Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9097

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-03-2012
Datum publicatie
16-03-2012
Zaaknummer
319372 - KG ZA 12-70
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers vorderen ongedaanmaking van opzegging van hun coöperatie-lidmaatschap.

Voorzieningenrechter oordeelt niet voldoende aannemelijk dat de opzegging in een bodemgeding

onrechtmatig zal worden bevonden. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 319372 / KG ZA 12-70

Vonnis in kort geding van 16 maart 2012

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiseres sub 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiseres sub 2],

handelend onder de naam [naam][eiseres sub 2], gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [eiseres sub 3],

handelend onder de naam [naam][eiseres sub 3], gevestigd te [vestigingsplaats],

4. de vennootschap onder firma

[eiseres sub 4],

gevestigd te [vestigingsplaats],

5. de vennootschap onder firma

[eiseres sub 5],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseressen,

advocaat mr. C.W. Reintjes te Duiven,

tegen

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

BLOEMENEXPRESSE-FLEUROP-INTERFLORA COÖPERATIEF U.A.,

gevestigd te Veenendaal,

gedaagde,

advocaat mr. D.D.M. Xanthopoulos te Arnhem.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk [eiseressen c.s.] en afzonderlijk [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3], [eiseres sub 4] en [eiseres sub 5] genoemd worden; gedaagde zal de coöperatie genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 februari 2012 met producties 1 tot en met 13,

- de brief van mr. Reintjes van 15 februari 2012 met producties 14 tot en met 22,

- de fax van mr. Reintjes van 16 februari 2012 met producties 23 en 24,

- de brief van mr. Xanthopoulos van 16 februari 2012 met producties A tot en met T,

- de mondelinge behandeling op 17 februari 2012,

- de pleitnota van [eiseressen c.s.].,

- de pleitnota van de coöperatie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De coöperatie is een organisatie die gespecialiseerd is in het verzenden en verrekenen van bloemgroeten aan consumenten en bedrijven in Nederland. Er zijn circa 1.300 bloemisten bij deze organisatie aangesloten.

2.2. De coöperatie stelt zich blijkens artikel 3 lid 1 sub a van de statuten ten doel het (doen) bevorderen van het doorgeven en verrekenen van opdrachten aan en het uitwisselen tussen de leden onderling en met de leden van andere afdelingen van de wereldorganisaties waarbij de coöperatie of een van haar dochtermaatschappijen als afdeling is aangesloten en met aangesloten bedrijven, alsmede het verrichten van diensten die daartoe bevorderlijk zijn en het beschermen en promoten van (het gebruik van) het beeldmerk en de handelsnaam, alles in de ruimste zin van het woord.

2.3. Het bestuur van de coöperatie wordt sinds mei 2011 gevormd door enig lid en voorzitter de heer [A] (hierna: [A]). [A] is belast met de dagelijkse leiding van de coöperatie. Hij wordt daarin bijgestaan door de heer [B] (hierna: [B]), die als algemeen directeur belast is met de leiding van het kantoor van de coöperatie.

2.4. [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3], [eiseres sub 4] en [eiseres sub 5] exploiteren ieder bloemen, planten, zaden en tuinbenodigheden. Zij zijn allen lid geworden van de coöperatie.

2.5. [bedrijf] (hierna: Topbloemen) is evenals de coöperatie een verzendorganisatie, die zich sinds 2005 actief bezighoudt met de samenwerking tussen de bij haar aangesloten bloemisten in de zin van het over en weer uitbesteden van orders.

2.6. [eiseres sub 1], [eiseres sub 2], [eiseres sub 3], [eiseres sub 4] en [eiseres sub 5] hebben zich allen aangesloten bij Topbloemen.

2.7. Op grond van artikel 5 lid 3 van de statuten van de coöperatie is het haar leden niet toegestaan direct of indirect aangesloten te zijn bij, deel te nemen in of samen te werken met andere organisaties of personen die een soortgelijk doel als de coöperatie beogen.

