Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:7108

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-10-2012
Datum publicatie
27-11-2013
Zaaknummer
16/700445-12 en 16/650703-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in georganiseerd verband diverse tankstations opgelicht danwel geprobeerd op te lichten door gebruik te maken van vervalste creditcards.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/700445-12 en 16/650703-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 oktober 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1983] te [geboorteplaats] (Somalië)

gedetineerd in het Justitieel Medisch Centrum te 's-Gravenhage

raadsman mr. B.D.W. Martens, advocaat te Amersfoort

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 1 oktober 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging met parketnummer 16/700445-12 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank heeft de feiten die in de tenlasteleggingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Het zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 21 januari 2012 tot en met 26 maart 2012 samen met anderen vervalste betaalpassen voorhanden heeft gehad;

feit 2: in de periode van 21 januari 2012 tot en met 26 maart 2012 samen met anderen een medewerker van [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] en BP De Bolder te Holten heeft opgelicht door gebruik te maken van vervalste creditcards;

feit 3: op 28 januari 2012 samen met anderen heeft geprobeerd een medewerker van BP tankstation De Bolder te Holten op te lichten door gebruik te maken van een vervalste creditcard;

feit 4: in de periode van 12 mei 2010 tot en met 6 april 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

feit 5: op 22 januari 2012 samen met anderen heeft geprobeerd een medewerker van [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] op te lichten door gebruik te maken van vervalste creditcards.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde, met dien verstande dat hij bewezen acht dat verdachte samen met anderen vervalste creditcards voorhanden heeft gehad. Voorts acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 en 3 tenlastegelegde voor zover deze feiten zien op de zaaksdossiers 3A, 3B, 11 en 12, met dien verstande dat de officier van justitie voor zover deze feiten zien op zaaksdossier 11 niet bewezen acht dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. De officier van justitie acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 en 5 tenlastegelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 3, 4 en 5 tenlastegelegde. De verdediging is voorts van mening dat de rechtbank slechts ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde tot een bewezenverklaring kan komen, met dien verstande dat geen sprake is van medeplegen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde

De aangever [getuige 1] heeft verklaard dat drie negroïde jongens in het tankstation AutoMaas te Sliedrecht zijn geweest die voor een groot bedrag aan paysafekaarten hadden gekocht2. De aangever heeft verklaard dat de jongens met creditcards betaalden en dat sommige creditcards niet werden geaccepteerd door het systeem, waarna de jongens andere creditcards pakten of ze lieten het een andere jongen proberen3. Later heeft de aangever op de camerabeelden gezien dat de jongens tijdens het betalen onderling pasjes uitwisselden4. Het geld van de paysafekaarten werd eerst door de creditmaatschappij gestort, maar is later teruggevorderd, waardoor het tankstation een schade heeft van € 8.000,-5.

De verbalisanten die de camerabeelden hebben gezien, hebben een van de jongens herkend als [verdachte]6.

[A]heeft bij de politie verklaard dat hij op 22 januari 2012 twee keer samen met verdachte en [medeverdachte 1] bij het tankstation Texaco in Sliedrecht paysafekaarten en sigaretten heeft gekocht met valse creditcards7. Verder heeft [A] verklaard dat iedereen met zijn eigen kaarten afrekende8.

De aangever[getuige 2] heeft in zijn aangifte verklaard dat hierbij kopieën van creditcards zijn gebruikt9.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op 21 januari 2012 en 28 januari 2012 bij tankstation BP De Bolder in Holten goederen heeft afgerekend met een valse creditcard, dat [medeverdachte 2] daar bij was en dat [medeverdachte 2] ook wist dat de creditcard vals was10.

De aangever [getuige 3] heeft verklaard dat op 21 januari 2012 twee mannen bij het tankstation BP De Bolder diverse goederen hebben afgerekend met creditcards11. De mannen hebben meerdere kaarten geprobeerd en uiteindelijk is een transactie ter waarde van € 313,91 geaccepteerd12. Op de kassabon stond het pasnummer [nummer]13.

De aangever heeft verder verklaard dat dezelfde mannen op 28 januari 2012 weer goederen kwamen afrekenen met een creditcard, maar dat deze transactie niet geaccepteerd werd14.

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat verdachte op 21 januari 2012 bij tankstation BP De Bolder in Holten paysafekaarten en beltegoed heeft gekocht met een valse creditcard, dat hij erbij was en dat hij beltegoed van verdachte heeft gekregen15.

