Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7883

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-05-2011
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
16/711713-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling in verband met zestien diefstallen of pogingen daartoe; vrijspraak voor het aanwezig hebben van heroïne

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/711713-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 mei 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1985] te [geboorteplaats]

Gedetineerd: PI Utrecht, Huis van Bewaring te Nieuwegein

raadsman mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 18 april 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1. op 19 mei 2010 te Deurningen (gemeente Oldenzaal) samen met een ander heeft ingebroken in een bedrijfspand en daarbij geld heeft weggenomen;

Feit 2. op 5 mei 2010 te [woonplaats] (gemeente Raalte) samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een bedrijfspand;

Feit 3. in de periode 4 mei 2010 tot en met 5 mei 2010 te [slachtoffer 1] (gemeente Hellendoorn) samen met een ander heeft ingebroken in een bedrijfspand en daarbij geld heeft weggenomen;

Feit 4. in de periode 4 mei 2010 tot en met 5 mei 2010 te [slachtoffer 1] (gemeente Hellendoorn) samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een bedrijfspand;

Feit 5. op 26 maart 2010 te [woonplaats] (gemeente Bodegraven) samen met een ander heeft ingebroken in een woning en daarbij geld en goederen heeft weggenomen;

Feit 6. op 26 maart 2010 te [woonplaats] samen met een ander heeft ingebroken in een woning en daarbij geld en goederen heeft weggenomen;

Feit 7. op 26 maart 2010 te [woonplaats] (gemeente [woonplaats]) samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een woning;

Feit 8. op 26 februari 2010 te [woonplaats] (gemeente Bodegraven) samen met een ander heeft ingebroken in een woning en daarbij geld en goederen heeft weggenomen;

Feit 9. in de periode 26 februari 2010 tot en met 27 februari 2010 samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een woning;

Feit 10. op 26 februari 2010 te [woonplaats] (gemeente Zuidplas) samen met een ander heeft ingebroken in een woning en daarbij goederen heeft weggenomen;

Feit 11. op 21 februari 2010 te [woonplaats] samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een bedrijfspand;

Feit 12. op 19 februari 2010 te [woonplaats]se Verlaat (gemeente Nieuwkoop) samen met een ander heeft ingebroken in een woning en daarbij goederen heeft weggenomen;

Feit 13. op 19 februari 2010 te [woonplaats] (gemeente [woonplaats]) samen met een ander heeft ingebroken in een woning en daarbij een goed heeft weggenomen;

Feit 14. op 19 februari 2010 te [woonplaats] (gemeente [woonplaats]) samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een bedrijfspand;

Feit 15.

primair

op 19 februari 2010 te [woonplaats] samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een woning en/of deze poging tot diefstal heeft doen volgen met bedreiging met geweld;

subsidiair

op 19 februari 2010 te [woonplaats] samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een woning en/of op 19 februari 2010 te [woonplaats] samen met een ander [dochter slachtoffer 15] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling;

Feit 16. op 11 januari 2010 te [woonplaats] samen met een ander heeft geprobeerd in te breken in een schoolgebouw;

Feit 17. op 4 januari 2011samen met een ander opzettelijk 4,51 gram heroïne aanwezig heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten en verzoekt om vrijspraak.

Daarbij heeft de verdediging betoogd dat verdachte geen woon- of verblijfplaats op [adres] te [woonplaats] heeft, maar er hooguit tien maal heeft geslapen, dat er geen bewijs is dat verdachte de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken] op de ten laste gelegde tijdstippen, aangezien ook anderen van deze Audi gebruik maakten, en dat het track en trace systeem onvoldoende nauwkeurig is om voor het bewijs te gebruiken.

De omstandigheid dat verdachte gebruik heeft gemaakt van die Audi betekent naar de mening van de verdediging nog niet dat hij de ten laste gelegde inbraken heeft gepleegd.

Verdachte heeft diverse brilmonturen die hij regelmatig uitleent, ook omdat hij een veel voorkomende sterkte heeft. Het aantreffen van een bril of broek met DNA-materiaal van verdachte op de plaats delict, betekent naar de mening van de verdediging nog niet dat verdachte ook ter plekke is geweest.

Met betrekking tot het ten laste gelegde feit 15 heeft de verdediging betoogd dat uit de verklaring van de getuige niet blijkt dat het om een vuurwapen gaat. In dat verband heeft de raadsman opgemerkt dat het om een verklaring van een meisje van 13 gaat met niet veel kennis van wapens en dat verwarring daarover snel is gemaakt.

Ten aanzien van feit 16 heeft de raadsman gesteld dat op de ter terechtzitting getoonde beelden te zien is dat twee jongens een hal inlopen. Dat deze jongens in de richting van de administratie lopen, is niet te zien. Er is derhalve slechts sprake geweest van een voorbereidingshandeling en niet van een poging tot diefstal, aldus de raadsman.

Met betrekking tot feit 17 heeft de verdediging betoogd dat de woning aan de [adres] niet van verdachte was, dat hij ook niet op dat adres stond ingeschreven en dat niet is aangetoond dat de in die woning aangetroffen heroïne van verdachte was.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Aantreffen Audi A3 met kenteken [kenteken] op 19 mei 2010.