2.8. In 2009 heeft de coöperatie met Topbloemen afspraken gemaakt onder welke voorwaarden leden eveneens zaken mochten doen met Topbloemen. Op grond daarvan heeft de coöperatie haar leden (uitsluitend en onder voorwaarden) toegestaan orders van Topbloemen te ontvangen en uit te voeren.

2.9. In 2011 waren circa 200 leden van de coöperatie eveneens aangesloten bij Topbloemen.

2.10. De statuten van de coöperatie zijn in juni 2011 gewijzigd.

2.11. In oktober 2011 heeft [B] de leden schriftelijk bericht dat de afspraken met Topbloemen zijn beëindigd en hen om die reden, gelet op het bepaalde in artikel 5.3. van de statuten, verzocht voor 15 januari 2012 een keuze te maken voor opzegging van het lidmaatschap van de coöperatie dan wel voor beëindiging van de relatie met Topbloemen.

2.12. Op initiatief van [eiseressen c.s.]. heeft mevrouw [C] vervolgens mede namens 153 andere leden het bestuur in december 2011 schriftelijk verzocht een buitengewone algemene ledenvergadering te organiseren met als agendapunten de aanpassing van de statuten ter zake van het lidmaatschap van één of meer verzendorganisaties en de wijziging c.q. samenstelling van het bestuur van de coöperatie, om te trachten in een nieuw artikel 5.3. in de statuten vast te leggen dat “dubbel lidmaatschap” is toegestaan, door middel van de tekst:

“5.3. Het is de leden van de coöperatie toegestaan lid te zijn van dan wel deel te nemen in of aangesloten te zijn bij of samen te werken met of anderszins overeenkomsten aan te gaan met een of meer andere organisaties welke dan wel personen die een soortgelijk doel als de coöperatie beogen. Tegen de leden die hiervan gebruik maken mag de coöperatie op geen enkele wijze nadelige, beperkende of afwijkende voorwaarden, tarieven of huisregels opstellen ten opzichte van leden die hier geen gebruik van maken.”

2.13. Tijdens de op 23 december 2011 onder leiding van [B] gehouden buitengewone algemene ledenvergadering waren niet voldoende stemgerechtigden aanwezig om een besluit te kunnen nemen over de voorgestelde statutenwijziging. Daarop is een nieuwe buitengewone algemene ledenvergadering georganiseerd.

2.14. Tijdens de op 17 januari 2012 onder leiding van [A] gehouden buitengewone algemene ledenvergadering is het voorstel tot wijziging van de statuten na stemming verworpen.

2.15. Op 19 januari 2012 heeft een bestuursvergadering plaatsgehad. Blijkens de notulen is tijdens die vergadering, waarbij [A] en [B] aanwezig waren, het volgende beslist:

“(…)

Evaluatie van de BALV 17 januari 2012

Aangezien ruim 76% van de uitgebrachte stemmen het voorstel m.b.t. het dubbele lidmaatschap heeft afgewezen kan er geen twijfel meer bestaan over de mening in onze Fleurop organisatie.

Omdat vanaf september 2011 dit vraagstuk bij de leden bekend is zal de dubbele leden aangezegd worden voor

1 februari 2012 een keus te maken.

Na een afweging van alle belangen besluit het bestuur (FW) (rb: [A]) om de vijf voorstellers het lidmaatschap op te zeggen conform de statuten artikel 9.1.c.2. en artikel 9.4. ook toe te passen. De opzegging zal vrijdag 20 januari 2012 plaats vinden zodra dat technisch mogelijk. De brieven zullen tegelijkertijd verzonden worden. (…)