Verder heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij op 28 januari 2012 samen met verdachte weer bij dat tankstation is geweest en dat verdachte paysafekaarten en sigaretten heeft gekocht met valse creditcards16.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

[medeverdachte 1] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de vervalste creditcards van [medeverdachte 3] of [medeverdachte 4] kreeg. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij altijd met [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en medeverdachten [medeverdachte 2] of [verdachte] op pad ging. Ook heeft hij verklaard dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de opdracht gaven en medeverdachten [medeverdachte 2], [verdachte] en hij deden wat hen werd opgedragen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de gekochte paysafekaarten aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] gaf en een deel van de kaarten kreeg.

De getuige [medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij vervalste creditcards kreeg van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Verder heeft de getuige verklaard dat [medeverdachte 3] de creditcards door middel van een 'swipemachine' vulde met gegevens die hij via de computer van anderen kreeg. De getuige [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de opdracht kreeg naar bepaalde tankstations te gaan, dat hij meestal met medeverdachte [verdachte] of medeverdachte [medeverdachte 1] op pad ging en dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de auto bleven als verdachte al dan niet met anderen een tankstation binnen ging. Ook heeft de getuige verklaard dat paysafekaarten moest kopen, dat hij deze kaarten aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] moest afdragen en zelf een deel van de kaarten kreeg. De getuige heeft verklaard dat de kaarten werden gebruikt om online mee te gokken.

In het kader van het onderzoek 09IFTALOY is bij doorzoekingen een hot stamping machine en drukapparatuur aangetroffen17. Met deze machines kunnen creditcards vervaardigd worden.18

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 4

Volgens de huidige jurisprudentie moet onder een criminele organisatie worden verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en ten minste één andere persoon. Vast moet komen te staan dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had, waaronder ook het naaste doel van de organisatie wordt gerekend. Daarnaast moet verdachte een aandeel hebben in het samenwerkingsverband dan wel moet verdachte de gedragingen, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, ondersteunen. Tot slot moet bewezen kunnen worden dat verdachte opzet had op het deelnemen aan de organisatie. Voldoende daarvoor is dat verdachte in zijn algemeenheid weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in elk geval samen met [medeverdachte 2], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] deel heeft genomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het vervalsen van creditcards, het plegen van oplichting, het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd zijn tot het vervalsen van creditcards en het plegen van witwassen. Zij hebben een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd en hebben ieder een aandeel gehad in dan wel ondersteunende gedragingen verricht die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

Voormelde personen hebben in een periode van een kleine twee jaar tankstations in Amersfoort, Bunschoten, Lettele, Holten en Waspik opgelicht danwel proberen op te lichten door gebruik te maken van vervalste creditcards. Het vervalsen van de creditcards gebeurde door [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] gaven vervolgens verdachte, [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de opdracht om bij tankstations met de vervalste creditcards paysafekaarten aan te schaffen. Zij verstrekten ook de vervalste creditcards. Verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] deden wat hen werd opgedragen. De gekochte paysafekaarten moesten vervolgens bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ingeleverd worden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kregen een deel van de aangeschafte paysafekaarten. De paysafekaarten werden gebruikt om online te gokken.

Uit het voorgaande volgt dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had.

Ten aanzien van de verklaringen van [medeverdachte 2] en [A]

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 2] en [A] onbetrouwbaar zijn en dat deze niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank heeft zelf een oordeel kunnen vellen over de betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 2] nu hij door de rechtbank ter terechtzitting als getuige is gehoord en zij is van oordeel dat deze verklaringen betrouwbaar zijn. Bovendien heeft deze getuige, evenals [A],op de punten waar het in de onderhavige zaak om draait consistent verklaard en worden de verklaringen van beide getuigen in voldoende mate ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Ten aanzien van medeplegen met betrekking tot de feiten 2, zaaksdossiers 3A en 3B, en 3

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [A] op 22 januari 2012 tweemaal in tankstation [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] is geweest en dat verdachte daar goederen heeft gekocht met valse creditcards.

Hoewel door verdachte ter zitting is aangevoerd dat de anderen met wie hij was niet wisten dat hij de goederen afrekende met valse creditcards, leidt de rechtbank uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang met de andere feiten bezien, af dat, sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking met de anderen.

