Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7895

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-03-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
16/147968-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De politierechter acht verdachte schuldig aan belediging van twee politieambtenaren. Naar het oordeel van de politierechter is er geen sprake van een standaardzaak. Verdachte is, naar de politierechter aanneemt met vreedzame bedoelingen, op 1 mei 2011 naar een demonstratie in Utrecht gekomen. De verdachte heeft met de overgelegde stukken - waarvan de inhoud niet wordt weerlegd door andere stukken - aannemelijk gemaakt dat de omvang en aard van de demonstratie door de autoriteiten schromelijk overschat was.

Er was - blijkt in ieder geval achteraf - onnodige escalatie, waarbij ook verdachte zelf klappen heeft opgelopen. De verdachte mag agenten in functie niet beledigen. De politierechter is echter van oordeel dat geen strafdoel is gediend met de oplegging van enige (on)voorwaardelijke straf. De politierechter legt geen straf of maatregel op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/147968-11

vonnis van de politierechter d.d. 1 maart 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1980] te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. M.F. van Hulst, advocaat te ’s-Gravenhage.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 februari 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Op 1 mei 2011 in Utrecht drie politieambtenaren heeft beledigd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De politierechter is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte op 1 mei 2011 naar Utrecht kwam voor een vreedzame demonstratie. De burgemeester heeft de politie opgedragen repressief op te treden en heeft onredelijke beperkingen opgelegd aan de demonstratie. De politie stuurde aan op escalatie en heeft de demonstranten ingesloten, zodat demonstranten de demonstratie niet konden verlaten en er geen contact met publiek mogelijk was. De politie heeft, ook blijkens media, gewelddadig opgetreden, ook tegen verdachte.

Hardhandig politieoptreden kan reden zijn voor toepassing van art. 359a Wetboek van Strafvordering.

De officier van justitie stelt dat art. 359a Wetboek van Strafvordering ziet op vormverzuim in het onderzoek; het politieoptreden valt daar niet onder. Dat het politieoptreden niet proportioneel zou zijn geweest blijkt niet. De politie heeft met man en macht de orde gehandhaafd.

De politierechter oordeelt als volgt. De officier van justitie stelt terecht dat artikel 359a Wetboek van Strafvordering ziet op vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek.

Als zodanig kan het overheidsoptreden voor en bij de demonstratie niet worden aangemerkt.

Niet is gebleken, zelfs is niet gesteld, dat sprake was van handelen van de (opsporende en) vervolgende instantie dat tot een dergelijke sanctie moet leiden.

In dit verband rest de vraag, of de overheid zich, voorafgaand aan en tijdens de demonstratie zo onbehoorlijk heeft gedragen dat diezelfde overheid haar recht om te vervolgen heeft verspeeld. Dat is naar het oordeel van de politierechter niet het geval: het door de raadsman gewraakte optreden lijkt gelet op de door de verdediging overgelegde stukken, niet voort te vloeien uit doelbewust beleid maar uit een opeenstapeling van inschattingsfouten.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De vrijspraak

Behalve de verklaring van [aangever A] is er geen bewijsmiddel waaruit blijkt dat de verdachte haar heeft beledigd.

Dat door [aangever B] gerelateerd wordt dat [aangever A] hem over de belediging vertelde levert geen steunbewijs op, maar slechts een herhaling van de verklaring van [aangever A].

De politierechter zal verdachte dus van dit feit vrijspreken omdat er onvoldoende bewijs is.

De verdachte ontkent stellig dat hij een woord als “kankerhoer”zou gebruiken. Het feit dat hij de andere belediging niet ontkent, maakt deze pertinente ontkenning geloofwaardiger.

4.2 De bewijsmiddelen

De politierechter grondt haar oordeel op het volgende:

[aangever C] en [aangever B] (brigadier van politie Utrecht) en [aangever C] (hoofdagent van politie Utrecht) hebben in een ambtsedig procesverbaal gerelateerd dat zij op 1 mei 2011 in Utrecht, in uniform gekleed liepen aan weerszijden van een stoet demonstranten en dat een persoon naar hen beiden riep: “Vuile kanker nazi’s” en dat hij in hun richting spuugde.

