Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3865

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-02-2012
Datum publicatie
14-02-2012
Zaaknummer
319709 - KG ZA 12-88
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

'veilcondities' artikel 518 Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 319709 / KG ZA 12-88

Vonnis in kort geding van 10 februari 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam,

tegen

naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiser] en de SNS Bank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- twee faxberichten van 9 februari 2012 van mr. Loonstein met bijlagen;

- een akte wijziging van eis van 10 februari 2012, inhoudende een vermindering van eis;

- de mondelinge behandeling van 10 februari 2012;

- de pleitnota van mr. Loonstein.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

2.1. [eiser] is eigenaar van de onroerende zaken aan de [adres] en 4 en de [adres] te [woonplaats]. Deze objecten stonden op de veiling van

10 februari 2012 om 13.00 uur vanwege de SNS Bank uit hoofde van de vorderingen die de SNS Bank heeft op [eiser]. De veiling vindt plaats in het Van der Valk Hotel Biltsche Hoek te De Bilt.

2.2. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 9 februari 2012 een beschikking gewezen in de verzoekschriftprocedure met zaaknummer/rekestnummer 509851 / KG RK 12-264 tussen [eiser] en mr. [W], executerend notaris namens de SNS Bank, waarin onder meer het volgende is overwogen en beslist:

4. De beoordeling

(…)

De voorzieningenrechter is met de notaris van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat de executieveiling een hogere opbrengst zal genereren ten aanzien van de [adres] indien deze woning samen met de overige drie onroerende zaken zal worden geveild. Het betreft immers een woning die op dit moment verhuurd is, zodat de onroerende zaak niet zonder meer interessant is als beleggingsobject. Ten aanzien van de [adres] zal het verzoek dan ook worden afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. gelast de notaris te bewerkstelligen dat de executoriale verkoop van de

onroerende zaken gelegen aan de [adres], De [adres] en de [adres] te [woonplaats], op 10 februari 2012 om 13.00 uur geen doorgang vindt,

5.2. bepaalt ambtshalve dat de executoriale verkoop van de onder 5.1

genoemde onroerende zaken kan plaatsvinden op een ander door de notaris te bepalen dag en uur, met inachtneming van de wettelijke voorschriften,

(…)

5.5. wijst af het meer of anders verzochte.

3. De vordering

[eiser] vordert, na de akte van wijziging van eis, inhoudende een vermindering van eis, dat het de SNS Bank wordt verboden om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [woonplaats] op 10 februari 2012 openbaar te doen verkopen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000.000,00 bij overtreding van het te geven verbod, kosten rechtens.

4. De beoordeling

Verstekverlening

4.1. Op 9 februari 2012 om ongeveer 13.00 uur heeft [eiser] om een datum en een tijdstip voor een spoed kort geding gevraagd en op 9 februari 2012 is om ongeveer 16.00 uur dit kort geding bepaald op 10 februari 2012 om 09.30 uur.

Op 9 februari 2012 is om 17.01 uur het exploot van de dagvaarding aan de SNS Bank betekend. Een afschrift van voornoemd exploot is aan de heer [A], werkzaam bij de SNS Bank afgegeven. Ter terechtzitting is de SNS Bank niet verschenen. Mr. Loonstein heeft ter zitting verklaard dat hij de dag en uur waarop de mondelinge behandeling is bepaald doorgegeven heeft aan mr. [W], executerend notaris namens de

SNS Bank. Verder heeft mr. Loonstein contact gehad met de afdeling Bijzondere Kredieten van de vestiging van de SNS Bank te Den Bosch, alwaar het dossier van [eiser] behandeld wordt en heeft mr. Loonstein telefonisch contact gehad met mevrouw [B], secretaresse van de heer [C], werkzaam bij de vestiging van de SNS Bank te Utrecht om eveneens de dag en uur waarop de mondelinge behandeling is bepaald door te geven.

Gelet op deze gang van zaken en de aard en de strekking van dit spoed kort geding heeft de SNS Bank voldoende gelegenheid gehad om – indien gewenst – voor de behartiging van haar in dit geding aan de orde komende belangen zorg te dragen.

Tegen de SNS Bank wordt dan ook verstek verleend.

