Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9404

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
750458 AC EXPL 11-2715
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg overeenkomst; golden parachute.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2012/21
AR-Updates.nl 2012-0006
JAR 2012/21

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 750458 AC EXPL 11-2715 KB 4009

vonnis d.d. 2 november 2011

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. K.W.M. Bodewes,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Akzo Nobel Chemicals B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

verder ook te noemen Akzo,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. E. Boerma.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 29 juni 2011.

[eiser] heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht.

De comparitie is gehouden op 26 augustus 2011. Daarvan is aantekening gehouden.

[eiser] heeft vervolgens een akte vermeerdering van eis genomen en ANC heeft daarop bij antwoordakte gereageerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1 [eiser] is op 28 november 1988 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) ANC. Sinds 1 maart 2003 is [eiser] als expatriate tewerkgesteld bij National Starch LLC (hierna: National Starch) in de functie van Chief Financial Officer tegen een bruto jaarsalaris van $ 265.000,-- . De standplaats van [eiser] is [standplaats], Verenigde Staten.

2.2. [eiser] is werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht. Op 23 april 2010 hebben partijen (ter herbevestiging) een nieuwe arbeidsovereenkomst (hierna: de Arbeidsovereenkomst) gesloten, vergezeld van een begeleidend schrijven (hierna: de Cover Letter).

Artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst luidt:

“If the employment contract is terminated, the Employer will grant the Employee compensation to be calculated in accordance with the current Cantonale Court Formula, in which the effective date of Employee’s employment of November 28, 1988 will serve as the formal date of commencement of continued employment. The Cantonal Court (‘kantonrechtersformule’) will be calculated multiplying factors A x B x C. Factor A will represent the weighted years of service. Factor B will include the following elements: last earned gross salary, recurring expat allowances (elements paid during a period exceeding five years), and the average of last three year gross bonus payments. Factor C will depend on the conditions under which employment is being terminated, but will not be less than 1.”

2.3 Op 23 april 2010 hebben partijen, in aanvulling op de Arbeidsovereenkomst, in een Sideletter afspraken gemaakt in het kader van het in gang gezette verkoopproces van National Starch aan Corn Products International (hierna: CPI).

In de Sideletter is (onder meer) opgenomen:

“Should Nationale Starch be divested, and AkzoNobel does not have a suitable position for Employee available (that is at the very minimum equal in status, scope and total financial reward compared to employee’s current position) the employee will remain as an expatriate within National Starch and divested with the business. In this case, the employment agreement between the Parties will be terminated in accordance with article 15 of the Contract of Employment signed on April 23, 2010.”

2.4 ANC en CPI hebben in het kader van de voorgenomen verkoop van National Starch een Share Purchase Agreement (SPA) gesloten.

2.5 De verkoop van National Starch aan CPI wordt op 1 oktober 2010 volledig afgerond. National Starch heeft [eiser] salaris betaald tot 1 november 2010. Op diezelfde datum wordt [eiser] van de payroll bij CPI gehaald. Vanaf 1 november 2010 ontvangt hij geen salaris meer.

2.6 Per 1 december 2010 is [eiser] een nieuwe arbeidsovereenkomst met CPI aangegaan voor de functie van Chief Procurement Officer. Dit betreft een arbeidsovereenkomst naar Amerikaans recht, waarin geen sprake is van behoud van onder de Arbeidsovereenkomst opgebouwde anciënniteit.

3. Het geschil

3.1 [eiser] vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen ANC en [eiser] is geëindigd primair per 1 november 2010, subsidiair per 1 oktober 2010;

II. voor recht te verklaren dat ANC de arbeidsovereenkomst onregelmatig met ingang van primair 1 november 2010, subsidiair 1 oktober 2010 heeft opgezegd en deswege schadeplichtig is;

III. ANC te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van $ 151.791,31 bruto als gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 1 november 2010 respectievelijk 1 oktober 2010 tot de dag der algehele voldoening en met bepaling dat deze schadevergoeding (inclusief rente) dient plaats te vinden op door [eiser] aan te geven wijze, mits deze fiscaal is geoorloofd en niet tot aanvullende kosten leidt voor ANC;

IV. voor recht te verklaren dat [eiser] primair op grond van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst, subsidiair in samenhang met de Sideletter aanspraak heeft op betaling van de golden parachute conform de in artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst vervatte berekeningsmethodiek;