Conclusie

De rechtbank is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte in de ten laste gelegde periode samen met anderen vervalste creditcards voorhanden heeft gehad, samen met anderen diverse tankstations heeft opgelicht danwel heeft proberen op te lichten en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

4.4

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder 1 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank zal verdachte eveneens vrijspreken van het onder 5 tenlastegelegde. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte (en/of zijn mededaders) eerst met verschillende pasjes heeft geprobeerd te betalen, dat het niet lukte en dat het op een gegeven moment met een ander pasje wel is gelukt te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank moet dit worden aangemerkt als (enkel) een voltooid feit, omdat alle door verdachte en/of zijn mededader(s) verrichte handelingen met betrekking tot de betaling van de paysafekaarten en/of andere goederen hebben geleid tot de afgifte van het geld en/of de goederen door de medewerker van het tankstation.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 21 januari 2011 tot en met 26 maart 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een betaalpas, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten een creditcard met nummer [nummer], ten name van [B] en de creditcard met nummer [nummer], voorhanden heeft gehad;

2.

op tijdstippen in of omstreeks 21 januari 2012 tot en met 26 maart 2012 te Sliedrecht en Holten, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een listige kunstgreep, een medewerker van

- [bedrijf 1] [vestigingsplaats] heeft bewogen tot de afgifte van in totaal ongeveer 8.000,00 euro en/of goederen (zaak 3A en/of 3B) en

- BP De Bolder te Holten heeft bewogen tot de afgifte van ongeveer een hoeveelheid goederen ter waarde van 313,91 euro (zaak 11),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk listiglijk

een door vervalsing verkregen creditcard/mastercard ten name [B] en een creditcard/mastercard met nummer [nummer] in een betaalautomaat van voornoemde tankstations ingebracht en/of aan de medewerker(s) van voornoemde tankstations gegeven,

waardoor voornoemde medewerker(s) van voornoemde tankstations telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

op 28 januari 2012 te Holten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep, een medewerker van:

- BP tankstation De Bolder te Holten te bewegen tot de afgifte van een bedrag en een hoeveelheid goederen (zaak 12)

tezamen en in vereniging met anderen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk listiglijk als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

een door vervalsing verkregen betaalpas (mastercard/creditcard) met nummer [nummer] in een betaalautomaat / pinautomaat bij voornoemd tankstation ingebracht en/of aan de medewerker(s) van voornoemd tankstation gegeven,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 26 maart 2012 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- opzettelijk vervalsen van betaalpassen/creditcards en opzettelijk gebruik maken en voorhanden hebben van vervalste betaalpassen/creditcards en

- oplichting en

- voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid, omschreven misdrijf;

- witwassen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van de feiten

Het onder feit 1 tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde levert geen strafbaar feit op, nu niet alle bestanddelen van de delictsomschrijving van artikel 232, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht in de tenlastelegging zijn opgenomen. Niet opgenomen is het bestanddeel "terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de pas bestemd is voor zodanig gebruik".

Verdachte moet dus te dier zake worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de overige feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 2: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 3: Medeplegen van poging tot oplichting;

Feit 4: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat, wanneer de rechtbank toch tot een veroordeling komt voor het ten laste gelegde, de door de officier van justitie gevorderde straf te hoog is en dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening dient te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in georganiseerd verband diverse tankstations opgelicht danwel geprobeerd op te lichten door gebruik te maken van vervalste creditcards. Verdachte heeft met zijn handelen het vertrouwen dat in het betalingsverkeer in de echtheid en juistheid van dergelijke algemeen gebruikte betaalmiddelen moet kunnen worden gesteld, ondermijnd. Dergelijk handelen brengt voorts veelal forse financiële schade teweeg.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittrekstel uit de justitiële documentatie van 13 augustus 2012, waaruit onder meer blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden passend en geboden.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 665,35 voor feit 3 (zaaksdossier 1).

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de schade door dit feit is toegebracht. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 140 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 eerste cumulatief/alternatief en het onder 5 tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het onder 1 tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde geen strafbaar feit is en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: Medeplegen van poging tot oplichting;

feit 4: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van

misdrijven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. A. van Maanen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 oktober 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

16/700443-12

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 januari

2012 tot en met 26 maart 2012 te Amersfoort, in elk geval (telkens) in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/of alleen,

opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en), enige andere voor het

publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van

identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen

of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten één of meer

creditcards, waaronder de creditcard met nummer [nummer], ten name

van [B] en/of de creditcard met nummer [nummer], valselijk

heeft opgemaakt of heeft vervalst met het oogmerk zichzelf of een ander te

bevoordelen en/of dergelijke creditcard(s) (telkens) voorhanden heeft/hebben

gehad;

art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 21 januari 2012 tot en met 26

maart 2012 te Sliedrecht en/of Holten, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander (en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, een medewerker van

