Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV2595

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
02-02-2012
Zaaknummer
16/600900-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling in verband met hennepteelt, het aanwezig hebben van ongeveer 467 hennepplanten en het wegnemen van een hoeveelheid electriciteit tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Tevens veroordeling tot betaling van de materiële schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600900-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 december 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1968] te [geboorteplaats]

gedetineerd: P.I. Nieuwegein, HvB Nieuwegein te Nieuwegein

raadsman mr. P.E. van Zon, advocaat te ‘s-Hertogenbosch

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 december 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. in de periode 19 december 2010 tot en met 8 mei 2011 te Veenendaal samen met anderen hennep heeft geteeld, in elk geval een groot aantal hennepplanten aanwezig heeft gehad in de woning aan de [adres] te [woonplaats];

2. op 8 mei 2011 te Veenendaal samen met anderen 467 hennepplanten aanwezig heeft gehad;

3. in de periode 19 december 2010 tot en met 8 mei 2011 te Veenendaal een hoeveelheid elektriciteit heeft weggenomen dat toebehoorde aan Stedin Netbeheer B.V., door de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluiting te verbreken.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat er geen overtuigend bewijs is dat verdachte bij de ten laste gelegde feiten betrokken is geweest

In dat verband heeft de verdediging betoogd dat er geen matching heeft plaatsgevonden ten aanzien van de in de woning aan de [adres] aangetroffen biologische sporen, dat de door getuige beschreven grijze Audi niet aan verdachte is te linken en dat de herkenning van verdachte door [getuige 1], als zijnde de persoon met wie [getuige 1] een huurovereenkomst heeft gesloten, subjectief van aard is. Voorts heeft de verdediging betoogd dat het mogelijk is om met een kopie van een paspoort en een (vervalste) machtiging geld over te maken namens degene van wie het paspoort is.

Voor zover de rechtbank van oordeel is dat verdachte wel degene is geweest die de woning aan de [adres] van [getuige 1] heeft gehuurd, dan beperkt de rol van verdachte zich tot de rol van huurder. Dat er sprake zou zijn geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en andere personen en dat verdachte een substantiële bijdrage aan de ten laste gelegde feiten heeft geleverd, kan niet worden bewezen.

Om die reden heeft de verdediging vrijspraak bepleit.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Naar aanleiding van een melding van bewoners van de woning aan de [adres] te [woonplaats], dat het opeens erg warm was in hun woning en dat een muur in de woning erg warm aanvoelde, zijn de verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 8 mei 2011 omstreeks 00:12 uur ter plaatse gegaan. Verbalisanten stelden vast dat de muur van de slaapkamer op de eerste verdieping, welke grenst aan de woning aan de [adres], warm was en verbalisanten kregen sterk de indruk dat deze warmte afkomstig was vanuit de woning aan de [adres] te [woonplaats]. Toen verbalisant [verbalisant 1] met een warmtebeeld-kijker de woning aan de [adres] bekeek, zag zij een witte verkleuring over de gehele punt van het dak van de woning wat, aldus verbalisant, inhoudt dat deze ruimte zeer veel warmte uitstraalde.

Bij het binnentreden van de woning [adres] op 8 mei 2011 omstreeks 01:10 uur bleek dat op de eerste verdieping en de zolderverdieping van de woning een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. Er werden 467 hennepstekjes aangetroffen, alsmede onder meer plantenbakken met aarde, assimilatielampen met reflecterende lampenkap, koolstoffilters, een tas met henneptakken, 5 volle 5 liter jerrycans met groeistimulator, 2 volle 1 liter flessen PH Pro Canna, gedroogd restafval bestaande uit henneptakken, 2 ventilatoren, 16 stekkerdozen, 53 voorschakelapparaten, alsmede 2 scharen.

Door verbalisanten is verklaard dat er een laag stof op de kappen van de aanwezige assimilatielampen lag, dat er kalkaanslag in het waterreservoir zat, dat er hennepafval aanwezig was en dat er 20 stuks lege 5 liter jerrycans groeistimulator aanwezig waren.

Van de in de woning aanwezige planten zijn 5 monsters genomen, welke monsters positief zijn getest op de aanwezigheid van hennep.

