Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV0394

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
05-01-2012
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
11.1329
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Verzoek dwangakkoord ex 287a Fw. Verzoek niet-ontvankelijk, er is slechts sprake van 1 schuldeiser. 'Essentieel voor het karakter van een akkoord is dat er, naast de schuldenaar, meer dan één schuldeiser bij betrokken is. Dit blijkt uit het systeem van de Faillissementswet. In elk van de daarin opgenomen insolventieregelingen is sprake van meerderheden van schuldeisers die minderheden tot instemming kunnen dwingen. Dit blijkt ook aan de overvloed van jurisprudentie (voornamelijk in kort geding) over het afdwingen van minnelijke akkoorden waarin steevast sprake is van een ‘dwarsliggende’ minderheid van de schuldeisers die volgens de eisende schuldenaar tot een andere opstelling moet worden gebracht. Een akkoord is niet een vaststellingsovereenkomst die partijen ter beëindiging van hun geschil in volle vrijheid met elkaar kunnen aangaan. In het onderhavige geval is de Belastingdienst de enige schuldeiser van eiseres. Het is aan beide partijen of zij met elkaar een vaststellingsovereenkomst sluiten over deze vordering; geen andere partij is daarbij betrokken. Ons recht kent het algemene beginsel van contractsvrijheid. Artikel 287a Fw. vormt een uitzondering op dat beginsel. Dat noopt tot een beperkte uitleg van de reikwijdte van dat wetsartikel. Het wetsartikel ziet op schuldregelingen (akkoorden), waartoe niet behoort de vaststellingsovereenkomst tussen één schuldenaar en diens enige schuldeiser. Eiseres verzoek kan daardoor niet op artikel 287a Fw. worden gegrond. Bij gebreke van enige andere wettelijke grondslag, is hij in dat verzoek niet-ontvankelijk.'

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 287a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2012/57
JOR 2012/95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer: 11.1329

uitspraakdatum: 5 januari 2012

dwangakkoord

enkelvoudige kamer

in de zaak van

[eiseres],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende [adres], [woonplaats],

hierna te noemen: [eiseres],

tegen

BELASTINGDIENST/OOST-BRABANT, KANTOOR ‘S-HERTOGENBOSCH,

gevestigd te ‘s Hertogenbosch,

hierna te noemen: de Belastingdienst,

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 1 november 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift tot toelating tot de schuldsanering en tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw.);

- het op 20 december 2011 plaatsgevonden telefonisch contact tussen mevrouw A. van den Toorn, schuldhulpverlener van de Afdeling schuldhulpverlening van Dienst Werk en Inkomen van gemeente Utrecht en mr. Ö. Duran, gerechtssecretaris van de afdeling Insolventie van deze rechtbank;

- het op 21 december 2011 verstuurde oproepbrieven naar [eiseres], de Belastingdienst en mevrouw van den Toorn voor de behandeling van het verzoekschrift tot het vaststellen van een dwangakkoord;

- het op 5 januari 2011 plaatsgevonden telefonisch contact tussen een medewerker van de Afdeling schuldhulpverlening van Dienst Werk en Inkomen van gemeente Utrecht en mr. Ö. Duran, gerechtssecretaris van de afdeling Insolventie van deze rechtbank en het telefonisch contact tussen een medewerker van de Belastingdienst ’s Hertogenbosch en mr. Ö. Duran met de mededeling dat de beslissing op het verzoekschrift tot het vaststellen van een dwangakkoord zonder zitting zal volgen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1. [eiseres] heeft een totale schuld van € 156.020,- aan één schuldeiser, te weten de Belastingdienst.

2.2. [eiseres] heeft op 23 december 2010 en 15 juli 2011 een akkoord aangeboden aan haar schuldeiser. Dit akkoord houdt - samengevat – in dat hij gedurende 36 maanden haar afloscapaciteit reserveert, waarbij de reservering jaarlijks wordt uitbetaald aan de schuldeiser. Zijn afloscapaciteit berekend met behulp van de recofa-methode. Het resultaat is een uitkering van ongeveer 18,70% aan de schuldeiser.

2.3. Op 21 februari 2011 heeft de Belastindienst aangegeven niet akkoord te gaan met de aangeboden regeling van 23 december 2010. Met betrekking tot de aangeboden regeling van 15 juli 2011 heeft de Belastingdienst telefonisch aangegeven niet akkoord te gaan.

3. Het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord

3.1. [eiseres] heeft in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling de rechtbank verzocht de Belastingdienst te bevelen in te stemmen met de onder 2.2. bedoelde schuldregeling. [eiseres] heeft met behulp van de schuldhulpverlener meerdere verzoeken gedaan aan de Belastingdienst om akkoord te gaan met de aangeboden schuldregeling, maar zonder resultaat.

4. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord

4.1. Artikel 287a Fw. maakt het mogelijk dat de rechter een buitengerechtelijk, onderhands akkoord oplegt door de weigerende schuldeiser(s) te bevelen in te stemmen. Essentieel voor het karakter van een akkoord is dat er, naast de schuldenaar, meer dan één schuldeiser bij betrokken is. Dit blijkt uit het systeem van de Faillissementswet. In elk van de daarin opgenomen insolventieregelingen is sprake van meerderheden van schuldeisers die minderheden tot instemming kunnen dwingen. Dit blijkt ook aan de overvloed van jurisprudentie (voornamelijk in kort geding) over het afdwingen van minnelijke akkoorden waarin steevast sprake is van een ‘dwarsliggende’ minderheid van de schuldeisers die volgens de eisende schuldenaar tot een andere opstelling moet worden gebracht. Een akkoord is niet een vaststellingsovereenkomst die partijen ter beëindiging van hun geschil in volle vrijheid met elkaar kunnen aangaan. In het onderhavige geval is de Belastingdienst de enige schuldeiser van [eiseres]. Het is aan beide partijen of zij met elkaar een vaststellingsovereenkomst sluiten over deze vordering; geen andere partij is daarbij betrokken. Ons recht kent het algemene beginsel van contractsvrijheid. Artikel 287a Fw. vormt een uitzondering op dat beginsel. Dat noopt tot een beperkte uitleg van de reikwijdte van dat wetsartikel. Het wetsartikel ziet op schuldregelingen (akkoorden), waartoe niet behoort de vaststellingsovereenkomst tussen één schuldenaar en diens enige schuldeiser. [eiseres]s verzoek kan daardoor niet op artikel 287a Fw. worden gegrond. Bij gebreke van enige andere wettelijke grondslag, is hij in dat verzoek niet-ontvankelijk.

4.3. Het verzoek tot toepassing van de schuldsanering zal op een afzonderlijke rechtbankzitting behandeld worden, waarvoor [eiseres] een oproep zal ontvangen.

5. De beslissing

De rechtbank

verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2012.