V. ANC te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van $ 1.513.002,88 bruto ter zake van de in artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst opgenomen verschuldigde golden parachute, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2010, althans vanaf 12 februari 2011 tot de dag der algehele voldoening en met bepaling dat deze schadevergoeding (inclusief rente) dient plaats te vinden op door [eiser] aan te geven wijze, mits deze fiscaal is geoorloofd en niet tot aanvullende kosten leidt voor ANC;

VI. voor zover zal worden geoordeeld dat primair op grond van artikel 15 van de arbeidsovereenkomst, subsidiair in samenhang met de Sideletter, [eiser] geen recht heeft op betaling van de golden parachute, voor recht te verklaren dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is;

VII. voor zover zal worden geoordeeld dat primair op grond van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst, subsidiair in samenhang met de Sideletter, [eiser] geen recht heeft op betaling van de golden parachute, ANC te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van $ 1.513.002,88 bruto als schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 1 november 2010 respectievelijk 1 oktober 2010 tot de dag der algehele voldoening en met bepaling dat deze schadevergoeding (inclusief rente) dient plaats te vinden op door [eiser] aan te geven wijze, mits deze fiscaal is geoorloofd en niet tot aanvullende kosten leidt voor ANC;

VIII. ANC te veroordelen aan [eiser] te betalen ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten een bedrag volgens de kantonrechtersstaffel met ingang van 1 februari 2010, derhalve € 6.545,-- (inclusief BTW), een en ander vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 8 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

IX. ANC te veroordelen in de proceskosten, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 8 dagen na dit vonnis tot de dag der algehele voldoening.

3.2 [eiser] stelt recht te hebben op de gevorderde schadevergoeding als gevolg van een onregelmatige opzegging, primair vanwege een opzegging van de Arbeidsovereenkomst per 1 november 2010 in de vorm van een gelijktijdige stoppen van de loonbetaling door ANC. Subsidiair heeft ANC gesteld dat er sprake is van een opzegging per 1 oktober 2010, nu dat blijkt uit de brieven van ANC aan [eiser] van 11 en 26 november 2010.

[eiser] stelt - naast voornoemde schadevergoeding - recht te hebben op uitbetaling van een zogenaamde golden parachute. Indien en voor zover er geen recht zou zijn op de golden parachute stelt [eiser] aanspraak te hebben op schadevergoeding als gevolg van een kennelijk onredelijke opzegging.

De gevorderde golden parachute is volgens [eiser] primair verschuldigd op basis van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst, waarin staat dat de parachute zich - conform de kantonrechtersfomule - opent als de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Subsidiair

opent de parachute zich op grond van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst in samenhang met de Sideletter.

Indien de golden parachute zich niet opent is er volgens [eiser] recht op schadevergoeding als gevolg van een kennelijk onredelijke opzegging. [eiser] stelt daartoe dat de gevolgen van de opzegging van [eiser] te ernstig zijn in vergelijking met het belang dat ANC bij de opzegging stelt te hebben. [eiser] onderbouwt deze stelling -kort gezegd - door te verwijzen naar onzorgvuldig handelen van ANC, de duur van zijn dienstverband en zijn onberispelijke staat van dienst, zijn leeftijd en kansen op de arbeidsmarkt alsmede de financiële gevolgen van het ontslag bij het zich niet openen van de golden parachute.

3.3 ANC heeft verweer gevoerd. Op de inhoud daarvan zal - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Hoewel beide partijen zich op het standpunt stellen dat de Arbeidsovereenkomst tussen hen is geëindigd, verschillen zij van mening over de wijze waarop dat is geschied en met ingang van welke datum. Beantwoording van die vragen is noodzakelijk om de toewijsbaarheid van diverse vorderingen van [eiser] te kunnen beoordelen.

4.2 De kantonrechter zal daarom eerst ingaan op de vraag of de arbeidsovereenkomst is opgezegd met ingang van - primair - 1 november 2010 - dan wel - subsidiair - 1 oktober 2010, zoals [eiser] stelt, of met wederzijds goedvinden is geëindigd - primair - op het moment van desinvestering van National Starch aan CPI (1 oktober 2010) dan wel - subsidiair - op het moment van indiensttreding van [eiser] bij CPI (1 december 2010), zoals ANC als verweer aanvoert.

