Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0119

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
28-03-2012
Zaaknummer
16/600833-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak beroving pizzakoerier. Reeds veroordeelde medeverdachte heeft verdachte als mededader genoemd. Deze verklaring acht de rechtbank onvoldoende voor een bewezenverklaring omdat die medeverdachte aanvankelijk een andere persoon had aangewezen als m

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600833-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 maart 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1991] te [geboorteplaats]

wonende te ([postcode]) [woonplaats]

raadsvrouw mr. E.H. Dijkstra, advocaat te Amersfoort

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 maart 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander op 19 januari 2010 te Maarn een pizzakoerier heeft beroofd van € 240,-.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij naast de aangifte, de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] en de telefoongegevens van verdachte. Voorts baseert de officier van justitie haar overtuiging op het zwijgen van verdachte nadat hij werd geconfronteerd met de genoemde telefoongegevens.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende.

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte], dat hij samen met verdachte de overval zou hebben gepleegd, heeft geen bewijswaarde, omdat [medeverdachte] aanvankelijk een andere persoon als mededader noemde en hij pas nadat de politiemensen hun twijfel daarover uitspraken, de naam van verdachte noemde. Daarnaast behoorde [medeverdachte] tot de vriendenkring van verdachte, zodat het heel goed mogelijk is dat de telefooncontacten tussen verdachte en [medeverdachte] – voorafgaand aan de tenlastegelegde beroving – niets met het strafbare feit te maken hadden. Tussen die telefooncontacten en de beroving is anderhalf uur verstreken. Het dossier bevat geen overzicht van mogelijke andere telefooncontacten van [medeverdachte] op de avond van de beroving.

Voorts is de verdediging van mening dat de verklaringen van aangever over hetgeen zich feitelijk bij de beroving zou hebben afgespeeld niet overeenstemmen met hetgeen op de foto’s van de plaats delict te zien is. Ook diens signalement van de daders stemt niet overeen met het postuur van verdachte.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

In tegenstelling tot de verdediging heeft de rechtbank geen enkele aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de aangifte te twijfelen. De foto’s van de plaats van het delict tonen naar het oordeel van de rechtbank geen (grote) discrepanties met de verklaringen van aangever.

De rechtbank heeft echter op grond van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte de beroving (samen met medeverdachte [medeverdachte]) heeft gepleegd. Verdachte ontkent dat hij de beroving heeft (mede)gepleegd. De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte] dat hij de beroving samen met verdachte heeft gepleegd onvoldoende betrouwbaar, nu [medeverdachte] wisselende verklaringen over de identiteit van zijn mededader heeft afgelegd. Daar komt bij dat het dossier, naast de belastende verklaring van [medeverdachte], geen ander bewijsmiddel bevat waaruit de betrokkenheid van verdachte rechtstreeks kan worden afgeleid. De telefooncontacten tussen verdachte en [medeverdachte] in de uren voor de overval kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet aan het bewijs bijdragen, nu de inhoud van deze berichten en gesprekken niet bekend is. Bovendien geeft het dossier geen inzicht in het belpatroon van [medeverdachte] en verdachte, zodat niet vastgesteld kan worden of het telefonisch contact tussen de twee vrienden op de dag van de overval afwijkt van het normale patroon. Evenmin kan op basis van de beschikbare stukken vastgesteld worden dat [medeverdachte] voorafgaand aan de beroving uitsluitend telefonisch contact heeft gehad met verdachte, hetgeen steun zou kunnen bieden aan de verklaring van [medeverdachte] dat hij de beroving samen met verdachte pleegde.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 1074,09.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens voorzitter, mr. J. R. Krol en mr. R.G.A. Beaujean, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 maart 2012.

Mr. Beaujean is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.