Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2787

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-01-2012
Datum publicatie
03-02-2012
Zaaknummer
16-712527-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

100 uren werkstraf wegens hennepteelt, aanwezig hebben van xtc en voorhanden hebben van een nep vuurwapen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16-712527-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 januari 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsvrouw: mr. F. van Baarlen, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 december 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

In de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 te Houten en/of Culemborg telkens in vereniging in de uitoefening van een beroep of bedrijf een hennepkwekerij in werking heeft gehad althans een grote hoeveelheid hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 2:

In de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 te Houten en/of Culemborg heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het houden van hennepkwekerijen;

Feit 3:

In de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 te Houten zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen en/of auto’s;

Feit 4:

Op 14 juni 2011 te Houten 19 xtc-pillen opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 5:

Op 14 juni 2011 te Houten een nepvuurwapen voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De vrijspraak

4.1 Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting vrijspraak gevorderd van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft zich hierbij aangesloten.

4.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de verdachte van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten vrijspreken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de feiten 1, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie worden bewezen dat verdachte zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan het in werking hebben van een hennepkwekerij in een woning aan de [adres] te [woonplaats].

Met betrekking tot het voorhanden hebben van een nepvuurwapen als onder 5 ten laste gelegd heeft de officier van justitie gesteld dat, gelet op de aandacht die in de media wordt gegeven aan de strafbaarheid van bezit van speelgoedwapens, verdachte van de strafbaarheid hiervan op de hoogte moet zijn geweest.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte eveneens van het onder 1 en 5 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Het onder 4 ten laste gelegde feit kan volgens de raadsvrouw bewezen worden.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Volgens de raadsvrouw is verdachte op geen enkele wijze betrokken geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres] in [woonplaats]en zij voert ter onderbouwing daarvan het volgende aan.

Verdachte is gedurende de ten laste gelegde periode diverse malen naar het adres [adres] in [woonplaats] geweest enkel omdat hij in de garage op dit adres aan auto’s heeft geklust. Hij is niet in de woning aan dit adres geweest waarin de hennepkwekerij is aangetroffen. Deze woning wordt door een tuin van de garage gescheiden. De hennepkwekerij in de woning aan de [adres] te [woonplaats] bevond zich in een afgeschermde ruimte. Dit pleit voor de verklaring van verdachte dat hij nimmer in deze kwekerij is geweest.

De raadsvrouw wijst er verder op dat [X] als getuige ter terechtzitting heeft verklaard dat verdachte inderdaad niet op de hoogte was van het bestaan van de hennepkwekerij in de [adres] te [woonplaats], dat de bon van Groeipaleis van 8 maart 2011 die op 14 juni 2011 in de woning van verdachte is aangetroffen van hem kan zijn, en dat de in de garage aangetroffen hennepgerelateerde producten inderdaad van hem zijn. Verder heeft zij aangegeven dat verdachte zijn I-Phone regelmatig heeft uitgeleend aan [X] hetgeen kan verklaren dat er foto’s van de woning aan de [adres] te [woonplaats] op deze telefoon zijn aangetroffen.

Volgens de raadsvrouw moet het telefoongesprek waarin verdachte tegen [X] zegt: “Ze zijn echt overal aan het kijken. Je moet echt fucking stil doen pik” als een paniek moment bij verdachte worden gezien. Verdachte heeft [X] even daarvoor immers juist laten weten dat hij niets met de hennepkwekerij van [X] te maken wilde hebben. Uit de opgenomen telefoongesprekken blijkt niet dat verdachte wetenschap heeft gehad van de hennepkwekerij, laat staan dat hij hierbij betrokken is geweest. Uit de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] blijkt evenmin dat verdachte bemoeienis heeft gehad met enige hennepkwekerij.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 11 mei 2011 op verzoek van [X] een aantal personen naar het pand aan de [adres] heeft gebracht, bij die woning een sterke hennepgeur heeft geroken en vervolgens aan [X] heeft laten weten daar niets mee te maken te willen hebben. Vervolgens heeft verdachte met [X] gebeld toen hij op 11 mei 2011 naast de politie stond. Verdachte zei toen tegen [X]: “Je moet fucking stil doen pik”, “Gewoon dicht laten en eh ze zijn overal aan het kijken”. Verdachte heeft dit als pure schrikreactie tegen [X] gezegd, aldus verdachte ter terechtzitting. Verdachte wist niet waarom hij die personen naar het henneppand moest brengen maar heeft dit gedaan omdat hij de garage die bij deze woning hoorde nodig had voor zijn kluswerkzaamheden, aldus zijn verklaring ter zitting.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken omdat het speelgoedwapen niet op een echt vuurwapen lijkt aangezien dit voorwerp van plastic is gemaakt. Indien de rechtbank niet met dit verweer meegaat, dient de rechtbank het bewuste speelgoedwapen zelf te bekijken alvorens een beslissing te nemen of het een op een vuurwapen gelijkend voorwerp betreft, aldus de raadsvrouw.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

5.3.1 De bewijsmiddelen

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Op 11 mei 2011 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. [X] werd daar samen met een aantal andere personen aangehouden. De politie heeft 273 hennepplanten in deze woning aangetroffen .