Het einde van de arbeidsovereenkomst

4.3 Naar het oordeel van de kantonrechter is de Arbeidsovereenkomst tussen partijen geëindigd met wederzijds goedvinden per 1 oktober 2010, het moment van de verkoop van National Starch aan CPI. Daartoe wordt als volgt overwogen.

In de Sideletter is opgenomen dat, in het geval National Starch wordt overgenomen en er voor [eiser] geen geschikte gelijkwaardige functie beschikbaar is binnen ANC, de Arbeidsovereenkomst zal eindigen. De stelling dat de wil van [eiser] met het tekenen van de Sideletter niet gericht zou zijn geweest op het einde van de Arbeidsovereenkomst met ANC, is daarmee moeilijk verenigbaar. Dat geldt te meer, nu de Sideletter ook vermeldt dat [eiser] met National Starch zal overgaan naar CPI als expatriate. In dat geval bestaat er immers geen reden om de Arbeidsovereenkomst met ANC in stand te willen houden.

Dat in artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst noch de Sideletter iets is opgenomen over de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de datum van de beëindiging hiervan, zoals [eiser] heeft gesteld, is op zich juist. ANC heeft ter zitting ook erkend dat in april 2010 nog onduidelijkheid bestond over de precieze datum van beëindiging. Dat doet echter aan de (wederzijdse) intentie tot beëindiging van de Arbeidsovereenkomst niet af, nu in april 2010 ook reeds duidelijk was dat National Starch naar alle waarschijnlijkheid zou worden overgenomen door CPI en in de Sideletter al werd erkend dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat ANC - in het geval van de overgang - een geschikte gelijkwaardige functie voor [eiser] zou hebben.

Nu tussen partijen als niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken vast staat dat National Starch per 1 oktober 2010 daadwerkelijk is verkocht aan CPI en ANC [eiser] geen passende functie kon aanbieden, moet de Arbeidsovereenkomst met ingang van 1 oktober 2010 geacht te zijn geëindigd met wederzijds goedvinden.

4.4 Gelet op het vorenstaande zal de gevorderde verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 1 oktober 2010 worden toegewezen.

Nu is vastgesteld dat de Arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is geëindigd, kan van opzegging daarvan door [eiser] reeds om die reden geen sprake zijn. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht dat ANC de arbeidsovereenkomst onregelmatig heeft opgezegd daarom ook afwijzen. Dientengevolge is er ook geen ruimte voor toekenning van gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW.

Aanspraak op de golden parachute

4.5 Voorts ligt de vraag voor of [eiser] aanspraak kan maken op de golden parachute zoals opgenomen in artikel 15 van de arbeidsovereenkomst, al dan niet bezien in samenhang met de Sideletter.

In dat kader wordt vooropgesteld dat voldoende duidelijk is dat partijen nadere voorwaarden hebben willen verbinden aan het open klappen van de golden parachute in het geval de Arbeidsovereenkomst tussen hen zou eindigen. Ter zitting is immers duidelijk geworden dat de golden parachute specifiek, althans in overwegende mate, is overeengekomen met het oog op de naderende verkoop van National Starch aan CPI. Van de zijde van ANC is meer in het bijzonder verklaard dat de golden parachute bedoeld was als financieel vangnet voor de periode van de desinvestering van National Starch, en nadrukkelijk niet om [eiser] te binden aan National Starch / ANC voor de periode voorafgaand aan de verkoop van National Starch. Met dat laatstgenoemde doel was immers een retentiebonus overeengekomen tussen partijen. In artikel 15 lid 2 wordt daarnaast ook expliciet gesproken over het einde van de Arbeidsovereenkomst in het geval van een verkoop van National Starch. Naar het oordeel van de kantonrechter zal voor de beoordeling van het recht op de golden parachute daarom eveneens gekeken moeten worden naar de Sideletter.

4.6 ANC en [eiser] leggen de inhoud van de Sideletter - bezien in het licht van de vraag wanneer de golden parachute openklapt - verschillend uit.

ANC meent dat laatstgenoemde eerst recht heeft op de golden parachute indien:

1- National Starch wordt verkocht;

2- ANC geen andere passende functie voor [eiser] beschikbaar heeft; én

3- [eiser] National Starch als Chief Financial Officer zou volgen naar CPI.

