Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6442

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
21-02-2012
Zaaknummer
16-604094-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege met een jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/604094-05

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 10 november 2011

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in het FPC Hoeve Boschoord te Boschoord,

heeft de officier van justitie de verlenging met twee jaar van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 20 september 2005, waarbij [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 november 2005;

- de beslissing van het gerechtshof te Arnhem van 10 juni 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd voor de duur van twee jaar;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 27 september 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [terbeschikkinggestelde] vanaf het vierde kwartaal van 2009 tot en met het eerste kwartaal van 2011;

- het rapport van H.A. de Jonge, gz-psycholoog, d.d. 21 augustus 2011, waarin wordt geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;

- het rapport van dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus, d.d.

9 augustus 2011, waarin wordt geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;

- het rapport van drs. E.A.M. Terpstra, Hoofd Orthopedagogisch Behandelcentrum ’t Wold, drs. R.S.T. de Groot, behandelverantwoordelijke, dr. R.C. Brouwers, eerste geneeskundige en P.A. de Mon, psychiater, allen verbonden aan het FPC Hoeve Boschoord d.d. 8 september 2011, waarin wordt geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

2 De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 27 oktober 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht. Voorts is als deskundige verschenen mevrouw R.S.T. de Groot, psycholoog, behandelverantwoordelijke namens FPC Hoeve Boschoord.

3 Het standpunt van de deskundigen

De rechtbank heeft kennis genomen van de onder 1 genoemde rapporten. De rapporten (komen wat betreft de strekking in grote lijnen overeen en) houden -zakelijk weergegeven- het volgende in.

Indexfeit

In 2005 is de terbeschikkinggestelde veroordeeld waarbij (naast een gevangenisstraf) de terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd voor een poging doodslag (met een mes) op een medewerker van een zorginstelling en daarnaast bedreiging van deze en een andere medewerker.

Actuele diagnose

De eerdere diagnose dat de terbeschikkinggestelde aan schizofrenie zou lijden is thans verlaten. Volgens de hiervoor genoemde als deskundige geraadpleegde psychiaters en psycholoog is thans sprake van een gemengde persoonlijkheidsstoornis, met antisociale, narcistische en borderline trekken, dan wel een persoonlijkheidsstoornis NAO, met antisociale en borderline trekken. Daarnaast is de terbeschikkinggestelde zwakbegaafd of licht verstandelijk gehandicapt en is hij alcoholafhankelijk (thans gedwongen in remissie).

Recidiverisico

De terbeschikkinggestelde heeft meegewerkt aan de delictanalyse. Hij heeft ook erkend de feiten te hebben gepleegd. Hij neemt hiervoor echter weinig verantwoordelijkheid.

Het risico op delictherhaling, indien de beschikkinggestelde zonder begeleiding en toezicht zou moeten functioneren, kan als hoog/onaanvaardbaar groot ingeschat worden omdat de terbeschikkinggestelde snel in paniek raakt als er een sterk appel op zijn draagkracht wordt gedaan en daarnaast raakt de terbeschikkinggestelde snel in conflict met anderen. Daar komt bij dat de terbeschikkinggestelde relaties met vrouwen niet reëel kan inschatten, waardoor hij kwetsbaar is voor misbruik. Als een relatie niet aan de verwachtingen van de terbeschikkinggestelde voldoet, kan dit een reden zijn voor heftige gevoelens, ontreddering en heftige woede. Het is van groot belang dat de terbeschikkinggestelde zich zal blijven onthouden van alcohol, in verband met ontremmingen en destructiviteit, en het antipsychoticum blijft gebruiken om zijn angstigheid aanvaardbaar te houden. De terbeschikkinggestelde zal, om niet weer in delicten te vervallen, zijn leven lang steun, begeleiding en controle behoeven.

Verdere behandeling

Ten aanzien van de houding van de terbeschikkinggestelde heeft er een omslag

plaatsgevonden in 2009. Mede daardoor is de terbeschikkinggestelde recent van een

gesloten naar een besloten afdeling gegaan. De behandeling op de nieuwe afdeling zal

echter nog geruime tijd in beslag nemen. Op dit moment heeft de terbeschikkinggestelde

onbegeleid terreinverlof en begeleid regio- en landelijk verlof. Er is nog niets

geregeld met betrekking tot de toekomst na Trajectum Noord. Er is nog geen overeenkomst

over het toekomstperspectief. De terbeschikkinggestelde is wisselend in zijn toekomstbeeld.

Enerzijds geeft hij aan begeleiding te willen houden, anderzijds wil hij zelfstandig zijn.

Hoeve Boschoord wil uiteindelijk richting een beschermde woonomgeving.

Meer in het algemeen zou het een enorme stap voorwaarts zijn indien de terbeschikkinggestelde zich zou gaan realiseren dat het aanvaarden van zijn handicap en het aanvaarden van steun een teken van kracht is en juist niet van zwakte. In een toename van vrijheden zal de terbeschikkinggestelde moeten gaan ervaren waar zijn mogelijkheden ophouden en zijn beperkingen beginnen.