- [bedrijf 1] [vestigingsplaats] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van in totaal

ongeveer 8.000,00 euro, in elk geval een of meer geldbedragen en/of goederen

(zaak 3A en/of 3B) en/of

- BP De Bolder te Holten heeft/hebben bewogen tot de afgifte van ongeveer een

hoeveelheid goederen ter waarde van 313,91 euro (zaak 11),

in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn

mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid

een door diefstal en/of vervalsing, in elk geval door misdrijf verkregen

creditcard/mastercard ten name [B] en/of creditcard/mastercard met nummer [nummer] in een betaalautomaat/pinautomaat van/bij voornoemde

tankstation(s) ingebracht en/of de aan de rechtmatige houder

van die betaalpas opgegeven (geheime) pincode ingetoetst en/of aan

de medewerker(s) van voornoemde tankstations gegeven,

waardoor voornoemde medewerker(s) van voornoemde tanksstations en/of Equens

Nederland B.V. en/of onderliggende bank(en) (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

3.

hij op of omstreeks 28 januari 2012 te Holten, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een medewerker

van:

- BP tankstation De Bolder te Holten te bewegen tot de afgifte van een bedrag

en/of een hoeveelheid goederen (zaak 12)

in elk geval van enig goed, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte,

en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

een door diefstal en/of vervalsing, in elk geval door misdrijf verkregen

betaalpas (mastercard/creditcard) met nummer [nummer] in een

betaalautomaat / pinautomaat in/bij voornoemde tankstations ingebracht en/of de

aan de rechtmatige houder van die betaalpas opgegeven (geheime) pincode

ingetoetst en/of aan de medewerker(s) van voornoemde tankstations gegeven,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 26 maart 2012 te

Amersfoort, Sliedrecht, Holten en/of 's-Gravenhage, althans in het

arrondissement Utrecht, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een

organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- opzettelijk valselijk opmaken of vervalsen van (een)

betaalpas(sen)/creditcard(s) en/of opzettelijk gebruik maken en/of voorhanden

hebben van (een) valse of vervalste betaalpas(sen)/creditcard(s) (art. 232

WvSr) en/of

- oplichting (art 326 WvSr) en/of

- voorhanden hebben van stoffen/voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot

het plegen van enig in artikel 232, eerste lid, omschreven misdrijf (art. 234

WvSr)

- witwassen (artikel 420 bis/ter/quater WvSr);

16/650703-12

5.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks 22 januari 2012 te Sliedrecht,

in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, (telkens) met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens)

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

(telkens) een medewerker van:

Tankstation [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] te bewegen tot de afgifte van een bedrag

en/of een hoeveelheid goederen (zaak 3A en/of 3B),

in elk geval van enig goed, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

(telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (telkens)

(een) door diefstal en/of vervalsing, in elk geval door misdrijf verkregen

betaalpas(sen) (creditcard/mastercard), in een betaalautomaat/pinautomaat

in/bij voornoemd tankstation ingebracht en/of de aan de rechtmatige houder van

die betaalpas(sen) opgegeven (geheime) pincode ingetoetst en/of aan de

medewerker(s) van voornoemd tankstation gegeven,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij de in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal van de politie Utrecht in het onderzoek 09IFTALOY, met nummer PL0940 2012019449 van 1 augustus 2012, ordners 1 tot en met 17 en 19.

2 Proces-verbaal van verhoor aangever, ordner 19, pagina 2345.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever, ordner 19, pagina 2345.

4 Proces-verbaal van verhoor aangever, ordner 19, pagina 2345.

5 Proces-verbaal van verhoor aangever, ordner 19, pagina 2345.

6 Proces-verbaal van bevindingen, ordner 3, pagina 136.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ordner 3, pagina 245.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ordner 3, pagina 246.

9 Een geschrift, zijnde een aangifte van[getuige 2] namens Equens Nederland B.V. van 10 februari 2012, ordner 3, ZD 3A & 3B, pagina's 28 en 29.

10 Proces-verbaal ter terechtzitting van 1 oktober 2012, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

11 Proces-verbaal aangifte, ordner 5, ZD 11 & 12, pagina 11.

12 Proces-verbaal aangifte, ordner 5, ZD 11 & 12, pagina 12.

13 Proces-verbaal aangifte, ordner 5, ZD 11 & 12, pagina 12.

14 Proces-verbaal aangifte, ordner 5, ZD 11 & 12, pagina 12.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ordner 5, ZD 11 & 12, pagina 105.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ordner 5, ZD 11 & 12, pagina 110.

17 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage, ordner 9, pagina 623.

18 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, ordner 6, pagina 23.