Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV1632

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-01-2012
Datum publicatie
24-01-2012
Zaaknummer
16/600361-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Met een mes en een vleesvork stekende bewegingen gemaakt in de richting van het lichaam van meerdere personen en daarbij bewoordingen toegevoegd zoals "Ik maak jullie dood".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600361-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 januari 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1964] te [geboorteplaats]

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland

raadsman mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 december 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: heeft geprobeerd [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] opzettelijk van het leven te beroven door één of meermalen met een mes en/of een vleesvork stekende bewegingen in hun richting te maken;

Subsidiair: heeft geprobeerd om aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een mes en/of een vleesvork stekende bewegingen in hun richting te maken;

Meer subsidiair: [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft bedreigd door met een mes en/of een vleesvork stekende bewegingen te maken in hun richting en daarbij onder meer te zeggen “Ga weg hier, ik maak jullie dood”.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zoals hem meer subsidiair ten laste is gelegd en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en dat verdachte derhalve dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft betoogd dat er wel wettig maar geen overtuigend bewijs is, waardoor geen bewezenverklaring kan volgen. De afgelegde getuigenverklaringen zijn onbetrouwbaar. Het enige aspect van de verklaringen van de getuigen dat met elkaar overeen komt, is dat zij allen hebben verklaard dat verdachte in hun richting heeft gestoken met een mes of vleesvork.

Over al het andere hebben alle getuigen in strijd met elkaars verklaringen en innerlijk tegenstrijdig verklaard. Derhalve dient er vanuit te worden gegaan dat hun verklaringen ten aanzien van het steken door verdachte ook ongeloofwaardig zijn. Daar komt bij dat een aantal getuigen heeft verklaard dat verdachte met een mes of vleesvork in de stoel van de auto heeft gestoken, terwijl er geen enkele beschadiging aan deze stoel is aangetroffen. De raadsman voert voorts aan dat [A] door alle getuigen bewust buiten de aanvaring tussen hen en verdachte is gelaten. Dit is logisch gelet op het feit dat verdachte heeft verklaard dat [A] eerder die avond heeft ingebroken in de woning van zijn ex-vrouw waarna zich een aanvaring tussen verdachte en [A] (en [slachtoffer 1]) voordeed.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van het hieronder weergegeven bewijs wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Bewijs

Op 3 april 2010 staat er een auto op het [adres] te Utrecht, voor perceelnummer [nummer]. [slachtoffer 2] zit op de bestuurdersstoel van deze auto en [slachtoffer 1] op de bijrijderstoel. [slachtoffer 5], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] bevinden zich aan de achterkant van de auto, waarvan de achterklep open staat. Op een gegeven moment ziet [slachtoffer 1] een man op hen afrennen. Zodra de man bij de auto is, struikelt hij en ziet [slachtoffer 2] hem op de grond liggen. De man heeft een vleesmes en een vleesvork in zijn handen. [slachtoffer 2] schrikt hiervan en voelt zich bedreigd. [slachtoffer 1] stapt vervolgens uit de auto en herkent de man als zijn oude buurman die woonachtig is of was op het adres: [adres] te Utrecht. Deze man blijkt later te zijn: verdachte. [slachtoffer 1] belt vervolgens de politie en doet melding van bedreiging met een mes.

[slachtoffer 5], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn ondertussen achter in de auto gesprongen. De auto heeft geen achterbank. De man gaat naar de passagierskant van de auto en zegt: “Ik maak jullie echt dood, jullie moeten nu echt weggaan” en/of “ga weg, dood, ga weg, dood”. De man haalt uit met het mes en maakt met het mes stekende bewegingen in de richting van [slachtoffer 5], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], die zich op dat moment achter in de auto bevinden. [slachtoffer 3] voelt zich hierdoor bedreigd. [slachtoffer 3] ziet de man ook uithalen met de vleesvork naar [slachtoffer 5], [slachtoffer 4] en hemzelf. [slachtoffer 2] is bang dat de man haar neer zal steken met het mes.

Even later ziet [slachtoffer 1] dat de man het mes en de vleesvork in de struiken voor zijn portiek laat vallen. Verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5] begeven zich op 3 april 2010 naar aanleiding van een melding van bedreiging met een mes ter plaatse. Verbalisant [verbalisant 5] treft in de struiken van het plantsoen, gelegen onder het balkon van de woning aan het [adres] huisnummer [nummer], een mes en een vleesvork aan. Op het lemmet van dit mes is een dactyloscopisch spoor aangetroffen dat is geïdentificeerd op verdachte.

Op 4 april 2010 begeven verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zich naar de woning van [ex-vrouw verdachte], de ex-vrouw van verdachte, aan het [adres] te Utrecht, waar verdachte op 3 april 2010 verbleef. [ex-vrouw verdachte] verklaart dan dat zij een vleesvork en mogelijk ook een mes mist.

Vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] opzettelijk van het leven te beroven dan wel dat verdachte heeft geprobeerd aan deze personen opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Verdachte zal derhalve van het hem primair en subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Vrijspraak bedreiging [slachtoffer 1]

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft bedreigd op de wijze als in de tenlastelegging is verwoord. Ten laste is gelegd dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde personen heeft bedreigd door stekende bewegingen te maken in de richting van hun lichaam. Gelet op de verklaringen van [slachtoffer 1] alsmede op de verklaringen van de getuigen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], was [slachtoffer 1] uit de auto gestapt en bevond [slachtoffer 1] zich niet in de auto toen verdachte (in die auto) stekende bewegingen maakte en daarbij de bewoordingen toevoegde zoals hierboven beschreven. De rechtbank is evenmin tot de overtuiging gekomen dat verdachte ook stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het lichaam van [slachtoffer 2]. Verdachte zal derhalve van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Verdachte heeft echter, terwijl hij een mes en een vleesvork in zijn handen had, [slachtoffer 2] wel woordelijk bedreigd toen zij in de auto zat.

Nadere overweging met betrekking tot het bewijs

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van alle getuigen, zijnde [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], niet betrouwbaar zijn en derhalve niet tot het bewijs mogen worden gebezigd. De rechtbank oordeelt daarover als volgt. De rechtbank ziet geen doorslaggevende redenen voor de conclusie dat de verklaringen van deze getuigen ten aanzien van het ten laste gelegde feit en de rol van verdachte hierin als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. Deze verklaringen vinden steun in de overige bewijsmiddelen. Op ondergeschikte punten zijn er zeker inconsistenties, zoals de raadsman opmerkt, maar deze zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat die de verklaringen ten aanzien van het tenlastegelegde onbetrouwbaar maken. Daar waar de getuigen niet gelijkluidend hebben verklaard over de precieze plek van het mes bij het door verdachte maken van stekende bewegingen daarmee (in de stoel van de auto dan wel in de hoofdsteun en tussen de rugleuning van de stoel en de hoofdsteun door), acht de rechtbank het aannemelijk dat dit verschil zijn grondslag vindt in een verschil in waarneming. De getuigen hebben zich immers tijdens het voorval op verschillende posities ten opzichte van het mes bevonden. Dat tussen stoel en hoofdsteun door gestoken is, kan verklaren dat in de stoel geen beschadigingen zijn aangetroffen. Op hoofdlijnen, maar ook op opmerkelijke detailpunten, zoals het struikelen van verdachte, komen de getuigenverklaringen met elkaar overeen. Zo verklaren alle getuigen dat verdachte in de auto stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 03 april 2010 te Utrecht [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend één of meermalen met een mes en een vleesvork stekende bewegingen gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en (daarbij) voornoemde [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] dreigend de woorden toegevoegd: “Ik maak jullie echt dood, jullie moeten nu echt weggaan” en/of “ga weg, dood, ga weg, dood”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Omdat verdachte vaak in het buitenland verblijft is een werkstraf voor verdachte, zoals de reclassering adviseert, praktisch onmogelijk.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd. De raadsman heeft hiertoe bepleit, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit komt, een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, mede gelet op het feit dat verdachte veel in het buitenland verblijft voor zijn werk.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een viertal personen door in hun richting dreigend met een mes en een vleesvork stekende bewegingen te maken en daarbij ook met woorden te dreigen.

Een bedreiging met een voorwerp zoals een mes veroorzaakt veelal gevoelens van angst en onveiligheid bij degenen tegen wie de bedreiging is gericht. Dit geldt des te meer wanneer bij die bedreiging woorden worden gebruikt, zoals “ik maak jullie dood” en wanneer zo’n mes of vork niet alleen wordt getoond, maar er ook stekende bewegingen mee worden gemaakt. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Wat betreft de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, let de rechtbank echter ook, ten gunste van de verdachte, op het volgende.

Vast staat dat er eerdere contacten waren tussen verdachte en een groep waartoe [slachtoffer 1], [A] en mogelijk een of meer van de slachtoffers behoorden.

Verdachte en zijn gezin ondervonden van (leden van) deze groep al jarenlang overlast.

Verdachte heeft daar ook meerdere keren melding van gemaakt bij de politie.

De rechtbank acht het goed mogelijk dat zich een situatie heeft voorgedaan, zoals door de verdediging beschreven: dat [slachtoffer 1] samen met [A] heeft gepoogd de woning van verdachtes ex-vrouw en zijn kinderen binnen te dringen via het balkon en dat verdachte ze verjaagd heeft. Verdachte zou vervolgens de straat op zijn gegaan, waar zich de jongens die van het balkon waren gesprongen of gevallen, zouden bevinden en waar een groep waartoe [slachtoffer 1] behoorde hem uitdaagde.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van:

- een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 12 november 2010, waaruit blijkt dat verdachte zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten;

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 29 november 2010, opgemaakt door H. Luites, reclasseringswerker, waaruit blijkt dat het recidiverisico laag wordt inschat. Toezicht op bijzondere voorwaarden en directe interventies of behandelingen zijn niet geïndiceerd. De reclassering adviseert een werkstraf op te leggen. Hierbij worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat een werkstraf voor verdachte niet passend is gelet op het feit dat verdachte zich in verband met zijn huidige werk veelvuldig in het buitenland bevindt.

Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van voorarrest bij eventuele tenuitvoerlegging, passend en geboden is.

Met deze voorwaardelijke straf wordt tot uitdrukking gebracht dat het feit op zichzelf ernstig is en wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan het voorwaardelijk deel van de straf zal een proeftijd worden verbonden voor de duur van twee jaar.

7 Het beslag

7.1 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan [ex-vrouw verdachte], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan [ex-vrouw verdachte] van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* een zwart mes;

* een zwarte vleesvork.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. M.J. Grapperhaus en mr. S. Wijna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Bakkenes, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 januari 2012.