Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV0079

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
04-01-2012
Zaaknummer
16-601023-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs met 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/601023-08

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 9 december 2011

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde],

geboren op [1958] te [geboorteplaats],

verblijvende te FPC de Oostvaarderskliniek, Carl Barksweg 3, 1336 ZL Amere Buiten-Oost,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

• de vordering van de officier van justitie d.d. 17 november 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met één jaar;

• het vonnis van deze rechtbank d.d. 16 december 2008, waarbij [terbeschikkinggestelde] voornoemd is veroordeeld voor moord en waarbij hij ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is gaan lopen op 31 december 2008;

• de beslissing van deze rechtbank d.d. 9 december 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling is verlengd voor de duur van één jaar;

• het rapport van de FPC de Oostvaarderskliniek d.d. 25 oktober 2011, opgemaakt door drs. H.J. van der Lugt, hoofd van de inrichting, drs. H.J. de Boer, psychiater en drs. M. Sikkens, hoofd behandeling, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld, zijnde verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

• de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde, over de periode van het derde kwartaal van 2011 tot en met het tweede kwartaal van 2011;

• het uittreksel Justitiële Documentatie van 17 november 2011

2 Het onderzoek ter zitting

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 9 december 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman,

mr. T.A.H.M. van de Laar, advocaat te Utrecht. Voorts is de deskundige drs. M.L. Sikkens, werkzaam bij FPC de Oostvaarderskliniek, gehoord.

3 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige drs. M.L. Sikkens heeft het rapport en het advies van de inrichting toegelicht. In voormeld rapport en door de deskundige ter zitting is omtrent de terbeschikkinggestelde het navolgende gesteld.

Kernproblematiek:

Betrokkene is een gemiddeld intelligente man van Congolese afkomst bij wie primair sprake is van schizofrenie van het paranoïde type, tegen de achtergrond van een traumatische levensloop. Vanuit dit ziektebeeld dient betrokkene gezien te worden als een blijvend kwetsbare man die moeite heeft zijn leven zelfstandig vorm te geven op verschillende belangrijke levensgebieden.

Behandelverloop:

Het behandeltraject laat een voortvarend en positief verloop zien. De belangrijkste delictgerelateerde risicofactoren staan onder controle vanuit het behandelplan (met een belangrijke rol voor het medicatiegebruik) en betrokkene committeert zich hieraan. Ook in de afgelopen periode heeft het functioneren van betrokkene een stabiel beeld vertoond. Hij heeft de geïndiceerde behandeltrajecten positief afgerond, zich begeleidbaar opgesteld en blijk gegeven van een reëel toekomstperspectief. Tevens blijken gedurende het behandelverloop de beperkingen van betrokkene, met name zijn afwachtende en introverte houding en een gebrek aan plannend vermogen en/of initiatief nemen. Op basis van dit behandelverloop wordt betrokkene aangemeld voor opname in een FPA-milieu, als eerstvolgende stap in het resocialisatietraject. Op 20 mei 2011 doet de Oostvaarderskliniek het verzoek aan het ministerie een machtiging toe te kennen voor een geleidelijke opbouw van onbegeleide vrijheden, gericht op overplaatsing naar een FPA setting, onder de noemer van ‘transmuraal verlof’. Het ministerie geeft echter in juli 2011 aan pas over te willen gaan tot machtiging wanneer concreet bekend is binnen welke FPA betrokkene geplaatst zal worden. Inmiddels is bekend dat betrokkene door FPA Heiloo (GGZ Noord-Holland) is geaccepteerd voor opname en op de wachtlijst is geplaatst.

Prognose/recidive:

De recidivefactoren overziend is duidelijk dat psychose, meer precies het gevangen raken in een paranoïde waan, de belangrijkste is. Daarnaast speelden ten tijde van het indexdelict depressieve gevoelens en prikkelbaarheid een rol, mogelijk in wisselwerking met alcoholmisbruik en contraproductief medicatiegebruik. Het maatschappelijk gemarginaliseerd raken van betrokkene was het gevolg van een reeds langer plaatshebbend psychiatrisch ziekteproces. Nu betrokkene effectief is ingesteld op antipsychotische medicatie, krijgt hij zicht op de van belang zijnde factoren. Hij toont zich betrokken bij en berouwvol over het door hem gepleegde delict. Ziektebesef is aanwezig, een zekere mate van ziekte-inzicht ook. Dit laatste wordt steeds verder uitgebreid en bestendigd. Vijandigheid doet zich niet voor. Betrokkene is in zijn optreden rustig en bedachtzaam. Hij zou zich wat assertiever mogen opstellen, maar hem ontbreekt daartoe initiatief en doortastendheid. Nu de psychotische verschijnselen zijn geweken, blijkt hij betrouwbaar in zowel uitlatingen als gedrag. Zolang betrokkene de antipsychotische medicatie gebruikt, zich onthoudt van alcohol en de stemming positief blijft, waarbij hij zich bovendien, zoals intussen meerdere jaren het geval, meewerkend blijft opstellen in de behandeling, is het recidiverisico op korte termijn laag. Dit geldt zowel binnen als buiten de kliniek. Op de langere termijn dient opgemerkt te worden dat de specifieke risicofactoren goed gemanaged dienen te blijven worden. Hiertoe blijft begeleiding en toezicht noodzakelijk, wat vooral dient te worden vormgegeven in een passende leefomgeving, met een (gedeeltelijk) professioneel netwerk. Bij het wegvallen van de noodzakelijke zorg- en controlekaders ontstaat op de langere termijn, volgens de beschreven delictketen, een onverantwoord recidiverisico. Vooralsnog kan niet van betrokkene worden verwacht dit risico geheel zelfstandig en tijdig te kunnen couperen.

Advies:

Het omzetten van het resocialisatieplan naar de praktijk heeft de afgelopen maanden enige vertraging opgelopen, om twee redenen: ten eerste heeft de aanvraag machtiging transmuraal verlof een langere doorlooptijd dan gepland, omdat het ministerie de aanvraag in eerste instantie heeft afgewezen omdat op dat moment niet bekend was in welke FPA betrokkene zou worden geplaatst. Ten tweede maakt de weinig initiatiefrijke houding van betrokkene dat het tempo van het verloftraject lager ligt dan mogelijk zou zijn vanuit de kliniek. Deze stand van zaken ten tijde van het opmaken van het rapport maakte dat er nog onvoldoende stabiele pijlers bestonden om het behandeltraject vorm te geven vanuit een ander kader dan het huidige, de tbs met dwangverpleging. Zoals reeds in 2010 te kennen was gegeven zal de Oostvaarderskliniek zich blijven inspannen het resocialisatietraject zo voortvarend en verantwoord mogelijk vorm te geven, waarbij, in overleg met FPA Heiloo, de mogelijkheid tot het geleidelijk betrekken van de reclassering in de eerstvolgende periode zal worden overwogen.

De kliniek adviseert de aan betrokkene opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen. Gelet op de fasering van het resocialisatietraject is het advies de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

Ter terechtzitting heeft de deskundige in aanvulling op het rapport verklaard dat het ministerie de machtiging tot transmuraal verlof inmiddels heeft afgegeven. De terbeschikkinggestelde gaat over tien dagen naar de FPA Heiloo voor een kennismakingsgesprek. De terbeschikkinggestelde kan op zeer korte termijn worden overgeplaatst naar de FPA.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting de vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar gehandhaafd.

5 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft aangegeven dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank, omdat zijn cliënt geen bezwaar heeft tegen verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

6 De beoordeling

De rechtbank is gebleken dat aan alle wettelijke vereisten voor verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging is voldaan. De rechtbank overweegt daarbij dat zij de conclusies in het rapport ter zake van het bestaan van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en het herhalingsrisico overneemt en tot de hare maakt. De rechtbank overweegt in het bijzonder dat uit het rapport blijkt dat op de langere termijn, bij het wegvallen van de noodzakelijke zorg- en controlekaders, een onverantwoord recidiverisico ontstaat. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het recidiverisico nog niet is teruggebracht tot een voor beëindiging van de terbeschikkingstelling vereist aanvaardbaar niveau. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, eist naar het oordeel van de rechtbank dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] wordt verlengd.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling het volgende. De behandeling van de terbeschikkinggestelde is zeer goed verlopen. De terbeschikkinggestelde heeft de geïndiceerde behandeltrajecten positief afgerond, zich begeleidbaar opgesteld en hij functioneert stabiel. De terbeschikkinggestelde zal op korte termijn worden overgeplaatst naar de FPA Heiloo, hetgeen een belangrijke stap is in de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde. De kliniek zal in overleg met de FPA de mogelijkheid gaan overwegen tot het betrekken van de reclassering in de eerstvolgende periode. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat kan worden volstaan met een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] voor de duur van één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.A.E. Somsen, voorzitter, mrs. M.C. Oostendorp en H.A. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Riani el Achhab en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 december 2011.