Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV1498

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-11-2011
Datum publicatie
20-01-2012
Zaaknummer
16/440625-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Marktplaats oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/440625-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 november 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1961] te [geboorteplaats] (Suriname)

wonende te [adres], [woonplaats]

raadsman mr. E.D.B. Groeneweg, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 november 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

[benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3], [benadeelde 4], [benadeelde 5], [benadeelde 6], [benadeelde 7], [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11] en [benadeelde 12] tezamen met een ander of anderen heeft opgelicht.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd ten aanzien van [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3], [benadeelde 4], [benadeelde 5], [benadeelde 6], [benadeelde 7] en dat het feit ten aanzien van [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11] en [benadeelde 12] niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en bepleit daartoe dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van al het hem tenlastegelegde. De verdediging bepleit daartoe dat de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onbetrouwbaar en op elkaar afgestemd zijn, terwijl de verklaringen van voornoemde personen de reden zijn dat verdachte terechtstaat. De verklaring van [medeverdachte 2] lijkt erg veel op die van [medeverdachte 1]. De verdediging bepleit voorts dat een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet bewezen kan worden en dat de verdachte zich bovendien heeft gedistantieerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Bewijs

De rechtbank acht op grond van het navolgend weergegeven bewijs wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

De verklaring van [medeverdachte 1]

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte op het idee kwam om via internet telefoons te verkopen en deze dan niet te versturen maar wel het geld te innen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vonden dit een goed idee. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte hebben toen met zijn drieën overlegd hoe ze dit gingen doen. Ze zouden het geld op de rekening van verdachte laten storten en [medeverdachte 1] zou de mensen overhalen om wat geld over te maken. Verdachte bood aan dat dit geld op zijn rekening zou komen. [medeverdachte 1] ging altijd met verdachte naar het internetcafé, van waaruit zij handelden. Een van de gebruikte e-mailadressen is [naam]@hotmail.com. [medeverdachte 1] heeft tientallen e-mailadressen aangemaakt. Verdachte heeft ook een paar e-mails beantwoord. Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat ze zo betrouwbaar mogelijk wilden overkomen. Voordat de telefoon verstuurd zou worden moesten mensen het bedrag storten op het rekeningnummer van verdachte. Ze hebben ongeveer acht a tien mensen op deze manier opgelicht, waarvoor ze per persoon per week ongeveer €75,00 ontvingen.

De verklaring van [medeverdachte 2]

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij verdachte hoorde zeggen dat hij van een jongen had gehoord dat je veel geld kon verdienen met het verkopen van telefoons via internet. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben in overleg met verdachte besloten dat ze de bankrekening van verdachte hiervoor zouden gaan gebruiken. Dit alles hebben verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen bedacht. [medeverdachte 2] heeft verklaard te hebben gehoord van [medeverdachte 1] en anderen dat, nadat hij er zelf mee was gestopt, verdachte en [medeverdachte 1] ermee door zijn gegaan. Het e-mailadres dat was aangemaakt voordat ze met de uitvoering van het plan begonnen is [naam]@hotmail.com of [naam]@live.nl. Voorts heeft [medeverdachte 2] verklaard dat verdachte het geld van de bank haalde. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] verteld dat verdachte en [medeverdachte 1] het geld deelden. [medeverdachte 2] heeft €60,00 tot €65,00 gekregen van verdachte. Dit bedrag kon volgens [medeverdachte 2] voor de twee telefoons zijn die waren verkocht.

Ten aanzien van slachtoffer [benadeelde 1]

[benadeelde 1] uit [woonplaats] heeft op 1 december 2009 aangifte gedaan ter zake van oplichting via marktplaats. Hij heeft verklaard dat hij op 26 november 2009 in contact is getreden met een verkoper van een I-phone via Marktplaats, die zich uitgaf als [A]. Er is mailverkeer geweest en [benadeelde 1] is met [verdachte] overeengekomen dat [benadeelde 1] de I-phone voor €175,00 zou kopen van [verdachte] en dat daar €5,00 verzendkosten bij zouden komen. [benadeelde 1] heeft vervolgens op 27 november 2009 €180,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer]. Nadat het bedrag overgemaakt zou zijn, zou [verdachte] de telefoon opsturen. Echter, na 28 november 2009 heeft [benadeelde 1] niets meer van [verdachte] gehoord.