De belangrijkste reden is: De aanvragers hebben de overige leden slechts verzocht om in de BALV te stemmen over de afschaffing van het dubbel lidmaatschap. De toevoeging in artikel 5.3, laatste zin “Tegen de leden die hiervan gebruik maken mag de coöperatie op geen enkele wijze nadelige, beperkende of afwijkende voorwaarden, tarieven of huisregels opstellen ten opzichte van leden die hier geen gebruik van maken.” is alleen in het belang van de concurrent die zoals eerder aangegeven het voorstel heeft vervaardigd. De toevoeging is in strijd met artikel 3.1.a., het hoofddoel van de coöperatie. En deze toevoeging is in strijd met waarmee de leden die de blote wijziging van alleen dubbel lidmaatschap schrappen, toestemming hebben gegeven.

Aanvullende redenen zijn van diverse aard, langdurig problemen met betaling van rekeningen, langdurig/veelvuldig frustreren van de gang van zake binnen Fleurop, niet willen communiceren met de werkorganisatie.

(…)”

2.16. Per (fax)brief van 20 januari 2012 heeft [eiseres sub 2] aan de coöperatie bericht dat hij ervoor heeft gekozen lid te blijven van (uitsluitend) de coöperatie. [eiseres sub 3] heeft de coöperatie hetzelfde bericht.

2.17. Bij brief van 20 januari 2012 heeft de coöperatie leden met een dubbel lidmaatschap, behoudens [eiseressen c.s.]., verzocht voor 1 februari 2012 alsnog hun keuze voor opzegging van het lidmaatschap van de coöperatie dan wel voor beëindiging van de relatie met Topbloemen kenbaar te maken.

2.18. Bij brieven van 20 januari 2012 heeft [B] namens het bestuur met onmiddellijke ingang het lidmaatschap van [eiseressen c.s.]. opgezegd onder verwijzing naar artikel 9 lid 1 sub c onder 2 van de statuten. Daarin is bepaald dat het lidmaatschap eindigt door opzegging door het bestuur, indien in de gegeven omstandigheden van de coöperatie in redelijkheid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2.19. Met ingang van 20 januari 2012 is [eiseressen c.s.]. afgesloten van het [naam] als gevolg waarvan [eiseressen c.s.]. geen orders meer kan ingeven of uitvoeren.

2.20. Bij brief van 24 januari 2012 heeft [eiseres sub 2] bezwaar gemaakt tegen de opzegging.

2.21. Ondanks sommatie is de coöperatie er niet toe overgegaan de opzeggingen van het lidmaatschap en de afsluitingen van het Fleuropsysteem ongedaan te maken.

3. Het geschil

3.1. [eiseressen c.s.]. vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de coöperatie gelast binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis de beëindigingen van het lidmaatschap van de coöperatie ongedaan te maken en [eiseressen c.s.]. weer aan te sluiten op het Fleurop-systeem, met dien verstande dat [eiseressen c.s.]. daar ongestoord en ongewijzigd gebruik van kan maken, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan per eiser dat de coöperatie in gebreke blijft daaraan te voldoen, en de coöperatie veroordeelt in de proceskosten.

3.2. De coöperatie voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bezwaar tegen toelaten producties

4.1. De coöperatie heeft op 16 februari 2012 producties A tot en met T in het geding gebracht. Ter zitting heeft [eiseressen c.s.]. bezwaar gemaakt tegen overlegging van deze producties, met uitzondering van de producties R en S. [eiseressen c.s.]. stelt dat de producties hem niet bekend zijn en dat deze mede gelet op hun omvang en inhoud thans niet eenvoudig te doorgronden zijn, zodat [eiseressen c.s.]. in haar verdediging wordt geschaad. Ter zitting is niet aannemelijk geworden dat mr. Reintjes de op 16 februari 2012 om 13.34 uur per e-mail door mr. Xanthopolous aan hem verzonden producties voorafgaand aan de zitting heeft ontvangen. De voorzieningenrechter acht, gelet daarop en gelet op de door [eiseressen c.s.]. genoemde bezwaren overlegging van de producties A tot en met Q en T in strijd met de eisen van een goede procesorde. Deze producties zullen dan ook buiten beschouwing worden gelaten. Hetgeen de coöperatie ter zitting omtrent deze producties heeft meegedeeld zal wel bij de beoordeling worden betrokken, nu [eiseressen c.s.]. daarop ter zitting heeft kunnen reageren.

