Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BW8890

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
16-012413-85
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging TBS met 1 jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/012413-85

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde]

geboren te [geboorteplaats], op [1966],

verblijvende in de Pompestichting, Kempehuis te Nijmegen,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- een afschrift van het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 november 1986, waarbij [terbeschikkinggestelde] onder meer ter beschikking is gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 26 november 1986;

- het vonnis van deze rechtbank van 4 december 2009, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd met twee jaar;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 24 oktober 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

- een door mevr. ir. J. Groeneweg, hoofd van de inrichting en algemeen directeur, en drs. M. Vonk, psychiater, beiden verbonden aan de Pompestichting, Kempehuis te Nijmegen, d.d. 27 september 2011, gegeven advies, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar, alsmede de daarbij overgelegde wettelijke aantekeningen.

2 De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 25 november 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Drachten.

Voorts is de deskundige drs. M.A.M. Moons, psycholoog/behandelcoördinator van de Pompestichting, Kempehuis te Nijmegen, gehoord.

3 De beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van de kliniek van 27 september 2011.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven – het volgende in:

Indexdelict

In 1986 is de terbeschikkinggestelde door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld, waarbij naast een gevangenisstraf, de terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd voor diefstal met geweld tegen personen en een diefstal door middel van braak.

Actuele diagnose

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een vroege problematiek in de persoonlijkheidsontwikkeling, hetgeen zich uit in achterdocht, impulsiviteit, een gebrekkige agressieregulatie en een sterke neiging tot onmiddellijke behoeftebevrediging. Hij heeft last van voorbijgaande psychotische paranoïde ideeën die aan stress gebonden zijn. Waarschijnlijk is er sprake van psychotische kwetsbaarheid en drugsafhankelijkheid.

Door het gebruik van antipsychotica en een gestructureerde behandelomgeving worden psychotische fenomenen niet meer waargenomen en is de achterdocht beperkt. De antipsychotica werkt tevens dempend op de impulsiviteit.

De terbeschikkinggestelde neemt zijn medicatie trouw in al ziet hij de noodzaak van medicatie niet in door de afwezigheid van ziekte-inzicht.

Het cannabisgebruik door de terbeschikkinggestelde lijkt niet van duidelijke invloed op de psychotische kwetsbaarheid.

De terbeschikkinggestelde maakt de indruk van een sterk gehospitaliseerde man die afhankelijk is van de kliniekstructuur. Het loslaten van deze structuur verloopt moeizaam.

Recidiverisico

De gestandaardiseerde risicotaxatie wijst op een hoog recidiverisico op gewelddadig gedrag wanneer de TBS op dit moment zou worden beëindigd.

De terbeschikkinggestelde is wel medicatietrouw, welke medicatie remmend werkt op zijn impulsiviteit, hetgeen het recidiverisico zou inperken.

Wanneer de terbeschikkinggestelde kan terugvallen op een gestructureerd zorgkader met voldoende begeleiding en toezicht (24-uursbegeleiding) zal hij minder stress ervaren en wordt de kans van slagen hoger ingeschat. Ook in een nieuwe setting zal de terbeschikkinggestelde zeer waarschijnlijk middelen blijven gebruiken, net als hij in de kliniek doet, maar dit gebruik zal beperkt blijven en niet tot ernstige beheersproblemen leiden. De kans op recidief gewelddadig gedrag wordt in dat geval als matig ingeschat mede door het gebruik van antipsychotica en sederende middelen. Dit geldt zowel voor de situatie van onbegeleid als transmuraal verlof.

In de afgelopen periode is de terbeschikkinggestelde regelmatig teruggevallen in cannabisgebruik. Dit leidt echter niet tot ernstig disfunctioneren.

Zoals eerder gemeld heeft de terbeschikkinggestelde geen ziekte-inzicht en weinig probleembesef. Hij vindt zich uitbehandeld en acht zich in staat om zelfstandig te functioneren in de maatschappij.

Hij vindt zichzelf niet verslaafd en is niet bereid deel te nemen aan interventies gericht op het onder controle krijgen van zijn softdruggebruik. Voor controle op de risicofactoren blijft de terbeschikkinggestelde daarom in hoge mate afhankelijk van externe structuur.

