Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7525

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
12-12-2011
Zaaknummer
SBR 11-2082
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 35 van de Wet WIA. Tussenuitspraak.

Afwijzing aanvraag om vergoeding van teamtolken voor driedaagse conferentie in Duitsland. De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar beoogde tolkinzet redelijkerwijs voldoet aan de criteria voor vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 11/2082

tussenuitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

dr. [eiseres], wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. A.G.B. Bergenhenegouwen, Senior Medewerker Rechtshulp bij ARAG Rechtsbijstand,

tegen een besluit van

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder,

gemachtigde: A. Ooms, werkzaam bij het Uwv.

Inleiding

1.1 Bij besluit van 2 maart 2011 heeft verweerder het verzoek van eiseres om haar in aanmerking te brengen voor vergoeding van teamtolken afgewezen. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit op bezwaar van 16 mei 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft hiertegen beroep bij deze rechtbank ingesteld.

1.2 Het beroep is behandeld ter zitting van 16 september 2011, waar eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als schrijftolk was aanwezig [A]. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht.

Overwegingen

2.1 Eiseres, bekend met een auditieve beperking, is voltijds werkzaam als statistisch onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In het kader van haar functie en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden volgt zij vakinhoudelijke cursussen en woont zij conferenties bij.

2.2 Bij besluit van 14 januari 2011 heeft verweerder eiseres op haar verzoek een vergoeding toegekend voor de kosten van een doventolk ten behoeve van haar werk voor maximaal 15% van het aantal werkuren (243 uren per jaar).

2.3 Op 3 februari 2011 heeft eiseres verweerder verzocht haar in aanmerking te brengen voor de vergoeding van 43 teamtolkuren voor het bijwonen van een academische conferentie van 28 tot en met 30 juli 2011 in Münster (Duitsland) over de “schaduweconomie”. Eiseres heeft aan de ontwikkeling van dit onderwerp een - volgens haar werkgever belangrijke - bijdrage geleverd middels een paper, die op de conferentie wordt gepresenteerd.

2.4 Verweerder heeft deze aanvraag op 2 maart 2011 afgewezen omdat uit het programma blijkt dat er voldoende pauzes kunnen worden ingelast en er geen noodzaak is voor de voortdurende inzet van meer dan een tolk tegelijkertijd. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en haar bezwaar op de hoorzitting van 28 april 2011 nader toegelicht. Daarbij heeft zij onder meer een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel, onder overlegging van een (toewijzend) besluit van verweerder van 18 maart 2011.

2.5 Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar, onder verwijzing naar de rapportage van 13 mei 2011 van de bezwaararbeidsdeskundige, ongegrond verklaard.

Verweerder heeft daarbij onder meer vermeld dat pauzes na twee uur gezien het rooster mogelijk zijn, reden waarom de opdracht niet voldoet aan de eisen voor het inzetten van een teamtolk. Verder dient volgens verweerder het criterium ‘zwaarte van de opdracht’ buiten beschouwing te blijven, nu een project waarin verweerder, samen met De Nederlandse Beroepsvereniging voor Tolken Gebarentaal (NBTG), schrijftolken en gebruikers van tolken, heeft geprobeerd te komen tot het ontwikkelen van criteria voor de zwaarte van de tolkopdracht, niet tot resultaat heeft geleid.

2.6 In beroep heeft eiseres in de eerste plaats aangevoerd dat zij in aanmerking had moeten komen voor vergoeding van teamtolkuren voor de onderhavige conferentie in Münster. Uit het door verweerder gehanteerde beleid dat is neergelegd in de beleidsregels ‘Uwv normbedragen 2010’ blijkt dat toestemming voor teamtolken alleen bij hoge uitzondering in het Hoger en Wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven. De voorziening teamtolken, welke strekt tot behoud van de mogelijkheid om arbeid te verrichten, wordt op deze manier onmogelijk gemaakt, waardoor de beleidsregels in strijd zijn met artikel 35 van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

2.7 Op grond van artikel 35 van de Wet WIA kan het Uwv aan de persoon met een structurele functionele beperking die arbeid in dienstbetrekking verricht, op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

Op grond van het tweede lid, aanhef en onder b, worden onder die voorzieningen onder meer verstaan intermediaire activiteiten ten behoeve van personen met een auditieve handicap.

Op grond van het vijfde lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

2.8 In artikel 2, derde lid, van het mede op grond van artikel 35, vijfde lid, van de Wet WIA tot stand gekomen Re-integratiebesluit is bepaald dat bij de verlening van een voorziening uitgegaan dient te worden van de goedkoopste adequate voorziening.

2.9 Ter invulling van de in artikel 35 van de Wet WIA gegeven bevoegdheid hanteert verweerder het beleid als neergelegd in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2011 (Stcrt. 11 februari 2011, nr 2438).