Op 19 mei 2010 heeft een inbraak plaatsgevonden in een sauna aan de [adres] te [woonplaats] in de gemeente Oldenzaal. Na afloop van de inbraak werd op ca. 600 meter van de sauna een auto aangetroffen, een Audi A3 met kenteken [kenteken], die tegen een boom was gereden. De getuige [getuige 1], een beveiligingsmedewerker van de firma Luka, die een melding van de inbraak had gekregen, had gezien dat er twee jonge mannen uit de auto waren gestapt en weggerend. In de auto werden ondermeer uit de sauna gestolen goederen, breekijzers en een bril van het merk Dolce Gabanna met een donker montuur en witte pootjes aangetroffen.

Gebruiker Audi A3 met kenteken [kenteken]

Uit het dossier blijkt dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker is geweest van de Audi A3 met kenteken [kenteken]. De rechtbank komt tot dat oordeel op grond van het volgende:

• De getuige [getuige 2] van de firma [bedrijf 4] heeft verklaard dat deze auto vanaf 15 februari 2010 is verhuurd aan [getuige 3], wonende aan de [adres] te [woonplaats], wiens naam ook op het huurcontract was vermeld . Toen [getuige 3] de auto op 15 februari 2010 kwam afhalen, was hij in het gezelschap van een persoon die contant € 900,-- voor de huur van de auto betaalde. Later bleek deze persoon verdachte te zijn. Volgens [getuige 2] heeft verdachte de huur telkens contant betaald ;

• Op 20 februari 2010 heeft er een aanrijding plaatsgevonden met deze auto in [woonplaats]. Op het aan [bedrijf 4] toegezonden schadeformulier was verdachte als chauffeur vermeld . Naar aanleiding hiervan heeft de getuige [getuige 2] met verdachte contact opgenomen met het verzoek zich te komen legitimeren, hetgeen verdachte vervolgens eind juni 2010 heeft gedaan. De getuige [getuige 2] heeft kopieën gemaak van de identiteitskaart van verdachte .

• De getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op verzoek van een Marokkaanse jongen die hij kent als [bijnaam verdachte], een auto op zijn naam heeft gehuurd. Hij zou daarvoor €150,-- krijgen van [bijnaam verdachte]. [bijnaam verdachte] is met hem meegegaan naar het autoverhuurbedrijf waar hij het woord voerde en contant betaalde voor de huur van de auto.

[getuige 3] moest met de auto wegrijden maar zodra zij uit het zicht waren van het autoverhuurbedrijf nam [bijnaam verdachte] de bestuurderplaats van [getuige 3] over. Als de politie [getuige 3] een foto toont van verdachte, herkent [getuige 3] hem als degene die hem heeft verzocht tegen betaling de auto op zijn naam te zetten, die met hem mee is gegaan naar het autoverhuurbedrijf en die toen contant heeft betaald voor de huur van de auto.

• Op 5 mei 2010 is de Audi A3 met kenteken [kenteken] staande gehouden voor een controle door de politie te Utrecht. De bestuurder bleek verdachte te zijn.

• In deze Audi A3 is DNA van verdachte aangetroffen op een flesje Spa en op de hiervoor genoemde bril, alsmede werden zijn vingerafdrukken aangetroffen op een pakje sigaretten en op de binnenspiegel.

• Volgens de verbalisant [verbalisant 1] komt verdachte regelmatig op een aantal plaatsen in [woonplaats] waaronder de woning van zijn ouders aan de [adres] een coffeeshop aan het [adres] en een internetcafé aan de [adres]. Uit analyse van de track en trace-gegevens van de Audi A3 met kenteken [kenteken] blijkt dat deze auto op genoemde lokaties of de directe omgeving daarvan is geweest in de periode van 15 februari 2010 tot en met 18 mei 2010, hetgeen een periode is van in totaal 92 dagen, op respectievelijk 43 dagen, 8 dagen en 66 dagen,telkens op verschillende tijdstippen .

Tijdens de behandeling ter terechtzitting op 18 april 2011 heeft verdachte verklaard dat hij wel eens gebruik heeft gemaakt van de Audi A3 met kenteken [kenteken]. Volgens verdachte zou de auto echter niet alleen door hem maar ook door anderen zijn gebruikt. De rechtbank acht dit echter niet aannemelijk nu hiervan niets is gebleken. Verdachte heeft ook geen namen kunnen of willen geven van anderen die de auto gebruikt zouden hebben en hij heeft ook niets gezegd over tijdstippen waarop anderen de beschikking over de auto zouden hebben gehad.

Verblijfplaats verdachte

Uit camera-observaties in de periode van 7 oktober 2010 tot en met 12 oktober 2010 is gebleken dat verdachte veelvuldig in en uitliep in het portiek op het adres [adres] tot en met 123 te [woonplaats], alsmede dat hij de deur met een sleutel opende. Op 4 januari 2011 is verdachte aangehouden in de woning aan het [adres] te [woonplaats] waarvan hij opgaf de bewoner te zijn. Gelet hierop en gelet op de hiervoor vermelde track en trace-gegevens van de Audi A3 waaruit volgt dat deze in de periode van 15 februari 2010 tot en met 18 mei 2010 op 89 dagen op verschillende tijdstippen in de directe omgeving van het adres [adres] te [woonplaats] is geweest, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verblijfplaats van verdachte in de ten laste gelegde periode de woning op genoemd adres betrof. De rechtbank volgt verdachte dan ook niet in zijn standpunt dat hij slechts af en toe op genoemd adres zou hebben verbleven.

