Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7553

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
02-03-2012
Zaaknummer
320520 / KG ZA 12-126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eis verbod op heiwerkzaamheden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat aannemelijk is dat de heiwerkzaamheden van Heijmans in het verleden voor schade hebben gezorgd, maar dat Heijmans nog een kans verdient om de door haar voorgestane gewijzigde aanpak te proberen, onder de waarborg van de toezegging dat bij overschrijding van de normen de werkzaamheden onmiddellijk worden gestopt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 320520 / KG ZA 12-126

Vonnis in kort geding van 2 maart 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

1. OPPIDIUM AMERSFOORT B.V.,

gevestigd te Groenekan,

eiseres in conventie,

verweerder in reconventie

advocaat mr. D.M. de Bruin,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

advocaat mr. D.M. de Bruin,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEIJMANS WONINGBOUW B.V.,

gevestigd te Rosmalen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.A..M. Smeekens.

Partijen zullen hierna Oppidium c.s. en Heijmans worden genoemd.

Eisers in conventie afzonderlijk zullen Oppidium en [eiser 2] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties,

- de conclusie van eis in reconventie met producties,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van Oppidium c.s.,

- de pleitnota van Heijmans.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Oppidium c.s. realiseert in Amersfoort het project genaamd “Oppidium” dat bestaat uit de bouw van een 45 meter hoge hoteltoren en een grootwinkelcentrum met een supermarkt. Dit project bevindt zich in de afbouwfase.

2.2. Op het naastgelegen perceel wordt het project “Fourty5high” ontwikkeld. De opdrachtgeefster van dit project is VOF Mondriaanlaan. Vennoten van dit project zijn AM B.V. en Heijmans Vastgoed B.V. Heijmans is de hoofdaannemer van dit project.

2.3. In verband met het project Fourty5High zijn door “Votax bouwkundige vooropname & taxatie” (hierna: Votax) aan de in de nabijheid van het project gelegen woningen, waaronder de woning van [eiser 2], vooropnamen en naopnamen verricht. De vooropnamen hebben plaatsgevonden op 2 december 2011 en de naopnamen op 16 februari 2012.

2.4. Op 3 februari 2012 is Heijmans begonnen met heiwerkzaamheden. Deze heiwerkzaamheden zijn gestaakt omdat trillingsoverschrijdingen zijn geconstateerd. Op die zelfde dag heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Oppidium en Heijmans. Naar aanleiding van deze bespreking heeft de hoofdconstructeur van Oppidium, Ing [A], werkzaam bij [bedrijf ][A][bedrijf ] (hierna: [A]), het volgende schriftelijk aan Heijmans meegedeeld:

“(…)

Aanleiding voor dit overleg is geweest, dat bij de eerste geslagen paal trillingen zijn gemeten van ver boven de 5 mm/sec.

De grenswaarden voor dit heiwerk is gezien de aard van het buitenmetselwerk, maar ook voor de overige gevoelige constructies gesteld op 3 mm/sec.

Afgesproken zijn de volgende zaken:

1) De palen worden 8 meter voorgeboord met een boor rond 650 mm. De grond dient uit een boorgat te worden verwijderd

2) Er wordt een 12 tons heiblok aangevoerd

3) Wanneer bij deze laatste opstelling het trillingsgetal nog steeds boven 3.4 mm/sec uitkomt, dient er gesproken te worden over een ander paaltype of oplossing.

(…)”

2.5. Heijmans heeft de heiwerkzaamheden op 6 februari 2012 om 8.00 uur hervat. Na een melding van Oppidium dat aan haar gebouw een verzakking was geconstateerd, zijn de heiwerkzaamheden wederom gestaakt en tot op heden gestaakt gebleven.

2.6. In een brief van 6 februari 2012 heeft [A] het volgende aan Heijmans meegedeeld:

“(…)

In de SBR-aanbeveling deel A, wordt voor categorie 2 een versnelling geaccepteerd van bouwdelen in beweging (metselwerk) tot 3 mm/sec. Een en ander is afhankelijk van de frequentie.