Nu dat laatste niet (aansluitend) heeft plaatsgevonden, is niet aan de voorwaarden van de golden parachute voldaan, aldus ANC.

[eiser] stelt daarentegen dat de golden parachute reeds openklapt in het geval National Starch wordt verkocht en er geen passende andere functie voorhanden is voor [eiser] bij ANC. Dat [eiser] daarnaast National Starch als expatriate (en derhalve niet op basis van een Arbeidsovereenkomst naar Amerikaans recht) zou moeten volgen naar CPI - zoals feitelijk in de Sideletter staat - is in april 2010 niet zo besproken tussen partijen en bovendien niet logisch, aldus [eiser]. Hij zou immers bij een overgang naar CPI als expatriate in dezelfde positie verkeren als voorafgaand aan de verkoop van National Starch, maar daarvoor wel gebruik kunnen maken van de golden parachute.

4.7 Naar het oordeel van de kantonrechter mochten partijen, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, de tekst in de Sideletter zoals opgenomen in punt 2.3 van dit vonnis redelijkerwijs bezien althans uitleggen en hun verwachtingen aldus daarop afstemmen, dat de golden parachute openklapt in het geval:

- National Starch wordt verkocht; en

- ANC geen andere passende functie voor [eiser] beschikbaar heeft.

Daartoe wordt allereerst overwogen dat de inhoud van de tekst, waarin uitdrukkelijk wordt gesproken wordt over verkoop en over het niet meer voorhanden hebben van een passende positie binnen ANC, lijkt te zien op slechts twee voorwaarden voor uitkering van de golden parachute, met daarnaast de omschrijving van het (beoogde) rechtspositionele gevolg voor [eiser], namelijk dat hij als expatriate bij National Starch tewerkgesteld blijft en met National Starch overgaat naar CPI.

Daarbij komt dat het doel/de ratio van de golden parachute onvoldoende steun geeft voor de uitleg van ANC. ANC heeft ter zitting zelf aangegeven dat het verlenen van financiële comfort in verband met de overgang van National Starch naar CPI de reden was voor het overeenkomen van de golden parachute. Daartoe verhoudt zich logischerwijs niet dat [eiser] als Chief Financial Officer ook (naadloos) National Starch diende te volgen naar CPI om in aanmerking te komen voor de uitbetaling van die golden parachute. Bij een overgang naar CPI als expatriate zou [eiser] immers in dezelfde positie komen te verkeren als voorafgaand aan de verkoop van National Starch. Zoveel blijkt immers uit de door ANC zelf aangehaalde bijlage 6 bij de SPA. Deze overeenkomst brengt met zich mee dat CPI National Starch medewerkers die niet van rechtswege zouden overgaan, een arbeidsovereenkomst zou moeten aanbieden welke qua functie, standplaats, arbeidsvoorwaarden en overige voorwaarden ten minste gelijkwaardig zou zijn aan de bestaande arbeidsovereenkomst van die werknemers. Bovendien moest ook de anciënniteit van de dienstverbanden worden gewaarborgd door CPI. Gelet daarop is het volstrekt onlogisch dat ANC aan de uitkering van de golden parachute ook de voorwaarde heeft bedoeld te verbinden dat [eiser] als expatriate over diende te gaan naar CPI.

Omdat tussen partijen als niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken vast staat dat National Starch per 1 oktober 2010 is verkocht aan CPI en ANC [eiser] geen passende functie kon aanbieden, stelt de kantonrechter vast dat aan de voorwaarden voor het recht op uitkering van de golden parachute is voldaan.

4.8 Op basis van de overwegingen in punt 4.7 van dit vonnis zal de (subsidiair) gevorderde verklaring voor recht dat de [eiser] op grond van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst in samenhang met de Sideletter aanspraak heeft op betaling van de golden parachute conform de in laatstgenoemd artikel vervatte berekeningsmethodiek, worden toegewezen.

Hoogte van de golden parachute

4.9 Voor wat betreft de (hoogte van de) vordering tot uitbetaling van de golden parachute wordt als volgt overwogen. Partijen hebben - gelet op artikel 15 van de Arbeidsovereenkomst - voor de berekening van de golden parachute de kantonrechtersformule als uitgangspunt genomen, waarbij partijen het eens zijn over de A-factor en de C-factor. Partijen verschillen echter van mening over de hoogte van de B-factor.

