Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7739

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
16/600872-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot inbraak in een woning, alsmede diefstal. Verdachte is meermalen veroordeeld voor (poging tot) (woning)inbraken, laatstelijk op 12 juli 2010. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600872-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 november 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans gedetinieerd in P.I. Utrecht, Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht

raadsvrouw mr. M. Grinwis-Veldman, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 7 november 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 31 augustus 2011 te Lopik, samen met een ander, heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de Lekdijk West;

2. op 31 augustus 2011 te Lopik, samen met een ander, flesje(s) bier heeft weggenomen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen.

Daarbij is - samengevat - betoogd dat het signalement dat door aangeefster is verstrekt van de twee personen die zij bij haar keukenraam heeft zien staan niet overeenkomt met het signalement van de door verbalisanten aangehouden twee personen.

Voorts heeft de verdediging opgemerkt dat er meerdere feestgangers op weg naar huis liepen.

De verdediging heeft zich verwonderd over de vondst door aangeefster van drie schroevendraaiers en bierflesjes, terwijl daags daarvoor een forensisch onderzoek door de politie niets had opgeleverd. In dat verband is door de verdediging opgemerkt dat verdachte in zijn rugzak zelf bier had meegenomen voor op het feest. Verdachte vermoedt dat uit zijn rugzak bierflesjes zijn gehaald, welke daarna voor DNA-onderzoek zijn veiliggesteld.

Naar de mening van de verdediging is er dermate weinig concreet en doorslaggevend bewijs, dat het onmogelijk is wettig, maar zeker onmogelijk overtuigend bewezen te verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging inbraak, laat staan van diefstal van nota bene zijn eigen bier.

Op grond van het vorenstaande is vrijspraak voor zowel het eerste als het tweede ten laste gelegde feit bepleit.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De aanhouding van verdachten op de Lekdijk West te Lopik

Op 31 augustus 2011, te 10:05 uur, kregen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de opdracht om te gaan naar de Lekdijk West te Lopik, omdat daar een poging tot woninginbraak had plaatsgevonden. Verbalisanten hoorden dat er twee verdachten waren Omstreeks 10:20 uur zagen verbalisanten twee personen in hun richting fietsen over de Lekdijk West te Lopik. Deze personen zijn aangehouden.

De signalementen zijn door genoemde verbalisanten als volgt beschreven :

- persoon 1 (naar later bleek [verdachte]): man, ongeveer 30 jaar, ongeveer 180 cm lang, gekleurde huidskleur, zwart haar, korte haardracht, gezichtsbeharing: ongeschoren, licht behaard, kleding: sportschoenen, zwarte trainingsbroek, zwarte sweater met witte opdruk.

- persoon 2 (naar later bleek [medeverdachte]): man, ongeveer 30 jaar, ongeveer 165 cm lang, donker gekleurde huidskleur, kort gedrongen postuur, zwart haar, haardracht: kort met krul, gezichtsbeharing: ringbaard, kleding: blauw vest, zwarte broek, bruine schoenen.

Twee personen zijn daarvoor gegaan over het koepad achter Lekdijk West [nummer] en vandaar naar de Lekdijk West.

Door getuige [getuige 1] is verklaard dat zij op woensdag 31 augustus 2011 omstreeks 10:15 uur werd gebeld door haar man [man getuige 1], die tegen haar zei dat er twee rare gasten naar voren kwamen lopen. Getuige keek naar achteren en zag twee mannen over het koepad aan komen lopen. Getuige heeft hen desgevraagd de weg naar de Lek gewezen.

Door getuige [getuige 1] zijn de personen als volgt beschreven:

- grote man, ongeveer 1,90 m lang, normaal postuur, licht getinte huid, had een rugzak;

- kleine man, ongeveer 1,60 m lang, normaal postuur wel wat breder dan de grote man, donkere huidskleur, blauw shirt en donkere broek.