Deze trilling kan op verschillende wijze worden veroorzaakt en deze oorzaak is gebaseerd op de samenstelling van het overdrachtsmedium.

Wij hebben afgelopen vrijdag studie gedaan naar de opbouw van de ondergrond en komen ruwweg tot een sandwichconstructie bestaande uit:

- een harde draagkrachtige zandlaag van ca. 5 m dik;

- daaronder een keileemlaag die min of meer samendrukbaar is met een dikte van ca 5 m;

- daaronder eveneens een zeer harde zandlaag.

Op het moment dat de tussenlaag door heiactiviteiten in beweging wordt gebracht (bovenlaag is doorboord) ontstaan er instabiliteitproblemen in de tussenlaag.

Deze tussenlaag wil zich herstellen, wat gepaard gaat met horizontale verplaatsing. Deze horizontale verplaatsingen hebben ook invloed op de horizontale verplaatsing in de bovenste laag; deze vibreert als het ware horizontaal mee.

Door de minimaal 400 palen in deze laag toe te voegen, bestaat de kans dat deze laag overspannen wordt en zich als een totaal andere laag gaat gedragen, waarbij ook het draagvermogen kan worden aangetast.

Met andere woorden, er ontstaat een zeer denkbeeldig gevaar voor (na)zettingen die het gevolg is van belasting uit het gebouw van Vahstal (voorzieningenrechter: Oppidium) (hoogbouw), veroorzaakt van de instabiele tussenlaag.

De eerste zettingen hebben zich al voorgedaan.

De 3mm/seconde-waarde dient dus uniform toepasbaar te worden geacht.

Het is specifiek de tussenlaag die deze trillingsvorm onacceptabel kan versterken. Daarnaast bevindt zich het gebouw in een afbouwfase, waarin bouwactiviteiten geen enkele trilling kunnen accepteren.

Het is om bovengenoemde redenen dat wij, in tegenstelling tot de aanbeveling in de SBR die wij afgelopen vrijdag jl. als toepasbaar geacht hebben, niet meer van toepassing kunnen verklaren en heiwerk überhaupt niet meer mogelijk is zonder groot risico van het veroorzaken van schade.

Zoals afgelopen vrijdag reeds ook is aangegeven, zal toepassing van schroefmortelpalen - al of niet in DPA uitvoering- de enige optie zijn.

(…)”

2.7. Op 7 februari 2012 heeft Ingenieursbureau [naam] & partners (hierna: [naam]) op verzoek van Heijmans in een “memo trillingsoverschrijding” gereageerd op het schrijven van [A]. Onder het kopje “Conclusie” vermeldt [naam]:

“(…)

Resumerend worden wateroverspanning in de Eemformatie (klei-tussenlaag), zoals beschreven door [A], vanwege de aanzienlijke afstand van meer dan 25 m tot het heiwerk niet aannemelijk geacht. De hieruit voortvloeiende instabiliteit van de tussenlaag en/of horizontale verplaatsingen van de vaste zanddeklaag gelegen op deze tussenlaag achten wij evenmin aannemelijk. Verder verwachten wij dat in het funderingspakket onder het Oppidium gebouw (de zanddeklaag) vanwege de vast pakking geen noemenswaardige herschikking heeft plaatsgevonden. Zetting en/of afname van draagkracht ten gevolge van een dergelijke herschikking lijkt dan ook niet aan de orde.

[naam] doet ten aanzien van het heiwerk de volgende aanbevelingen ten aanzien van het heiwerk

“Zoals ook aangegeven in ons funderingsadvies (…) d.d. 14 juli 2010 zijn vanwege de enorme vastheid van de funderingslaag in combinatie met de gehanteerde inbrengmethode heitrillingen niet te vermijden

Om toch de heitrillingen waar mogelijk nog te beperken kan worden voorgeboord in plaats van voorgewoeld. Daarnaast zal naar verwachting bij het toepassen van een zwaarder heiblok met een hogere effectieve heienergie, de trillingshinder nog enigszins kunnen worden beperkt.

Daarnaast kan bij de tussen de sonderingen gelegen palen met een sterk oplopende heikalender mogelijk nog enige trillingshinder worden beperkt, door de palen op een hoger inheiniveua te laten staan. Dit vergt een deskundig heitoezicht en overleg met ons bureau.

