Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV2923

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
06-02-2012
Zaaknummer
299608 - HA ZA 11-68
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weens Koopverdrag. Bewijsopdracht aan eiseres dat partijen een onvoorwaardelijke koopovereenkomst hebben gesloten. Opschorting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 299608 / HA ZA 11-68

Vonnis van 14 december 2011

in de zaak van

de vennootschap naar Oostenrijks recht

AGRANA JUICES SALES & CUSTOMER SERVICE GMBH,

gevestigd te Gleisdorf,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] BV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. M.M. van Tilburg-van Herk.

Eiseres zal hierna Agrana worden genoemd en gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als [gedaagden c.s.] en afzonderlijk als [gedaagde sub 1] respectievelijk [gedaagde sub 2].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 maart 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 11 mei 2011

- de brief van de advocaat van [gedaagden c.s.] van 20 mei 2011

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Agrana koopt en verkoopt onder meer vruchtensappen en vruchtensapconcentraten. [gedaagden c.s.] maakt haar bedrijf van onder andere de (groot)handel in en de import en export van fruitconcentraten. De producent van de fruitconcentraten, waar het in dit geding om gaat, is Industrializacao de Fruta S.A. (hierna: Indumape).

2.2. Op 13 augustus 2010 heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen de heer [A] (hierna: [A]) van Agrana en de heer [B] (hierna: [B]), naar aanleiding waarvan [B] [A] een e-mail heeft gestuurd (11.33 uur) met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

“Wie soeben besprochen kann ich dir 500 Mt ASK süß anbieten ex INDUMAPE um

900 € geliefert. Lieferzeit Oktober bis Dezember. (mindestens 8 Ladungen in Oktober, 8 in November und 4 in Dezember).

Für Lieferung Januar bis März ist der Preis 925 € auch für 500 Mt.”

2.3. Naar aanleiding van deze e-mail heeft eveneens op 13 augustus 2010 wederom telefonisch contact plaatsgevonden tussen [A] en [B], waarna [A], voorzover van belang, het volgende heeft geschreven (13. 57 uur):

“ich beziehe mich auf das Telefonat von soeben und bestätige wie folgt.

Agrana übernimmt folgende Mengen ASK, zu den unten aufgeführten Konditionen. Eine sep. Vertrag lassen wir Dir in den nächsten Tagen zukommen.

(1) (…)

(2) (…)

(3) Menge: 1.000to (40 LKW Ladungen)

(4) Herkunft: Produziert und geliefert von Industrializacao de Fruta, S.A. Portugal

(5) Übernahmezeitraum: Oktober 2010 bis März 2011.

(6)

(7) Preis: 900€/to DDP Bingen für 500to bis Ende Dezember,

(8) Preis: 925€ DDP Bingen für 500to von Januar 11 bis März 11

(…)”

2.4. [B] heeft de onder 2.3. geciteerde e-mail doorgestuurd aan Indumape met de vraag of Indumape hiermee akkoord ging. Indumape heeft hierop per e-mail gereageerd met de mededeling dat zij geen 1.000 metrische ton kon leveren maar slechts 500 metrische ton. [B] heeft Agrana hiervan op 20 augustus 2010 op de hoogte gesteld. In reactie hierop heeft Agrana laten weten dat zij vasthoudt aan de (volgens haar) overeengekomen 1.000 metrische ton.

2.5. Omstreeks 3 september 2010 zijn Agrana en (in elk geval) [gedaagde sub 2] overeengekomen dat [gedaagde sub 2] 300 metrische ton perensapconcentraat zal leveren aan Agrana in de periode januari-maart 2011 tegen een prijs van € 1.000,-- per metrische ton. Vanwege het ontstane geschil over het appelsapconcentraat, zoals hiervoor omschreven, heeft [gedaagde sub 2] nadien aan de levering van het perensapconcentraat de voorwaarde verbonden van vooruitbetaling. Agrana is niet akkoord gegaan met deze voorwaarde, stellende dat een betalingstermijn van 14 dagen na levering is overeengekomen.

