Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7831

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
16/600579-11; 24/001106-08 (vordering tenuitvoerlegging) [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

oplegging maatregel plaatsing in inrichting voor stelselamtige daders voor een belediging van politieagenten en een diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600579-11; 24/001106-08 (vordering tenuitvoerlegging) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 augustus 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1968] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht

raadsman mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 5 augustus 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: een fles wijn heeft gestolen bij de Albert Heijn;

Feit 2: twee ambtenaren van politie heeft beledigd.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangiftes, op het proces-verbaal van aanhouding en op de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde. De rechtbank overweegt ten aanzien van de bewezenverklaring als volgt:

Ten aanzien van feit 1:

Aangever [aangever] verklaarde bij de politie dat hij zich op 14 juni 2011 als winkelmanager in de Albert Heijn To Go, gevestigd in de stationshal van Utrecht Centraal, bevond. Aangever hoorde daar van de Spoorwegpolitie dat een verdachte zojuist een fles witte wijn had weggenomen uit de Albert Heijn.

Verdachte bekende ter terechtzitting dat hij de fles wijn uit de Albert Heijn had weggenomen.

Ten aanzien van feit 2:

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie, relateren in het door hen opgemaakte proces-verbaal dat zij op 14 juni 2011 belast waren met de noodhulp op het Centraal Station van Utrecht. Zij hadden verdachte aangehouden terzake van winkeldiefstal. Tijdens het overbrengen van de verdachte hoorden verbalisanten dat verdachte ter overstaande van het publiek tegen hen begon te schelden waaronder “kankerlijers, duitsers, kankerhoer”. Hierdoor voelden de verbalisanten zich in hun goede naam aangetast. Tijdens de insluiting begon verdachte tegen de verbalisanten te schreeuwen “kankerduitser, je bent een kankerhoer”.

Verdachte bekende ter terechtzitting dat hij die woorden had geroepen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 14 juni 2011 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fles wijn, toebehorende aan Albert Heijn;

2.

op 14 juni 2011 te Utrecht, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1]

(hoofdagent) en [verbalisant 2] (hoofdagent), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerlijers" en "duitsers" en "kankerhoer" en "kankerduitsers".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal.

Ten aanzien van feit 2:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht en rekening houdend met het feit dat verdachte is gelabeld als veelpleger gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: isd-maatregel). De officier van justitie heeft daarbij naar voren gebracht dat aan de wettelijke criteria voor het opleggen van de isd-maatregel is voldaan. De nog openstaande werkstraffen zullen bij oplegging van de isd-maatregel door het Openbaar Ministerie worden opgeschort.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging en subsidiair om een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen. De verdediging heeft aangevoerd dat op basis van de inhoud van de Pro Justitia rapportage van 14 januari 2011 kan worden vastgesteld dat er iets mis is met de psyche van verdachte. Verdachte hoort daarom niet thuis in een huis van bewaring, maar in een psychiatrisch ziekenhuis. De eerder afgegeven Rechterlijke Machtiging geldt nog altijd. Verdachte ziet niets in een isd-maatregel, aldus de verdediging.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

6.3.1 Ten aanzien van feit 1:

Bij het bepalen van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

De rechtbank acht, alles afwegende, de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar passend en geboden. De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen.

Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 juni 2011 is verdachte in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit ten minste driemaal onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsstraf dan wel een taakstraf, te weten door de politierechter op 6 juli 2010 tot een werkstraf, door de meervoudige kamer op 28 april 2009 tot een gevangenisstraf van vier maanden en door de politierechter op 27 april 2007 tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Volgens mededeling van de officier van justitie zullen de nog niet verrichte werkstraffen worden opgeschort. Overigens zijn de straffen volgens mededeling van de officier van justitie ten uitvoer gelegd voorafgaande aan het onderhavige strafbare feit. Door verdachte is dit niet bestreden.

Het onder feit 1 bewezenverklaarde feit betreft een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Er ligt een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de isd-maatregel.

Hiermee is voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden voor oplegging van de isd-maatregel, mits er rekening mee wordt gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel eist.

Met betrekking tot het recidivegevaar, de veiligheid van personen en goederen en de daaruit voortvloeiende noodzakelijkheid van de isd-maatregel overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank maakt uit het eerder genoemde uittreksel uit de justitiële documentatie op dat verdachte meermalen is veroordeeld voor diefstallen en belediging van een ambtenaar van politie, alsmede voor bedreigingen en vernielingen. Ook de thans bewezen verklaarde feiten liggen in dezelfde lijn en wijzen op een patroon van langjarig alcoholmisbruik en van langjarig verbaal en fysiek agressief gedrag tegen goederen en personen.