Ten aanzien van slachtoffer [benadeelde 2]

[benadeelde 2] uit [woonplaats] heeft op 11 december 2009 aangifte gedaan ter zake van oplichting. Hij heeft verklaard dat hij op 7 december 2009 op Marktplaats een Apple I-phone te koop zag staan. [benadeelde 2] heeft gemaild met de aanbieder met de vraag of de telefoon nog beschikbaar was. De persoon gaf hierop aan dat dit zo was. De persoon gebruikte de naam [naam] en haar e-mailadres was [naam]@live.nl. [benadeelde 2] bracht vervolgens een bod van €200,00 euro uit op de telefoon, waar de verkoper per e-mail mee akkoord ging. De verkoper e-mailde dat het bedrag overgemaakt kon worden op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] te [woonplaats]. [benadeelde 1] heeft op 7 december 2009 het overeengekomen bedrag van €200,00 naar voornoemde rekening overgemaakt. [benadeelde 2] heeft vervolgens niets meer van de verkoper vernomen. De I-phone heeft hij nimmer ontvangen.

Ten aanzien van slachtoffer [benadeelde 3]

[benadeelde 3] heeft op 9 februari 2010 aangifte gedaan ter zake van overige fraude. Zij heeft verklaard dat zij op 13 november 2009 heeft gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Nokia N97 te koop werd aangeboden voor €150,00. De telefoon werd op Marktplaats te koop aangeboden door [B] met het e-mailadres [naam]@Live.nl. Er is vervolgens e-mailcontact geweest tussen [benadeelde 3] en de verkoper. De verkoper van de telefoon bood aan het toestel op te sturen naar [benadeelde 3]. Omdat [benadeelde 3] het risico wilde delen met de verkoper kwam ze met de verkoper overeen €75,00 vooraf aan de verkoper over te maken en €75,00 aan de verkoper over te maken na ontvangst van de telefoon. Op 13 november 2009 heeft [benadeelde 3] €75,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte]. [benadeelde 3] heeft hierna niets meer vernomen van de verkoper.

Ten aanzien van slachtoffer [benadeelde 4]

[benadeelde 4] heeft op 16 december 2009 aangifte gedaan ter zake van oplichting. Hij heeft verklaard dat hij op 13 november 2009 op de internetwebsite van Marktplaats een mobiele telefoon van het merk HTC Hero te koop zag staan. De vraagprijs was €150,00 en [benadeelde 4] vond dit een redelijk aanbod. [benadeelde 4] heeft vervolgens telefonisch contact gezocht met de verkoper. Hij kreeg een man aan de telefoon die zei dat hij de vriend van [B] was. De telefoon zou van [B] zijn. Eveneens op 13 november 2009 heeft [benadeelde 4] per e-mail verzocht om het bankrekeningnummer van [B]. Hierop kreeg hij een e-mail terug met vermelding van het bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] te [woonplaats]. Op 14 november 2009 heeft [benadeelde 4] op het voornoemde rekeningnummer een bedrag van €155,00 overgemaakt; €150,00 voor het toestel en €5,00 voor de verzendkosten. Hierna kreeg [benadeelde 4] geen gehoor meer wanneer hij de verkoper telefonisch probeerde te bereiken.

Ten aanzien van slachtoffer [benadeelde 5]

[benadeelde 5] heeft op 27 maart 2010 aangifte gedaan ter zake van oplichting via internet. Zij heeft verklaard dat zij e-mailcontact heeft gehad met meneer of mevrouw [verdachte] over een mobiele telefoon van het merk Nokia N97, die door deze persoon te koop werd aangeboden. Op 20 november 2009 heeft [benadeelde 5] een bedrag van €156,20 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] te [woonplaats]. De mobiele telefoon zou naar het woonadres van [benadeelde 5] worden opgestuurd. [benadeelde 5] heeft hierna nog contact met de verkoper gehad omdat ze een paar dagen na de betaling nog geen telefoon had ontvangen. De verkoper zei dat alles goed zou komen. Echter, [benadeelde 5] heeft de mobiele telefoon niet ontvangen.

