Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6462

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
16/602744-08 (tussenvonnis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenbeslissing. Heropening onderzoek en aanhouding van beslissing met betrekking tot de omzetting gedragsbeinvloedende maatregel naar jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16/602744-08; 21/003200-09

Tussenbeslissing van de meervoudige kamer d.d. 4 november 2011 in bovengenoemde rechtbank, naar aanleiding van het bezwaarschrift op grond van artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door:

[verdachte],

geboren op [1991] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats],

thans gedetineerd in JJI De Heuvelrug, locatie Eikenstein, te Zeist,

hierna te noemen de veroordeelde.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- een afschrift van het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 11 augustus 2009, waarbij aan de veroordeelde is opgelegd:

* jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, waarvan 74 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en

* een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 9 (negen) maanden, bestaande uit:

- de ambulante intensieve gezinstherapie MST;

- ambulante intensieve individuele behandeling bij De Waag;

- begeleiding van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, waarvan gedurende 6 (zes) maanden een ITB Plus Traject;

- het deelnemen aan gesprekken met een psychiater, indien de Jeugdreclassering dat nodig acht;

Met het bevel dat wanneer veroordeelde niet naar behoren meewerkt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 9 (negen) maanden. Van dit vonnis heeft veroordeelde hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam zittinghoudende te Arnhem. Het Hof heeft uitspraak gedaan op 2 juni 2010 en heeft aan veroordeelde de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 1 (één) jaar opgelegd;

- een afschrift van de beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank van 28 juni 2011, waarbij de termijn van de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, zoals opgelegd bij vonnis van 11 augustus 2009, is verlengd voor de duur van 1 (één) jaar;

- de kennisgeving omzetting gedragsbeïnvloedende maatregel naar jeugddetentie voor de duur van zes maanden van de officier van justitie d.d. 24 oktober 2011;

- het bezwaarschrift tegen de omzetting gedragsbeïnvloedende maatregel, ingekomen ter griffie d.d. 28 oktober 2011;

- de conclusie op bezwaarschrift, ingekomen ter griffie d.d. 28 oktober 2011;

- verkort evaluatie plan van aanpak t.b.v. negatieve terugmelding GBM, opgemaakt door P. van Kempen van Bureau Jeugdzorg te Utrecht d.d. 13 oktober 2011.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 1 november 2011 is de officier van justitie gehoord. Zij verzoekt de rechtbank het bezwaarschrift af te wijzen.

Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door mr. G.J. Boven, advocaat te Leusden. De verdediging bepleit primair gegrondverklaring van het bezwaarschrift, subsidiair aanhouding van de behandeling om te onderzoeken welke mogelijkheden voor hulpverlening er nog bestaan. In het laatste geval verzoekt de verdediging tevens om de invrijheidstelling van veroordeelde.

Voorts is P. van Kempen medewerker van Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering, te Utrecht gehoord, waarbij hij onder meer heeft aangegeven dat hulpverlening van veroordeelde nog wenselijk is, maar dat hij geen mogelijkheden weet hoe de hulpverlening nog verder kan worden gerealiseerd nu ook het intakegesprek met De Waag vast is gelopen.

2. De beoordeling

Na sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek in onderhavige zaak niet volledig is geweest. De rechtbank beschikt over een beperkt deel van het dossier en acht zich onvoldoende voorgelicht. Dit in het bijzonder over de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en over de nu nog openstaande mogelijkheden om de aan veroordeelde opgelegde gedragsbeïnvloedende maatregel tot een goed einde te brengen.

In het verkort evaluatie plan van aanpak, opgemaakt door P. van Kempen d.d. 13 oktober 2011, staat het volgende: “Veroordeelde heeft zich onttrokken aan de behandeling en is niet gemotiveerd om behandeld te worden. Voorts heeft veroordeelde het aanbod van de Begeleide Huisvesting Utrecht afgewezen, is de thuissituatie onhoudbaar, is veroordeelde betrokken geweest bij een handgemeen en heeft hij bedreigingen geuit naar de vriend van moeder.”

Na bestudering van het beperkte aantal stukken dat aan de rechtbank ter beschikking is gesteld en na de behandeling ter terechtzitting blijven bij de rechtbank vragen leven over de persoon van de veroordeelde, onder meer over de vraag in hoeverre de bij hem aanwezige problematiek van invloed is geweest op het niet met goed resultaat afronden van de gedragsbeïnvloedende maatregel. Voorts acht de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht omtrent de mogelijkheden die nu nog aanwezig zouden zijn om invulling te geven aan de aan veroordeelde opgelegde gedragsbeïnvloedende maatregel. De rechtbank is van oordeel dat een nadere indicatiestelling van het IFZ vereist is, alvorens zij een beslissing kan nemen op het bezwaarschrift tegen omzetting van de gedragsbeïnvloedende maatregel naar jeugddetentie.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank het noodzakelijk dat P. van Kempen als medewerker van Bureau Jeugdzorg bij het IFZ om een indicatiestelling betreffende veroordeelde verzoekt en hierover aan de rechtbank rapporteert. Met het oog daar op zal de rechtbank het onderzoek heropenen.

Ter zitting is gebleken dat veroordeelde hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van deze rechtbank van 28 juni 2011 voornoemd, waarbij de gedragsbeïnvloedende maatregel is verlengd voor de duur van 1 jaar. Tevens is gebleken dat de behandeling van dit hoger beroep door het Hof te Arnhem d.d. 17 oktober 2011 is aangehouden voor onbepaalde tijd doch maximaal voor drie maanden, omdat veroordeelde en zijn raadsman niet ter terechtzitting aanwezig waren.

De rechtbank houdt met dit gegeven rekening, zowel door te bepalen dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot een datum liggend na de datum waarop het Gerechtshof een beslissing zal hebben gegeven over de verlenging, als door te bepalen dat het rapport van de indicatiestelling uiterlijk half december 2011 gereed is zodat het Gerechtshof hier mogelijk ook gebruik van kan maken bij de behandeling van het hoger beroep inzake de verlenging.

Het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op 7 februari 2012 te 10.45 uur.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank redenen om in het belang van veroordeelde hem in vrijheid te stellen, nu de veroordeelde zich inmiddels sinds 21 oktober 2011 in vervangende jeugddetentie bevindt en het bezwaarschrift tegen de omzetting geen opschortende werking heeft. Dit biedt veroordeelde bovendien de kans te laten zien hoe het hem vergaat zonder dat hij aan de voorwaarden van de gedragsbeïnvloedende maatregel voldoet. De begeleiding door het bureau BJZ moet wel doorgaan.

3. De beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek en houdt de beslissing met betrekking tot de omzetting gedragsbeïnvloedende maatregel naar jeugddetentie voor de duur van zes maanden aan tot 7 februari 2012 te 10.45 uur voor de duur van 60 minuten;

- beveelt de oproeping van verdachte, diens raadsman en de getuige-deskundige P. van Kempen van Bureau Jeugdzorg Utrecht afdeling jeugdreclassering tegen de dag en het tijdstip van de terechtzitting waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat;

- geeft aan Bureau Jeugdzorg te Utrecht de opdracht om een indicatiestelling bij het IFZ aan te vragen en hierover aan de rechtbank te rapporteren voor 15 december 2011;

- beveelt dat veroordeelde onmiddellijk (d.d. 4 november 2011) in vrijheid wordt gesteld.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.W.G. de Beer, voorzitter en tevens kinderrechter, mr. J.M. Bruins en mr. J.P. Killian, kinderrechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.P. Stapel en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 november 2011.