Twee personen zijn daarvoor gegaan van de Tiendweg te Lopik naar en over het koepad achter Lekdijk West [nummer]

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 31 augustus 2011 omstreeks 10:20 uur twee mannen vanaf de Tiendweg over het koepad aan zag komen lopen, terwijl getuige zelf met zijn trekker over dat pad reed. Deze mannen spraken getuige aan en vroegen aan getuige of zij over het erf naar de Lekdijk mochten lopen. Getuige ging daarmee akkoord. Getuige belde wel naar zijn vrouw om te zeggen dat er vreemde types naar de boerderij zouden komen.

Door getuige [getuige 2] zijn de personen als volgt beschreven:

- kleine: donkere huidskleur, krullend haar, donker;

- grote: kop groter dan de kleine, had een paardenbek, getinte huid, droeg een rugzak.

Gelet op

-de gelijkenis van de signalementen gegeven door de politie en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] in samenhang met

-de door de verbalisanten en getuigen genoemde tijdstippen en

-de verklaring van aangeefster dat zij (op 31 augustus 2011, na haar melding aan 112) twee personen op de Tiendweg lopen zag, in de richting van Lopik, dat een andere buurman, [getuige 2], met zijn trekker langs reed en zag dat de twee personen vervolgens weer door het veld in de richting van de Lekdijk West liepen,

is de conclusie van de rechtbank dat de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] zich omstreeks 10.15/10.20 lopend hebben begeven over de Tiendweg, in de richting van (de kern van) Lopik, en vervolgens over het koepad achter Lekdijk West huisnummer [nummer] naar de Lekdijk West, alles te (gemeente) Lopik.

De aangifte en daarmee samenhangend bewijs

Door [slachtoffer] is aangifte gedaan ter zake van een poging tot inbraak in haar woning aan de Lekdijk West [nummer] te Lopik. Aangeefster heeft verklaard dat zij op 31 augustus 2011 omstreeks 9:50 uur terugkwam bij haar woning, nadat zij die omstreeks 8:15 uur had verlaten. Aangeefster reed omstreeks 9:50 uur vanaf de Lekdijk het erf op en zag bij het keukenraam twee personen staan, die met de rug tegen de muur stonden.

Aangeefster heeft deze twee personen als volgt omschreven:

- dader 1 (de man die aangeefster later alleen in het veld zag lopen): blanke man, ongeveer 185 cm lang, leeftijd: 18-25 jaar, normaal postuur, kort haar kalend tondeuse kapsel, donker trainingspak;

- dader 2 (de man die aangeefster later ook op de Tiendweg zag lopen): getinte man , 170-180 cm lang, leeftijd ongeveer 20 jaar, slank tot smal postuur, bovenkleding: wit met zwart.

Aangeefster dacht nog: ‘Het klopt niet, wegwezen’, is weggereden, heeft haar buurman gebeld en is naar het erf van de buurman gereden. Vervolgens is aangeefster met haar buurman [getuige 3] haar eigen erf opgelopen. Aangeefster zag dat op de ruit van de buitendeur plakband was geplakt en dat er twee ramen beschadigd waren.

Aangeefster is vervolgens met haar buurman naar de zijkant van het erf gelopen. Aangeefster zag toen op een afstand van ongeveer 200 meter een man op het land lopen, aan de achterzijde van het erf. De andere persoon zag zij niet.

Daarna heeft aangeefster 112 gebeld. Vervolgens is aangeefster met haar buurman naar de achterzijde van het veld gelopen waarna zij dezelfde persoon nog steeds langs de sloot zag lopen. Haar buurman is daarna boven uit het raam gaan kijken of hij de persoon nog zag lopen. Aangeefster hoorde van de buurman dat beide personen op de Tiendweg liepen in de richting van Lopik. Aangeefster is toen weer samen met haar buurman het veld ingelopen en zag twee personen op de Tiendweg lopen. Zij zag dat een andere buurman, [getuige 2], met zijn trekker langs reed en zag dat de twee personen vervolgens weer door het veld in de richting van de Lekdijk West liepen.