Op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Beleidsregels komt de werkelijk getolkte tijd niet voor dubbele vergoeding in aanmerking.

Op grond van het zevende lid van dit artikel kan in andere bijzondere gevallen worden afgeweken van het bepaalde in het vierde en vijfde lid.

In de Toelichting op de Beleidsregels is bij artikel 2, zevende lid, vermeld dat verweerder en Menzis een eigen beleid kunnen hanteren inzake de vergoeding van teamtolken. Dit beleid wordt noch in de Beleidsregels zelf, noch in de Toelichting, nader uitgewerkt.

De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting te kennen gegeven dat in 2011 het beleid inzake teamtolken zoals dat was opgenomen in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2010, moet worden geacht te zijn voortgezet.

2.10 De rechtbank ontleent aan de toelichting bij het beleid van 2010 dat toestemming tot het dubbel vergoeden van tolken die tegelijkertijd als tolk optreden, slechts kan worden gegeven indien:

- de opdracht langer is dan twee klokuren;

- niet onderbroken wordt door lunchpauzes en/of koffiepauzes (de laatste van een kwartier of langer)

en

- van tevoren vaststaat dat gedurende de opdracht geen (tolk)pauzes mogelijk zijn;

- van tevoren vaststaat dat de goedkopere oplossing van het achtereenvolgens inzetten van verschillende tolken voor blokken van maximaal twee uur niet mogelijk is.

2.11 Anders dan eiseres is de rechtbank van oordeel dat verweerder op grond van het bepaalde in artikel 2 van het Re-integratiebesluit, inhoudende dat de goedkoopste adequate voorziening uitgangspunt moet zijn, niet iedere zich voordoende vraag naar tolkenuren behoeft te vergoeden. Verweerder kan hierin beperkingen aanbrengen en voorwaarden stellen en heeft dat gedaan in zijn Beleidsregels.

2.12 De rechtbank is voorts van oordeel dat de Beleidsregels, gelet op de tekst en de doelstelling van artikel 35 WIA en de nadere invulling daarvan in het Re-integratiebesluit, de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten gaan. Dat geldt ook voor artikel 2, vijfde lid, van de Beleidsregels, waarin is opgenomen dat de werkelijk getolkte tijd niet voor dubbele vergoeding in aanmerking komt. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank, in aanmerking genomen het uitgangspunt van artikel 2 van het Re-integratiebesluit, aan die vergoeding in zijn Beleidsregels in redelijkheid strenge eisen kunnen stellen, door deze dubbele vergoeding ingevolge artikel 2, zevende lid, slechts in bijzondere gevallen mogelijk te maken. In de Toelichting (van 2010, welke volgens verweerder ook in 2011 van toepassing is) zijn vervolgens nadere criteria voor teamtolken opgenomen. Ook deze nadere invulling acht de rechtbank niet in strijd met (artikel 35 van) de Wet WIA. Dit geldt te meer nu deze nadere invulling niet in de Beleidsregels zelf is opgenomen, maar enkel in de Toelichting. De algemene afwijkingsbevoegdheid voor bijzondere gevallen van artikel 2, zevende lid, van de Beleidsregels, kan derhalve meer en andere bijzondere gevallen omvatten dan die in de Toelichting zijn vermeld. Deze beroepsgrond van eiseres slaagt daarom niet.

2.13 Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder, toetsend aan de Beleidsregels, wel degelijk tot toekenning van de aanvraag had dienen over te gaan. Uit het programma van de driedaagse conferentie in Münster blijkt dat sprake is van een conferentie op hoog academisch niveau, aangaande diverse onderwerpen betreffende de schaduweconomie, met sprekers uit allerlei landen. De voertaal is Engels en daarom is bij het tolken een extra vertaalslag nodig, namelijk vanuit het Engels naar het Nederlands en vanuit het Nederlands naar gebarentaal, omdat elk land zijn eigen gebarentaal heeft. Er is sprake van parallelsessies in kleinere groepen die twee uur duren, en van plenaire bijeenkomsten van zo’n anderhalf uur. De opdrachtduur is volgens eiseres langer dan twee klokuren, omdat het een conferentie van drie dagen betreft. Bovendien heeft eiseres tijdens de pauzes, waarin er informeel contact is met collega’s, ook een tolk nodig. Het is voor het werk van eiseres van het grootste belang dat zij juist deze informele contacten op adequate wijze kan leggen en onderhouden, hetgeen alleen mogelijk is door middel van een tolk. Een tolk kan hierdoor niet tegelijk met eiseres pauze nemen. De opdracht wordt dus niet onderbroken door pauzes. Ook is de goedkopere oplossing van het achtereenvolgens inzetten van verschillende tolken voor blokken van maximaal twee uur niet mogelijk. De conferentie vindt immers in het buitenland plaats en het steeds laten overkomen van tolken is daarom geen reële optie. Daarnaast kan een opvolgende tolk niet teruggrijpen op hetgeen daarvoor aan de orde is geweest en weet dan dus ook niet exact waarover het gesprek handelt. De tolk dient te kunnen tolken op hoog academisch niveau en op de hoogte te zijn van hetgeen gedurende de gehele dag tijdens de conferentie is besproken. Bovendien heeft iedere tolk weer tijd nodig om zich veelgebruikte namen en termen eigen te maken en deze in gebaren om te zetten.