Namens Stedin Netbeheer B.V. werd aangifte gedaan door [aangever] van diefstal van elektriciteit. Aangever is op 8 mei 2011 omstreeks 2:36 uur bij de woning aan de [adres] aangekomen.

In de woning zag aangever bij controle van de netcomponenten (hoofdleiding, aansluiting en meetinrichting) van Stedin Netbeheer B.V. en de elektrische installatie in de meterkast dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken was. Tevens was het deksel van de hoofdaansluitkast verwijderd. Voorts zag aangever dat de oorspronkelijke hoofdzekering van 35 Ampère was vervangen door een hoofdzekering van 50 Ampère, en dat er nog twee hoofdzekeringen van 50 Ampère waren bijgeplaatst. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen was een elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze kabel was aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel werd afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. Bij het volgen van voornoemde elektriciteitskabel zag aangever dat deze uitkwam in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerijen onbemeten van elektriciteit werden voorzien.

Aangever zag dat de kappen van de aanwezige assimilatielampen onder een laag stof zaten en dat het witte filtermateriaal van de aanwezige koolstoffilters dermate vervuild waren dat de filters minimaal twee hennepoogsten in werking moeten zijn geweest.

Op 19 mei 2011 is de eigenaar van de woning, [getuige 1], gehoord. [getuige 1] heeft verklaard dat hij de woning aan de [adres] in 2008 te koop heeft gezet, dat de woning een tijd leeg heeft gestaan nadat hij samen met zijn vrouw naar hun huidige woning in [woonplaats] was verhuisd, dat zij de dubbele lasten niet meer konden betalen en om die reden de woning aan de [adres] via Marktplaats.nl zijn gaan verhuren. Op een gegeven moment is [getuige 1] gebeld door een man die zich [naam] noemde en die zei dat hij geïnteresseerd was in de woning. Er werd een afspraak gemaakt in de woning. [getuige 1] zag dat [naam] van Chinese afkomst was en dat hij in gezelschap van een andere Chinese man was.

[getuige 1] heeft een huurvoorstel opgemaakt en dat voorstel gezonden aan het bedrijf Chirope International, [adres], [woonplaats], ter attentie van [naam]. Volgens afspraak zou [naam] gas, water en licht voor eigen rekening nemen.

[getuige 1] heeft vervolgens telefonisch contact en mailcontact gehad met [naam] via telefoonnummer [nummer], respectievelijk het mailadres [naam]@gmail.com.

Nadat het huurcontract was opgesteld, een borgsom was betaald en de huissleutel aan [naam] was afgegeven, is [getuige 1] tot 15 september 2010 nog regelmatig in de woning geweest om huis en tuin in orde te maken. Afspraak was dat [naam] op 15 september 2010 in de woning zou trekken. Behalve voor het schoonmaken van de ketel, heeft [getuige 1] daarna geen contact meer gehad met [naam]. [naam] betaalde iedere maand netjes de huur, aldus [getuige 1]. Door [getuige 1] is een afschrift van een email d.d. 1 september 2010 van [naam] aan de politie overhandigd, alsmede een afschrift van het huurcontract d.d. 1 september 2010, een bankafschrift en een kopie van het paspoort van [naam], te weten het paspoort van [verdachte].

Desgevraagd heeft [getuige 1] verklaard dat hij 100 procent zeker is dat de man op de pasfoto van het betreffende paspoort de man was die hij diverse keren in persoon heeft gesproken met betrekking tot de verhuur van de woning aan de [adres] en aan wie hij de woning heeft verhuurd.

Door de bewoonster van de woning [adres] te [woonplaats], getuige [getuige 2], is verklaard dat zij op een dinsdag in september 2010 een wit transporterbusje uit Rotterdam voor de deur zag staan, dat zij zag dat onder andere een bank vanuit de bus in de woning werd gebracht en dat de mensen, een man en een vrouw, die aan het verhuizen waren, van Chinese afkomst waren. Getuige zag de man en de vrouw erg weinig bij de woning en zag dat de man redelijk vaak alleen bij de woning kwam. Getuige en haar man kregen de indruk dat de woning aan de [adres] de tweede woning van de Chinese man en vrouw was. Getuige zag dat de man en de vrouw de eerste maanden in een middelgrote grijs/blauwe BMW aan kwamen rijden en later met een grijze Audi. Op zondagavond 9 mei 2011 tussen 19:00 en 19:30 uur zag getuige dat de grijze Audi naast hun woning stopte, weer keerde en wegreed. Getuige heeft het kenteken genoteerd: [kenteken].