2.6. De hiervoor genoemde 1.000 metrische ton appelsapconcentraat en de 300 metrische ton perensapconcentraat zijn nimmer door [gedaagden c.s.] aan Agrana geleverd.

2.7. Eind november 2010 heeft Agrana 1.000 metrische ton appelsapconcentraat gekocht van een derde tegen een prijs van € 1.630.000,00. Nadien heeft zij ook perensapconcentraat gekocht, onder meer op 11 april 2011, voor een hogere prijs per metrische ton dan met [gedaagde sub 2] was overeengekomen.

2.8. Agrana heeft conservatoir derdenbeslag gelegd onder diverse afnemers van [gedaagden c.s.]

3. Het geschil

in conventie

3.1. Agrana vordert samengevat - veroordeling van [gedaagden c.s.] tot betaling van

€ 791.500,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [B] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [gedaagden c.s.] vordert samengevat - opheffing van de gelegde beslagen met veroordeling van Agrana tot betaling van een schadevergoeding van € 75.000,00, vermeerderd met kosten.

3.5. Agrana voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Op de (totstandkoming van) de in het geding zijnde koopovereenkomsten is het Weens Koopverdrag (WVK) van toepassing, aangezien Nederland en Oostenrijk beide verdragsluitende staten met betrekking tot dit verdrag zijn en de toepasselijkheid hiervan door partijen niet is uitgesloten (artikel 1 aanhef en sub a WVK).

4.2. Agrana legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagden c.s.] is overeengekomen dat [gedaagden c.s.] 1.000 metrische ton appelsapconcentraat aan haar zou leveren, de eerste vijf ton tegen een prijs van

€ 900,-- per ton en de tweede vijf ton tegen een prijs van € 925,00 per ton, en voorts dat [gedaagden c.s.] 300 metrische ton perensapconcentraat tegen een prijs van € 1.000,-- per ton aan haar zou leveren. Aangezien [gedaagden c.s.] haar verplichtingen onder deze overeenkomsten niet is nagekomen, heeft Agrana dekkingskopen moeten doen tegen hogere inkoopprijzen. Ingevolge artikel 75 Weens Koopverdrag maakt Agrana aanspraak op vergoeding van het verschil tussen de overeengekomen koopprijs en de prijs die Agrana uiteindelijk voor het appelsapconcentraat en het perensapconcentraat heeft betaald aan derden.

Verweer: Agrana niet-ontvankelijk

4.3. [gedaagden c.s.] voert primair aan dat Agrana niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat het dagvaardingsexploot niet de wettelijk vereiste bepalingen omtrent het griffierecht bevat. Dit verweer faalt reeds nu de betreffende wetsbepaling (artikel 111 lid 2 sub k Rv) pas met ingang van 1 januari 2011 van kracht is geworden, terwijl [gedaagden c.s.]op 16 december 2010 zijn gedagvaard.

Verweer: [gedaagde sub 1] ten onrechte gedagvaard

4.4. Ten aanzien van de vordering tegen [gedaagde sub 1] voert [gedaagden c.s.] aan dat [gedaagde sub 1] ten onrechte in de procedure is betrokken, aangezien zij slechts optreedt bij handel buiten de Europese Unie en buiten dit geschil staat. Facturatie gebeurde ook altijd door [gedaagde sub 2], aldus [gedaagden c.s.]