Beide verbalisanten hebben, als getuige ter terechtzitting gehoord, verklaard dat verdachte de persoon is die de belediging uitte.

Voorts heeft de verdachte ter zitting verklaard dat het goed zou kunnen dat hij het woord kankernazi’s tegen de politie heeft gebruikt.

4.3 De bewijsoverwegingen

Voor zover de raadsman met het beroep op vrijspraak onder verwijzing naar hetgeen is aangevoerd over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wil stellen dat geen sprake was van “rechtmatige uitoefening van de bediening” verwerpt de politierechter dit standpunt.

Uitgangspunt is dat de ambtenaar die uitvoering geeft aan een opdracht die hem door een daartoe bevoegde meerdere is gegeven handelt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, ook indien later zou komen vast te staan dat gebreken kleven aan die opdracht (HR 29 september 2009, LJN BJ2808). Feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden zijn niet gesteld, waarbij de politierechter mede verwijst naar hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen.

De verdachte heeft op de zitting ontkend te hebben gespuugd, maar aan die verklaring komt beperkte betekenis toe, nu hij op de zitting van 13 december 2011 heeft gezegd dat hij zich niet kan herinneren te hebben gespuugd.

4.4 De bewezenverklaring

De politierechter acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen (met aanvulling van een ontbrekend woordje heeft) dat verdachte

op 1 mei 2011 te Utrecht opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [aangever B] (brigadier van Politie Utrecht) en [aangever C] (hoofdagent van Politie Utrecht),

gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,

in hun tegenwoordigheid mondeling en door een feitelijkheid, heeft

toegevoegd de woorden "Vuile kankernazi's" en vervolgens in de richting van bovengenoemde verbalisanten heeft gespuugd.

De politierechter acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een geldboete van € 500,-- bij niet betaling 10 dagen vervangende hechtenis.

6.2 Het oordeel van de politierechter

Wat betreft het oordeel over een straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Belediging van politieambtenaren komt teveel voor. Dit is echter niet een standaardzaak waarbij iemand zijn particuliere onvrede over ordehandhaving, controle of opsporing afreageert op de politieagent.

De verdachte heeft een blanco strafblad. Hij is, naar de politierechter aanneemt met vreedzame bedoelingen, op 1 mei 2011 naar een demonstratie in Utrecht gekomen. De verdachte heeft met de overgelegde stukken - waarvan de inhoud niet wordt weerlegd door andere stukken - aannemelijk gemaakt dat de omvang en aard van de demonstratie door de autoriteiten schromelijk overschat was.

De 150 a 200 demonstranten werden langere tijd “vastgehouden” en werden door een haag politiemensen zodanig afgeschermd van het publiek, dat een omstander meende dat sprake was van een demonstratie van de politie. Er was - blijkt in ieder geval achteraf - onnodige escalatie, waarbij ook verdachte zelf klappen heeft opgelopen.

De verdachte mag agenten in functie niet beledigen. De officier heeft terecht betoogd dat politiemensen die hun werk doen dat niet hoeven te accepteren en de getuigen gaven blijk daadwerkelijk geraakt te zijn door wat hen is toegevoegd.

Een vordering als benadeelde partij had daarom in deze zaak wel enige kans van slagen gehad, maar die is niet ingediend.

De politierechter is echter van oordeel dat geen strafdoel is gediend met de oplegging van enige (on)voorwaardelijke straf. Preventieve werking valt daarvan niet te verwachten en de verdachte is de dag van de demonstratie - in meerdere opzichten - getroffen.

De politierechter zal dus geen straf of maatregel opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9A en 267 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De politierechter:

Vernietigt de gegeven strafbeschikking;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit voor zover dit [aangever A] betreft;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

-bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, politierechter, in tegenwoordigheid van W.D.J. van der Valk, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 maart 2011.

De griffier is buiten staat mede te ondertekenen.