Om inzicht te krijgen in de invloed van het heiwerk op de bestaande bebouwing adviseren wij om de belending te monitoren door middel van trillingsmetingen en hoogtemetingen.

(…)”

2.8. Op 17 februari 2012 heeft BREM funderingsexpertise (hierna: BREM) op verzoek van Heijmans een plan van aanpak opgesteld voor de heiwerkzaamheden en trillingsmetingen voor het project Fourty5High. Het door Heijmans op de gegevens van BREM gebaseerde Plan van Aanpak vermeldt de volgende maatregelen:

“(…)

2.1 Inhei niveau:

De constructeur van ons project IMD vertegenwoordigd door dhr [C] heeft een heroverweging gedaan met het beperken van de inhei nivo’s. Dit heeft geresulteerd in een herzien palenplan waarin duidelijk te zien is dat erover het gehele palenplan gezien de palen over bijna de gehele linie korter geworden zijn. Deze maatregel zal dan ook een zeer positieve uitwerking moeten hebben op de trillingen, daar de hogere gemeten trillingen in de onderste vaste laag ontstonden. Het nieuwe palenplan is van de datum 8-2-’12 met de daarbij behorende gewichts- en stabiliteits berekening van 9-2-’12. Beide documenten liggen bij Bowoto ter goedkeuring.

2.2 Voorboren:

In eerste instantie was het uitgangspunt om de palen voor te woelen. Met hierbij de kanttekening dat er telkens een paal voorgewoeld wordt en direct erna de paal geheid zou worden. Dus om en om. Het uitgangspunt dat nu gebruikt zal gaan worden is om de palen voor te boren en de schacht geheel te ruimen over de volle 8ml en met voorkeur om tot net in de eemformatie te boren. Met nog steeds het uitgangspunt van om en om voorboren en heien. Resterende aandachtspunten zie PVA Brem.

2.3 Heiblok:

Wijziging van D63 Dieselblok naar een Hydroblok 10t. zoals beschreven in PVA Brem funderingsexpertise. Voor slag en energie tabel zie bijlage 1.

2.4 Meetdag:

Om een duidelijk beeld te krijgen van de resultaten van de te nemen maatregelen, lijkt het ons goed om een hei proefdag te introduceren. Zoals beschreven in het PVA van Brem funderingsexpertise. Aan de hand van deze bevindingen kan de routing nader bepaald worden en zullen de meetinstructie worden vastgelegd (op basis van de SBR richtlijnen) Vervolgens kan het heien vervolgd worden.

2.5 Trillingsmetingen:

Bij dit plan van aanpak zijn 2s, pva’s bijgevoegd waarin Brem funderingsexpertise de uiteenzetting doet met betrekking tot de trillingmetingen welke toegepast gaan worden ten tijde van de proefdag. Hierdoor kunnen de trillingsgevolgen ook op grotere afstand in kaart gebracht worden. Ook het aantal meters in het winkel/hotelpand worden uitgebreid (indien de eigenaar hiermee akkoord gaat). Alle specificaties omtrent deze bemetering staan in deze pva’s (…)

(…)”

2.9. Op 22 februari 2012 heeft bureau [X] Expertises (hierna: [X]) ten behoeve van Risk solutions, de verzekeraar van Heijmans een rapport uitgebracht naar aanleiding van een op 17 februari 2012 door haar uitgevoerd onderzoek naar de schade als gevolg van de heiwerkzaamheden. Dit rapport vermeldt:

“ (…)

Volgens de heer van [B] (voorzieningenrechter: de projectleider van Oppidium) is het bouwdeel van het hotel (de hoogbouw op de foto) een aantal millimeter hoger gebouwd ten opzichte van de overige bouwdelen. In het ontwerp zou volgens de heer Van [B] rekening zijn gehouden met een ongelijke zetting van de bouwdelen. Nadat de bouwdelen zijn gezet, na circa 1 jaar, zouden de vloeren van de bouwdelen onderling op hetzelfde niveau uitkomen. Dot proces zou volgens hem zijn verkort tot een dag. Hij liet ons een hoogtestreep zien op de betonconstructie en een gemetselde constructie waarbij de betonconstructie behoort tot het hotelgedeelte en de gemetselde constructie tot het overige gedeelte. Deze lijnen zouden voor het heien in elkaars verlengde hebben gelegen. Voor een indruk zie onderstaande foto