4.5. Agrana heeft hiertegenover aangevoerd dat beide vennootschappen hetzelfde adres, telefoon- en faxnummer hanteren, dat zij op hun eigen website in één adem worden genoemd, dat van beide vennootschappen [B] bestuurder en enig werknemer is, dat uit de bedrijfsomschrijving van [gedaagde sub 1] niet blijkt dat deze zich uitsluitend bezig houdt met handel buiten de Europese Unie en dat de e-mails zijn ondertekend door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

4.6. De rechtbank overweegt dat uit de door Agrana aangevoerde omstandigheden niet genoegzaam volgt dat het de bedoeling van partijen was dat [gedaagde sub 1] zowel als [gedaagde sub 2] door de gestelde overeenkomsten zouden worden gebonden. Agrana mocht er derhalve vanuit te gaan dat slechts één van laatstgenoemde partijen de beoogde wederpartij/verkoper was. Gelet op het feit dat partijen al langere tijd zaken met elkaar doen en er in het verleden altijd werd gefactureerd door [gedaagde sub 2], moest Agrana begrijpen dat [gedaagde sub 2] de beoogde verkoper was. De vordering tegen [gedaagde sub 1] zal derhalve bij eindvonnis worden afgewezen. Voor een veroordeling in de proceskosten van Agrana jegens [gedaagde sub 1] ziet de rechtbank geen aanleiding, nu er slechts één keer griffierechten zijn betaald door [gedaagden c.s.] en het verweer op dit punt qua omvang en complexiteit beperkt is in het licht van de overige reeds besproken en nog te bespreken verweren.

Verweer: [gedaagde sub 2] opgetreden als agent van Indumape

4.7. Subsidiair is door [gedaagden c.s.] ten verwere aangevoerd, dat [gedaagde sub 2] heeft gehandeld als agent van Indumape en dat Agrana dat wist. Zij verwijst daartoe naar een agentuurovereenkomst gesloten tussen Indumape en [bedrijf ], alsmede naar meerdere advertenties uit ‘Foodnews’ en dan met name, althans daar gaat de rechtbank vanuit, de daarin steeds opgenomen zinsnede “sole representation for (…)” . Ook wijst [gedaagden c.s.] erop dat de heer [B] in het verleden voor Agrana heeft gewerkt, en dat Agrana ook uit dat verband wist dat [gedaagde sub 2] agent was voor Indumape. Voorts wijst [gedaagden c.s.] erop dat in diverse e-mails aan Agrana is verwezen naar Indumape. Zo schrijft Agrana zelf in haar e-mail van 13 augustus 2010 “Produziert und geliefert von Industrializacao de Fruta, S.A. Portugal” en schrijft [A] in een e-mail van 20 september 2010 “Meiner Meinung nach ist das ein sehr faires Angebot, auf das dein Partner in Portugal eingehen sollte”. Tevens wordt op aan Agrana verzonden facturen in verband met eerdere overeenkomsten tussen partijen melding gemaakt van mogelijk door [gedaagde sub 2] in rekening te brengen “commission”, waarmee wordt verwezen naar de commissie die [gedaagde sub 2] als agent van Indumape ontvangt en die Indumape berekent op basis van de door [gedaagde sub 2] verzonden facturen. Aldus - nog steeds - [gedaagden c.s.] Voorts heeft [gedaagden c.s.] ter ondersteuning van haar stellingen een verklaring overgelegd van de directeur van Ernteband Fruchtsaft GmbH, waarin deze kort gezegd aangeeft dat Agrana als grootste onderneming op het gebied van appelsapconcentraten zijns inziens bekend moet zijn geweest met het agentschap van [gedaagde sub 2]. Ten slotte wijst [gedaagden c.s.] erop dat [A] nog bij Indumape op bezoek is geweest in een poging alsnog overeenstemming te bereiken over de gedane bestelling van 1.000 metrische ton appelsapconcentraat.