Met betrekking tot dader 1 heeft aangeefster nog verklaard dat zij er heel zeker van is dat de persoon die zij op een gegeven moment op het land zag lopen, ook tegen de muur van haar woning heeft zien staan.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 31 augustus 2011 omstreeks 9:50 uur door zijn buurvrouw [buurvrouw getuige 3] werd gebeld en zij vertelde dat er twee mannen op haar erf stonden. Getuige is samen met zijn buurvrouw, zijnde aangeefster, haar erf opgelopen, is de woning binnen gegaan maar zag daar niets bijzonders. Daarna is getuige samen met aangeefster het erf opgelopen. Hij hoorde van aangeefster dat zij een persoon zag lopen. Getuige zag deze persoon langs de sloot lopen. Het was een lange slanke man in vermoedelijk een zwart trainingspak met een opvallende bies/streep, horizontaal aan de achterzijde. Getuige is vervolgens in de woning uit het raam gaan kijken en zag twee personen op de Tiendweg lopen. Getuige hoorde van aangeefster dat deze personen daarna het veld inliepen in de richting van de Lekdijk. Getuige heeft zijn fototoestel gepakt en zag de twee personen vervolgens op de Lekdijk lopen. De twee personen kwamen op getuige aflopen en naderden de getuige tot op 80 tot 90 meter. Daarna verlieten de twee personen het talud in de richting van de uiterwaarden. Getuige zag dat de twee personen allebei een fiets uit het gras pakten en in de richting van Lopik wegfietsten.

In aansluiting op haar aangifte heeft aangeefster verklaard dat zij nog meer schade heeft vastgesteld. Zo was er braakschade.

De achterdeur van de schuur, die achter de woning staat, was van binnenuit kapot getrapt.

Voorts heeft aangeefster achter de schuur drie schroevendraaiers gevonden, waarvan tenminste twee, de rode en de geelzwarte, eerder in de schuur lagen.

De aangeefster zag twee volle bierflesjes buiten de opslagruimte van de schuur staan.

Voorts waren in een bierkrat in de schuur drie lege bierflesjes teruggezet, terwijl die krat eerder vol was. Aangeefster weet zeker dat de krat eerder vol was omdat haar man de avond voor het incident nog had vastgesteld dat de krat vol was .

De schade bestond uit meerdere werktuigsporen op het raamkozijn van de bijkeuken, barsten in de ruit, terwijl er over de barsten grijs tape was geplakt, werktuigsporen tussen het glas en de glaslatten, en uit de scharnieren van het raam weggewrikte pinnen. Ook het raam van de keuken had werktuigsporen als gevolg van wrikken met een werktuig.

Van braaksporen bij het bijkeukenraam is een afvorming gemaakt met het SIN: AAEA3791NL. De drie gevonden schroevendraaiers zijn in beslag genomen, waarvan één van de schroevendraaiers, de geelzwarte, is voorzien van het SIN: AAEA3806NL. Voorts zijn de drie lege bierflesjes bemonsterd op DNA. Deze bemonsteringen werden veiliggesteld. Één van de bemonsteringen in voorzien van het SIN: AAD12210NL.

Er is een vergelijkend werktuigensporenonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd is dat de werktuigsporen met het SIN: AAEA3791NL zijn veroorzaakt met een schroevendraaier voorzien van het SIN: AAEA3806NL.

Uit het NFI-rapport d.d. 27 september 2011 volgt dat het DNA-spoor met het SIN: AAD12210NL matcht met DNA-profiel met clusternummer 6623 dat afkomstig is van [verdachte].

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 31 augustus 2011 samen met [verdachte] naar een feest is gegaan en samen weer van het feest terug is gekomen, onder het motto: ‘Samen uit, samen thuis’.