(…)

Wij hebben aan de heer Van [B] kenbaar gemaakt dat de gevolgen van het spontaan zetten van het hotel ten opzichte van de omliggende bouwdelen niet zichtbaar zijn in de vloeren, wanden en plafonds.

De heer Van [B] kon ons aan schade alleen één gescheurde voeg van circa 5 cm in een tegelvloer nabij een dilatatie op de begane grond tonen. De overige scheuren in het tegelwerk zouden volgens hem inmiddels zijn hersteld.

(…).”

2.10. Op 22 februari 2012 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met de omwonenden en Heijmans.

3. Het geschil

In conventie

3.1. Oppidium c.s. vordert dat de voorzieningenrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, Heijmans veroordeelt tot

1. het onmiddellijk staken en gestaakt houden van de heiwerkzaamheden ten behoeve van het project Fourty5High te Amersfoort, zulks op straffe van een door Heijmans aan Oppidium c.s. te verbeuren direct opeisbare dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Heijmans in strijd handelt met dit vonnis, althans zodanige maatregel als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te moeten treffen;

2. betaling van de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2. Oppidium c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat als gevolg van de overschrijding van de toegestane trillingswaarden bij de heiwerkzaamheden door Heijmans op 3 februari 2012 en door de hervatting van de heiwerkzaamheden op 6 februari 2012 schade is ontstaan aan haar bouwwerken. Oppidium c.s. stelt dat de door Heijmans gehanteerde heimethode gelet op de bodemgesteldheid ter plaatse altijd overschrijding van de maximale trillingswaarden met zich brengt en dat het probleem van “verdringing” zal optreden. Dit zal volgens Oppidium c.s. tot schade aan de belendende bebouwing leiden. Oppidium c.s. wijst er op dat Oppidium reeds aan het begin van het project Fourty5High aan Heijmans alternatieve methoden heeft voorgesteld die niet tot problemen zullen leiden, zoals een fundering op staal of het bouwen op schroefmortelpalen. Bij alle projecten in de omgeving Fourty5High, inclusief Oppidium zelf, is volgens Oppidium c.s. gebruik gemaakt van deze alternatieve methoden. Oppidium c.s. heeft geen vertrouwen in het door Heijmans gepresenteerde Plan van Aanpak, aangezien daarbij niet wordt afgezien van de gebruikte heimethode. Op de meetdag worden slechts vier proefpalen van de in totaal 400 palen ingeslagen, zodat dit volgens Oppidium c.s. geen enkele garantie biedt voor de verdere verloop van het project.

3.3. Heijmans erkent dat bij de heiwerkzaamheden op 3 februari 2012 een overschrijding heeft plaatsgevonden van de maximale trillingswaarden, maar betwist dat er als gevolg van deze overschrijding schade is opgetreden. De stillegging van de heiwerkzaamheden op 6 februari 2012 hield volgens Oppidium c.s. verband met een beweerdelijke verzakking aan het gebouw van Oppidium. Voorts betwist Heijmans dat de door Oppidium c.s. voorgestelde methode in de gegeven omstandigheden de enig veilige funderingswijze is. Heijmans stelt dat zij in het Plan van Aanpak de door haar gebruikte heimethode op een aantal punten heeft aangepast, om daarmee het trillingsniveau tot het minimum te beperken. De meetdag heeft tot doel vast te stellen of het trillingsniveau met de voorgestelde maatregelen binnen de toegestane waarden blijft.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In reconventie

3.5. Heijmans vordert dat de voorzieningenrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, Oppidium gebiedt om, vanaf de door Heijmans uit te voeren meetdag tot en met het moment dat het volledige heiwerk op het project Fourty5High is voltooid:

- toestemming te verlenen voor en medewerking te verlenen aan het door Heijmans (laten) plaatsen en het vervolgens in stand houden van trillingsmeters op en aan haar panden in de nabije omgeving van het project;

- Heijmans onbelemmerde toegang te verlenen tot de op haar panden geplaatste trillingsmeters;

- zich te onthouden van handelingen, die tot beïnvloeding van de meters en/of metingen kunnen leiden;

- ook overigens te gehengen en te gedogen,

alles op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of dagdeel en voor iedere keer dat Oppidium hiermee, na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke zal zijn, tot een maximum van € 200.000,00 en met veroordeling van Oppidium in de kosten van de procedure.