4.8. Het verweer, dat [gedaagde sub 2] in het onderhavige geval heeft gehandeld als agent van Indumape, faalt. In de eerste plaats volgt uit de agentuurovereenkomst niet dat [gedaagde sub 2] agent was van Indumape: de agentuurovereenkomst vermeldt immers (slechts) [bedrijf ]. als agent. Daar komt bij dat gesteld noch gebleken is dat de agentuurovereenkomst verhinderde – onder het op de agentuurovereenkomst toepasselijke recht – dat de agent in voorkomend geval voor eigen rekening en risico goederen inkocht bij Indumape, en deze – ook voor eigen rekening en risico – doorverkocht, en, zo dat al het geval mocht zijn, dat Agrana dat ook wist of moest weten. Om deze reden kan in het midden blijven of Agrana wist dat [gedaagde sub 2] (al dan niet via [bedrijf ]) ook wel agent was voor Indumape, of zelfs in het verleden wel eens in die hoedanigheid met Agrana had gecontracteerd. Indien mocht komen vast te staan (waarover hierna meer) dat [B] en [A] telefonisch hebben afgesproken, zoals Agrana stelt, dat [gedaagde sub 2] 1.000 metrische ton appelsapconcentraat aan Agrana zou leveren zonder dat [B] daarbij een voorbehoud maakte wat betreft het agentschap voor Indumape, kan [gedaagde sub 2] zich achteraf niet beroepen op dat agentschap en/of de weigering van Indumape om de overeengekomen hoeveelheid tegen de overeengekomen prijs te leveren.

Verweer: geen overeenkomst over appelsapconcentraat, althans geen gebondenheid aan zodanige overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden, en bevoegdheid tot opschorting levering perensapconcentraat

4.9. Meer subsidiair stelt [gedaagden c.s.] zich op het standpunt dat er wat betreft het appelsapconcentraat geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen. Wat betreft het perensapconcentraat is tussen partijen niet in geschil dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Evenmin is tussen partijen in geschil dat krachtens die overeenkomst betaling diende plaats te vinden binnen 14 dagen na levering. [gedaagden c.s.] stelt zich echter op het standpunt dat er, gelet op het over het appelsapconcentraat ontstane geschil en het daaruit voortvloeiende beslag, gegronde vrees bestond bij haar dat het perensapconcentraat na levering niet betaald zou worden door Agrana, zodat [gedaagde sub 2] gerechtigd was vooruitbetaling te verlangen, met andere woorden bevoegd was de levering van het perensapconcentraat op te schorten totdat er betaling had plaatsgevonden. Agrana betwist dit.

Overeenkomst appelsapconcentraat

4.10. Anders dan Agrana stelt, kan naar het oordeel van de rechtbank in de e-mail van [B] van 13 augustus 2010 (hiervoor, 2.2) niet worden gelezen dat [B] (namens [gedaagde sub 2]) twee keer vijfhonderd metrische ton appelsapconcentraat aanbiedt. [B] geeft in deze e-mail niet meer of anders aan dan dat zij vijfhonderd ton metrische appelsapconcentraat kan aanbieden tegen € 900,-- per metrische ton indien levering plaatsvindt vóór 1 januari 2011 en tegen € 925,-- indien levering plaatsvindt ná 1 januari 2011. Dit strookt ook met de ter comparitie door [A] gemaakte opmerking dat in het aan deze e-mail voorafgaande telefoongesprek tussen partijen is gesproken over vijfhonderd metrische ton appelsapsapconcentraat. Tussen partijen staat echter wél vast dat Agrana tijdens het tweede telefoongesprek op 13 augustus 2010 heeft aangegeven dat zij graag twee keer vijfhonderd metrische ton appelsapconcentraat wilde afnemen. Hetgeen partijen verdeeld houdt is of [B] tijdens dit telefoongesprek hiermee onvoorwaardelijk heeft ingestemd (dit stelt Agrana) of dat [B] heeft gezegd dat hij hierover moest overleggen met Indumape (dit stelt [gedaagden c.s.]). De e-mail van 13 augustus 2010 van Agrana geeft in de optiek van [gedaagden c.s.] in zoverre dus niet volledig weer hetgeen is besproken. De voorwaarde, inhoudende dat Indumape moest bevestigen dat zij in staat was de door Agrana gewenste hoeveelheid te leveren, ontbreekt immers in die e-mail.