Track en trace-gegevens Audi A3 met kenteken [kenteken]

Het track en trace-systeem van de Audi A3 werkt op basis van het Global Positioning System, hetgeen inhoudt dat de plaatsbepaling van de auto op grond van coördinaten, lengte en breedte graden plaats vindt en nagenoeg tot op de meter nauwkeurig is. Er wordt een “begintijd” opgegeven die correspondeert met een “beginadres/ beginplaats” en een “eindtijd” die correspondeert met een “eindadres/eindplaats”. De registratie van de “begintijd” en “eindtijd” vindt plaats op basis van het aan- en uitzetten van het contact van de auto. Voorts registreert het systeem de hoeveelheid met de auto gereden kilometers .

Uit de track en trace-gegevens van de Audi A3 volgt dat de auto op de in de tenlastelegging genoemde data in de periode van 19 februari 2010 tot en met 19 mei 2010 telkens is vertrokken vanuit de directe omgeving van de verblijfplaats van verdachte aan het [adres] te [woonplaats], waarna hij is gereden naar een of meerdere adressen waar omstreeks de tijd dat de Audi daar heeft stilgestaan inbraken hebben plaatsgevonden, waarna de Audi telkens, met uitzondering van de laatste rit op 19 mei 2010, is teruggekeerd naar de omgeving van het [adres] te [woonplaats] .

De informatie uit het track en trace-systeem is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de verdediging heeft aangevoerd, voldoende concreet om als bewijs jegens verdachte te kunnen dienen, met name in samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen aangaande het gebruik van de Audi A3 door verdachte en zijn verblijf in de woning op het adres [adres] te [woonplaats].

Feit 1

De rechtbank acht het onder 1 laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [directeur bedrijf 1], directeur van [bedrijf 1], is op 19 mei 2010 namens [bedrijf 1] aangifte gedaan ter zake van de inbraak in het bedrijfspand. Door aangever is verklaard dat hij op 19 mei 2010 ter plaatse kwam en zag dat de leverancierstoegang, een dikke massief houten deur met grof geweld was opengebroken. Voorts zag aangever dat een dikke thermopane ruit naast de hoofdingang was ingeslagen. Toen aangever de receptieruimte inliep, zag hij dat de kassalades waren verwijderd en dat het wisselgeld weg was. Aangever schat dat ongeveer € 200,00 is weggenomen.

Getuige [getuige 1], beveiligingsmedewerker, kreeg op 19 mei 2010 omstreeks 3:30 uur een melding van de alarmcentrale dat er werd ingebroken bij [bedrijf 1]. Getuige heeft verklaard dat hij zich begaf in de richting van de sauna, dat hij een Audi A3 tegenkwam, dat hij het idee had dat de bestuurder van die Audi schrok van zijn aanwezigheid en dat hij zag dat de Audi plots afsloeg en een zandweg in reed. De getuige reed achter de Audi aan en zag dat deze tegen een boom aanknalde, waarna zowel de bestuurder als de bijrijder uit de Audi stapten en wegrenden.

In de Audi, voorzien van het kenteken [kenteken], is onder meer een witte envelop met daarop geschreven ‘beauty pot’, een bruine portemonnee en een kleine gestreepte portemonnee aangetroffen, welke goederen bleken te zijn weggenomen uit een ladekast van de kantoorruimte van [bedrijf 1].

Op een in de Audi aangetroffen bril is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte.

De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Op een afstand van 8 tot 10 meter van de Audi is onder meer een pet aangetroffen. Het op deze pet aangetroffen DNA matcht met het DNA van medeverdachte [medeverdachte].

Verbalisant [verbalisant 4] heeft de camerabeelden van de bewakingscamera’s van de sauna bekeken. Daarop zag verbalisant dat één dader een petje op zijn hoofd heeft, soortgelijk als het bij de Audi gevonden petje. De andere dader draagt een bril met witte pootjes aan de zijkant, soortgelijk aan de in de Audi aangetroffen bril.

Zoals hiervoor reeds is overwogen kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken].

Uit nader onderzoek is gebleken dat de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] elkaar voor de onderzoeksperiode kenden en reeds eerder meermalen al dan niet tezamen en al dan niet onder verdachte omstandigheden door de politie in gehuurde auto’s zijn aangetroffen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij medeverdachte [medeverdachte] inderdaad kent.

Feiten 2,3 en 4

De rechtbank acht de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [aangever 1] is op 5 mei 2010 namens restaurant [bedrijf 5] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in het restaurant aan de [adres] te [woonplaats] op 5 mei 2010 omstreeks 4.50. Door aangever is verklaard dat hij op 5 mei 2010 omstreeks 4.50 uur werd gebeld door een alarmcentrale omdat het alarm van het restaurant afging. Hij is toen niet gaan kijken. Toen aangever om 15.30 uur ter plaatse kwam, nam hij waar dat er een raam was opengebroken maar dat er niets was weggenomen.