3.6. Oppidium voert verweer.

3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie

4.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat aannemelijk is dat de heiwerkzaamheden van Heijmans in het verleden voor schade hebben gezorgd, maar dat Heijmans nog een kans verdient om de door haar voorgestane gewijzigde aanpak te proberen, onder de waarborg van de toezegging dat bij overschrijding van de normen de werkzaamheden onmiddellijk worden gestopt. Daartoe is het volgende overwogen.

4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat bij de beoordeling van de trillingswaarden de door [A] genoemde SBR-normen als uitgangspunten hebben te gelden en dat deze normen bij de heiwerkzaamheden op 3 februari 2012 zijn overschreden.

4.3. De door Oppidium c.s. overgelegde foto’s van de woning van [eiser 2] laten beschadigingen zien en de na-opname vermeldt op 16 februari 2012 voor diverse ruimtes in de woning “(lichte) werking”, “krimpscheurwerking” en “scheurvorming”, welke beschadigingen in het vooropnamerapport niet werden vermeld. Verder vermeldt het rapport [X] (zie 2.9) in ieder geval een gescheurde voeg in het gebouw van Oppidium. Deze beschadigingen in samenhang met de overschrijding van trillingswaarden maken het door Oppidium c.s. gelegde verband tussen het heien en deze schade aannemelijk.

4.4. De in dit kort geding door de voorzieningenrechter te beantwoorden vraag betreft echter niet de aansprakelijkheid van Heijmans voor de geleden schade, maar de vraag of de wijze waarop de heiwerkzaamheden in het verleden zijn uitgevoerd, het gevorderde verbod tot heien in de toekomst rechtvaardigt. Voor het opleggen van een dergelijk verstrekkend verbod is vereist dat er gegronde vrees bestaat dat het schadeveroorzakende gedrag in de toekomst wederom zal optreden. De last om dit te aannemelijk te maken rust op Oppidium c.s.

4.5. Oppidium c.s. baseert haar stelling dat er bij hervatting van de heiwerkzaamheden (wederom) schade zal ontstaan op het rapport van [A] (zie 2.6), waarin is vermeld dat bij de door Heijmans gebruikte techniek de maximaal toegestane trillingswaarden zullen worden overschreden en dat het gevaar voor “verdringing” bestaat. Volgens [A] is het, vanwege de bodemgesteldheid ter plaatse, niet mogelijk te heien zonder schade te veroorzaken. De stelling van Oppidium c.s. komt er op neer dat Heijmans slechts dan niet onrechtmatig handelt indien zij een van de door Oppidium c.s. voorgestelde funderingstechnieken gebruikt.

4.6. Heijmans stelt dat haar nieuwe Plan van Aanpak (zie 2.8) dat is gebaseerd op de door haar geraadpleegde deskundigen [naam] en BREM, voldoende waarborgen biedt dat in de toekomst zonder schade geheid zal kunnen worden. Zij stelt daartoe dat in dit plan van aanpak de volgende wijzigingen worden toegepast ten opzichte van de eerder gebruikte heimethode:

1. wijziging van de inheiniveaus, waartoe bijna over de volledige linie kortere palen worden gebruikt (in verband hiermee is het palenplan gewijzigd);

2. dieper dan voorheen voorboren en de voorgeboorde schacht geheel ruimen alvorens te heien;

3. wijziging van het heiblok (van een dieselblok naar een hydroblok waarvan de slagkracht veel nauwkeuriger kan worden geregeld en waarbij de hogere massa van het blok met kortere slagen er voor zorgt dat trillingen worden gereduceerd);

4. continue en nog uitgebreidere monitoring van de trillingen middels meetapparatuur.