4.11. De bewijslast met betrekking tot het bestaan van de overeenkomst tot levering van 1.000 metrische ton appelsapconcentraat rust op Agrana. Dit bewijs is niet reeds geleverd doordat [B] in zijn e-mail van 15 augustus 2010 niet heeft gerefereerd aan het overleg dat nog met Indumape moest plaatsvinden en waarover met Agrana was gesproken maar waarover Agrana in haar e-mail van 13 augustus 2010 niets zegt. Ook de door [B] in zijn e-mail van 4 november 2010 geplaatste opmerkingen “(…) after the confirmation (…) of the 1000 Mt” en “The fact and the consequences that we withdrew these 500 Mt within a week are to be judged in court” leveren op zichzelf dit bewijs niet. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagden c.s.] , zal Agrana, als partij die zich op de rechtsgevolgen van deze stelling beroept, worden opgedragen te bewijzen dat zij met [gedaagde sub 2] onvoorwaardelijk is overeengekomen dat laatstgenoemde 1.000 metrische ton appelsapconcentraat aan haar zou leveren tegen de prijzen als vermeld in de e-mails van 13 augustus 2010. Slaagt Agrana niet in dat bewijs, dan zal de vordering worden afgewezen. Slaagt Agrana wél in het haar opgedragen bewijs, dan staat daarmee vast dat [gedaagde sub 2] is tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst en heeft Agrana recht op vergoeding van de dientengevolge door haar geleden schade. Dát Agrana als gevolg van de niet levering van het appelsapconcentraat schade heeft geleden, acht de rechtbank gelet op de stijging van de prijzen in de tweede helft van 2010 als gevolg van de wereldwijd extreem slechte oogst, aannemelijk. De stelling van [gedaagden c.s.] dat Agrana eind oktober 2010 onverkochte voorraad had liggen en dat er dus geen dekkingskopen nodig waren geweest door Agrana om aan haar leveringsverplichtingen te voldoen, doet hier niet aan af. [gedaagden c.s.] miskent hiermee dat een dekkingskoop niet betrekking hoeft te hebben op een bepaalde afnemer van Agrana, maar ook betrekking kan hebben op het op peil houden van voorraad. Overigens is gesteld noch gebleken dat voorafgaande aan de dekkingskoop ontbinding van de gestelde overeenkomst heeft plaatsgevonden, zodat gelet op het bepaalde in artikel 75 WKV niet zonder meer het verschil tussen de overeengekomen prijs en de dekkingskoop voor toewijzing in aanmerking komt. De schade zal te gelegener tijd eventueel moeten worden vastgesteld aan de hand van het bepaalde in artikel 74 WKV.

4.12. [gedaagden c.s.] heeft nog een beroep gedaan op artikel 6:258 BW, stellende dat sprake was van een dermate desastreuze oogst dat een beroep op dit artikel gerechtvaardigd is. Dit verweer wordt door de rechtbank verworpen, reeds omdat het niet is onderbouwd, met bijvoorbeeld een vergelijking van relevante oogstgegevens van 2010 met oogstgegevens van andere jaren over een representatieve periode. Daarom kan niet worden beoordeeld of de (wereldwijde) oogst van 2010 zodanig was, en bovendien op het moment van het sluiten van de koopovereenkomst zodanig onvoorzien, dat – mocht het bestaan van de door Agrana gestelde overeenkomst in deze procedure worden vastgesteld – Agrana naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van die overeenkomst niet mag verwachten.

Opschorting levering perensapconcentraat

4.13. Agrana heeft in de dagvaarding gesteld dat [gedaagde sub 2] geen aanleiding had te veronderstellen dat Agrana het perensapconcentraat na levering niet zou betalen. Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagden c.s.] aangevoerd dat vrees hiervoor wel degelijk gegrond was gelet op het over het appelsapconcentraat ontstane geschil en het daaruit voortvloeiende beslag. In reactie hierop heeft Agrana zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde sub 2] haar vrees voor de gevolgen van haar eigen tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst met betrekking tot het appelsapconcentraat niet kan aanwenden om ook haar verplichtingen uit hoofde van het perensapconcentraat niet na te komen.