Ontvankelijkheid

4.2. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het betoog van de coöperatie dat [eiseres sub 1], [eiseres sub 4] en [eiseres sub 5] geen belang hebben bij toewijzing van het gevorderde en derhalve geen recht hebben om een vordering daartoe in te stellen. Vaststaat dat zij, anders dan de andere leden met een dubbel lidmaatschap die nog een keuze dienden te maken, na de vergadering van 17 januari 2012 niet schriftelijk uitdrukkelijk zijn verzocht voor 1 februari 2012 definitief te kiezen voor aansluiting bij de coöperatie dan wel bij Topbloemen. Uit het feit dat zij hun keuze niet voor die datum aan de coöperatie hebben doorgegeven, kan om die reden (anders dan de coöperatie stelt) niet worden afgeleid dat zij kennelijk voor Topbloemen hebben gekozen en dus geen belang hebben bij de verzochte voorziening.

Spoedeisend belang

4.3. Het spoedeisend belang is uit het gestelde en gevorderde voldoende aannemelijk geworden. Daaruit volgt immers dat [eiseressen c.s.]. voorzetting van lidmaatschap van de coöperatie wenst. Aannemelijk is dat in ieder geval [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] daartoe inmiddels de relatie met Topbloemen zullen hebben beëindigd. Wat daar ook van zij, op grond van het feit dat [eiseressen c.s.]. sinds 20 januari 2012 is afgesloten van het Fleuropsysteem en als gevolg daarvan geen orders meer kan ontvangen en uitvoeren, is reeds voldoende aannemelijk dat [eiseressen c.s.]. financiële schade lijdt. [eiseressen c.s.]. heeft dus belang bij de verzochte onmiddellijke voorziening.

Toetsingskader

4.4. Ter beoordeling ligt voor of de rechter in een bodemprocedure het besluit tot opzegging van het lidmaatschap van [eiseressen c.s.]. met onmiddellijke ingang met zodanige mate van waarschijnlijkheid zal vernietigen, dat daarop in dit kort geding mag worden vooruitgelopen. Nu [eiseressen c.s.]. stelt dat het bedoelde geval zich hier voordoet, is het aan haar daartoe voldoende feiten en omstandigheden aan te voeren. Op grond van artikel

2:15 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een besluit van een rechtspersoon onder meer vernietigbaar wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen en wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. Op grond van laatstgenoemd artikel zijn een rechtspersoon en degenen die krachtens wet en statuten bij de organisatie zijn betrokken gehouden om zich jegens elkaar zodanig te gedragen als in de gegeven omstandigheden naar redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Op grond van het bepaalde in artikel 2:53a BW zijn de bepalingen in boek 2 BW omtrent de vereniging, behoudens enkele hier niet ter zake doende uitzonderingen, ook van toepassing voor de coöperatie. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het besluit allereerst ingaan op de aangevoerde formele bezwaren, daarna op de aangevoerde materiële bezwaren en tenslotte op de eisen die de redelijkheid en de billijkheid in de gegeven omstandigheden met zich brengen.