2.14 De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar beoogde tolkinzet redelijkerwijs voldoet aan de criteria voor vergoeding zoals hiervoor vermeld onder rechtsoverweging 2.10.

Werkgerelateerde activiteiten als de onderhavige zijn immers niet alleen van belang voor kennisverwerving, maar tevens voor het netwerken, en voor het leggen en onderhouden van voor het werk nuttige contacten. Deze activiteiten zijn daarmee te beschouwen als strekkende tot behoud van de mogelijkheid van arbeid, zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid van de WIA.

Voor de onderhavige conferentie betekent dit dat eiseres zowel gedurende de formele sessies van maximaal twee uur, als gedurende de aansluitende koffie- en lunchpauzes, ondersteuning van een tolk behoeft omdat ook deze activiteiten essentiële onderdelen vormen van de conferentie. Daarmee is de duur van de opdracht langer dan twee uur en wordt deze bovendien voor de tolk niet onderbroken door een pauze.

Ook de goedkopere oplossing van het achtereenvolgens inzetten van verschillende tolken voor blokken van maximaal twee uur, kan redelijkerwijs niet als adequate voorziening gelden. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in dit verband in redelijkheid niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat de zwaarte van de opdracht geen rol kan spelen. Nog daargelaten of het achtereenvolgens inzetten van tolken gelet op een locatie in het buitenland mogelijk is, zullen het niveau en het specifieke onderwerp van de onderhavige conferentie tot gevolg hebben dat twee opvolgende tolken niet in staat zullen zijn om een juiste weergave van hetgeen besproken wordt, voor eiseres voldoende te waarborgen. Daardoor zal de essentie van het programma voor eiseres deels verloren kunnen gaan. Verweerder heeft gelet hierop in redelijkheid de zwaarte van de opdracht niet buiten beschouwing kunnen laten bij zijn afweging. Dat verweerder omtrent de tarieven voor in zwaarte verschillende opdrachten met de NBTG en andere partijen niet tot overeenstemming heeft kunnen komen, maakt niet dat hij dit criterium in een concreet geval bij een individuele afweging of sprake is van een bijzonder geval, niet zou kunnen hanteren. De rechtbank wijst er in dit verband nog op dat verweerder in het door eiseres in het kader van haar beroep op het gelijkheidsbeginsel overgelegde (toewijzende) besluit betreffende deelname aan een academische Summerschool in Gent, wel degelijk ook de complexiteit van de opdracht heeft laten meewegen. Deze beroepsgrond slaagt.

2.15 Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Gelet op de aard van het gebrek kunnen de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand worden gelaten. Evenmin zijn er voldoende aanknopingspunten om zelf in de zaak te voorzien, gelet op de aan verweerder toekomende beslissingsruimte. Omdat de gebreken in het bestreden besluit zich lenen voor herstel, zal de rechtbank, met het oog op een zo definitief mogelijke beslechting van het geschil, verweerder overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid te stellen voormeld gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

2.16 Verweerder kan met inachtneming van het gegeven dat de situatie van eiseres past binnen het door hem gevoerde beleid een nieuw besluit nemen, dan wel zijn standpunt onderbouwd in een nadere schriftelijke motivering vervatten.

2.17 Het bedoelde herstel zal binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak moeten geschieden. Indien verweerder binnen drie weken na verzending van de tussenuitspraak verklaart geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen of indien de termijn die daarvoor is bepaald ongebruikt is verstreken, zal de behandeling van het beroep op de gewone wijze worden voortgezet.

2.18 De rechtbank zal verdere beslissing aanhouden totdat in het beroep einduitspraak wordt gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

3.1 stelt verweerder in de gelegenheid om:

- binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen, dit met inachtneming van hetgeen in deze tussenuitspraak is overwogen, of

- binnen drie weken na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank te laten weten dat van deze mogelijkheid geen gebruik zal worden gemaakt;

3.2 houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. A.M. Overbeeke, als voorzitter en mr. M.N. Noorman en mr. G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse, als leden, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2011.

De griffier: De voorzitter:

mr. M.H. Menger mr. A.M. Overbeeke

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.