Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU8308

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
316576 / FT RK 11.1503
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementrecht. Moratoriumverzoek ex art. 287b Faillissementswet. Voorlopige voorziening verleend voor twee maanden en aansluitend voor vier maanden, indien aan de voorwaarde is voldaan (verzoeker moet er voor hebben gezorgd dat de huur stipt op tijd betaald zal worden).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

zaaknummer: 316576 / FT RK 11.1503

nummer verklaring: UTR03111049

uitspraakdatum: 9 december 2011

moratorium

enkelvoudige kamer

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

hierna de schuldenaar te noemen,

is op 6 december 2011 door de schuldenaar tegelijk met verzoekschriften tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoekschrift tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw) ingediend.

De Stichting Bo-Ex ’91, gevestigd te Utrecht, hierna Bo-Ex te noemen, is de schuldeiser op wie de verzochte voorziening betrekking heeft.

Op 6 december 2011 is per faxbericht van de heer [A], schuldregelaar Afdeling schuldhulpverlening van de Kredietbank Utrecht de aanzegging van de woningontruiming ontvangen.

De schuldenaar, de schuldregelaars mevrouw [B] en de heer [A], alsmede de heer [C], medewerker Bo-Ex en de heer [D], medewerker Groenewegen en Partners, gerechtsdeurwaarders zijn op de terechtzitting van 8 december 2011 verschenen.

1. Het verzoek

De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw.

De schuldenaar heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers overeen te komen dan wel - als dat niet lukt - toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. Een huisuitzetting zal de pogingen van de schuldenaar om tot een minnelijke schuldregeling te komen, doorkruisen. Vanwege de noodzaak het verzoek op korte termijn in te dienen en het feit dat de schuldenaar zijn financiën niet op orde heeft, kon de schuldeisers nog geen aanbod tot betaling van een percentage op hun vorderingen worden gedaan.

2. Het verweer

Bo-Ex en heeft verweer gevoerd. De heer [D] heeft verklaard dat de huur vanaf juni 2011 niet is betaald en dat de vordering van Bo-Ex daardoor tot ruim € 8.000,00 is toegenomen. Verder is de schuldenaar de met Bo-Ex afgesproken betalingsregeling niet nagekomen. Bo-Ex verzoekt aan de afgifte van een moratorium de voorwaarde te verbinden dat de schuldenaar de lopende huur stipt op tijd zal betalen.

3. De beoordeling van het verzoek

3.1. De kantonrechter te Utrecht heeft de schuldenaar bij verstekvonnis van 1 juni 2011 veroordeeld de woning aan de [A] te [woonplaats] te ontruimen. Verder is de schuldenaar veroordeeld tot betaling van € 4.911,13 ter zake van achterstallige huur tot en met 31 mei 2011, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten. De voor 3 augustus 2011 aangekondigde ontruiming is opgeschort vanwege een met Bo-Ex getroffen betalingsregeling. De schuldenaar heeft op grond van deze betalingsregeling eenmaal € 1.000,00 op de huurschuld afgelost. Bij deurwaardersexploot van 29 november 2011 is de ontruiming aangezegd tegen 14 december 2011. Gelet op deze tweede aanzegging, is het verzoekschrift tijdig ingediend.

3.2. Uit een voorlopige inventarisatie van de schuldhulpverlener is naar voren gekomen dat de schuldenlast van verzoeker € 28.131,54 bedraagt. Tot deze schuldenlast behoort de schuld aan Bo-Ex, welke schuld in de verklaring schuldsanering is opgenomen voor € 6.300,00. De huur bedraagt vanaf 1 juli 2011 € 825,98 per maand.

3.3. De schuldenaar heeft aangevoerd dat hij zich niet bewust was van zijn huurschuld, omdat zijn partner de stukken van de verhuurder, de oproep voor de terechtzitting van de kantonrechter alsmede de stukken van de betekening van haar vonnis van 1 juni 2011 voor hem verborgen heeft gehouden. De schuldenaar heeft toegezegd dat hij de huur voor december 2011 op 9 december 2011 zal betalen.