Formele bezwaren

4.5. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is niet (in de onder 4.4. bedoelde zin) voldoende aannemelijk geworden dat het besluit tot opzegging van het lidmaatschap van [eiseressen c.s.]. in strijd met de wet en/of de statuten van de coöperatie is genomen. Partijen twisten in dit verband over de vraag of de statutenwijziging van juni 2011 rechtsgeldig tot stand is gekomen. Dit kan evenwel in het midden blijven, nu de toenmalige wijzigingen geen betrekking hebben op de artikelen die in dezen relevant zijn en ingeval van niet rechtsgeldige wijziging uitgegaan moet worden van de statuten zoals zij voor de wijziging luidden. In artikel 10 lid 1 van de statuten is bepaald dat het bestuur van de coöperatie uit vijf leden bestaat. In lid 6 van dit artikel is bepaald dat ingeval van vacatures de overgebleven bestuurder(s) tijdelijk met het gehele bestuur over de coöperatie is (zijn) belast. Die regeling was voor de statutenwijziging van juni 2011 niet anders. Hieruit volgt dat [A] hoe dan ook als enig lid en voorzitter bevoegd was tot het nemen van bestuursbesluiten. Uit de overgelegde notulen van de bestuursvergadering van 19 januari 2012 (zie 2.14.) blijkt afdoende dat [A] de vergadering heeft voorgezeten en het bestuursbesluit heeft genomen tot het opzeggen van het lidmaatschap van [eiseressen c.s.]. Dat de notulen niet zijn ondertekend, doet daar niet aan af. Ingevolge artikel 13 kan het bestuur de algemeen directeur volmacht geven om de coöperatie binnen de in de volmacht omschreven grenzen te vertegenwoordigen. Op grond daarvan is het mogelijk dat het bestuur (in de persoon van [A]) aan [B] de opdracht heeft gegeven om namens het bestuur de opzeggingsbrieven aan [eiseressen c.s.]. te verzenden, zoals de coöperatie stelt. In de opzeggingsbrieven is de statutaire grond voor de opzegging vermeld. De nadere motivering blijkt uit de notulen alsmede uit de schriftelijk toelichting die de coöperatie nadien desgevraagd heeft gegeven. Daarmee is het bestuursbesluit voldoende gemotiveerd, temeer nu het bestuur [eiseressen c.s.]. voorafgaand aan dit besluit steeds schriftelijk heeft geïnformeerd over de stand van zaken rond het dubbel lidmaatschap en heeft aangesproken op individuele tekortkomingen in de verplichtingen jegens de coöperatie en op handelen in strijd met de statuten, zodat een en ander bekend was bij [eiseressen c.s.]. Op grond van het bepaalde in lid 4 van artikel 9 was het bestuur bevoegd het lidmaatschap met onmiddellijke ingang te beëindigen, zonder [eiseressen c.s.]. te horen. Overigens geldt dat indien er sprake is van een formele onvolkomenheid in de besluitvorming, dit kan worden geheeld door het nemen van een nieuw bestuursbesluit.

Materiële bezwaren

4.6. De voorzieningenrechter acht het evenmin (in de onder 4.4. bedoelde zin) voldoende aannemelijk geworden dat het besluit tot opzegging van het lidmaatschap van [eiseressen c.s.]. op materiële gronden niet in stand kan blijven. Ingevolge het bepaalde in artikel 9 lid 1 sub c onder 2 van de statuten kan het bestuur het lidmaatschap van een lid door opzegging beëindigen, ingeval in de gegeven omstandigheden van de coöperatie in redelijkheid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Gebleken is dat de hoofdreden voor de opzegging gelegen is in het feit dat [eiseressen c.s.]., nadat de afspraken met Topbloemen door de coöperatie waren beëindigd en leden een keuze dienden te maken tussen hun aansluiting bij de coöperatie dan wel bij Topbloemen, heeft getracht te komen tot wijziging van de statuten op de door hem voorgestane wijze (zie 2.11.). Op zichzelf stond het [eiseressen c.s.]. op grond van de statuten vrij om het initiatief te nemen tot het houden van een bijzondere algemene ledenvergadering met als agendapunten (het toestaan van) het dubbel lidmaatschap en (de wijziging van) de samenstelling van het bestuur. Leden dienen bij het doen van voorstellen echter wel de doelstelling van de coöperatie en het belang van alle leden voor ogen te houden. De coöperatie heeft gemotiveerd gesteld dat haar is gebleken dat Topbloemen zich zowel inhoudelijk als processueel actief heeft bemoeid met het voorstel tot statutenwijziging en dat [eiseressen c.s.]. zich welbewust door Topbloemen heeft laten gebruiken om te realiseren dat de statuten van de coöperatie zo zouden worden ingericht dat het dubbel lidmaatschap zou worden toegestaan en concurrenten als Topbloemen daardoor optimaal bevoordeeld zouden worden. Dit is door [eiseressen c.s.]. niet dan wel onvoldoende weersproken. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat dergelijk handelen zeer op gespannen voet staat met de coöperatieve doelstelling en het belang van de leden. Dat het opzeggingsbesluit buiten het toepassingsgebied van de genoemde bepaling van artikel 9 lid 1 van de statuten valt en daarom vernietigd moet worden, kan daarom in dit geding niet worden geconcludeerd. De beoordeling van de redenen die de coöperatie overigens aan de opzegging ten grondslag heeft gelegd, kan achterwege blijven.