Desgevraagd heeft verdachte, zowel bij de politie als ter terechtzitting, verklaard dat hij zich door vrienden [naam] laat noemen.

Aan de hand van het door [getuige 1] verstrekte bankafschrift kan worden vastgesteld dat de huur van de woning aan de [adres] van januari 2011 tot en met april 2011 is betaald door [verdachte] op het GWK te Noordwijk en dat de huur van december 2010 is betaald namens [medeverdachte] door [A] op het GWK te ‘s-Gravenhage. Uit nader onderzoek is verbalisant [verbalisant 4] gebleken dat de GWK kantoren bij iedere geldtransactie de identiteit van de persoon, die deze transactie uitvoert, controleert aan de hand van een geldig Nederlands identiteitsbewijs. De gegevens van die identiteitsbewijzen worden genoteerd en opgeslagen.

Uit online inzage bij de Kamer van Koophandel door verbalisant [verbalisant 5] is gebleken dat de onderneming Chirope Investment International, gevestigd aan de [adres] te [woonplaats], op 1 januari 2009 is opgericht en als vennoten heeft: [verdachte] en [A]. De betreffende onderneming is op 22 september 2011 ontbonden.

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 december 2010 tot en met

8 mei 2011 te [woonplaats] telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (in een pand aan [adres]) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a;

2.

op of omstreeks 8 mei 2011 te [woonplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 467 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

in of omstreeks de periode van 19 december 2010 tot en met 8 mei 2011 te [woonplaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Stedin Netbeheer BV, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast te verbreken;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

1. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

2. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

3. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft meerdere maanden hennep gekweekt.

De daarvoor benodigde stroom heeft hij op illegale en ondeskundige wijze onttrokken aan het elektriciteitsnet. De kwekerij van verdachte bevond zich in een tussenwoning in een rij woningen. Een kwekerij waarbij op illegale wijze elektriciteit wordt onttrokken aan het net en waarbij de elektrische installatie ondeskundig is aangelegd, levert (brand)gevaar op voor de omgeving, in dit geval voor de buren. Het is in deze zaak bovendien gebleken dat de kwekerij van verdachte het grootste deel van de tijd zonder toezicht was (er woonde niemand in de woning die verdachte huurde) en dat er een erg warme tussenmuur met de buren was ontstaan.

Het kweken van een softdrug als hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Daarnaast gaat de handel in softdrugs, die zeer lucratief is, vaak gepaard met andere vormen van (gewelds)criminaliteit.

Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

Ten nadele van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte eerder is veroordeeld voor handelen in strijd met het bepaalde in artikel 3, onder B, van de Opiumwet, en wel door de politierechter van de rechtbank Alkmaar op 9 juni 2006.

Alles afwegende acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf. Met het voorwaardelijke deel van de straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. vordert een schadevergoeding van € 9.577,42

inclusief rente voor feit 3.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Door de eigenaar en verhuurder van de woning aan de [adres] te [woonplaats], [getuige 1], is een opgave gedaan van de schade die aan de woning is geleden, zijnde een totaalbedrag van € 28.836,81. [getuige 1] was niet ter zitting aanwezig en heeft geen schadeformulier ingediend. Derhalve is er formeel geen sprake van een vordering benadeelde partij als bedoeld in de wet. De rechtbank merkt desalniettemin het volgende op over de door [getuige 1] naar voren gebrachte schade.

De rechtbank is van oordeel dat het beschermde belang van [getuige 1] geen relatie heeft met het beschermde belang van de bewezen verklaarde feiten. Dat zou anders zijn geweest indien aan verdachte ook vernieling van de woning zou zijn ten laste gelegd en indien vervolgens die vernieling bewezen zou zijn geacht.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 55, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. van

€ 9.577,42 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 december 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Stedin Netbeheer B.V., € 9.577,42 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 82 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop de duur van het voorarrest gelijk is aan het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Somsen, voorzitter, mr. J.R. Krol en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 december 2011.