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. Dat andere personen dan verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte] bij deze feiten betrokken zijn geweest, is op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

Zoals [medeverdachte] heeft verklaard, is hij steeds samen met verdachte opgetrokken. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich aansluit bij het verhaal van de medeverdachte.

Dat op de lege bierflesjes alleen DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen, doet naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet af aan de betrokkenheid van de medeverdachte bij het ten laste gelegde feit 2.

Aan de omstandigheid dat het signalement dat door aangeefster is verstrekt van de twee personen die zij bij haar keukenraam heeft zien staan niet geheel overeenkomt met het signalement van de door verbalisanten aangehouden twee personen, kent de rechtbank niet de door de verdediging gewenste betekenis toe, gelet op de hiervoor genoemde en besproken bewijsmiddelen, waaruit de rechtbank immers concludeert dat beide verdachten omstreeks dat tijdstip op de Tiendweg hebben gelopen en op de verklaring van aangeefster over dader 1 dat zij er heel zeker van is dat zij de persoon, die zij op een gegeven moment op het land zag lopen, ook tegen de muur van haar woning heeft zien staan.

De opmerking dat er meer feestgangers naar huis liepen en de “verwondering” over de vondst van schroevendraaiers en bierflesjes door aangeefster had kunnen leiden tot een verzoek om het horen van getuigen (horen aangeefster en omwonenden over aanwezigheid van andere feestgangers, horen aangeefster en echtgenoot over genoemde vondst, horen verbalisanten over de omvang van het onderzoek). De verdediging vindt zodanig onderzoek kennelijk niet nodig en de rechtbank sluit zich daarbij aan.

De verklaring van verdachte dat hij en medeverdachte [medeverdachte] naar een feest aan de Lekoever waren geweest is overigens niet in strijd met de bewezenverklaring en geeft geen aannemelijke verklaring voor het feit dat zij zich vanaf de Lekdijk naar de Tiendweg hebben begeven en vervolgens weer terug naar die Lekdijk.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 31 augustus 2011 te Lopik, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de Lekdijk West [nummer]) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en

- stukken tape geplakt op een raam van voornoemde woning, en

- met één of meer schroevendraaier(s), in elk geval met een hard voorwerp,

pinnen uit de (bijbehorende) scharnieren van voornoemd raam gewrikt, en

- met één schroevendraaier gewrikt tussen het glas en de

glaslatten van voornoemd raam,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

op 31 augustus 2011 te Lopik, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen flesjes bier, toebehorende aan [slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

1. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een woning en aan diefstal. Aan het plegen van woninginbraken tilt de rechtbank zwaar. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is algemeen bekend dat woninginbraken nog lange tijd voor gevoelens van angst en onveiligheid kunnen zorgen bij zowel de bewoners van de betreffende woningen als bij de buurtbewoners. Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze gevolgen, maar heeft alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin.

In het nadeel van verdachte laat de rechtbank meewegen dat weliswaar sprake is van een poging tot woninginbraak, maar dat de houding van verdachte - ook ter terechtzitting - getuigt van onverschilligheid, als was een dergelijk feit vanzelfsprekend. Verdachte behoeft niet mee te werken aan zijn veroordeling, maar zijn zwijgen, respectievelijk ontkennen maakt de indruk dat hij geen verantwoordelijkheid voor zijn daden wenst te nemen.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie van 4 oktober 2011, waaruit blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld voor (poging tot) (woning)inbraak, laatstelijk op 12 juli 2010 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank.

De rechtbank is van oordeel, dat de bewezen verklaarde feiten en de ernst daarvan zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigen. Bij de oplegging van de straf kan de rechter zich oriënteren op oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS). Hieruit volgt dat reeds voor een enkele – voltooide - woninginbraak in geval van recidive een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden uitgangspunt is en in geval van frequente recidive zelfs zeven maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegend acht de rechtbank, in afwijking van de vordering van de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 27, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. I. Bruna en mr. J.R. Krol, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 21 november 2011.

Mr. I. Bruna is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.