Ten aanzien van slachtoffer [benadeelde 6]

[benadeelde 6] heeft op 29 maart 2010 aangifte gedaan ter zake van oplichting via internet, via de veilingsite Marktplaats. Hij heeft verklaard dat er een mobiele telefoon van het merk Nokia N97 te koop werd aangeboden en dat hij daarop e-mailcontact heeft gehad met de verkoper. Op 2 december 2009 heeft [benadeelde 6] €150,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte]. Op 9 december 2009 heeft [benadeelde 6] de verkoper een e-mail gestuurd omdat hij nog geen telefoon had ontvangen. Hierop heeft hij geen reactie gekregen en hij heeft de telefoon niet mogen ontvangen.

Nadere overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen van de afzonderlijke slachtoffers in onderling verband en samenhang met elkaar moeten worden bezien, waarbij opvalt dat de bij de oplichting gehanteerde modus operandi op belangrijke details overeenstemt: er wordt telkens een mobiele telefoon, zij het van verschillende merken, op het internet via de website van www.marktplaats.nl te koop aangeboden. Er vindt e-mailcontact plaats door de vermoedelijke verkoper en potentiële kopers. Hierin wordt door de vermoedelijke verkoper telkens het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] verstrekt voor ontvangst van de betaling. Nadat betaling door de koper is voltooid, wordt telkens geen telefoon naar de koper opgestuurd.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet betrouwbaar zijn. [medeverdachte 2] zou zijn verklaring op die van [medeverdachte 1] hebben afgestemd omdat de verklaringen erg veel op elkaar lijken.

De rechtbank acht de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], in tegenstelling tot de verdediging, wel betrouwbaar. Zij ziet geen aanwijzing voor onbetrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 1] ten aanzien van het tenlastegelegde feit en de rolverdeling van verdachte, [medeverdachte 2] en zichzelf daarin. De rechtbank heeft evenmin aanwijzingen om de verklaring van [medeverdachte 2] onbetrouwbaar te achten. Beide medeverdachten belasten (ook) zichzelf met hun verklaringen en hetgeen zij verklaren vindt steun in de aangiftes van de slachtoffers. Voor het bewijs baseert de rechtbank zich dan ook mede op de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

De verdediging heeft voorts bepleit dat een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet bewezen kan worden. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat de rollen van de daders inwisselbaar waren en er derhalve sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededader(s). Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] volgt onder meer dat verdachte op het idee is gekomen via het internet telefoons te verkopen en dat er is afgesproken dat de bankrekening van verdachte hiervoor gebruikt zou gaan worden. Dit geeft blijk van het feit dat er voorafgaand afspraken zijn gemaakt over de uitvoering en dat verdachte een actieve rol had in de voorfase van het plan. De nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededader(s) wordt ondersteund door het feit dat meerdere personen ook daadwerkelijk geld hebben overgemaakt naar de bankrekening van verdachte en dit geld vervolgens tussen hen werd verdeeld.

Voor zover de verdediging heeft bepleit dat verdachte zich heeft gedistantieerd van de oplichting, merkt de rechtbank het volgende op. Nergens blijkt uit dat verdachte zich tijdig heeft gedistantieerd. Verdachte heeft een actieve rol in de voorfase van het feit gehad en het enkele feit dat verdachte zich, pas nadat zijn bankrekening werd gesloten, niet meer met oplichting heeft beziggehouden maakt niet dat verdachte zich tijdig heeft gedistantieerd van het tenlastegelegde feit. De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer.

Aanvullende overwegingen

Verdachte heeft ontkend dat hij het ten laste gelegde feit heeft begaan en heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn bankrekening mochten gebruiken voor hun bijstandsuitkering en dat hij op hun verzoek geld pinde van zijn rekening en niets wist van de oplichting. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk, onder meer gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], het feit dat verdachte soms meerdere keren in een week geld pinde voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de overboekingen van de bedragen door de slachtoffers op verdachtes bankrekening onder vermelding van een type mobiele telefoon zijn gedaan.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de personen [benadeelde 7], [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11] en [benadeelde 12], al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft opgelicht en hij zal derhalve van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

meermalen in de periode van 10 november 2009 tot en met 02 februari 2010 te Nieuwegein, te Oirsbeek, te Nijverdal, te s-Gravenhage, te Rijsenhout, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels telkens een persoon, te weten

[[benadeelde 1]]

[[benadeelde 2]]

[[benadeelde 3]]

[[benadeelde 4]]

[[benadeelde 5]]