Zoals blijkt uit de inhoud van het voorlichtingsrapport van Centrum Maliebaan van

2 augustus 2011, opgemaakt door mevrouw A. Schreurs, reclasseringswerkster, zijn in het verleden onder andere vanuit de reclassering diverse pogingen ondernomen om verdachte richting de hulpverlening te leiden. Veelal zijn trajecten door terugval in middelengebruik voortijdig beëindigd. Verdachte staat bekend als “zorgmijder”. Gedurende de laatste detentie werd de situatie door mevrouw Schreurs als zorgelijk beschouwd. Op 27 mei 2011 is een Rechterlijke Machtiging van kracht gegaan en verdachte mocht na ongeveer twee weken voor het eerst een uur met verlof. Gedurende dit verlof heeft verdachte een fles drank gestolen. Indicatiestelling Forensische Zorg blijft bij de eerder afgegeven indicatie voor Wier.

De reclassering schat het recidiverisico in als hoog. Verdachte heeft een hardnekkige alcoholverslaving. De alcohol lijkt zijn geest ernstig aan te tasten. Daar komt bij dat verdachte veel zaken niet goed begrijpt en hij niet goed in staat is om situaties in te schatten. Zeker als verdachte veel gedronken heeft handelt hij impulsief.

Ook het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt als hoog ingeschat. In het verleden is de bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact twee keer retour gestuurd. Verdachte houdt zich moeilijk aan afspraken en is vaak niet thuis.

Hoe laagdrempelig de zorg ook aan verdachte is aangeboden, het is niet gelukt om hem toe te leiden naar een passende plek. Tegelijkertijd lukt het hem niet om delictvrij door het leven te gaan. Geadviseerd wordt om de isd-maatregel op te leggen.

Uit een brief van Wier van 3 augustus 2011 volgt dat op basis van de intakegesprekken geen behandelperspectief wordt gezien. Enige motivatie voor behandeling bij verdachte blijft ontbreken en verdachte kan zonder aanleiding agressief reageren.

Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven het niet eens te zijn met het advies van Centrum Maliebaan. Verdachte gaf daarbij aan het probleem van de recidive niet in te zien.

De rechtbank overweegt dat de eerder afgegeven Rechterlijke Machtiging niet meer geldt, omdat verdachte wederom in voorlopige hechtenis zit. Daar komt bij dat verdachte het nu bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd tijdens de Rechterlijke Machtiging. Daaruit blijkt dat de Rechterlijke Machtiging de maatschappij onvoldoende heeft beschermd tegen het plegen van nieuwe strafbare feiten door verdachte. De rechtbank heeft in de inhoud van het Pro Justitia rapport van 14 januari 2011 en in het verhandelde ter terechtzitting geen enkele aanwijzing gezien om verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten ten tijde van het plegen van dit feit.

Gelet op het strafblad van verdachte en op de inhoud van bovengenoemd rapport van

2 augustus 2011, waaruit blijkt dat verdachte ernstig verslaafd is aan alcohol en elke vorm van hulpverlening afslaat, overweegt de rechtbank dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Zonder een passende behandeling is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een uitzichtloze situatie. Nu verdachte de laatste jaren stelselmatig delicten heeft gepleegd, de hem opgelegde straffen en de hem in grote mate aangeboden hulpverlening hem niet op het juiste pad hebben kunnen krijgen en de reclassering onderbouwd heeft aangegeven geen enkele andere mogelijkheid meer te zien, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de isd-maatregel eist.

De rechtbank zal verdachte dan ook de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar opleggen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat het Openbaar Ministerie binnen negen maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis de rechtbank bericht over de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van deze maatregel.

6.3.2 Ten aanzien van feit 2

De rechtbank overweegt dat voor het onder 2 bewezenverklaarde feit geen isd-maatregel opgelegd kan worden, omdat voor dit feit geen voorlopige hechtenis is toegelaten. Nu aan verdachte voor feit 1 de isd-maatregel opgelegd zal worden zal de rechtbank verdachte voor het onder feit 2 bewezenverklaarde feit schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft, gelet op de vordering om de isd-maatregel aan verdachte op te leggen, gevorderd om de voorwaardelijke straf die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het Gerechtshof Leeuwarden op 16 juni 2010 niet ten uitvoer te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat, nu zij verdachte ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit een isd-maatregel zal opleggen, de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer moet worden gelegd. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9a, 38m, 38n, 266, 267 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: diefstal;

Feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een

ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

- verklaart verdachte strafbaar;

Maatregel

- gelast ten aanzien van feit 1 de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar;

- bepaalt dat het Openbaar Ministerie binnen negen maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis bericht over de noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van deze maatregel;

- bepaalt dat ten aanzien van feit 2 geen straf of maatregel wordt opgelegd;

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Kuijer, voorzitter, mr. D.A.C. Koster en

mr. M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 augustus 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1]

(hoofdagent) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent), gedurende en/of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid

mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerlijers" en/of "duitsers" en/of

"kankerhoer" en/of "kankerduitsers", althans woorden van gelijke beledigende

aard en/of strekking.