Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7689

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
05-03-2012
Zaaknummer
16/600270-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal van brandstof en kentekenplaten. Verdachte heeft in een kort tijdsbestel twee keer getankt bij een tankstation en is vervolgens weggereden zonder te betalen. Verdachte heeft hierbij gebruik gemaakt van kentekenplaten welke hij van andere auto's haalde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600270-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 april 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Utrecht, Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht.

Raadsman mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 april 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 4 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 meerdere malen in Utrecht brandstof heeft gestolen van tankstation BP.

Feit 2 primair: in de periode 4 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 meerdere malen in Utrecht kentekenplaten van personenauto’s heeft gestolen.

Feit 2 subsidiair: in de periode 4 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 meerdere malen in Utrecht kentekenplaten van personenauto’s heeft geheeld.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen onder feit 1 en feit 2 subsidiair aan hem is ten laste gelegd heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten en dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

De raadsman heeft bepleit dat de ten laste gelegde diefstal van brandstof op 18 maart 2011 niet bewezen kan worden verklaard. Verdachte is ’s ochtends in zijn auto gestapt. Daarbij is hem niet opgevallen dat er andere kentekenplaten over de originele kentekenplaten waren geplaatst. Verdachte is gaan tanken. Direct naast hem stopt een politieauto. Gelet op de documentatie van verdachte is het niet vreemd dat verdachte zenuwachtig werd van de aanwezigheid van de politie. Daar komt bij dat verdachte geen rijbewijs heeft. Verdachte wordt zenuwachtig en schiet uit tijdens het tanken, waardoor hij meer tankt dan oorspronkelijk in zijn bedoeling lag. Dit verklaart waarom verdachte minder geld bij zich had, dan het bedrag waarvoor hij had getankt. De redenering dat verdachte probeerde weg te komen van de politie, met als gevolg zijn aanhouding, kan volgens de raadsman niet gevolgd worden. Het is immers niet vreemd om achter je auto langs te lopen als je gaat tanken. Op het moment dat verdachte werd aangehouden, heeft hij direct te kennen gegeven dat hij de brandstof wilde betalen. Daar heeft hij echter de kans niet voor gekregen. Verdachte had ook gewoon geld bij zich, zij het wel iets minder dan het bedrag waarvoor hij getankt had, maar dat kan verklaard worden door het gegeven dat verdachte is uitgeschoten tijdens het tanken. Als hem wel de kans was geboden de brandstof te betalen, dan zou dit feit geen onderdeel zijn geweest van de tenlastelegging zoals die vandaag voorligt. Voorts wist verdachte niet dat de kentekenplaten waren verwisseld. Derhalve kan niet aangenomen worden dat verdachte het oogmerk had brandstof weg te nemen. Er is geen sporenonderzoek verricht op de kentekenplaten naar sporen die kunnen leiden naar verdachte. De raadsman verzoek verdachte van dit onderdeel vrij te spreken.

Wat betreft de ten laste gelegde diefstal van benzine op 4 maart 2011 en 11 maart 2011 heeft de raadman aangevoerd dat er onvoldoende direct bewijs is om deze onderdelen bewezen te verklaren. Verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. Met een bewezenverklaring op basis van schakelbewijs dient voorzichtig te worden omgesprongen. Op de foto’s in het dossier is te zien dat er twee keer getankt wordt. Door wie er getankt wordt, kan op geen enkele manier worden afgeleid uit deze foto’s. Het enige dat verdachte aan de diefstal koppelt, is het feit dat het zijn auto is. Verdachte heeft echter verklaard dat hij zijn auto regelmatig uitleent. Dat verdachte niet wil zeggen aan wie hij zijn auto zoal uitleent, is niet gek, gelet op zijn kennissenkring. Verdachte is bang om klappen te krijgen. De raadsman is van mening dat er sprake moet zijn van een bewijsminimum om tot een veroordeling te kunnen komen. Dat is er niet. Uit helemaal niets blijkt dat het verdachte is geweest die heeft getankt zonder te betalen. Eveneens blijkt uit niets dat verdachte de gestolen kentekenplaten op zijn auto heeft geschroefd.