Verdere behandeling

Binnen het kader van een transmuraal verlof in een woonvoorziening met 24-uursbegeleiding is wel een aanzienlijke kans op regelovertreding samenhangend met het drugsgebruik. Bij ernstige en herhaalde overtredingen zal de terbeschikkinggestelde worden teruggeplaatst in de TBS-kliniek.

Er is afstemming met de woonvoorziening IrisZorg, alwaar 24-uursbegeleiding aanwezig is. Iriszorg zal ook zorg dragen voor de psychosociale ondersteuning van de terbeschikkinggestelde. Om het middelengebruik onder controle te houden worden door Iriszorg wekelijks urinecontroles en op indicatie blaastests uitgevoerd. Wanneer de terbeschikkinggestelde gedragsmatig stabiel blijft, kan hij buiten de kliniek blijven wonen.

Hij blijft onder financieel bewind van de Pompestichting in samenwerking met de woonbegeleiding van IrisZorg. De medicamenteuze behandeling wordt gecontinueerd. Ook de dagbesteding zal worden gecontinueerd in de vorm van passende werkzaamheden.

De Pompestichting blijft eindverantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de TBS-maatregel en staat garant voor een eventueel noodzakelijke, directe opname.

De persoonlijkheidsstoornis van de terbeschikkinggestelde is therapieresistent gebleken evenals zijn softdrugsverslaving.

Het vorenstaande betekent dat de terbeschikkinggestelde naar verwachting in belangrijke mate afhankelijk zal blijven van extern toezicht.

De deskundige heeft het rapport en het advies van de inrichting toegelicht.

Deze toelichting houdt – zakelijk weergegeven – in:

Er is inmiddels toestemming vanuit het Ministerie tot plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een transmurale woonvoorziening met 24-uursbegeleiding in de vorm van woonruimte bij Iriszorg te Nijmegen. Ook is er toestemming verkregen voor het gedoogbeleid met betrekking tot het softdrugsgebruik van de terbeschikkinggestelde.

De terbeschikkinggestelde zal goed worden gevolgd en de kliniek kan adequaat ingrijpen als dat nodig blijkt te zijn.

De kliniek hoopt over een jaar te kunnen adviseren tot een voorwaardelijke beëindiging van de TBS-maatregel waarna toegewerkt kan worden naar een beëindiging van die maatregel.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar gehandhaafd.

5 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft ingestemd met het advies van de inrichting en de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft gewezen op de positieve instelling van de terbeschikkinggestelde, die weet wat er van hem wordt verwacht de komende tijd en er zelf ook vertrouwen in heeft. De raadsman heeft verder aangevoerd dat, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar niet aan de orde is en dat verlenging met één jaar geïndiceerd is.

6 De beoordeling

Uit voormeld arrest van het Gerechtshof van 11 november 1986 blijkt dat de terbeschikkinggestelde zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer een diefstal met geweld tegen personen. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar kan veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De rechtbank is uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat aan alle wettelijke vereisten voor verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging is voldaan. De rechtbank zal deze maatregel derhalve verlengen.

Ten aanzien van de termijn van verlenging overweegt de rechtbank dat de terbeschikkinggestelde thans is aangemeld voor een woonvoorziening van IrisZorg met 24-uursbegeleiding, in welke woonvoorziening de terbeschikkinggestelde op korte termijn zijn intrek zal nemen nu door het Ministerie van Justitie toestemming is verleend voor transmuraal verlof en het gedoogbeleid voor zover betrekking hebbend op het softdrugsgebruik van de terbeschikkinggestelde.

De rechtbank is van oordeel dat de terbeschikkinggestelde nog geruime tijd afhankelijk zal zijn van externe structuur, zoals weergegeven in het advies van de kliniek van 27 september 2011. De rechtbank zal gezien het rapport van de kliniek en de toelichting daarop van de deskundige de termijn van de verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging vaststellen op één jaar.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.G. van Doorn, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en mr. A.M. Crouwel, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier H.J. Nieboer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 november 2011.