Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7673

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
05-03-2012
Zaaknummer
16/600187-11; 16/504221-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor auto-inbraken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600187-11; 16/504221-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juni 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1991] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd te P.I. Utrecht, HvB Nieuwegein,

raadsman mr. B. van Elst, advocaat te ’s-Gravenhage.

1 Onderzoek van de zaak

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 mei 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 16/600187-11:

1. samen met een ander of anderen een navigatiesysteem uit een auto heeft weggenomen door middel van braak en/of verbreking;

2. samen met een ander of anderen een navigatiesysteem uit een auto heeft weggenomen door middel van braak en/of verbreking;

Parketnummer 16/504221-11:

1. samen met een ander of anderen een navigatiesysteem uit een auto heeft weggenomen door middel van braak en/of verbreking;

2. samen met een ander of anderen een navigatiesysteem uit een auto heeft weggenomen door middel van braak en/of verbreking.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met uitzondering van feit 1 onder parketnummer

16/504221-11, en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft daarbij gewezen op het volgende.

Ten aanzien van parketnummer 16/600187-11 zijn er twee getuigen die over drie daders spreken. Eén van de verdachten zou een petje dragen. Verbalisanten houden verdachte in de tram aan. Verdachte heeft op dat moment een petje op. Uit de beelden blijkt dat er vier jongens naar de tram rennen, waarvan twee een petje op hebben. Ook op de omschrijving op pagina 34 en 35 uit het dossier blijkt dat er twee jongens met een bruin petje aanwezig zijn bij de halte “5 mei plein”. De verdediging is gelet op het voorgaande van mening dat het niet buiten redelijke twijfel staat dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van parketnummer 16/504221-11 wijst de verdediging op het gegeven dat de auto waarin is ingebroken een taxi betreft. Verdachte maakt wel eens gebruik van de taxi en daarom valt niet uit te sluiten dat zijn DNA-materiaal bij een andere gelegenheid in de taxi terecht is gekomen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank heeft geen aanknopingspunten aangetroffen in het dossier waaruit blijkt dat verdachte betrokken is bij feit 1, onder parketnummer 16/504221-11. De rechtbank zal verdachte van dit feit dan ook vrijspreken.

Het bewijs ten aanzien van parketnummer 16/600187-11:

De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende wettige bewijsmiddelen.

Op 22 februari 2011 te 14.05 uur komt er een melding binnen bij de meldkamer van de politie dat er in een tweetal auto’s wordt ingebroken. Op dezelfde dag wordt er door aangever [aangever 1] , namens Ballast Nedam Infra BV, aangifte gedaan van diefstal uit een blauwe Volkswagen Passat met kenteken [kenteken] en door aangever [aangever 2] , namens Leaseplan Nederland, wordt aangifte gedaan van diefstal uit een grijze Volkswagen Passat met kenteken [kenteken]. Bij beide auto’s is een ruit ingeslagen en een navigatiesysteem weggenomen.

Getuige [getuige] ziet drie personen bij de auto’s op de parkeerplaats aan de Ringwade te Nieuwegein. Eén persoon stapt uit een blauwe Volkswagen Passat met een plastic tas in zijn handen. Vervolgens loopt een van de drie personen naar een andere geparkeerde auto en slaat de ruit van de linkervoorportier in van de zilverkleurige Volkswagen Passat. De betreffende personen rennen vervolgens weg in de richting van de tramhalte Transferium. De tram komt op dat moment aanrijden in de richting van Utrecht Centrum. Wanneer de tram verder rijdt, ziet getuige [getuige] de drie personen niet meer en hij gaat ervan uit dat de drie personen in de tram zijn gestapt. Getuige [getuige] geeft het volgende signalement door van de drie personen: Marokkaanse jongens, tussen de 20 en 30 jaar, met een licht getinte huidskleur. De eerste verdachte heeft een stevig postuur, draagt een zwarte jas en draagt een plastic tas bij het lopen naar de tram. De tweede verdachte heeft een normaal postuur en draagt een zwarte jas en een blauwe spijkerbroek. De derde verdachte heeft een slank postuur en draagt een baseball cap op zijn hoofd.

De politie laat de tram vlak voor de tramhalte Kanaleneiland Zuid stil zetten. Dit is de eerstvolgende halte na tramhalte Transferium.

Op het moment dat de tram stil staat, ziet verbalisant [verbalisant] drie Marokkaanse jongens achter in de achterste wagon van de tram zitten. Hij ziet dat de drie jongens opstaan en naar het middelste deel van de wagon lopen. Twee jongens gaan weer zitten en de derde jongen, met een petje op zijn hoofd, loopt naar het voorste gedeelte van de achterste wagon. De twee jongens die zijn gaan zitten, zijn aan het hijgen. Vervolgens gaan de tramdeuren open en houdt de politie de drie verdachten aan.

Verbalisant [verbalisant 2] ziet drie jongens die voldoen aan het opgegeven signalement en ziet tevens dat de jongen met het petje een bezweet gezicht heeft. Het valt op dat de drie jongens niet bij elkaar in de tram zitten, maar verspreid van elkaar, terwijl de getuige ze alle drie tegelijk in de tram had zien stappen.

De aangehouden verdachten zijn [verdachte], [medeverdachte 1]en [medeverdachte 2]. Verdachte [verdachte] heeft een petje op.