4.14. Gelet op het onder 4.13. overwogene is de rechtbank van oordeel dat Agrana niet, althans onvoldoende heeft betwist dat zij het perensapconcentraat na levering hiervan aan haar niet zou hebben betaald, althans niet anders dan door middel van verrekening met de door haar gestelde claim in verband met het appelsapconcentraat, zodat de rechtbank zulks als vaststaand aanneemt. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Indien Agrana niet slaagt in het bewijs dat zij met [gedaagde sub 2] onvoorwaardelijk is overeengekomen dat laatstgenoemde 1.000 metrische ton appelsapconcentraat aan haar zou leveren, dan heeft zij uit dien hoofde geen schadevergoedingsvordering waarmee de koopprijs van het perensapconcentraat eventueel verrekend zou kunnen worden en was [gedaagde sub 2] gerechtigd haar verplichting tot levering van het perensapconcentraat op te schorten totdat vooruitbetaling had plaatsgevonden. Vast staat immers, zoals hiervoor overwogen, dat Agrana het perensapconcentraat na levering hiervan aan haar niet zou hebben betaald. Er bestond derhalve gegronde vrees bij [gedaagde sub 2] dat het perensapconcentraat na levering niet betaald zou worden zodat zij gerechtigd was vooruitbetaling te verlangen, met andere woorden bevoegd was de levering op te schorten totdat er betaling had plaatsgevonden. In deze situatie zal de vordering die ziet op het perensapconcentraat worden afgewezen.

Als Agrana slaagt in het haar opgedragen bewijs van de overeenkomst met betrekking tot het appelsapsapconcentraat en tevens komt vast te staan dat zij schade heeft geleden als gevolg van wanprestatie onder deze overeenkomst, heeft Agrana in beginsel een verrekenbare tegenclaim, hetgeen van belang zou kunnen zijn voor het eventueel ontbreken van opschortingsbevoegdheid van [gedaagde sub 2] wat betreft het perensapconcentraat. Zou dat laatste worden aangenomen, dan zal de rechtbank ook nog moeten beoordelen of Agrana een schadebeperkingsplicht heeft geschonden door afwijzing van het aanbod van [gedaagde sub 2] tot levering van 100 metrische ton perensapconcentraat na vooruitbetaling, zoals [gedaagden c.s.] stelt.

4.15. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot na de hiervoor bedoelde bewijslevering.

in reconventie

4.16. De rechtbank houdt haar beslissing omtrent de gevorderde opheffing van de gelegde beslagen aan tot het eindvonnis.

4.17. De vordering tot vergoeding van reputatieschade zal bij eindvonnis worden afgewezen. [gedaagden c.s.] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de eventueel onrechtmatig gelegde beslagen in haar eer en goede naam is geschaad.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. draagt Agrana op te bewijzen dat zij met [gedaagde sub 2] onvoorwaardelijk is overeengekomen dat laatstgenoemde 1.000 metrische ton appelsapconcentraat aan haar zou leveren tegen de prijzen als hiervoor in 2.3 vermeld,

5.2. bepaalt dat, indien Agrana het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. J.K.J. van den Boom in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op dinsdag 24 januari 2012 van 13:30 tot 17:00 uur,

5.3. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

5.4. bepaalt dat Agrana, indien zij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moet opgeven; in dat geval zal het getuigenverhoor geen doorgang vinden en zal de zaak naar een nader te bepalen rolzitting worden verwezen voor het nemen van een akte met dit doel door Agrana,

5.5. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.6. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, mr. J.K.J. van den Boom en mr. J.W. Frieling en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2011.