Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BW8561

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-12-2011
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
16/301428-04 [Verlenging]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging TBS met 1 jaar en aanhouding van de beslissing omtrent voorwaardelijke beëindiging voor maximaal 3 maanden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/301428-04

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling en voorwaardelijke beëindiging verpleging.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [1955],

thans verblijvende bij [naam], [adres] te [woonplaats].

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De stukken

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 11 juli 2005, waarbij [verdachte] onder meer ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege wegens een poging tot afpersing. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 7 december 2005;

- de beslissing van deze rechtbank van 31 december 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd met een termijn van één jaar.

- de vordering van de officier van justitie d.d. 2 november 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] voornoemd met één jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [verdachte] voornoemd over het derde kwartaal van 2010 tot en met het tweede kwartaal van 2011;

- het rapport van drs H.J. van der Lugt, hoofd van de inrichting, drs. E.A.M. Schouten, psychiater, drs. F. Verbrugge, hoofd behandeling en drs. L.M. Krieckaert, hoofd behandelzaken, allen verbonden aan de FPC Oostvaarderskliniek te Almere Buiten-Oost d.d. 6 oktober 2011, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld;

- een advies d.d. 5 oktober 2011 van drs. I. van Asselt, GZ-psycholoog en een advies d.d. 12 oktober 2011 van drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater.

2. De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door raadsman mr. T.P. Schut, advocaat te Amsterdam.

Voorts zijn de deskundigen drs. F. Verbrugge voornoemd en mevrouw H. van der Molen, reclasseringswerker gehoord.

3. Het standpunt van de deskundigen

De rechtbank heeft kennis genomen van de hierboven genoemde rapporten.

Uit het rapport van de inrichting komt naar voren dat de terbeschikkinggestelde een zeer lang drugsgerelateerd justitieel verleden heeft. Door de zucht naar en het gebruik van drugs heeft nooit een goede stabiele maatschappelijke inbedding plaats kunnen vinden. Door het langdurig heroïne gebruik is neurobiologische schade opgetreden. Daarnaast maakt hij door zijn langdurig drugsgebruik psychotische episodes en depressieve periodes door. Voorts is bij de terbeschikkinggestelde een bipolaire stoornis vastgesteld.

Sinds 10 september 2009 verblijft de terbeschikkinggestelde in de FPA [naam] te [woonplaats]. Hij heeft zich daar goed gesetteld en houdt zich goed aan de behandelafspraken. Zijn situatie is stabiel en hij kan doorstromen naar een RIBW. In september 2011 gaat de terbeschikkinggestelde over naar de RIBW [naam] te [woonplaats]. Het ligt in de verwachting dat op termijn kan worden overgegaan naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

De kliniek adviseert om de termijn van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op dit moment te verlengen met één jaar.

Het rapport van de psycholoog, drs. I. van Asselt van 5 oktober 20110, houdt – zakelijk weergegeven – het volgende in:

De terbeschikkinggestelde heeft tot nu toe goed kunnen profiteren van de geboden zorg en structuur binnen de TBS-behandeling waardoor zijn toestandsbeeld redelijk stabiel is. Wat betreft de persoonlijke ontwikkeling kan niet veel meer verwacht worden, qua behandeling heeft hij zijn plafond bereikt. Zonder enige vorm van externe structuur en controle op medicatie, bestaat de kans dat hij niet medicatietrouw is, (hypo) manisch decompenseert, onvoldoende zelfredzaam is en terugvalt in drugsgebruik, waarmee het risico op recidive toeneemt. De terbeschikkinggestelde zal afhankelijk blijven van externe geboden structuur en hulpverlening. Binnen een setting met voldoende steun en structuur lijkt hij in staat goed te functioneren.

Er zijn voldoende gronden om zo spoedig mogelijk toe te werken naar de door de kliniek voorgenomen overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar de beschermde woonvorm van [naam].

Binnen het resocialisatietraject lijkt er qua delictgevaarlijkheid of vluchtgevaarlijkheid geen verhoogd risico te bestaan.