Toelichting ter zitting

Ter zitting heeft de deskundige De Groot nadere toelichting gegeven.

Zij heeft daartoe verklaard – zakelijk weergegeven –:

Het is binnen de instelling gebruikelijk om alle fases te doorlopen, afhankelijk van de terbeschikkinggestelde zelf. De laatste tijd gaat het binnen het huidige regime redelijk goed met hem, hij heeft zijn draai gevonden. De terbeschikkinggestelde wil weten waar hij aan toe is. Dit is erg belangrijk voor hem. Derhalve moet de instelling de vervolgstappen bespreken en hetgeen van hem daarbij verwacht wordt.

In het algemeen heeft de terbeschikkinggestelde een goede inzet, maar indien de spanningen oplopen door bijvoorbeeld relaties of financiën, en er onzekerheden insluipen, dan sluit hij zich af van de begeleiding en gaat hij zich verzetten. Dit is ook naar voren gekomen in de aanloop naar deze zitting.

De komende tijd zal het verlof worden uitgebreid naar onbegeleid regioverlof en indien dit goed verloopt, komt Wilhelminaoord (vierde fase) in beeld. Indien dit ook allemaal zonder problemen gaat verlopen, dan zou op zijn vroegst over 1,5 à 2 jaar een beschermde woonomgeving buiten de instelling in beeld komen.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar gehandhaafd.

5 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling voorwaardelijk moet worden beëindigd. De terbeschikkinggestelde is het niet eens met de vordering van de officier van justitie dat de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengd moet worden.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft de rechtbank verzocht de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het erg goed gaat met de terbeschikkinggestelde en dat dit als een beloning voor hem gezien kan worden, gelet op de vooruitgang die hij reeds geboekt heeft. Daarnaast zal dit een positieve uitwerking hebben op de terbeschikkinggestelde. Het is voor de terbeschikkinggestelde echter wel duidelijk dat dit niet betekent dat de maatregel over een jaar voorwaardelijk zal worden beëindigd.

6 De beoordeling

Uit voormeld vonnis van deze rechtbank van 20 september 2005 blijkt dat de terbeschikkinggestelde zich onder meer schuldig heeft gemaakt aan een poging doodslag. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar kan veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De rechtbank is uit de stukken en het verhandelde ter zitting gebleken dat aan alle wettelijke vereisten voor verlenging van de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging is voldaan. De rechtbank zal deze maatregel derhalve verlengen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de termijn van de verlenging dat de terbeschikkingstelling reeds zes jaar duurt en dat de terbeschikkinggestelde thans aan het behandeltraject meewerkt. De rechtbank is met de behandelaars van de instelling van oordeel dat redelijkerwijs te verwachten is dat het –gedwongen- deel van het behandeltraject nog zeker 2 jaar zal vergen..

Anderzijds constateert de rechtbank dat uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat het waarschijnlijk is dat het, om de terbeschikkinggestelde voldoende te blijven motiveren voor het behandeltraject noodzakelijk is dat hem althans enig perspectief ten aanzien van de duur van de dwangverpleging wordt geboden. Zulks te meer nu hij reeds zes jaar dwangverpleging heeft ondergaan en zich in ieder geval de laatste 2 jaar positief ten opzichte van de behandeling heeft opgesteld.

Het is derhalve voor de terbeschikkinggestelde van belang dat zijn voortgang gevolgd wordt, terwijl ook de rechtbank zicht wil houden op het verdere verloop van de maatregel. Om deze redenen zal de rechtbank de tbs-maatregel met één jaar verlengen.

De rechtbank wenst hierbij twee opmerkingen te maken. Allereerst benadrukt de rechtbank dat de terbeschikkinggestelde uit het gegeven dat de maatregel thans met één jaar wordt verlengd, geenszins mag afleiden, dan wel op grond daarvan mag verwachten, dat de rechtbank over één jaar zal overgegaan tot een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs-maatregel. Veruit het meest realistisch scenario is en blijft dat de tbs-termijn over een jaar wederom verlengd zal worden.

Voorts overweegt de rechtbank dat het nu aan de terbeschikkinggestelde is om te laten zien dat hij het hele jaar coöperatief kan zijn, zich open kan stellen voor hulp(verlening) en met de (verder uitbreidende) verloven om kan gaan. In het kader van een volgende zitting zal de rechtbank ook de volledige periode van een jaar betrekken. Het is derhalve ook in het belang van de terbeschikkinggestelde dat hij ook in de aanloopperiode naar de volgende zitting volledig aan behandeling blijft meewerken, en dat hij niet, zoals thans, in die aanloop zijn medewerking in belangrijke mate terugbrengt.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging van [terbeschikkinggestelde] wordt verlengd met één jaar.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] met een jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. Kuijer, voorzitter, mrs. J.P. Killian en I.P.H.M. Severeijns, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van der Meulen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 november 2011.