Bevoegdheid

4.2. [eiser] heeft zijn vordering in kort geding aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht gericht omdat de SNS Bank statutair is gevestigd te [vestigingsplaats]. De grondslag van de vordering is dat de SNS Bank onrechtmatig handelt door de executoriale verkoop van het pand aan de [adres] te [woonplaats] doorgang te laten vinden. Die veiling zal in het arrondissement Utrecht plaatsvinden.

De voorzieningrechter acht zich bevoegd om van deze vordering kennis te nemen.

4.3. [eiser] heeft zijn eis gewijzigd. Deze eis komt neer op een vermindering van eis en is derhalve toelaatbaar, gelet op artikel 129 Rv.

4.4. Ter beoordeling ligt de vraag voor of, mede gelet op het verleende verstek, de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

In materieel opzicht betreft het een geschil over de veilcondities als bedoeld in artikel 518 tot en met 520 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Daarvoor is een speciale verzoekschriftprocedure bij de voorzieningenrechter gecreëerd. Tegen een in een dergelijke procedure gegeven beschikking staat overeenkomstig artikel 518 lid 2 Rv geen hoger beroep open. Daarvoor is door de wetgever ook als reden gegeven dat er een snelle beslissing moet komen omdat de tenuitvoerlegging niet al te zeer mag worden getraineerd. Deze weg is klaarblijkelijk ook gevolgd gelet op overgelegde beschikking van 9 februari 2012 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Uit de toelichting hier ter zitting is gebleken dat in dat geding mr. [W] is opgetreden als de executerende notaris van de SNS Bank.

4.5. Bij de beschikking van 9 februari 2012 is het verzoek ten aanzien van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [woonplaats] afgewezen, onder andere omdat niet aannemelijk is geworden dat het pand aan de [adres] te [woonplaats] gezamenlijk (executoriaal) verkopen met de andere panden meer zou opbrengen dan apart geveild.

In deze kort geding procedure poogt [eiser] dit standpunt thans nader te onderbouwen met een overgelegde verklaring van makelaar [X] van 9 februari 2012. Dit lijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zozeer op een ‘verkapt hoger beroep’ van de beslissing van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 9 februari 2012, terwijl van die beschikking juist geen hoger beroep mogelijk is gelet op artikel 518 lid 2 Rv en artikel 520 lid 3 Rv, dat de voorzieningenrechter dit in strijd acht met de goede procesorde en daarom aan voornoemde verklaring voorbij gaat.

4.6. Ten aanzien van de overige argumenten die naar voren zijn gebracht is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze niet eerder dan wel gelijktijdig met de argumenten naar voren hadden kunnen worden gebracht in de verzoekschriftprocedure bij de voorzieningenrechter te Amsterdam. Gelet op het beginsel van concentratie van standpunten (artikel 21 Rv) en de aard van de snelle procedure van artikel 518 tot en met 520 Rv met een exclusieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter in wiens rechtsgebied het onroerend goed (geheel of grotendeels) gelegen is, ziet de voorzieningenrechter te Utrecht geen taak voor zich weg gelegd. Daarbij wijst de voorzieningenrechter op het feit dat in het Amsterdamse geding de notaris is opgetreden, als executerende notaris van de SNS Bank, zodat aannemelijk is dat materieel hetzelfde geding aan de orde is geweest in Amsterdam en door de bevoegde voorzieningenrechter daar is behandeld en beoordeeld.

4.7. Ten slotte is gesteld noch gebleken dat er in de Amsterdamse procedure zozeer een strijd is geweest met essentiële vormen dan wel met het beginsel van hoor en wederhoor dat – ondanks de mogelijkheid om bij uitzondering op deze gronden wel een hoger beroep in te stellen – voor de voorzieningenrechter in Utrecht nog een aanvullende taak is weg gelegd.

4.8. Om al deze redenen weigert de voorzieningenrechter de gevorderde voorziening, daar de gestelde vordering haar juist wel onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

4.9. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de SNS Bank worden begroot op nihil.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. weigert de gevorderde voorziening;

5.2. veroordeelt [eiser], als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten aan de zijde van de SNS Bank, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Heuveling van Beek en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2012.?