Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2994

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-02-2012
Datum publicatie
07-02-2012
Zaaknummer
16/600982-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Winkeldiefstal en bedreiging. Gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600982-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 februari 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1986] te [geboorteplaats]

gedetineerd in PI Utrecht – Huis van Bewaring locatie Nieuwegein te Nieuwegein

raadsvrouwe mr. B. Molleman, advocaat te Amersfoort

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 14 november 2011 en 23 januari 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 8 oktober 2011 parfum heeft gestolen bij de Bijenkorf in Utrecht;

feit 2: op 8 oktober 2011 één of meerdere medewerkers van het politiebureau in Utrecht of anderen heeft bedreigd.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1 ten laste gelegde feit. De verdediging heeft een vrijspraak bepleit van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging, nu naar het oordeel van de raadsvrouwe de in de tenlastelegging genoemde personen in kwestie niet concreet bedreigd zijn.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Feit 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting op 14 november 2011;

- het aangifteformulier voor winkeliers.

4.3.2 Feit 2

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen opgenomen dat verdachte, nadat hij was verhoord over een diefstal bij De Bijenkorf, met verheven stem zei dat hij mensen op straat dood zou schieten om aangehouden te worden door de politie, hij plekken wist waar hij spullen kan kopen om een bom mee te maken en dat hij deze zelfgemaakte bom dan bij een ziekenhuis naar binnen zou gooien.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de bevindingen van deze verbalisanten wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte anderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met brandstichting of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen kan ontstaan. Bij verbalisanten bestond de vrees dat verdachte, gelet op zijn kennelijke fysieke en psychische staat op dat moment, de voorgenomen misdrijven ook zou plegen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 08 oktober 2011 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen parfum (merk Hugo Boss), toebehorende aan De Bijenkorf;

2.

op 08 oktober 2011 te Utrecht, anderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht of met brandstichting of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen kan ontstaan,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

(met verheven stem, net ná een politieverhoor) gezegd dat

- "hij mensen op straat dood zou schieten om aangehouden te worden door de

politie" en

- "hij plekken wist waar hij spullen kan kopen om een bom mee te maken" en

- "hij deze zelfgemaakte bom dan bij een ziekenhuis naar binnen zou gooien",

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit:

diefstal.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met brandstichting of met enig misdrijf waarvoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen kan ontstaan.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft een strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een winkeldiefstal. Door aldus te handelen heeft verdachte schade en hinder veroorzaakt en inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betreffende winkel.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het uiten van enkele ernstige bedreigingen, nadat hij was verhoord door de verbalisanten. De woorden van verdachte veroorzaakten onrust bij de medewerkers van het politiebureau die de bewoordingen hoorden. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de betreffende politiemedewerkers blijkt dat zij zich ernstig zorgen maakten over de openbare orde en veiligheid.

De rechtbank acht voornoemd gedrag van verdachte buitensporig en ontoelaatbaar.

Verdachte is niet eerder in Nederland veroordeeld voor strafbare feiten.

Verdachte was op 8 oktober 2011 recent vrijgekomen uit de gevangenis in Spanje, na daar een gevangenisstraf te hebben uitgezeten van 4 jaar voor het plegen van cocaïnehandel/smokkel.

Tijdens zijn verhoor bij de politie en ook ter terechtzitting van 14 november 2011 heeft verdachte aangegeven weer strafbare feiten te zullen plegen zodra hij zou worden vrijgelaten. Verdachte wilde gedetineerd blijven, zodat hij de medicatie die hij nodig had zou kunnen krijgen. Buiten op straat zou hij het niet overleven zonder zijn medicatie.

Gelet hierop heeft de rechtbank op 14 november 2011 de behandeling van de zaak aangehouden en de voorlopige hechtenis van verdachte voortgezet om, in het kader van een eventueel op te leggen straf of maatregel, nader ingelicht te worden over wat er met verdachte zou gebeuren vanuit vreemdelingenoogpunt als hij in vrijheid zou worden gesteld.

Bij nadere informatie is de rechtbank gebleken dat verdachte bij beslissing van 19 januari 2012 tot ongewenst vreemdeling is verklaard en dat hij door de vreemdelingenpolitie zal worden uitgezet, zodra verdachte in vrijheid zal worden gesteld in deze strafzaak.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank constateert dat verdachte op de dag van de uitspraak reeds 121 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in verband met deze zaak. Dit is een aanmerkelijke langere detentieduur dan gewoonlijk wordt opgelegd voor een winkeldiefstal en een verbale bedreiging.

Gelet echter op de omstandigheid dat het onverantwoord was verdachte eerder in vrijheid te stellen, gezien zijn bereidheid opnieuw strafbare feiten te zullen plegen, acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden een passende strafrechtelijke sanctie in deze zaak.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Somsen, voorzitter, mrs. J.R. Krol en M.J. Veldhuijzen, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 februari 2012.