Door [aangever 2] is op 5 mei 2010 namens stichting Dorpshuis Haarle aangifte gedaan van een inbraak in het Dorpshuis aan de Molenweg 25 te Haarle tussen 4 mei 2010 te 21.45 uur en 5 mei 2010 te 18.30 uur. Door aangever is verklaard dat toen hij op 5 mei 2010 ter plaatse kwam waarnam dat er een raam was opengebroken en dat er binnen verschillende deuren waaronder een kastdeur waren opengebroken en dat er € 145,-- was weggenomen.

Door [aangever 3] is op 5 mei 2010 namens Landall Greenparks aangifte gedaan van een poging tot inbraak in een gebouw van bungalowpark de Hellendoornse Berg aan de Tunnelweg 7 te Haarle tussen 4 mei 2010 te 22.00 uur en 5 mei 2010 te 9.00 uur. Door aangeefster is verklaard dat is geprobeerd een deur en een raam open te breken maar dat men niet in het gebouw is geweest en dat er niets is weggenomen.

Zoals hiervoor reeds is overwogen kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken].

Op 5 mei 2010 te 1.15 uur is de Audi A3 met kenteken [kenteken] staande gehouden voor een controle door de politie op de Weg der Verenigde Naties te Utrecht. De bestuurder bleek verdachte te zijn.

Uit de track en trace-gegevens van de Audi A3 met kenteken [kenteken] blijkt dat de Audi later diezelfde nacht naar Haarle is gereden waar hij van 2.58 uur tot 3.32 uur heeft stilgestaan op de Tunnelweg, vervolgens van 3.42 tot 4.36 op de Molenweg te Haarle, waarna de Audi naar de [adres] te [woonplaats] is gegaan waar hij stil heeft gestaan van 4.45 tot 4.51 uur . Uit de plattegrond die eveneens afkomstig is uit het track en trace-systeem , blijkt dat de auto telkens heeft stilgestaan in de directe omgeving van de panden waar is ingebroken danwel een poging daartoe is gedaan. Voorts blijkt uit de track en trace-gegevens dat de Audi vervolgens naar de [adres] te [woonplaats] is gereden, hetgeen vlakbij het verblijfadres van verdachte aan het [adres] is .

Feiten 5,6 en 7

De rechtbank acht de onder 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [slachtoffer 6] is op 27 maart 2010 aangifte gedaan van een inbraak in een woning aan de [adres] te [woonplaats] in de gemeente Bodegraven op 26 maart 2010 tussen 19.30 en 22.15 uur. Door aangever is verklaard dat er een raam was opengebroken en dat er sieraden, een geldkist, bijouteriedozen, een hoeveelheid waardepapieren, meerdere spaarpotten, een portemonnee, een hoeveelheid briefpost, een bril, een sloop en een geldbedrag van in totaal ongeveer 2000 euro waren weggenomen.

Door [slachtoffer 7] is op 27 maart 2010 aangifte gedaan van een inbraak in de woning aan de [adres] te [woonplaats] op 26 maart 2010 tussen 18.00 uur en 21.45 uur. Door aangever is verklaard dat de voordeur geforceerd was en dat er een laptop, een filmcamera en € 300,-- was weggenomen.

Door [slachtoffer 8] is op 26 maart 2010 aangifte gedaan van een poging tot inbraak in de woning aan de [adres] te [woonplaats] op 26 maart 2010 tussen 7.15 uur en 19.43 uur. Door aangeefster is verklaard dat er een raam is opengebroken maar dat er niets is weggenomen.

Zoals hiervoor reeds is overwogen kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken].

Uit de track en trace-gegevens van de Audi A3 met kenteken [kenteken] blijkt dat de Audi op 26 maart 2010 om 18.46 uur is vertrokken vanaf het [adres] te [woonplaats] en is gereden naar de [adres] te [woonplaats] waar hij van 19.37 uur tot 19.39 uur stil heeft gestaan. Vervolgens heeft de Audi van 20.37 uur tot 20.47 stil gestaan op de [adres] te [woonplaats] en van 20.57 tot 21.27 op de [adres] te [woonplaats]. . Uit de plattegrond die eveneens afkomstig is uit het track en trace-systeem , blijkt dat de auto telkens heeft stilgestaan in de directe omgeving van de panden waar is ingebroken danwel een poging daartoe is gedaan. Voorts blijkt uit de track en trace-gegevens dat de Audi vervolgens naar de [adres] te [woonplaats] is gereden, hetgeen vlakbij het verblijfadres van verdachte aan het [adres] is .

Op 27 maart 2010 zijn verschillende goederen die bij de inbraak in de woning aan de [adres] te [woonplaats] in de gemeente Bodegraven waren weggenomen aangetroffen in een sloot bij de [adres] te [woonplaats] .

Feiten 8, 9 en 10

De rechtbank acht de onder 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [slachtoffer 9] is op 26 februari 2010 aangifte gedaan van een inbraak in een woning aan de [adres] te [woonplaats] in de gemeente Bodegraven op 26 februari 2010 tussen 13.30 en 22.30 uur. Door aangever is verklaard dat er een raam en een deur was opengebroken en dat er een kluis, zorgpassen, een geldbedrag van 5000 euro waren weggenomen.