Ten aanzien van feit 2 is er volgens de raadsman geen enkele aanwijzing om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van zowel het primaire als het subsidiaire deel. Een moment van verwerven en voorhanden hebben blijkt niet uit het dossier. De raadsman verzoekt dat ook verdachte voor feit 2 wordt vrijgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de diefstal van brandstof op 11 maart en 18 maart 2011, zoals ten laste gelegd onder feit 1, tweede en derde gedachte streepje, heeft gepleegd. Ook is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de diefstal van de kentekenplaten met nummers [kenteken] en [kenteken] heeft gepleegd, zoals ten laste gelegd onder feit 2, tweede en derde gedachtestreepje.

4.3.1 De vrijspraak betreffende feit 1 en 2, eerste gedachtestreepje

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring van hetgeen onder feit 1, eerste gedachtestreepje, ten laste is gelegd te komen. De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat uit de afdrukken van de camerabeelden van BP tankstation te Utrecht d.d. 4 maart 2011 niet kan worden afgeleid dat het verdachte is geweest die aan het tanken is op deze 4 maart 2011. Tevens kan aan de hand van de camerabeelden niet worden vastgesteld of de auto die daarop te zien is, de grijze Lancia van verdachte is.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring van hetgeen onder feit 2, eerste gedachtestreepje, ten laste is gelegd, te komen. Op de camerabeelden van BP tankstation te Utrecht d.d. 4 maart 2011 is een grijze auto, met kenteken [kenteken], te zien. Uit het dossier volgt dat aangifte van diefstal is gedaan aangaande dit kenteken. Het kenteken behoort kennelijk toe aan een Opel Corsa. Uit het dossier volgt daarentegen niet door wie deze kentekenplaten zijn gestolen. Tevens kan niet bewezen worden verklaard dat de auto waarop de kentekenplaten met nummer [kenteken] zitten, van verdachte is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de diefstal en de heling van de kentekenplaten met nummer [kenteken] niet bewezen kan worden verklaard. Verdachte kan hieraan, gelet op de stukken die zich bevinden in het dossier, op geen enkele wijze gekoppeld worden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van hetgeen onder feit 1, eerste gedachtestreepje en feit 2 primair en subsidiair, eerste gedachtestreepje, dient te worden vrijgesproken.

4.3.2 De feiten blijkend uit de bewijsmiddelen betreffende feit 1 en feit 2

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 18 maart 2011 aan het tanken was bij het BP tankstation aan de Cartesiusweg te Utrecht. Hij was niet op de hoogte van de kentekenplaten die over de originele kentekenplaten waren geplaatst. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn auto regelmatig uitleent. Wanneer hij zijn auto precies heeft uitgeleend, weet hij niet. Hij vermoedt dat de jongen aan wie hij zijn auto uitleent, of buurtkinderen, met de kentekenplaten hebben zitten knoeien. Aan wie hij zijn auto uitleent, wil verdachte niet verklaren. De grijze Lancia met kenteken [kenteken] is van hem. Voorts heeft verdachte verklaard dat de grijze auto met kenteken [kenteken], welke te zien is op een uitdraai van de camerabeelden van tankstation BP aan de Cartesiusweg te Utrecht, met datum 11-03-2011 en tijd 08:43:06, zijn auto is. Verdachte heeft voorts verklaard dat de schroefjes die tijdens zijn insluitingsfouillering zijn gevonden, bij zijn auto horen. Op 17 maart 2011 is hij met zijn auto naar de sloop geweest om zijn kentekenplaten vast te laten zetten. Op de sloop heeft men de kentekenplaten vastgelijmd. De schroefjes moest verdachte er nog op terug draaien. Daarna heeft hij zijn auto uitgeleend.

