Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3015

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
07-02-2012
Zaaknummer
753390 AC EXPL 11-3264 mh
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij de bepaling van het salaris van de gemachtigde is de kantonrechter uitgegaan van de vordering na eisvermindering. Gelet op het feit dat Fa-med haar eis in de dagvaarding niet met facturen heeft onderbouwd en haar vordering nadien heeft beperkt tot de enige facturen waarover zij de beschikking heeft, behoort het salaris met betrekking tot het bedrag waarop zij geen aanspraak meer maakt voor haar rekening te blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 753390 AC EXPL 11-3264 mh

vonnis van 28 december 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Fa-Med BV,

gevestigd te Amersfoort,

verder te noemen: Fa-Med,

eiseres,

gemachtigde: Nedland Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: [gedaagde],

gedaagde,

procederend in persoon.

1. Het verloop van de procedure

Fa-Med heeft een vordering ingesteld, waarop [gedaagde] heeft geantwoord. Vervolgens heeft Fa-Med een conclusie van repliek genomen, waarbij zij haar eis heeft verminderd. [gedaagde] heeft ten slotte voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1. Fa-Med vordert na eisvermindering dat de kantonrechter [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 317,95 (€ 232,- als hoofdsom, € 55,95 aan wettelijke rente en € 75,- aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding (zijnde 3 mei 2011) tot de algehele voldoening alsmede [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding.

2.2. Zij legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] en zijn kinderen drie behandelingen hebben gehad bij [tandartspraktijk] in [plaats]. [tandartspraktijk] heeft [gedaagde] voor deze behandelingen drie facturen van respectievelijk € 72,80, € 72,80 en € 86,40 gestuurd. Deze facturen zijn door [gedaagde] onbetaald gelaten. De vorderingen van [tandartspraktijk] zijn aan Fa-Med gecedeerd.

Uit de door Fa-Med in het geding gebrachte facturen leidt de kantonrechter af dat de behandelingen – anders dan Fa-Med in haar dagvaarding heeft doen voorkomen – uitsluitend ten behoeve van één zoon van [gedaagde] hebben plaatsgevonden, omdat alle facturen gericht zijn aan “de ouders/verzorgers van [gedaagde]”.

2.3. [gedaagde] betwist dat hij en zijn kinderen tandheelkundige en/of medische behandelingen bij [tandartspraktijk] hebben ondergaan. Noch hijzelf noch zijn zoons [zoon 1 gedaagde] en [zoon 2 gedaagde] zijn ooit bij [tandartspraktijk] geweest, aldus [gedaagde].

2.4. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet had kunnen volstaan met de enkele ontkenning dat zijn zoon [zoon 1 gedaagde] drie behandelingen bij [tandartspraktijk] heeft ondergaan en dat het op zijn weg had gelegen deze betwisting nader te onderbouwen. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

Niet is betwist dat de facturen waarvan Fa-Med betaling vordert, [gedaagde] hebben bereikt. Evenmin is in geschil dat Fa-Med [gedaagde] meermalen heeft aangemaand de facturen te betalen. Onder deze omstandigheden had het, mede gelet op het feit dat deze facturen al uit september en oktober 2006 stammen, voor de hand gelegen dat [gedaagde] eerder (dus voordat hij in rechte werd betrokken) het standpunt had betrokken dat zijn zoon [zoon 1 gedaagde] geen behandelingen bij [tandartspraktijk] heeft ondergaan. Evenmin heeft [gedaagde] op andere wijze onderbouwd dat er geen behandelingsovereenkomsten tussen zijn zoon en [tandartspraktijk] tot stand zijn gekomen, bijvoorbeeld door het in het geding brengen van een verklaring van [tandartspraktijk] waaruit blijkt dat [zoon 1 gedaagde] geen klant van de tandartspraktijk is.

Het verweer van [gedaagde] wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd, verworpen, zodat de vordering tot betaling van € 232,- zal worden toegewezen.

2.5. [gedaagde] heeft de gevorderde wettelijke rente op zichzelf niet weersproken, zodat de rente zal worden toegewezen.

2.6. Fa-Med heeft ter onderbouwing van de gestelde buitengerechtelijke incassokosten (standaard)sommatiebrieven in het geding gebracht en een omschrijving gegeven van een aantal standaardwerkzaamheden die in het kader van een incassozaak moeten worden verricht. Daarmee is niet althans onvoldoende gesteld en onderbouwd dat daadwerkelijk verdergaande buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt voor verrichtingen als hiervoor omschreven. De kosten waarvan Fa-Med vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten, zodat de kantonrechter dit onderdeel van de vordering zal afwijzen.

2.7. [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Fa-Med worden begroot op:

- dagvaarding € 83,31

- vast recht 284,00

- salaris gemachtigde 120,00 (2,0 punten × tarief € 60,00)

Totaal € 487,31

Bij de bepaling van het salaris van de gemachtigde is de kantonrechter uitgegaan van de vordering na eisvermindering. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat Fa-Med in haar dagvaarding betaling van een hoofdsom vorderde van € 400,69 zonder dat zij dit bedrag door middel van facturen staafde. Nadat [gedaagde] verweer voerde, heeft Fa-Med haar eis verminderd, omdat zij naar eigen zeggen niet meer facturen kan overleggen dan de drie facturen als genoemd onder r.o. 2.2. Onder deze omstandigheden behoort het salaris van de gemachtigde met betrekking tot het bedrag waarop Fa-Med geen aanspraak meer maakt, voor haar rekening te blijven.

3. De beslissing

De kantonrechter

3.1. veroordeelt [gedaagde] aan Fa-Med te betalen een bedrag van € 317,95, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 232,00 vanaf 3 mei 2011 tot de algehele voldoening,

3.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Fa-Med, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 487,31, waarin begrepen € 120,00 aan salaris gemachtigde,

3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 28 december 2011.