Het observatieteam heeft verdachte die ochtend diverse malen in Culemborg gezien en verdachte heeft daarover ter terechtzitting verklaard dat hij op 11 mei 2011 op verzoek van [X] een aantal personen naar de woning aan de [adres] in [woonplaats] heeft gebracht .

Verdachte heeft ter terechtzitting verder verklaard dat hij op 11 mei 2011 de politie bij voormelde woning in [woonplaats] heeft zien staan en dat hij toen met [X] heeft gebeld . Op 11 mei 2011 te 09.45 uur vond dit telefoongesprek tussen verdachte en [X] plaats en verdachte zegt daarin: “Je moet fucking stil doen pik”, “Gewoon dicht laten en eh ze zijn overal aan het kijken” . Op dezelfde datum voert verdachte om 09.47 uur een telefoongesprek met [X] waarin verdachte zegt: “Maar je werkt sinds januari al niet meer voor mij en we hebben ook al geen contact meer gehad”. [X] zegt dan: “Nee weet ik” waarop verdachte reageert: “Oke” . Vervolgens belt verdachte om 09.54 uur met een onbekend persoon waarbij verdachte tegen die persoon zegt: “Wat ik alleen even wilde zeggen… dat toen daar om de hoek bij [A], weet je wel”. De onbekende persoon antwoord: “Ja”, waarop verdachte zegt: “Dat is hetzelfde nu weer” . Op dezelfde datum om 09.59 uur bellen verdachte en [X] wederom. Verdachte vraagt: “Yo, nog niks?”. [X]: “Nee ze staan er allemaal voor”. Verdachte zegt dan: “owja, je andere telefoon van hem, heb je die weg?” [X] zegt hierop: “Ja, ja” waarna verdachte reageert met: “Oke, later” .

Uit onderzoek blijkt dat de auto van verdachte in de periode van 4 februari 2011 tot en met 11 mei 2011 43 keer in Culemborg is gesignaleerd. De auto van verdachte is er op drie dagen na alle dagen van de maand mei geweest. De politie observeert verder dat verdachte en [X] op 8 maart 2011 samen in één auto de garage van [X] te [woonplaats] inrijden .

Tijdens een doorzoeking op 14 juni 2011 heeft de politie in de woning van verdachte aan [adres] te Houten de originele huurovereenkomst van 28 november 2010 van [X] voor de woning aan de [adres] te [woonplaats] aangetroffen . Op de (ook op die dag) in beslag genomen I-Phone van verdachte worden foto’s aangetroffen van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Daarnaast is bij die zoeking in de administratie van verdachte een bon van het Groeipaleis, gedateerd 8 maart 2011, aangetroffen . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel eens met [X] in een growshop in Utrecht is geweest .

Op 14 juni 2011 heeft de politie bij voornoemde doorzoeking in de woning van verdachte verder aangetroffen een jerrycan met voedingsstoffen voor hennep, 51 irrigatieslangetjes voor hennepteelt, aantekeningen van een hennepplantage op een vel papier van [bedrijf] (de rechtbank begrijpt: een groothandel in kweekbenodigdheden), een informatiefolder over ziekten bij hennepplanten, een boek over thuiskweken op steenwol en een herentrui met een sterke hennepgeur .

Verder zijn tijdens die zoeking in de woning van verdachte drie computers aangetroffen die door de digitale recherche zijn onderzocht. Bij dit onderzoek werd hennepgerelateerde informatie aangetroffen. Op de computer met sin aadl1582NL stond een snelkoppeling naar een bestand met naam “Legitimatie [X]”, Cannabis – the joint Rollers Handbook, Cannabis – The Grow Bible 4th edition en Soft secrets 2006. Op de computer met sin aacp0672NL stonden als favoriete websites wiet.nl Community, voeding voor weedplanten, Binnen wiet kweken, Cannabis helpdesk. Deze informatie is tussen 4 april 2011 en 12 mei 2011 opgezocht . Op deze computer zijn ook foto’s aangetroffen van hennepplanten die zijn gemaakt met de I-Phone van verdachte. Via Assisted gps functie bleek dat deze foto’s allemaal gemaakt zijn in de omgeving van de [adres] te [woonplaats] . Daarnaast werden op deze computer 44 zoektermen gevonden waarvan 11 ter zake de ontmanteling van de weedplantage in Culemborg. Op computer met sin aadl1602NL werden 23 hennepgerelateerde zoektermen gevonden, ook één naar de straffen voor hennepteelt .

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Verdachte heeft ter terechtzitting van 19 december 2011 verklaard dat hij op 14 juni 2011 in zijn woning te Houten 19 xtc-pillen opzettelijk aanwezig heeft gehad .

De politie heeft op 14 juni 2011 in de woning van verdachte te Houten 19 pillen aangetroffen en blijkens onderzoek door het Nederlands Forensisch Onderzoek bevatten deze pillen MDMA .