[[benadeelde 6]]

hebben bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid op de internetsite www.marktplaats.nl advertenties geplaatst waarin mobiele telefoons, te koop werden aangeboden en met voornoemde personen een prijs voor de aankoop van genoemde goederen werd overeengekomen en voornoemde personen, verdachtes, rekeningnummer gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en zich aldus telkens voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemde goederen gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde rekening, die te koop aangeboden goederen telkens niet heeft opgestuurd naar voornoemde personen, waardoor die personen telkens werden bewogen tot afgifte van een geldbedrag;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft samen met anderen meerdere mensen opgelicht door op het internet op de website van www.marktplaats.nl advertenties te plaatsen waarin hij mobiele telefoons te koop aan bood, welke telefoons hij na ontvangst van de betaling van de kopers, niet opstuurde. Verdachte heeft zich in de internetadvertenties alsmede in het e-mailverkeer tussen verdachte en de kopers voor gedaan als zijnde een betrouwbare verkoper. Verdachte heeft op misbruik gemaakt van het door die personen in hem gestelde vertrouwen met als kennelijk doel eigen financieel gewin. Door de handelswijze van verdachte zijn meerdere slachtoffers financieel gedupeerd. Bovendien heeft verdachte door zijn handelswijze het vertrouwen in de handel via internet in het algemeen schade toegebracht, temeer de website ‘Marktplaats’ bij uitstek het medium is waar veel mensen in goed vertrouwen spullen kopen en verkopen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Bij de bepaling van de hierna te noemen straf heeft de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het wetboek van strafrecht, rekening gehouden met de omstandigheid, dat verdachte op 16 december 2010 is veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk in verband met overtreding van artikel 10 lid 5 juncto artikel 2 aanhef en onder A Opiumwet en nu opnieuw wordt schuldig verklaard aan een misdrijf voor de hierboven genoemde datum gepleegd.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op

de inhoud van een verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 september 2011 waaruit blijkt dat verdachte zich eerder aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zij het dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, en de hieronder beschreven persoonlijke omstandigheden van verdachte die ter zitting aan de orde zijn geweest.

Alles overwegend maakt dat de rechtbank van oordeel is dat een werkstraf voor de duur van 100 uur voor verdachte passend en geboden is.

7 De benadeelde partijen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van de opgevoerde bedragen door de benadeelde partijen [benadeelde 2], [benadeelde 4], [benadeelde 1] en [benadeelde 3]. De officier van justitie vordert daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De overige benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering jegens de verdachte.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, daar de verdachte van het tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken. Het feit dat de er bedragen door benadeelde partijen op de bankrekening van de verdachte zijn gestort, doet hieraan volgens de verdediging niet af.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van €200,00 terzake van het ten laste gelegde. De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt. De vordering zal derhalve worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van €200,00 terzake van het ten laste gelegde. De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt. De vordering zal derhalve worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een schadevergoeding van €75,00 terzake van het ten laste gelegde. De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt. De vordering zal derhalve worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert een schadevergoeding van €155,00 terzake van het ten laste gelegde. De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt. De vordering zal derhalve worden toegewezen.

Aangezien de rechtbank verdachte vrijspreekt van de feiten die betrekking hebben op benadeelde partijen [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11] en [benadeelde 12] zal zij deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van een bedrag van €200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 november 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door de mededader is betaald.

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van een bedrag van €200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 december 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door de mededader is betaald.

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van een bedrag van €75,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 november 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door een (van de) mededader(s) is betaald.

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij D.[benadeelde 4] van een bedrag van €155,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door een (van de) mededader(s) is betaald.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen ten behoeve van:

de benadeelde partij [benadeelde 1] een bedrag van €200,00 bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis;

de benadeelde partij [benadeelde 2] een bedrag van €200,00 bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis;

de benadeelde partij [benadeelde 3] een bedrag van €75,00 bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis;

de benadeelde partij D.[benadeelde 4] en bedrag van €155,00 bij niet betaling te vervangen door 3 dagen hechtenis;

telkens met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt, daar waar van toepassing, dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- verklaart de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11] en [benadeelde 12] niet- ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter, mr. A. van Maanen en mr. S. Wijna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Bakkenes, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 november 2011.

Mr. I.P.H.M. Severeijns is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.