De aangifte en verklaring van [aangeefster 1] betreffende diefstal brandstof

Aangeefster [aangeefster 1] heeft op 18 maart 2011 aangifte gedaan van diefstal van brandstof. Op 18 maart 2011 was zij werkzaam bij tankstation BP aan de Cartesiusweg te Utrecht. Zij kreeg van de politie te horen dat agenten een man hadden aangehouden die aan het tanken was met valse kentekenplaten. Zij zag dat deze man aan pomp 5 had getankt ter waarde van

€ 23,50.

In aanvulling op haar aangifte, heeft aangeefster [aangeefster 1] verklaard dat er meerdere keren bij het BP tankstation aan de Cartesiusweg te Utrecht is getankt door een grijze Lancia, die daarna wegreed, zonder de getankte brandstof te betalen. Zo is er op 11 maart 2011 met een grijze Lancia, voorzien van kenteken [kenteken], voor een bedrag van € 106,22 getankt.

De aangifte van diefstal kentekenplaten

Door mevrouw [aangeefster 2] is aangifte gedaan van diefstal van twee kentekenplaten met nummer [kenteken], behorende bij haar Daihatsu Cuore. De diefstal vond plaats tussen 6 maart 2011 en 10 maart 2011 aan de Pieter Bothstraat te Utrecht.

Bevindingen verbalisanten

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard dat zij zich op 18 maart 2011 op het terrein van het BP tankstation, gelegen aan de Cartesiusweg te Utrecht, bevonden. Zij zagen een grijze Lancia staan die deels van de pomp afgedraaid stond. De neus van de auto stond in de richting van de rijbaan en stond zodoende gereed om direct weg te rijden. Ook zagen zij dat er uitlaatgassen uit de uitlaat van de auto kwamen. Zij zagen dat een persoon de auto aan het voltanken was. Vervolgens hebben de verbalisanten het kenteken van de auto nagetrokken. Het kenteken, te weten [kenteken], bleek te zijn afgegeven voor een groene Fiat 500. Zij zagen dat de kentekenplaten met voornoemd nummer over de oorspronkelijke kentekenplaten van de Lancia waren bevestigd. De persoon die aan het tanken was, keek schichtig om zich heen. Nadat deze persoon klaar was met tanken, liep hij in de richting van de bestuurderszijde van de auto. De verbalisanten stelden vast dat, gezien vanaf de positie van de persoon en de manier waarop de auto geparkeerd stond, de kortste route voor de persoon naar de shop, langs het dienstvoertuig van de verbalisanten was. Verbalisanten achtten het niet aannemelijk dat de persoon voornemens was naar de shop te lopen, nu hij in de richting van de bestuurderszijde van de auto liep. Verbalisanten vermoedden dat de persoon plaats wilde gaan nemen in de auto. Hierop is de persoon aangehouden. Deze bleek te zijn genaamd [verdachte], geboren op [1984]. De kentekenplaten met nummer [kenteken] werden vervolgens door de verbalisanten van de Lancia afgehaald. De onderliggende kentekenplaten hadden nummer [kenteken]. Dit kenteken bleek te zijn afgegeven voor een grijze Lancia op naam van [verdachte], geboren op [1984]. Verbalisant [verbalisant 2] heeft telefonisch contact opgenomen met mevrouw [aangeefster 3]. Zij verklaarde dat zij aangifte had gedaan van diefstal van haar kentekenplaten, met nummer [kenteken]. Deze kentekenplaten waren weggenomen tussen 17 maart 2011 omstreeks 16.00 uur en 18 maart 2011 omstreeks 08.30 uur aan de Vleutenseweg te Utrecht.

Tijdens de insluitingsfouillering van verdachte werd in zijn rechterborstzak van zijn jas een tweetal gele plastic schroefjes aangetroffen welke worden gebruikt om kentekenplaten mee vast te schroeven. Ook werd € 18,10 aangetroffen. Andere betaalmiddelen werden niet onder verdachte aangetroffen.