Redelijkheid en billijkheid

4.7. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan evenmin aangenomen worden dat het bestuur in de gegeven omstandigheden op overige gronden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het besluit tot opzegging niet heeft kunnen nemen. Door de coöperatie is onweersproken gesteld dat de reden voor de opzegging van de afspraken met Topbloemen was gelegen in het feit dat de gemaakte afspraken niet werden nageleefd. Zo is de coöperatie onder meer gebleken dat de afspraak dat leden alleen orders van Topbloemen mochten ontvangen en uitvoeren en geen orders buiten het “Fleuropnetwerk” mochten plaatsen op grote schaal werd overtreden, ook door [eiseressen c.s.]. Dit vormt een legitieme reden voor de beëindiging van de op grond van de afspraken bestaande situatie, ook al leidt dat tot verlies van financieel voordeel voor een deel van de leden. In dit verband is begrijpelijk dat de coöperatie haar leden met een dubbel lidmaatschap vervolgens heeft verzocht een keuze te maken voor de coöperatie dan wel voor Topbloemen. Zoals hiervoor reeds overwogen stond het [eiseressen c.s.]. vrij om voorstellen te doen aangaande het dubbel lidmaatschap en de samenstelling van het bestuur. Gebleken is echter dat de coöperatie sterke aanwijzingen had dat [eiseressen c.s.]. daar oneigenlijk gebruik van heeft gemaakt. Voorts is gebleken dat [eiseressen c.s.]. andere mogelijkheden heeft gehad om deze punten bij het bestuur en de leden aan de orde te stellen, maar daar geen gebruik van heeft gemaakt. De coöperatie heeft immers toegelicht dat het bestuur sinds oktober 2011 actief bezig is met het uitdenken van nieuw beleid en het zoeken naar nieuwe bestuursleden en dat zij deze plannen tijdens open dagen en vergaderingen en via nieuwsbrieven aan de leden heeft voorgelegd, maar daarop geen reacties heeft ontvangen. Dit is door [eiseressen c.s.]. niet weersproken. Al deze omstandigheden overziend, kan in dit geding niet worden geconcludeerd dat het bestuur in redelijkheid niet tot het opzeggingsbesluit heeft kunnen komen.

Conclusie

4.8. Op grond van het vorenstaande acht de voorzieningenrechter het onvoldoende aannemelijk dat het bestreden bestuursbesluit in een bodemprocedure zal worden vernietigd. Nu de aangevoerde gronden het gevorderde niet kunnen dragen, zal de vordering van

[eiseressen c.s.]. worden afgewezen.

4.9. [eiseressen c.s.]. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de coöperatie worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.391,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseressen c.s.]. in de proceskosten, aan de zijde van de coöperatie tot op heden begroot op € 1.391,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2012.?