Door [slachtoffer 10] is op 27 februari 2010 aangifte gedaan van een poging tot inbraak in de woning aan de [adres] te [woonplaats] tussen 26 februari 2010 te 16.00 uur en 27 februari 2010 te 7.00 uur. Door aangever is verklaard dat de voordeur geforceerd was maar dat er geen goederen waren weggenomen.

Door [slachtoffer 11] is op 26 februari 2010 aangifte gedaan van een inbraak in de woning aan de [adres] te [woonplaats] in de gemeente Zuidplas op 26 februari 2010 tussen 8.00 uur en 22.15 uur. Door aangever is verklaard dat het slot van de voordeur was geforceerd en dat er een kluis en munitie was weggenomen.

Zoals hiervoor reeds is overwogen kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken].

Uit de track en trace-gegevens van de Audi A3 met kenteken [kenteken] blijkt dat de Audi op 26 februari 2010 om 17.32 uur is vertrokken vanaf het [adres] te [woonplaats] en is gereden naar de [adres] te [woonplaats] waar hij heeft stil gestaan van 18.40 uur tot 18.42 uur, waarna hij is gereden naar de [adres] te [woonplaats] , hetgeen vlakbij het verblijfadres van verdachte aan het [adres] is . Van daaruit is de Audi om 19.07 uur gereden naar de Middenweg te [woonplaats] waar hij is geweest van 19.22 uur tot 19.30 uur. Vervolgens is de Audi van 19.59 uur tot 20.43 aanwezig geweest op de [adres] te [woonplaats], waarna de Audi naar het [adres] te [woonplaats] is gereden, waar verdachte zijn verblijfplaats heeft, alwaar hij om 20.58 uur aankwam. . Uit de plattegrond die eveneens afkomstig is uit het track en trace-systeem , blijkt dat de auto telkens heeft stilgestaan in de directe omgeving van de panden waar is ingebroken danwel een poging daartoe is gedaan. Voorts blijkt uit de track en trace-gegevens dat de Audi vervolgens naar de [adres] te [woonplaats] is gereden, hetgeen vlakbij het verblijfadres van verdachte aan het [adres] is .

Op 27 februari 2010 omstreeks 17.30 uur heeft getuige [getuige 4] waargenomen dat twee mannen op het fietspad tussen [woonplaats] en [woonplaats] bij een witkleurige busje stonden en een grote vuilniszak in het water gooiden. De mannen waren getint en hadden donker haar . Op deze plaats werd in het water de kluis aangetroffen die op 26 februari 2010 was ontvreemd uit de woning aan de [adres] te [woonplaats]. In het water bij de [adres] te [woonplaats], derhalve vlakbij de verblijfplaats van verdachte, werden vervolgens nog verschillende goederen aangetroffen die eveneens van de woninginbraak op de [adres] te [woonplaats] afkomstig waren .

Feit 11

De rechtbank acht het onder 11 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [aangever 4] is op 21 februari 2010 namens [bedrijf 2] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in het bedrijf van [bedrijf 2] aan de [adres] te [woonplaats] op 21 februari 2010 tussen 19.45 uur en 20.15 uur. Door aangever is verklaard dat er een deur was opengebroken en dat er een brandkast in een kantoorruimte was verschoven en met de achterzijde op de grond was gelegd.

Op de vloer van de hal van het bedrijf waardoor de dader binnen gekomen was, werd een bril aangetroffen met witte pootjes . Op deze bril is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Zoals hiervoor reeds is overwogen kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken].

Uit de track en trace-gegevens van de Audi A3 met kenteken [kenteken] blijkt dat de Audi op 21 februari 2010 om 19.55 uur is vertrokken vanaf de [adres] te [woonplaats], hetgeen vlakbij het verblijfadres van verdachte aan het [adres] is , en is gereden naar de [adres] te [woonplaats] waar de Audi heeft stilgestaan van 20.01 uur tot 20.18 uur in de directe omgeving van de plaats van de inbraak . Voorts blijkt uit de track en trace-gegevens dat de Audi vervolgens terug is gereden naar de [adres] te [woonplaats].

Feiten 12, 13, 14 en 15

De rechtbank acht de onder 12, 13, 14 en 15 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [slachtoffer 12] is op 20 februari 2010 aangifte gedaan van een inbraak in de woning op de [adres] in [woonplaats] in de gemeente Nieuwkoop op 19 februari 2010 tussen 16.30 uur en 20.15 uur. Door aangever is verklaard dat er een raam was opengebroken en dat er ondermeer een autosleutel, sieraden en een aantal horloges zijn weggenomen.

Door [slachtoffer 13] is op 19 februari 2010 aangifte gedaan van een inbraak in de woning op de [adres] te [woonplaats] in de gemeente [woonplaats] op 19 februari 2010 tussen 19.40 uur en 23.03 uur. Door aangever is verklaard dat er een deur was opengebroken en dat er een portemonnee was weggenomen.