4.9.1 In dat kader dient de kantonrechter allereerst te beoordelen of de eisvermeerdering van [eiser] - die specifiek ziet op de PSP Grant - buiten beschouwing dient te blijven. ANC heeft zich immers bij antwoordakte verzet tegen de eisvermeerdering omdat deze in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde is. De kantonrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is, nu van een onredelijke bemoeilijking van de verdediging of een onredelijke vertraging van het geding geen sprake is. ANC is immers in de gelegenheid gesteld om bij antwoordakte te reageren op de eisvermeerdering, nog daargelaten dat ANC ter zitting geen bezwaar heeft gemaakt tegen de toen reeds aangekondigde - voorwaardelijke - eisvermeerdering noch tegen het in het geding brengen van de (onder andere) nog ingediende productie 27 ter onderbouwing van de PSP Grant.

4.9.2 [eiser] heeft reeds bij dagvaarding (productie 23) een gespecificeerd overzicht opgevoerd ter zake de opbouw van de B-factor. Bij akte vermeerdering van eis heeft [eiser] dit overzicht nogmaals ingediend inclusief het PSP Grant average. ANC heeft daar in haar conclusie van antwoord en ter zitting slechts tegen kunnen inbrengen dat zij niet weet of de door [eiser] gestelde hoogte van de diverse componenten van de B-factor klopt, althans dat de door haar bij National Starch opgevraagde bedragen (deels) daarvan afwijken en zij daarvan is uitgegaan bij haar berekeningen. Dat verweer is, gelet op de nadere toelichting van [eiser] over de hoogte van de diverse componenten ter zitting, onvoldoende en wordt daarom verworpen. Hetgeen ANC bij haar antwoordakte nog heeft aangevoerd zal de kantonrechter overigens buiten beschouwing laten, nu de antwoordakte slechts behoorde te zien op de vermeerdering van de eis betreffende de PSP Grant en niet op de reeds bij dagvaarding gestelde componenten van de B-factor. Nu ANC in voornoemde akte geen specifiek inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de PSP Grant, is ook voor deze post vast komen te staan dat zij mag worden meegenomen in de berekening van de B-factor op basis van de gestelde gemiddelde hoogte. Dat ANC niet de beschikking heeft of kon hebben over voor deze procedure relevante (financiële) informatie komt voor haar risico, nu zij als de (voormalig) formele werkgever van [eiser] geacht mag worden over deze gegevens te kunnen beschikken.

4.9.3 Gelet op hetgeen is overwogen in 4.9, 4.9.1 en 4.9.2 is de gevorderde uitbetaling van de golden parachute toewijsbaar tot volledige bedrag van - na vermeerdering van eis -

$ 1.513.002,88 bruto. Het beroep dat ANC subsidiair heeft gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid voor wat betreft de hoogte van de golden parachute is verworpen. Daartoe wordt overwogen dat niet snel kan worden aangenomen dat het belang van een werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken voor de belangen van de werkgever, gelet op - onder andere - in het rechtsverkeer van essentieel belang geachte algemeen erkende rechtsbeginselen zoals (in casu) het rechtsbeginsel dat afspraken behoren te worden nagekomen (pacta sunt servanda). Het door ANC aangevoerde geheel van omstandigheden, inhoudende dat [eiser] niet aan de gedesinvesteerde activiteit verbonden is gebleven, daarbij een arbeidsaanbod van CPI in oktober 2010 buiten weten van ANC heeft afgeslagen en vervolgens een volledig andere baan heeft geaccepteerd bij CPI, is naar het oordeel van de kantonrechter op zichzelf onvoldoende om het belang van [eiser] bij de afgesproken uitbetaling van de volledige golden parachute te laten wijken. Dit geldt te meer gelet op de ter zitting door [eiser] gegeven - plausibele - uitleg dienaangaande.

4.10 De gevorderde wettelijke rente over voornoemd bedrag is toewijsbaar vanaf 12 februari 2011, nu uit de als productie 21 bij dagvaarding overgelegde brief van 4 februari 2011 blijkt dat ANC in gebreke is gesteld via de sommatie om de golden parachute binnen 8 dagen na de dagtekening van die brief te voldoen aan [eiser]. Nu ANC daaraan niet heeft voldaan, terwijl zij - zoals in het voorgaande is vastgesteld - daartoe wel is gehouden, is zij in verzuim geraakt vanaf 12 februari 2011. De wettelijke rente vanaf 2 december 20110 is afgewezen, nu op basis van de overgelegde stukken niet kan worden vastgesteld dat ANC reeds vanaf die datum in verzuim verkeerde.