4.7. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Beide partijen baseren hun standpunt op de door hen geraadpleegde deskundigen. Ter zitting hebben de deskundigen hun standpunten uitvoerig toegelicht. De deskundigen verschillen niet van mening over het bestaan van de verschillende lagen in de bodem. Hun standpunten betreffende de consequenties daarvan voor de te hanteren funderingstechniek lopen echter sterk uiteen. Onder deze omstandigheden vereist de beantwoording van de vraag of de door Heijmans voorgestelde maatregelen voldoende zijn om (verdere) schade te voorkomen, advies van een onafhankelijke deskundige. De kort geding procedure leent zich echter niet voor het inwinnen van een dergelijk advies.

4.8. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter zich thans gesteld voor de vraag of de beschikbare gegevens in samenhang met de door partijen en hun deskundigen ter zitting gegeven toelichting en de wederzijdse belangen in aanmerking genomen, voldoende grondslag bieden om een verbod tot voortzetting van de heiwerkzaamheden te kunnen rechtvaardigen.

4.9. Het belang van Oppidium c.s. bestaat eruit dat de heiwerkzaamheden worden uitgevoerd zonder dat dit schade berokkent aan de belendende percelen.

4.10. Heijmans heeft er groot (financieel) belang bij om indien dat mogelijk is het project op de door haar ingeslagen weg – zij het met enige aanpassingen – voort te kunnen zetten. Heijmans heeft in het Plan van Aanpak (zie 2.8) concreet aangegeven welke wijzigingen zij ten opzichte van het oorspronkelijke plan wil aanbrengen. Het is niet op voorhand onaannemelijk dat deze maatregelen die - kort gezegd - neerkomen op een wijziging van het inheiniveau (kortere heipalen), dieper voorboren en het ruimen van de voorgeboorde schacht tot op 8 meter en het gebruik van een ander heiblok, ertoe leiden dat de eerder opgetreden problemen zich niet meer zullen voordoen. Heijmans heeft deze gewijzigde heimethode nog niet in het project Fourty5High toegepast, zodat zij de deugdelijkheid van haar plan niet heeft kunnen aantonen. Het Plan van Aanpak voorziet er voorts in dat op veel plaatsen metingen zullen worden uitgevoerd en Heijmans heeft toegezegd de heiwerkzaamheden te zullen beëindigen op het moment dat de maximaal toegestane trillingswaarden worden overschreden. In dit verband heeft Heijmans benadrukt dat het Plan van Aanpak niet slechts de nulmeting behelst, maar dat een continue monitoring van het project plaatsvindt. De voorzieningenrechter ziet een bevestiging van deze stelling in het rapport van BREM dat onder het kopje “C. Introductie meetdag vermeld”: “Op basis van de meetdata van deze dag zal besloten worden hoe de trillingsmetingen bij de volgende dagen voortgezet dienen te worden” en onder het kopje “D. Trillingsmetingen”: “De op deze dag geregistreerde meetdata zullen maatgevend zijn voor het vervolgen van de trillingsmetingen”. Ook de eis in reconventie in dit kort geding is een bevestiging van het voornemen van Heijmans om niet slechts op de meetdag metingen uit te voeren, maar gedurende het gehele heiproject.