In de tram worden twee navigatiesystemen aangetroffen in een plastic tas. Dit blijken de navigatiesystemen te zijn die uit de Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] en uit de Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] zijn weggenomen. In de tram lag op de grond gereedschap, waaronder een boor waarvan ambtshalve bekend is dat deze voor auto-inbraken gebruikt wordt. Verder is een zwart gele nijptang en een plastic flesje aangetroffen. Bij navraag van wie deze aangetroffen spullen zijn, wijst een zich eveneens in de tram bevindende vrouw in de richting van de zojuist aangehouden verdachten.

Op camerabeelden van Connexxion is te zien dat bij de tramhalte Transferium vier personen naar de tram toe rennen en de tram instappen. Drie van hen worden herkend als zijnde verdachten [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 1]. Bij het instappen gaan de drie verdachten bij elkaar zitten op de klapstoeltjes. [medeverdachte 1] lijkt vlak voor het instappen iets over te pakken van [medeverdachte 2]. In de tram wisselen twee van hen, waarschijnlijk [medeverdachte 1] en [verdachte] van jas.

Voorafgaand aan de auto-inbraken zijn verdachten [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 1] in het bijzijn van elkaar gesignaleerd bij de tramhalte “5 mei plein”. Op camerabeelden is te zien dat zij spreken met elkaar.

Nadere overwegingen ten aanzien van parketnummer 16/600187-11

Verdachte verklaart alleen in de tram te zijn gestapt. Voorts verklaart verdachte dat hij geen enkele betrokkenheid heeft bij de ten laste gelegde feiten. Gelet op het feit dat verdachte en de twee medeverdachten voorafgaande aan de autokraken gezamenlijk gesignaleerd zijn bij de tramhalte 5 mei plein en dat zij bij de tramhalte Transferium samen instappen, vervolgens in de tram bij elkaar blijven zitten maar opsplitsen op het moment dat de politie de tram stil zet, acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij alleen onderweg was, niet geloofwaardig.

Het bewijs ten aanzien van parketnummer 16/504221-11:

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende wettige bewijsmiddelen.

Op 17 november 2010 doet [aangever 3] namens [taxibedrijf] aangifte van diefstal uit een auto, merk Opel Vectra. Er is een navigatiesysteem uit de auto gestolen door middel van het kapot slaan van de autoruit.

Tijdens ingesteld onderzoek aan de auto wordt een bloedspoor aangetroffen op de bijrijderszitting. Uit DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt dat het bloedspoor een match oplevert met het celmateriaal van verdachte. De kans dat het bloed van een willekeurig gekozen man is, is kleiner dan één op één miljard.

Nadere overwegingen ten aanzien van parketnummer 16/504221-11:

De stelling van de verdediging dat de auto een taxi betreft en dat verdachte wel eens gebruik maakt van een taxi, is onvoldoende met feiten en omstandigheden onderbouwd. De rechtbank gaat hier dan ook aan voorbij. Verdachte zelf heeft geen alternatieve verklaring gegeven voor het aangetroffen bloedspoor in de auto.

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het bloedspoor op een andere wijze dan bij de inbraak in de auto terecht is gekomen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 16/600187-11:

1.

op 22 februari 2011 in de gemeente Nieuwegein, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto, geparkeerd op de Ringwade, heeft weggenomen een navigatiesysteem, merk Continental, toebehorende aan Ballast Nedam, waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door verbreking van een ruit van die auto;

2.

op 22 februari 2011 in de gemeente Nieuwegein, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto, geparkeerd op de Ringwade, heeft weggenomen een navigatiesysteem, merk Continental, toebehorende aan Leaseplan Nederland, waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door verbreking van een ruit van die auto.

Parketnummer 16/504221-11:

2.

op 17 november 2010 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto (merk: Opel Vectra), geparkeerd aan de Pythagorasstraat, heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk: TomTom), toebehorende aan [taxibedrijf], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking van een ruit van die auto.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Parketnummer 16/600187-11:

Ten aanzien van feit 1 en 2: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Parketnummer 16/504221-11:

Ten aanzien van feit 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten. Subsidiair heeft de verdediging verzocht een straf op te leggen gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke straf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie auto-inbraken, waarvan twee inbraken op één dag gepleegd in vereniging. Het spreekt voor zich dat de door deze feiten ontstane materiële schade groot is geweest. Niet alleen werden uit die auto's goederen weggenomen, maar daarbij werden die auto's ook beschadigd. Dit heeft voor de eigenaren van de auto’s tot gevolg gehad dat zij van deze feiten veel ergernis en ongemak hebben ondervonden. De schade is vaak groter dan de waarde van de gestolen goederen.

De rechtbank heeft in het kader van de persoon van de verdachte tevens betrokken dat blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 11 april 2011, verdachte meerdere malen eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten.

De rechtbank neemt verdachte zijn strafbare gedragingen bijzonder kwalijk. Eerdere veroordelingen wegens soortgelijke feiten en hem aangeboden langjarige begeleidingstrajecten hebben blijkbaar geen enkel positief effect op verdachte gehad.

Uit voorgaande feiten en omstandigheden en de houding van verdachte ter terechtzitting komt het beeld naar voren van een verdachte die zijn verantwoordelijkheid voor zijn criminele handelen stelselmatig ontkent en/of afschuift op anderen. De rechtbank is van oordeel dat derhalve thans aan het belang van de beveiliging van de samenleving een bijzonder gewicht moet worden toegekend. In dat kader acht de rechtbank dan ook oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur noodzakelijk. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 16/504221-11, onder 1 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 16/600187-11:

Ten aanzien van feit 1 en 2: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Parketnummer 16/504221-11:

Ten aanzien van feit 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 weken;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de opgelegde straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wijna, voorzitter, mr. A. Kuijer en mr. M.C. Oostendorp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 juni 2011.