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

Verdachte heeft ter terechtzitting van 19 december 2011 verklaard dat hij op 14 juni 2011 in zijn woning te Houten een speelgoed vuurwapen voorhanden heeft gehad .

Dit wapen betreft volgens een brigadier-rechercheur, werkzaam bij het regionaal bureau Wapens en munitie een nabootsing van een veerdrukpistool die onder categorie I, onder 7, van de Wet wapens en munitie valt .

5.3.2 De bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Voormelde bewijsmiddelen weerleggen het standpunt van de verdediging dat verdachte niet betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning aan de [adres] in [woonplaats].

Met name de tapgesprekken waarin verdachte tegen [X] zegt: “Je moet fucking stil doen pik”, “Gewoon dicht laten en eh ze zijn overal aan het kijken” en “Maar je werkt sinds januari al niet meer voor mij en we hebben ook al geen contact meer gehad” en “Yo, nog niks?”, “owja, je andere telefoon van hem, heb je die weg?” wijzen op de betrokkenheid van verdachte hierbij. Bovendien heeft verdachte kort na dit telefoontje telefonisch met een onbekend persoon gesproken en gezegd: “Wat ik alleen even wilde zeggen… dat toen daar om de hoek bij [A], weet je wel”, “Dat is hetzelfde nu weer”. Verdachte heeft ter terechtzitting bovendien verklaard dat hij inderdaad op 11 mei 2011 in de buurt van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is gebleven toen de politie daar was aangekomen.

Uit voorgaande telefoongesprekken, de observaties als vermeld in het proces-verbaal en verklaring van verdachte blijkt dat verdachte na de komst van de politie bij de woning aan de [adres] in [woonplaats] op 11 mei 2011 in de buurt van de bewuste woning blijft (terwijl de politie daar een hennepkwekerij ontmantelt), dat hij [X] instructies geeft om zich stil te houden en dat hij een onbekende persoon op de hoogte stelt dat er wederom een hennepplantage werd ontmanteld. Verdachte zegt in één van de getapte telefoongesprekken bovendien tegen [X] dat ze sinds januari geen contact hebben gehad, terwijl verdachte op 8 maart 2011 nog samen met [X] is geobserveerd door de politie.

Gelet op deze omstandigheden in onderling verband en in samenhang bezien met voormelde bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in Culemborg.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de hennepkwekerijen die op de adressen [adres] te[woonplaats]en [adres] te [woonplaats] zijn aangetroffen, zodat de rechtbank verdachte van de pleegplaats Houten zal vrijspreken.

Het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting bieden geen aanknopingspunten die dienen te leiden tot de conclusie dat verdachte zich in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft bezig gehouden met het kweken van hennep, zodat verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De stelling van de raadsvrouw dat het speelgoedwapen dat op 14 juni 2011 in de woning van verdachte is aangetroffen niet op een echt vuurwapen lijkt, wordt weerlegd door het onderzoek dat een brigadier-rechercheur, werkzaam bij het regionaal bureau Wapens en munitie, naar dit voorwerp heeft verricht en waaruit blijkt dat het een nabootsing van een veerdrukpistool betreft als bedoeld in categorie I, onder 7, van de Wet wapens en munitie. De rechtbank verwerpt daarom het verweer dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken omdat dit nepwapen van plastic is gemaakt. De rechtbank zal het nepvuurwapen dan ook niet zelf bekijken alvorens een beslissing te nemen op de vraag of het een op een vuurwapen gelijkend voorwerp is, zoals subsidiair door de raadsvrouw verzocht.

5.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 november 2010 tot en met 14 juni 2011 te Culemborg tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft geteeld een grote hoeveelheid hennep;

4.

op 14 juni 2011 te Houten opzettelijk aanwezig heeft gehad negentien pillen XTC;

5.

op 14 juni 2011 te Houten een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een vuurwapen, dat door zijn vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid

6.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1:

Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 4:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 5:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

6.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen, zijnde de duur van het voorarrest, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren gevorderd.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat zij de eis van de officier van justitie, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het ontbreken van een strafblad en hetgeen de officier van justitie bewezen acht, te hoog vindt.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het in werking hebben van een hennepkwekerij met 273 hennepplanten. Deze verdovende middelen zijn stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft door aldus te handelen zijn eigen financieel gewin die hij met de kwekerij wilde behalen boven de volksgezondheid laten prevaleren.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van 19 xtc-pillen en heeft verdachte een nepvuurwapen voorhanden gehad waarvan het ongecontroleerde bezit een ernstige aantasting van de maatschappelijke veiligheid oplevert.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 juni 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld;

- een reclasseringsadvies betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland van 25 augustus 2011, opgemaakt door A. Balfoort, reclasseringswerker.

De rechtbank acht, alles afwegende, een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis passend en geboden.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken bij de aangetroffen hoeveelheid hennepplanten worden opgelegd, zodat naar het oordeel van de rechtbank met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, kan worden volstaan. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf teneinde hem te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen, niet geboden.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 20 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Medeplegen van: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 4: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 5: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. M.H.L. Schoenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 januari 2012.

Mr. M.H.L. Schoenmakers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.