4.11. De voorzieningenrechter neemt voorts in aanmerking dat als gevolg van de eerste heiwerken wel de hiervoor in 4.3 genoemde schade is geconstateerd, maar dat van onherstelbare of onomkeerbare schade aan de constructie van de gebouwen niet is gebleken. De stelling van Oppidium c.s. dat als gevolg van de heiwerkzaamheden een verzakking in het gebouw van Oppidium heeft plaatsgevonden is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende aannemelijk geworden. Daartoe wordt overwogen dat Heijmans ter betwisting van deze stelling heeft verwezen naar het rapport van [X] van 12 februari 2012 en naar metingen verricht door het bedrijf HB landmeetkundige dienstverlening. Volgens Heijmans waren bij aanvang van het project Fourty5High meetpunten aangebracht op het gebouw van Oppidium om eventuele zakkingen vast te stellen en is in dit kader een op 15 december 2011 een nulmeting uitgevoerd, is op 1 februari 2012 een eerste herhalingsmeting en op 6 februari 2012 nogmaals een herhalingsmeting uitgevoerd. Heijmans heeft de bij deze metingen behorende foto’s in het geding gebracht. Uit deze metingen is volgens Heijmans niet gebleken dat sprake is van een verzakking van het gebouw. Gelet op deze gemotiveerde betwisting door Heijmans vormt de door Oppidium c.s. overgelegde foto, waar ook in het rapport [X] naar wordt verwezen en die verband houdt met door Oppidium verrichte metingen, een onvoldoende onderbouwing van haar stelling.

4.12. Onder deze omstandigheden kan van Heijmans redelijkerwijs niet worden geëist dat zij, zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld de door haar voorgestelde maatregelen uit te proberen, thans reeds een andere funderingsmethode toepast. Zeker nu onbetwist is gebleven dat de door Oppidium c.s. voorgestelde alternatieven een geheel andere aanpak verlangen, die de reeds gedane investeringen te niet doen en die aanmerkelijk duurder zijn.

4.13. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet de voorzieningenrechter onvoldoende grond om op grond van de thans beschikbare stukken Heijmans voorshands te verbieden de heiwerkzaamheden te hervatten op de wijze als in het Plan van Aanpak is voorzien. De vorderingen van Oppidium c.s. zullen daarom worden afgewezen.

4.14. Oppidium c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Heijmans worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.391,00

In reconventie

4.15. De vordering in reconventie komt er in essentie op neer dat Oppidium Heijmans in de gelegenheid stelt de voor de uitvoering van het Plan van Aanpak benodigde metingen te kunnen verrichten en deze ongestoord te kunnen blijven verrichten en waarborgen om verdere schade te voorkomen.

4.16. Oppidium heeft daartegen aangevoerd dat de meetdag geen soelaas zal bieden voor de problemen als gevolg van de heiwerkzaamheden. Zij heeft echter niet betwist dat deze metingen de basis vormen voor een goede uitvoering van het Plan van Aanpak.

4.17. Gelet op het voorgaande en gelet op de beslissing in conventie zullen de vorderingen van Heijmans in zoverre worden toegewezen dat Oppidium wordt verplicht toestemming en medewerking te verlenen aan het door Heijmans (laten) plaatsen en het vervolgens in stand houden van de trillingsmeters op en aan de panden van Oppidium in de nabije omgeving van het project Fourty5High, Heijmans de gelegenheid te bieden deze trillingsmeters af te lezen en zich te onthouden van handelingen die tot beïnvloeding van de meters en/of metingen kunnen leiden.

4.18. Voor de gevorderde oplegging van een dwangsom ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding. Het uitvoeren van de metingen is ook in het belang van Oppidium en er is, gelet op de toezegging ter zitting, onvoldoende grond om aan te nemen dat zij niet zal meewerken aan hetgeen haar bij dit vonnis wordt opgedragen.

4.19. Oppidium zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Heijmans worden begroot op € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00) voor salaris advocaat.

5. De beslissing

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Oppidium c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Heijmans tot op heden begroot op

€ 1.391,00,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

In reconventie

5.4. legt Oppidium de verplichting op om vanaf de door Heijmans uit te voeren meetdag tot en met het moment dat het volledige heiwerk voor het project Fourty5High is voltooid:

- toestemming en medewerking te verlenen aan het door Heijmans (laten) plaatsen en het vervolgens in stand houden van de trillingsmeters op en aan de panden van Oppidium in de nabije omgeving van het project Fourty5High,

- Heijmans de gelegenheid te bieden deze trillingsmeters af te lezen en

- zich te onthouden van handelingen die tot beïnvloeding van de meters en/of metingen kunnen leiden,

5.5. veroordeelt Oppidium in de proceskosten, aan de zijde van Heijmans tot op heden begroot op € 408,00,

5.6. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F van der Kraats en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2012.?