Door [aangever 5] is op 20 februari 2010 namens [bedrijf 3] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in het bedrijfspand van [bedrijf 3] aan de [adres] te [woonplaats] op 19 februari 2010 tussen 19.00 uur en 23.00 uur. Door aangever is verklaard dat er een raam was opengebroken in de roldeur van loods B, dat er een raam van het kantoor was geforceerd en dat de roldeur van loods C was opengebroken, maar dat er geen goederen waren weggenomen.

Door [slachtoffer 14] is op 19 februari 2010 aangifte gedaan van een poging tot overval in de woning op de [adres] te [woonplaats] op 19 februari 2010 tussen 19.09 uur en 22.16 uur. Door aangever is verklaard dat zijn 13-jarige dochter [dochter slachtoffer 15] op dat moment alleen thuis was, dat de keukendeur werd opengebroken en dat [dochter slachtoffer 15] twee mannen in de tuin zag staan die haar hebben bedreigd met een pistool waarna ze weg zijn gerend. Er was niets weggenomen. [dochter slachtoffer 15] heeft verklaard dat zij boven op haar slaapkamer was toen zij harde geluiden hoorde. Daarop is ze naar beneden gegaan en zag zij de deur van de bijkeuken openstaan. Ze zag twee jongens in de tuin staan. De twee jongens renden weg. Eén van hen riep zoiets als: “Rot op, kleintje”. Hij ging stil staan en pakte iets in zijn hand dat heel erg leek op een pistool. Het was donker van kleur, ongeveer 20 cm lang en had aan de voorkant een rond gaatje. Hij wees daarmee in haar richting. Vervolgens renden beide personen weg naar de voorkant van het huis.

Op de achterdeur van de woning zijn braaksporen aangetroffen. Voor deze achterdeur lag een zwarte joggingbroek . Op deze broek is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte in de periode van 15 februari tot en met 19 mei 2010 de gebruiker was van de Audi A3 met kenteken [kenteken].

Uit de track en trace-gegevens van de Audi A3 met kenteken [kenteken] blijkt dat de Audi op 19 februari 2010 om 17.45 uur is vertrokken vanaf het [adres] te [woonplaats] en is gereden naar het Veenvliet in Wilnis waar hij heeft stil gestaan van 18.19 uur tot 18.28 uur. Deze lokatie is in de directe omgeving van de woning op de [adres] in [woonplaats] . Daarna is de Audi gereden naar de Kromwijkerkade te [woonplaats] , waar hij is geweest van 19.07 uur tot 19.12 uur. Vervolgens is de Audi van 20.55 uur tot 21.22 aanwezig geweest op de [adres] te [woonplaats], waarna de Audi naar het [adres] te [woonplaats] is gereden, waar verdachte zijn verblijfplaats heeft .

Uit de plattegronden die eveneens afkomstig is uit het track en trace-systeem , blijkt dat de auto in [woonplaats] en [woonplaats] heeft stilgestaan in de directe omgeving van de panden waar is ingebroken danwel een poging daartoe is gedaan.

Feit 16

De rechtbank acht het onder 16 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Door [aangever 6] is op 16 augustus 2010 namens het Kalsbeekcollege aangifte gedaan van een poging tot diefstal in het pand van het Kalsbeekcollege aan de Burg. H.G. van Kempensingel 23 te Woerden op 11 januari 2010 omstreeks 17.00 uur . Door aangever is verklaard dat men er achter was gekomen dat in de administratieruimte een sensor van het alarmsysteem was afgeplakt en dat er een raam openstond. Naar aanleiding hiervan heeft aangever de beelden van de beveiligingscamera bekeken. Op de beelden is te zien dat twee jongens de hoofdingang van de school binnen komen en door de hal van de school lopen. De jongens lopen een aantal keren terug naar de ingang, om vervolgens weer naar binnen te gaan in de richting van de ruimte waar de administratie zit. In deze ruimte werd later de afgeplakte alarmsensor aangetroffen, alsmede het open raam. Vanuit deze ruimte heeft men toegang tot een opslagruimte waar zich de kluis bevindt. Afdrukken van de beelden bevinden zich in het dossier

De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben de beelden van de beveiligingscamera bekeken en hebben verdachte herkend als één van de twee mannen die daarop zichtbaar zijn . Ook de verbalisant [verbalisant 1] heeft verdachte op de beelden herkend als degene die een zwart trainingspak draagt met witte strepen op de mouwen en broekspijpen, een zwarte cap op en een bril met een donker montuur en witte zijpootjes . Tot slot heeft ook de rechtbank de beelden bekeken tijdens de zitting van 18 april 2011. De beelden zijn in kleur en van redelijk goede kwaliteit. De rechtbank heeft uit eigen waarneming vastgesteld dat verdachte hierop inderdaad herkenbaar in beeld is. Verdachte draagt op de beelden een zwart trainingspak met witte strepen op de mouwen en broekspijpen, een zwarte cap en een bril met een donker montuur en witte zijpootjes.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander een poging heeft gedaan tot diefstal uit het Kalsbeekcollege. Dat, zoals door de verdediging is betoogd, slechts sprake is geweest van voorbereidingshandelingen en niet reeds van een poging, onderschrijft de rechtbank niet nu de daders in de school zijn geweest, het raam moeten hebben opengezet en het alarm moeten hebben afgeplakt. Naar het oordeel van de rechtbank moeten deze handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van de diefstal.

