Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7811

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-10-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
16/600611-11 en 16/601060-10 (Tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal vier brillen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600611-11 en 16/601060-10 (Tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1981] te [geboorteplaats] (Sovjetunie)

wonende aan de [adres], [woonplaats].

raadsman mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 september 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 22 juni 2011 vier brillen heeft gestolen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de Officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot het ten laste gelegde geen verweer gevoerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie ;

- de aangifte van [aangever].

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 22 juni 2011 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen vier brillen (merk: Hugo Boss) geheel toebehorende aan winkel Het Huis.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Diefstal

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging.

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 75 dagen. De verdediging heeft hiertegen geen verweer gevoerd.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Hij heeft daarmee getoond weinig respect te hebben voor eigendommen van anderen. Het plegen van winkeldiefstal zorgt voor veel overlast voor de winkeliers. Het levert de middenstand jaarlijks bovendien een forse schadepost op.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 23 juni 2011, waaruit blijkt dat verdachte reeds meerdere keren is veroordeeld voor (winkel)diefstal;

- een hem betreffend reclasseringsadvies d.d. 19 september 2011, opgesteld door E.R. Jap-A-Joe, reclasseringswerker, waarin is aangegeven dat de reclassering het niet haalbaar acht reclasseringstoezicht op te leggen;

- een hem betreffende psychiatrisch rapportage d.d. 15 september 2011 opgemaakt door H.E.M. van Beek, psychiater.

Gelet op het door verdachte gepleegde misdrijf en de omstandigheid dat verdachte reeds vele malen eerder voor soortgelijk misdrijven is veroordeeld acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 75 dagen, gelijk aan het voorarrest, passend en geboden.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering ten uitvoer legging af te wijzen en de proeftijd van de voorwaardelijke straf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 21 december 2010 met een jaar te verlengen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe niet besluiten gelet op de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten.

De rechtbank acht wel verlenging van de proeftijd met een jaar op zijn plaats.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14g en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 75 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, maar verlengt de proeftijd met de duur van één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. P. Wagenmakers en mr. A. van Maanen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 oktober 2011.