3.4. Mevrouw [B] heeft verklaard dat de schuldenaar budgetbeheer heeft aangevraagd. Het volledige loon van de schuldenaar zal naar de door de budgetbeheerder geopende bankrekening worden overgemaakt. De budgetbeheerder betaalt de vaste lasten, de schuldenaar ontvangt een leefgeld. De huur voor januari 2012 zal na ontvangst van het per vier weken uitbetaalde loon eind december 2011 in de eerste week van januari 2012 van de budgetrekening naar de bankrekening van de verhuurder worden overgemaakt. De schuldenaar en zijn partner moeten een budgetcursus volgen.

3.5. Op grond van de aard en de omvang van de schulden, alsmede het vooruitzicht op een stijging van het inkomen van de schuldenaar, is geen sprake van een situatie dat op voorhand duidelijk is dat de kans op een minnelijke regeling, waarin de schuldeisers betaling van een redelijk percentage van hun vorderingen kan worden aangeboden, zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd is.

3.6. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het instellen van een moratorium noodzakelijk en gerechtvaardigd is ten einde schuldenaar in staat te stellen in het minnelijk traject tot een regeling met zijn crediteuren te komen.

3.7. Aangezien de schuldenaar de huur over juni 2011 tot en met november 2011 niet heeft betaald, hetgeen heeft geleid tot een forse toename van de schuld aan Bo-Ex, zal de rechtbank de duur van de gevraagde voorziening op twee maanden bepalen. Bo-Ex zal voor de afloop van deze termijn aan de rechtbank laten weten of verzoeker zich aan zijn toezeggingen zoals weergegeven in 3.3 en 3.4. heeft gehouden. Indien Bo-Ex of haar deurwaarder de rechtbank positief over de betaling van de huur berichten, wordt de voorziening voor de verzochte duur van (in totaal) zes maanden gegeven, op voorwaarde dat de schuldenaar zorgt dat de verschuldigde huurtermijnen stipt op tijd worden betaald.

3.8. Aangezien de rechtbank de schuldenaar de gelegenheid zal geven om in het minnelijk traject tot overeenstemming met zijn crediteuren te komen, zal thans niet op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden beslist.

3.9. Indien schuldenaar gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met zijn crediteuren heeft getroffen, dient hij dit meteen aan de rechtbank te berichten en daarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuld- saneringsregeling in te trekken.

3.10. Zo geen minnelijke regeling tot stand komt, behoren de schuldenaar dit eveneens onmiddellijk aan de rechtbank te melden waarna de rechtbank een tijdstip voor de mondelinge behandeling van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal vaststellen.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. schort op de tenuitvoerlegging op van het op 1 juni 2011 op verzoek van de Stichting Bo-Ex ’91, gevestigd te Utrecht, uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning aan de [A], [woonplaats] voor de duur van twee maanden en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond met twee maanden;

4.2. bepaalt dat Bo-Ex of haar deurwaarder twee weken voor afloop van de onder 4.1 vermelde termijn aan de rechtbank zal berichten of de periodiek verschuldigde huurtermijnen op tijd, conform de op de terechtzitting gemaakte afspraak, zijn betaald;

4.3. bepaalt dat, indien uit het bericht van Bo-Ex blijkt dat de schuldenaar de huurtermijnen tijdig heeft betaald, de onder 4.1 bepaalde opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt verlengd voor de duur van vier maanden en bepaalt dat de huurovereenkomst tussen partijen met vier maanden wordt verlengd;

4.4. bepaalt dat de onder 4.3 genoemde voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de schuldenaar de periodiek verschuldigde huurtermijnen stipt op tijd zal betalen;

4.5. bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing op dit verzoek in kracht van gewijsde is gegaan;

4.6. bepaalt dat de Afdeling schuldregeling van de Kredietbank Utrecht die namens schuldenaar de buitengerechtelijke schuldregeling zal uitvoeren, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de termijn van de voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt en in het openbaar uitgesproken op

9 december 2011 te 12.00 uur.