4.3.3 Aanvullende bewijsoverwegingen

Ongeloofwaardige verklaring van verdachte

Verdachte is aangehouden terwijl op zijn auto gestolen kentekenplaten waren bevestigd. Tegen de politie heeft verdachte gezegd dat kinderen in de buurt andere kentekenplaten op zijn auto hadden gezet terwijl hij later zegt niet te hebben bemerkt dat er andere kentekenplaten op zijn auto waren bevestigd totdat de politie hem hierop had gewezen. In eerste instantie heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij de auto op woensdag en donderdag aan een vriend had uitgeleend. Volgens hem is de auto donderdagavond teruggebracht omdat de sleutel de volgende ochtend op de deurmat lag. Op de zitting heeft hij eerst verklaard dat hij niet meer weet wanneer hij zijn auto heeft uitgeleend. Vervolgens verklaart verdachte ter zitting dat hij met zijn auto naar de sloop is geweest om zijn kentekenplaten vast te laten zetten. Vervolgens vergeet hij de schroefjes die gebruikt worden om kentekenplaten mee vast te zetten terug te draaien. Opmerkelijk is tevens dat verdachte zich ineens wel kan herinneren dat hij, na bij de sloop te zijn geweest, zijn auto heeft uitgeleend.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank de verklaring van verdachte niet geloofwaardig.

De diefstal van brandstof d.d 18 maart 2011

De raadsman heeft bepleit dat de ten laste gelegde diefstal van brandstof op 18 maart 2011 niet bewezen kan worden verklaard. Op het moment dat verdachte aan werd gehouden, heeft hij direct te kennen gegeven dat hij de brandstof wilde betalen. Hij had ook geld bij zich. De politie heeft hem echter de kans niet gegeven de getankte brandstof te betalen.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 18 maart 2011 brandstof heeft gestolen van tankstation BP te Utrecht. Uit de processen-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] volgt dat de auto van verdachte deels van de benzinepomp stond afgedraaid, waardoor deze gereed was om direct weg te rijden. Daarnaast liep de motor van de auto nog, terwijl de verdachte aan het tanken was. Over de originele kentekenplaten van de auto zaten kentekenplaten bevestigd die gestolen bleken te zijn. Nadat verdachte klaar was met tanken, liep hij in de richting van de bestuurderszijde van de auto. Uit het dossier volgt niet dat verdachte in de richting liep van de shop van het tankstation en aanstalten maakte om de door hem getankte brandstof te gaan afrekenen. Hierop is verdachte aangehouden.

De hiervoor weergegeven gedragingen moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op de wederrechtelijke toe-eigening van de getankte brandstof. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte het oogmerk had de brandstof weg te nemen zonder daarvoor te betalen. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte van plan was om de getankte brandstof te betalen. In dit verband merkt de rechtbank tevens op dat tijdens de insluitingsfouillering onder verdachte € 18,10 is aangetroffen, terwijl verdachte voor een bedrag van € 23,50 had getankt.

De diefstal van brandstof d.d 11 maart 2011

De raadsman heeft bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om verdachte voor de diefstal van benzine op 11 maart 2011 te kunnen veroordelen.

De rechtbank is van oordeel dat ook dit feit bewezen kan worden verklaard, daar de modus operandi overeenkomt met de diefstal d.d. 18 maart 2011. Op 11 maart 2011 wordt getankt met de grijze Lancia van verdachte. Verdachte heeft ook ter terechtzitting aangegeven dat de auto die te zien is op de camerabeelden van hem is. Op de grijze Lancia van verdachte zijn tevens gestolen kentekenplaten bevestigd. Een andere verklaring dan dat verdachte op 11 maart 2011 aldus heeft getankt is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden.

De diefstal van de kentekens

De raadsman heeft bepleit dat zowel feit 2 primair als feit 2 subsidiair, niet bewezen kan worden verklaard.

Zowel op 11 maart 2011 als op 18 maart 2011 zaten op de auto van verdachte gestolen kentekenplaten. Door aangeefster [aangeefster 3] is aangifte gedaan van diefstal van kentekenplaten met nummer [kenteken]. Deze diefstal zou hebben plaatsgevonden tussen 17 maart 2011 omstreeks 16.00 uur en 18 maart 2011 omstreeks 07.30. Op 18 maart 2011 omstreeks 08.40 zien verbalisanten dat op de auto van verdachte de gestolen kentekenplaten van mevrouw [aangeefster 3] zitten. De gestolen kentekenplaten zijn derhalve kort na de diefstal in het bezit van verdachte aangetroffen. Ook de gestolen kentekenplaten met nummer [kenteken] zijn op de auto van verdachte bevestigd geweest op het moment dat getankt is zonder daarvoor te betalen.

Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de kentekenplaten heeft gestolen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op tijdstippen in de periode van 4 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 te Utrecht, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- op 11 maart 2011 te Utrecht, een hoeveelheid brandstof met een totale waarde van 106,22 euro en

- op 18 maart 2011 te Utrecht, een hoeveelheid brandstof met een totale waarde van 23,50 euro,

telkens toebehorende aan tankstation BP gelegen aan de Cartesiusweg 140);

2.

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 4 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 te Utrecht, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- in de periode van 6 maart 2011 tot en met 11 maart 2011 te Utrecht, van een personenauto merk Daihatsu, type Cuore een kentekenplaat [kenteken], toebehorende aan [aangeefster 2], en;

- op 17 maart 2011 en/of 18 maart 2011 te Utrecht, van een personenauto een

kentekenplaat [kenteken], toebehorende aan mw [aangeefster 3];

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: Diefstal, meermalen gepleegd.

Feit 2 primair: Diefstal, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 weken met aftrek van voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een veroordeling van zowel feit 1, als feit 2 te kunnen komen. Derhalve heeft de raadsman verzocht verdachte integraal vrij te spreken.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, mocht de ten laste gelegde diefstal van benzine op 18 maart 2011 bewezen worden verklaard, de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten als straf dient te worden opgelegd. Verdachte is inmiddels genoeg gestraft.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft in een kort tijdsbestek twee keer getankt bij een tankstation en is vervolgens weggereden zonder te betalen. Verdachte heeft hierbij gebruik gemaakt van kentekenplaten welke hij van andere auto’s uit de buurt had gestolen. Deze kentekenplaten werden over de originele kentekenplaten bevestigd. Deze slinkse handelswijze was er kennelijk op gericht uit handen van politie en justitie te blijven en brandstof weg te nemen zonder daarvoor te betalen.

Door op een dergelijke wijze te handelen heeft verdachte BP tankstation financiële schade berokkend. Ook heeft hij mevrouw [aangeefster 3] en mevrouw [aangeefster 2] overlast veroorzaakt door de aan hun auto’s toebehorende kentekenplaten te stelen. Zij hebben hiervan aangifte moeten doen en nieuwe kentekenplaten moeten aanvragen. De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij geen oog heeft gehad voor de gevolgen van zijn handelen en zijn eigen financieel gewin voorop heeft gesteld.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 21 maart 2011, waaruit blijkt dat hij meerdere malen is veroordeeld wegens diefstal. Zijn laatste veroordeling wegens diefstal en heling dateert van 21 januari 2011, waarbij hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 Het beslag

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het beslag verzoekt de officier van justitie de personenauto, merk Lancia, met kenteken [kenteken] en twee schroefjes voor kentekenplaten, kleur geel, verbeurd te verklaren.

7.2 Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het beslag, heeft de raadsman aangevoerd, dat zowel de personenauto, merk Lancia met kenteken [kenteken] en twee schroefjes voor kentekenplaten, kleur geel, aan verdachte geretourneerd dienen te worden.

7.3 De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met behulp van deze voorwerpen. De rechtbank acht de verbeurdverklaring van deze voorwerpen passend en geboden.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 27, 33, 33a, 57, 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van hetgeen onder feit 1, eerste gedachtestreepje en onder feit 2 primair, eerste gedachtestreepje tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Diefstal, meermalen gepleegd.

Feit 2 primair: Diefstal, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde vrijheidsstraf.

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een personenauto, merk Lancia, met kenteken [kenteken] en twee schroefjes voor kentekenplaten, kleur geel.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. P.W.G. de Beer en mr. P. Wagenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 april 2011.

Mr. J. Ebbens is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.