Gegeven de aard van de pathologie en de tijd die genomen moet worden om verdere resocialisatie te realiseren, is voortzetting van het huidige traject in het dwingende kader van de TBS-maatregel noodzakelijk. Een voorwaardelijke beëindiging van de TBS-maatregel wordt pas verantwoord geacht op het moment van uitstroom naar een beschermde woonvorm en verdere tenuitvoerlegging van de maatregel onder verantwoordelijkheid van de reclassering.

De psycholoog adviseert om de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met één jaar met de aanbeveling om het komende jaar te komen tot afronding van het resocialisatietraject en het voorbereiden van een voorwaardelijke beëindiging van de huidige TBS-maatregel.

Het rapport van de psychiater, drs. H.A. Gerritsen, van 12 oktober 2011 houdt – zakelijk weergegeven – het volgende in:

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van meervoudige en complexe problematiek, zoals forse verslavingsproblematiek, welke grotendeels in remissie is. Daarnaast zijn de gevolgen van langdurig heroïnegebruik groot; de terbeschikkinggestelde is niet alleen lichamelijk een versleten man, maar is ook cognitief aangetast in die zin dat sprake is van een cognitieve stoornis (geheugenproblemen en problemen met aandacht en informatieverwerking). Voorts is sprake van een bipolaire stoornis. Tenslotte blijkt dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met als centrale kenmerken een lacunaire gewetensfunctie en geen/weinig behoefte hebben aan sociale contacten, een sterke mate van passiviteit/een gebrek aan actieve copingstrategiën en een sterke passieve behoeftebevrediging naast een gebrekkige angst- en frustratietolerantie en een gebrekkige impulsbeheersing.

De uiting van deze persoonlijkheidsstoornis is echter wel sterk afhankelijk van de mate van externe structurering.

Hoewel de TBS-behandeling redelijk is verlopen, blijft de terbeschikkinggestelde in psychiatrische zin een kwetsbare man die de rest van zijn leven ondersteuning en toezicht nodig heeft. Hij heeft thans wat betreft de behandelmogelijkheden, zijn plafond bereikt.

Vanwege een recente terugval eind 2010 is nog niet vast te stellen welke mate van externe structurering de terbeschikkinggestelde nodig heeft om niet terug te vallen in middelengebruik en in het plegen van nieuwe delicten.

Binnen de kliniek dan wel in een beschermde woonvorm is het recidiverisico zowel op de korte als de lange termijn laag. Bij onttrekking aan de behandeling wordt dit risico aanzienlijk hoger ingeschat. De kans op onttrekking aan de behandeling wordt echter als laag ingeschat.

De mate van begeleiding, ondersteuning en toezicht moet nog exact worden vastgesteld, mede op grond van toekomstige ervaringen in een minder gestructureerde setting.

Geadviseerd wordt om de huidige TBS-maatregel te verlengen met één jaar en deze over een jaar voorwaardelijk te beëindigen als de terbeschikkinggestelde goed functioneert binnen de beschermde woonvorm van [naam].

De deskundige drs. F. Verbrugge van de Oostvaarderskliniek heeft ter zitting het advies van de kliniek toegelicht. Dit komt er – zakelijk weergegeven – op neer dat hij het advies tot verlenging van huidige TBS-maatregel met één jaar handhaaft.

Vanwege een bescheiden terugval in december 2010, welke overigens niet gerelateerd kan worden aan middelengebruik, en de pas recente overgang van de terbeschikkinggestelde naar de RIBW [naam] in [woonplaats], is de deskundige van mening dat de kliniek nog een jaar de vinger aan de pols wil houden en wil bezien of en hoe de terbeschikkinggestelde zich handhaaft binnen deze woonvorm.

De deskundige van Reclassering Nederland, mevrouw H. van de Molen, heeft ter zitting verklaard – zakelijk weergegeven – dat behoudens enige kleine aanloopprobleempjes bij de overgang van de kliniek naar de RIBW de begeleiding van de terbeschikkinggestelde goed verloopt binnen de RIBW. Zij zelf heeft geen signalen van ontregelingen waargenomen en ook zijn haar geen meldingen daar omtrent gedaan door de vaste begeleider van de terbeschikkinggestelde.

4. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting zijn vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gehandhaafd.

5. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling moet worden beëindigd.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling moet worden beëindigd. Hij heeft aangevoerd dat er feitelijk al geen sprake meer is van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging, nu de deskundige van de kliniek ter zitting heeft verklaard dat er nog slechts minieme bemoeienis is met de terbeschikkinggestelde sinds zijn overgang naar de RIBW in september 2011. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde zich het afgelopen jaar goed heeft gedragen en dat dit gedrag gevolgen moet hebben voor de beëindiging van de maatregel.

De bescheiden ontregeling in december 2010 mag daaraan niet in de weg staan.

6. De beoordeling

De rechtbank is, gelet op de processtukken en gehoord hetgeen ter zitting is aangevoerd, van oordeel dat de termijn van terbeschikkingstelling kan en moet worden verlengd met één jaar. De rechtbank heeft daarbij gelet op de omstandigheid dat de terbeschikkinggestelde nog maar kort geleden is overgegaan naar een RIBW en dat nog onvoldoende zicht is hoe de terbeschikkinggestelde zich op de langere termijn zal kunnen handhaven in een minder gestructureerde setting als deze RIBW. De rechtbank is van oordeel dat de kliniek nog als een vangnet moet dienen, mocht de terbeschikkinggestelde zich niet, of tijdelijk niet, kunnen handhaven.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het verlengingsadvies en de rapporten van de deskundigen, de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging onderzocht moeten worden. Dit geldt temeer nu de terbeschikkinggestelde qua behandelmogelijkheden zijn plafond heeft bereikt, aldus de deskundigen, feitelijk geen behandeling meer lijkt te krijgen en desondanks toch goed functioneert binnen de structuur van de RIBW. Er hebben zich het afgelopen jaar geen terugvallen voorgedaan en behoudens enkele kleine aanloopprobleempjes met de overgang naar de RIBW, heeft de terbeschikkinggestelde zich op positieve wijze gedragen.

De begeleiding die de veroordeelde thans krijgt speelt zich af in het kader van een proefverlof, waarbij de reclassering reeds een toezichthoudende rol heeft. In beginsel is een dergelijke begeleiding eveneens mogelijk in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Het is de rechtbank op dit moment niet duidelijk welke meerwaarde het juridische kader proefverlof heeft boven het kader voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, te meer nu door recente wetswijziging de mogelijkheden van een tijdelijke crisisopname binnen de TBS met voorwaarden zijn verruimd.

De rechtbank heeft bij haar oordeel tevens betrokken dat het recidivegevaar op de korte en lange termijn als laag wordt ingeschat, indien de terbeschikkinggestelde binnen een gestructureerde setting verblijft, hetgeen bij de RIBW het geval is.

Gelet op het vorenstaande en teneinde de terbeschikkinggestelde perspectief te bieden om op termijn tot een beëindiging van de terbeschikkingstelling te kunnen komen, is de rechtbank van oordeel dat thans dient te worden onderzocht of de dwangverpleging voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat door de Reclassering Nederland een nader maatregelrapport moet worden opgesteld, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de huidige terbeschikkingstelling worden onderzocht.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t lid 5 Sv. de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden, aanhouden in afwachting van nadere informatie van de officier van justitie en van het rapport van Reclassering Nederland, met gelijktijdige verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

7. De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met één jaar.

Zij houdt de beslissing met betrekking tot de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging aan voor onbepaalde tijd, doch ten hoogste voor een termijn van drie maanden.

Zij bepaalt dat het onderzoek in raadkamer in deze zaak zal worden hervat binnen een periode van drie maanden na heden en zij beveelt de oproeping van [verdachte], zijn raadsman, mr T.P. Schut en de deskundigen drs. F. Verbrugge en mevrouw H. van der Molen tegen het tijdstip waarop met het onderzoek in raadkamer zal worden voortgegaan.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.M. Crouwel, voorzitter, mr. A. Kuijer en mr. M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier H.J. Nieboer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 december 2011.