesteld, waaruit volgt dat de geconsolideerde waarde van de aandelen in de dochtervennootschappen in het economisch verkeer minus € 9.695.062,00 bedraagt. Deze waardering heeft [L] RA, verbonden aan [bedrijf L]., bij brief van 23 maart 2012 gevalideerd.

3. De beoordeling van het verzoek

3.1. ABN AMRO heeft de voorzieningenrechter verzocht om goedkeuring te verlenen voor de onderhandse verkoop van de aandelen in de dochtervennootschappen aan ProCures voor een bedrag van € 3.500.000,00.

3.2. Voornoemd bod van ProCures is gebaseerd op de volgende uitgangspunten. ProCures is van mening dat een oplossing voor de financiële problemen van Selexyz kan worden gevonden door de retailformule van Selexyz te combineren met het aanbod en de retailformule van boekhandel [M]. ProCures heeft van Holding [M] het recht verkregen om alle aandelen in het aandelenkapitaal van [M], alsmede alle aandelen in het aandelenkapitaal van [M]B.A. (hierna gezamenlijk te noemen: [M]) geleverd te krijgen op dezelfde datum dat ProCures alle aandelen in het kapitaal van de dochtervennootschappen krijgt geleverd van ABN AMRO - voor zover daarvoor van de voorzieningenrechter goedkeuring wordt verkregen - waarbij de levering van de aandelen in [M] vooraf zal gaan aan de levering van de aandelen in de dochtervennootschappen. ProCures ziet in de huidige markt mogelijkheden voor een dergelijke combinatie van Selexyz en [M] met een breed assortiment aan onder meer nieuwe en tweedehands boeken. ProCures is van plan de organisatie (winkels, hoofdkantoor en personele bezetting) passend te maken bij het omzetniveau van de nieuwe gecombineerde onderneming van [M] en Selexyz. Het is de bedoeling dat de winkels van Selexyz en [M] worden geïntegreerd waardoor het winkeloppervlak wordt verminderd en de huurlasten zullen afnemen van € 12,4 miljoen naar € 9,6 miljoen. Het totaal aantal arbeidsplaatsen zal moeten worden gereduceerd van 531 naar 368 full time werknemers. De operationele kosten van

€ 9,8 miljoen zullen naar verwachting afnemen tot € 6 miljoen.

Door deze herstructurering (waarvan de koop van de aandelen in de dochtervennootschappen onderdeel uitmaakt) kan een basis worden gelegd voor continuïteit en tevens ongeveer 370 arbeidsplaatsen.

3.3. ABN AMRO stelt voorts dat de schuld van Selexyz aan ABN AMRO uit hoofde van voornoemde geldlening wordt verminderd met het bedrag van de overeengekomen koopprijs, te weten € 3.500.000,00. Verder is ABN AMRO bereid de herstructurering van Selexyz door ProCures te ondersteunen door een verlies te nemen op haar restantvorderingen op Selexyz en de dochtervennootschappen en samen met ProCures een nieuwe financiering aan de combinatie van Selexyz en [M] ter beschikking te stellen.

3.4. Ter onderbouwing van haar standpunt met betrekking tot de (executie)waarde van de aandelen in de dochtervennootschappen heeft ABN AMRO voorafgaand aan de zitting nog aanvullende informatie overgelegd. Hieruit volgt dat het interim bestuur van Selexyz het bedrijf [N]. (hierna: [N]) opdracht heeft gegeven haar te adviseren en te ondersteunen bij het arrangeren van nieuw kapitaal ter ondersteuning van de nieuwe strategie van Selexyz. ABN AMRO voert aan dat in de periode van

7 november 2011 tot en met heden door [N] ongeveer vijftig partijen zijn benaderd omtrent de verkrijging van kapitaal voor Selexyz, maar dat daaruit geen realistisch bod is voortgevloeid die de door ProCures geboden prijs overstijgt. Ter zitting is door ABN AMRO ten aanzien van de waarde van de aandelen aangevoerd dat, gelet op de (inhoud van de) overgelegde stukken een openbare verkoop op een veiling naar verwachting geen, althans een beduidend lager bod zal opbrengen dan het thans voorgelegde bod.

3.5. De curator heeft ter zitting gesteld dat met ProCures afspraken zijn gemaakt en dat, indien de aandelen niet aan ProCures zullen worden verkocht, de dochtervennootschappen van Selexyz per 1 april 2012 eveneens hun faillissement zullen moeten aanvragen. Voorts blijkt uit de akte van de curator dat de rechter-commissaris die is benoemd in het faillissement van Selexyz toestemming heeft verleend voor de verkoop van de aandelen aan ProCures.

3.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Onbetwist is dat Selexyz in verzuim is met haar betalingsverplichting jegens ABN AMRO, zodat vaststaat dat ABN AMRO de mogelijkheid heeft tot uitwinning van haar pandrecht over te gaan. In beginsel geldt bij de executie van een pandrecht dat wordt overgegaan tot openbare verkoop. Op verzoek van de pandhouder of de pandgever kan de voorzieningenrechter ingevolge artikel 3:251 lid 1 BW bepalen dat het goed op een andere wijze dan bedoeld in artikel 3:250 lid 1 BW – door onderhandse verkoop – te gelde wordt gemaakt. Daarbij komt het aan op de vraag of bij de voorgenomen verkoop een redelijke prijs zal worden betaald, en met name of te verwachten valt dat bij een openbare verkoop een hogere opbrengst zou worden verkregen. Verder is een dergelijke afwijkende wijze van verkoop alleen mogelijk voor zover de in artikel 3:251 lid 1 BW bedoelde mogelijkheid niet contractueel is uitgesloten door pandgever en pandhouder. Uit de overgelegde kredietovereenkomst van 10 juni 2010 en uit de notariële akte van 11 juni 2010 blijkt niet dat ABN AMRO en Selexyz die mogelijkheid hebben uitgesloten, zodat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het in beginsel mogelijk is om de aandelen in de dochtervennootschappen op een van artikel 3:250 lid 1 BW afwijkende wijze in dit geval onderhands te verkopen.

3.7. Tegen het verzoek om de verpande aandelen in de dochtervennootschappen onderhands te verkopen aan ProCures voor een bedrag van € 3.500.000,00, is geen verweer gevoerd. Verder is de voorzieningenrechter niet gebleken van bezwaren door de belanghebbenden en ook de curator refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.

3.8. De voorzieningenrechter is gelet op de door partijen ingediende stukken alsmede het verhandelde ter zitting van oordeel dat niet aannemelijk is dat bij een openbare verkoop van de aandelen een hoger bod zal worden gegenereerd, zodat het thans door ProCures uitgebrachte en ter goedkeuring voorgelegde bod het meest optimale bod is. Dit mede gelet op de bij verzoekschrift gestelde economische waarde van de aandelen en de omstandigheid dat overige geïnteresseerden gesteld hebben minimaal vier weken nodig te hebben om een financiering rond te krijgen, waarvoor, nog afgezien van de vraag of dat zal leiden tot een hoger bod, gelet op de spoedeisendheid van de zaak geen plaats is. Het verzoek zal derhalve als op de wet gegrond worden toegewezen.

3.9. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1. bepaalt dat de verkoop van de verpande goederen zal geschieden door onderhandse verkoop door ABN AMRO aan ProCures voor een bedrag van € 3.500.000,00;

4.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

4.3. wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2012.