4.11 De uitkering van de golden parachute (inclusief rente) kan plaats vinden op door [eiser] aan te geven wijze, mits de fiscale autoriteiten schriftelijk hebben bevestigd dat deze uitkering fiscaal is geoorloofd en niet tot aanvullende kosten leidt voor ANC.

4.12 Nu de vordering tot betaling van de golden parachute zal worden toegewezen, behoeft de subsidiaire vordering tot vergoeding van schade als gevolg van de gestelde kennelijk onredelijke opzegging geen behandeling meer, nog daargelaten dat deze vordering hoe dan ook niet toewijsbaar zou zijn nu de Arbeidsovereenkomst, zoals hiervoor overwogen, met wederzijds goedvinden beëindigd is.

Biks

4.13 Ten slotte ligt nog voor de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan de zijde van [eiser]. Voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten dient te worden gesteld en onderbouwd op grond waarvan deze verschuldigd zijn en voorts dat genoemde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Daarbij hanteert de kantonrechter conform het rapport Voorwerk II het uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. [eiser] heeft niet of onvoldoende gesteld, gespecificeerd en onderbouwd dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en/of moeten worden aangemerkt als buitengerechtelijke kosten, reden waarom de kosten waarvan [eiser] vergoeding vordert, moeten worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten

4.14 ANC zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiser].

Deze proceskosten worden tot op heden begroot op:

explootkosten: € 90,81

vastrecht: € 142,--

salaris gemachtigde: € 2.400,--- (2 punten x € 1.200,--)

totaal € 2.632,81

4.14.1 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna bepaalde termijn.

Uitvoerbaar bij voorraad verklaring

4.15 ANC heeft zich ten slotte verzet tegen de vordering om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De kantonrechter overweegt dat hij op grond van artikel 234 lid Rv bevoegd is om een vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. In vaste jurisprudentie (o.m. HR 26 november 1996, NJ 1997, 84) is uitgemaakt dat de belangen van partijen afgewogen dienen te worden in het licht van de omstandigheden van het geval. De partij die een veroordeling tot betaling verkregen heeft, in casu [eiser], wordt vermoed het vereiste belang bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te hebben (HR 27 februari 1998, NJ 1998, 512). De aan de zijde van ANC genoemde omstandigheden, te weten dat terugbetaling illusoir zou worden omdat [eiser] geen verhaalsobjecten zou hebben in Nederland en [eiser] reeds een aanzienlijk bedrag heeft ontvangen en een hoog salaris verdient, zijn op zichzelf onvoldoende om het voornoemde vermoeden te weerleggen. Daartoe wordt overwogen [eiser] - niet nader betwist door ANC - heeft aangegeven dat hij nog altijd een verhaalsobject in Nederland heeft in de vorm van een eigen huis. Voorts zijn het feit dat [eiser] reeds een retentiebonus heeft ontvangen en een aanzienlijk salaris verdient, onvoldoende zwaarwegend. Dit betekent dat voorbij gegaan zal worden aan het verweer van ANC en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard zal worden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen ANC en [eiser] is geëindigd per 1 oktober 2010;

verklaart voor recht dat [eiser] op grond van artikel 15 van de arbeidsovereenkomst in samenhang met de Sideletter aanspraak heeft op betaling van de golden parachute conform de in artikel 15 van de arbeidsovereenkomst vervatte berekeningsmethodiek;

veroordeelt ANC om aan [eiser] te betalen een bedrag van $ 1.513.002,88 bruto ter zake van de in artikel 15 van de arbeidsovereenkomst opgenomen verschuldigde golden parachute, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2011 tot de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat uitkering van de golden parachute (inclusief rente) dient plaats te vinden op door [eiser] aan te geven wijze, mits de fiscale autoriteiten schriftelijk hebben bevestigd dat deze uitkering fiscaal is geoorloofd en niet tot aanvullende kosten leidt voor ANC;

veroordeelt ANC tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op

€ 2.632,81, waarin begrepen € 2.400,-- aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 november 2011.