Feit 17

In de woning aan het [adres] te [woonplaats] waar verdachte op 4 januari 2011 is aangehouden, heeft de politie 4.51 gram heroïne aangetroffen. De heroïne werd aangetroffen verstopt in een doosje pepermuntjes in een kast in de keuken . Verdachte heeft ontkend op de hoogte te zijn geweest van de aanwezigheid van de heroïne in de woning . Hoewel de woning aan het [adres] te [woonplaats] moet worden aangemerkt als de verblijfplaats van verdachte, volgt uit het dossier dat hij niet de huurder was van de woning. Dat was immers [A], die heeft verklaard dat hij verdachte onderdak heeft geboden in zijn woning, die hij ook zelf in gebruik had .

Gelet hierop acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte de aangetroffen heroïne aanwezig heeft gehad en zal de rechtbank verdachte van dit feit vrij spreken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is gesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. zaakdossier 1 (ordner 2, pagina 346)

op 19 mei 2010 te Deurningen, gemeente Oldenzaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (bedrijf [bedrijf 1], gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld (groot circa 200 euro), toebehorende aan het bedrijf [bedrijf 1], waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door het forceren van een deur en een ruit van voormeld pand;

2. zaakdossier 4 (ordner 3, pagina 809)

op 05 mei 2010 te [woonplaats], gemeente Raalte, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een horecabedrijf (restaurant [bedrijf 5], gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [bedrijf 5] en/of [slachtoffer 2], en zich daarbij de toegang tot dat horecabedrijf te verschaffen en / of dat weg te nemen geld en/of die goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak: hebbende hij, verdachte, een raam van dat bedrijf geforceerd,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3. zaakdossier 5 (ordner 3, pagina 832)

in de periode van 4 mei tot en met 5 mei 2010 te [slachtoffer 1], gemeente Hellendoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een horecabedrijf (het dorpshuis, gelegen aan de Molenweg 25) heeft weggenomen een hoeveelheid munten van in totaal 145 Euro, toebehorende aan Stichting Dorpshuis Haarle, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door het forceren van een raam en vervolgens (kast)deuren;

4. Zaakdossier 6 (ordner 3, pagina 856)

in de periode van 4 mei tot en met 5 mei 2010 te [slachtoffer 1], gemeente Hellendoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gebouw 3, waarin

gevestigd de recreatieruimte en/of het kantoor en/of het machinepark van bungalowpark De Hellendoornse Berg, gelegen aan de Tunnelweg 7F) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan Landall Greenparks, en zich daarbij de toegang tot voornoemd bedrijfspand te verschaffen en / of dat weg te nemen geld en/of die goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, met een stuk gereedschap getracht een deur en een raam van voornoemd pand te open te breken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

5. zaakdossier 11 (ordner 3, pagina 1031)

op 26 maart 2010 te [woonplaats], gemeente Bodegraven, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen bijouteriedozen en een grote hoeveelheid sieraden en een kluis en een hoeveelheid waardepapieren en spaarpotten en een portemonnee en een hoeveelheid briefpost en een bril en een sloop en/ een geldbedrag van in totaal ongeveer 2000 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het openbreken van een raam van voornoemde woning;

6. zaakdossier 12 (ordner 3, pagina 1062)

op 26 maart 2010 te [woonplaats], althans in het arrondissement Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop en een filmcamera (Sony) en een geldbedrag van 300 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het forceren van een deur van voornoemde woning;

7. zaakdossier 13 (ordner 3, pagina 1080)

op 26 maart 2010 te [woonplaats], gemeente Woerden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 8], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en / of dat weg te nemen geld en/of die goederen onder zijn te brengen door middel van braak, als volgt

heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, een raam van die woning opengebroken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

8. zaak 17 (ordner 4, pagina 1175)

op 26 februari 2010 te [woonplaats], gemeente Bodegraven, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een kluis en een zorgpas en een geldbedrag van 5000 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 15], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het openbreken van een raam en deur van die woning;

9. zaakdossier 18 (ordner 4, pagina 1204)

in de periode 26 februari tot en met 27 februari 2010 te [woonplaats], gemeente [woonplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 10], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en dat weg te nemen geld en/of die goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak , als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, het slot van de (voor)deur van die woning geforceerd,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

10. zaakdossier 19 (ordner 4, pagina 1221)

op 26 februari 2010 te [woonplaats], gemeente Zuidplas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een kluis (inhoudende een hoeveelheid munitie), toebehorende aan [slachtoffer 11], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft en de weg te nemen goederen onder zijn heeft gebracht door het forceren van de (voor)deur van die woning;

11. zaakdossier 20, (ordner 4, pagina 1240)

op 21 februari 2010 te [woonplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (waarin gevestigd [bedrijf 2], gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan die [bedrijf 2] en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of dat geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, een deur van dat pand opengebroken en een kluis (in dat pand) verschoven en op de rug gelegd,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

