Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6300

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-08-2011
Datum publicatie
20-02-2012
Zaaknummer
16/100127-98
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/100127-98

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 15 augustus 2011

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats], op [1973],

thans verblijvende in het Vincent van Gogh Instituut te Venray,

heeft de officier van justitie de verlenging met één jaar van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- een afschrift van het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 9 juni 1998, waarbij [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op

17 augustus 1998;

- de beslissing van deze rechtbank d.d. 27 augustus 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd voor de duur van één jaar, maar de verpleging van overheidswege onder voorwaarden werd beëindigd;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 4 juli 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

- het rapport van de heer J.L.M. Dinjers, psychiater, d.d. 3 juni 2011, waarin wordt geadviseerd.tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

- het reclasseringsadvies van 16 juni 2011, waarin de reclassering adviseert de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en daarnaast de voorwaarden waaronder de dwangverpleging is beëindigd te wijzigen.

2 De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 15 augustus 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouwe, mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Amsterdam. Voorts is de deskundige mevrouw

A. Heethuis, verbonden aan Reclassering Nederland, unit Roermond, gehoord.

3 Het standpunt van Reclassering Nederland

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 16 juni 2011. Mevrouw Heethuis heeft het rapport en het advies ter zitting toegelicht.

Uit de rapportage van de reclassering blijkt dat betrokkene sinds 1 juli 2010 verblijft in een forensische begeleide woonvorm van het Vincent van Gogh Instituut te Venray.

Reclassering Nederland heeft aangegeven dat betrokkene zich binnen de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging heeft gehouden aan de voorwaarden die hem zijn opgelegd door de rechtbank. Daarnaast is er een persoonlijke groei bij betrokkene waargenomen, hetgeen blijkt uit de vooruitgang welke betrokkene heeft geboekt in een omgeving met minder begeleiding en structuur, waar meer zelfredzaamheid van hem gevraagd werd. Echter, ondanks de groei zijn er nog aandachtspunten. Hoofddoel is nog om duidelijkheid te krijgen waar het plafond ligt voor betrokkene op het gebied van wonen, zelfstandig functioneren, afspraken blijven nakomen, in stand houden en onderhouden van relaties en stabiel gedrag/functioneren, ook bij veranderingen.

Reclassering Nederland heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en daarnaast de bijzondere voorwaarde betreffende alcohol als volgt te wijzigen:

Betrokkene gebruikt, enkel na overleg met Reclassering Nederland, incidenteel beperkt alcohol en is bereid adviezen en aanwijzingen inzake alcoholgebruik op te volgen. In het bijzonder zal hij zich conformeren aan een plan van aanpak waarbij hij openheid van zaken geeft betreffende het gebruik, indien nodig geacht laat hij zich op alcohol- en drugsgebruik controleren.

4 Het standpunt van de psychiater als bedoeld in artikel 509o lid 3 Sv

De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport d.d. 3 juni 2011 en het daarin vermelde advies van de psychiater. Het rapport houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Diagnostiek en classificatie

Betrokkene lijdt aan MCDD (Multipele Complex Developmental Disorder), een variant van een autisme spectrum stoornis met verhoogd angstniveau, gebrekkige communicatieve vaardigheden en wederkerigheid, en problemen rondom de realiteitstoetsing die zich onder stress kunnen uiten in psychotische verschijnselen en/of decompensatie. Verder is er sprake van zwakbegaafdheid.

Recidiverisico

Het klinische recidiverisico onder het huidige TBS kader wordt ingeschat als laag. Het recidiverisico op basis van de HKT-30 wordt ingeschat als matig. De externe structuur en begeleiding in combinatie met adequate medicatie-inname zorgen voor optimale reductie van het recidiverisico. De situatie is voor betrokkene voorspelbaar waardoor de spanningen niet oplopen. Betrokkene dient echter te worden gezien als een persoon met een chronische handicap. Als gevolg van zijn zwakbegaafdheid en autisme spectrum stoornis (MCDD) zal iedere fase gradueel en voorspelbaar dienen te worden doorgelopen om betrokkene maximaal de kans te geven verdere stappen in het resocialisatieproces te doen doorlopen en toe te werken naar beëindiging van de maatregel van TBS. Indien dit niet op bovenstaande graduele en voorspelbare wijze gebeurt, kan het recidiverisico snel oplopen als gevolg van mogelijke (psychotische) decompensatie en/of onttrekking aan zorg. Betrokkene zal hierbij ook op lange termijn zorg en begeleiding nodig hebben. Qua farmacotherapeutische mogelijkheden kan gedacht worden aan een toevoeging van het antipsychoticum Abilify: dit zou vooral een gunstige invloed kunnen hebben op het lage energieniveau en de apathie van betrokkene.

Advies

De deskundige adviseert gezien het bovenstaande om de maatregel van TBS met één jaar te verlengen.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar gehandhaafd en zij heeft daaraan toegevoegd dat zij het eens is met de door Reclassering Nederland voorgestelde wijziging van de voorwaarden.

6 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe

De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij graag zou zien dat hij van het stempel TBS af zou komen, maar dat hij het ook zou begrijpen als de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd. Hij verzet zich dan ook niet tegen een toewijzing van de vordering. Met de voorgestelde wijzing van de voorwaarden kan hij instemmen.

De raadsvrouwe heeft aangegeven dat het erg goed gaat met haar cliënt en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7 De beoordeling

De rechtbank overweegt dat uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de terbeschikkinggestelde zich positief ontwikkelt. Uit de rapportage van Reclassering Nederland blijkt ook dat de terbeschikkinggestelde zich heeft gehouden aan de voorwaarden die hem zijn opgelegd. Uit de rapportages en de verklaring van de deskundige volgt echter ook dat er nog wel aandachtspunten zijn. Zo is nog niet duidelijk waar het plafond ligt voor de terbeschikkinggestelde en daarnaast zal hij adequaat moeten worden begeleid bij het incidenteel drinken van alcoholische consumpties. Het adequaat begeleiden van deze stappen lijkt noodzakelijk om psychisch disfunctioneren te voorkomen. Daarnaast is het belangrijk om te observeren of er gedragsveranderingen bij de terbeschikkinggestelde waarneembaar zijn door de begeleide alcoholconsumptie.

De rechtbank heeft acht geslagen op het feit dat uit voornoemd vonnis van deze rechtbank blijkt dat de terbeschikkinggestelde onder meer is veroordeeld wegens een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen, namelijk –kort gezegd- brandstichting.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd met één jaar. De rechtbank is verder van oordeel dat ten behoeve van een goede begeleiding van de terbeschikkinggestelde de voorwaarden, waaronder de dwangverpleging is beëindigd, moeten worden gewijzigd zoals door Reclassering Nederland voorgesteld.

8 Toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38b, 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de heer [terbeschikkinggestelde] met één jaar.

De rechtbank wijzigt de voorwaarden waaronder de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd met dien verstande dat de onder 8 geformuleerde voorwaarde in de beslissing van 27 augustus 2010 als volgt komt te luiden.

De terbeschikkinggestelde zal zich onthouden van middelengebruik en gebruikt, enkel na overleg met Reclassering Nederland, incidenteel beperkt alcohol en is bereid adviezen en aanwijzingen inzake alcoholgebruik op te volgen. In het bijzonder zal hij zich conformeren aan een plan van aanpak waarbij hij openheid van zaken geeft betreffende het gebruik. Indien nodig geacht laat hij zich op alcohol- en drugsgebruik controleren.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, voorzitter, mrs. J.R. Krol en

I. Bruna, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van der Meulen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 augustus 2011.