12. zaakdossier 24 (ordner 4, pagina 1367)

op 19 februari 2010 te [woonplaats]se Verlaat, gemeente Nieuwkoop, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een autosleutel en een hoeveelheid sieraden en horloges, toebehorende aan [slachtoffer 12], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door het openbreken van een raam van die woning;

13. zaakdossier 25 (ordner 4, paginanummer 1388)

op 19 februari 2010 te [woonplaats], gemeente [woonplaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer 13], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door het openbreken van een deur van die woning;

14. zaakdossier 25 (ordner 4, pagina 1388)

op 19 februari 2010 te [woonplaats], gemeente [woonplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit loodsen, te weten loods B en loods C en een kantoor(gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [bedrijf 3] en/of [aangever 5], en zich daarbij de toegang tot die loodsen en dat kantoor te verschaffen en dat weg te nemen geld en/of die goederen onder zijn te brengen door middel van braak, als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, een raam van loods B opengebroken en een deur van loods C geforceerd en een raam van het kantoor opengebroken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

15.

Primair

zaakdossier 26 (ordner 4, pagina 1426)

op 19 februari 2010 te [woonplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan de familie [slachtoffer 14], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of dat geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, hebbende hij, verdachte, en zijn mededader een deur van die woning opengebroken

en

daarbij voormelde poging tot diefstal met braak te doen volgen van bedreiging met geweld tegen [dochter slachtoffer 15], te plegen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en mededader de vlucht mogelijk te maken, die [dochter slachtoffer 15] een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan die [dochter slachtoffer 15],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

16. zaakdossier 28 (ordner 4, pagina 1496)

op 11 januari 2010 te Woerden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan het Kalsbeek College (Burg. H.G. van Kempensingel 23), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en één van zijn mededaders dat schoolgebouw (waarin gevestigd het Kalsbeek College) betreden en een sensor aldaar afgeplakt en een raam aldaar opengezet,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Feit 1. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 2. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 3. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 4. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 5. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 6. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 7. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 8. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 9. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 10. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 11. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 12. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 13. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 14. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 15. Poging tot diefstal in vereniging, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken;

Feit 16. Poging tot diefstal in vereniging.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en zes maanden.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit en heeft geen standpunt ingenomen met het oog op de eventuele strafmaat.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een groot aantal (pogingen tot) inbraken, al dan niet in vereniging gepleegd, en in één geval gevolgd van bedreiging met geweld. De rechtbank rekent verdachte de poging tot diefstal, gevolgd met bedreiging van geweld tegen een 13-jarig meisje zwaar aan. Ook het feit dat verdachte tijdens zijn strooptochten drie tot vier adressen op een avond bezocht en hiermee inbreuk heeft gemaakt op de eigendommen en het gevoel van veiligheid van zeer velen, acht de rechtbank kwalijk.

Verdachte heeft met bovenstaande misdrijven aan de benadeelden overlast en schade berokkend. Daarnaast dragen dergelijke handelingen bij aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank neemt het verdachte voorts kwalijk dat hij op geen enkele manier berouw heeft getoond of verantwoording heeft afgelegd voor deze door hem gepleegde misdrijven, en dat verdachte zich totaal niet heeft bekommerd om de materiële schade die met vermogensdelicten gepaard gaat, laat staan om de (mogelijke) psychische gevolgen die dergelijke feiten bij de slachtoffers kunnen veroorzaken.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met een hem betreffend uittrekstel justitiële documentatie d.d. 14 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank, alles afwegende, van oordeel dat een gevangenisstraf zoals die door de officier van justitie is gevorderd passend en geboden is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 6.650,00 voor een feit dat bekend staat als een woninginbraak op 27 maart 2010 te [woonplaats]. Dat feit is in de onderhavige zaak evenwel niet ten laste gelegd.

Om die reden zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

De in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde en onder verdachte in beslag genomen voorwerpen 8, 9, 11, 14, 15, 35, 36, 38, 39 en 48 zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat de feiten zijn begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

8.2 De verbeurdverklaring

De in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde en onder verdachte in beslag genomen voorwerpen 4, 5, 6, 7,10 en 12 en geldsommen 37 en 46 zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Niet vastgesteld is kunnen worden aan wie deze voorwerpen en geldsommen toebehoren.

8.3 De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde en onder verdachte in beslag genomen voorwerpen 13 en 51, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8.4 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde voorwerpen 16 tot en met 34, 40 tot en met 45, 47, 49, 50 en 52 tot en met 58, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar voor bewaring, verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 45, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 17 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 2. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 3. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 4. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 5. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 6. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 7. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 8. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 9. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 10. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 11. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 12. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 13. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 14. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 15. Poging tot diefstal in vereniging, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken;

Feit 16. Poging tot diefstal in vereniging

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 8, 9, 11, 14, 15, 35, 36, 38, 39 en 48;

- verklaart verbeurd de in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 4, 5, 6, 7, 10, 12, 37, 46;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 13 en 51

- gelast de teruggave aan verdachte van de in de aan dit vonnis gehechte bijlage II genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 16 tot en met 34, 40 tot en met 45, 47, 49, 50, 52 tot en met 58;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk;

Dit vonnis is gewezen door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, mr. I. Bruna en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 mei 2011.