Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6181

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
315672/FT-RK 11.1407
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Verzoek voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw afgewezen. Verzoek beoogd te voorkomen dat conservatoir beslag executoriaal wordt. Echter, op grond van art. 30 Fw jo. 313 Fw is art. 28 Fw niet van toepassing: nu de stukken tot het geven van een geding reeds onder de rechter zijn, kan een eventuele bewindvoerder niet de plaats innemen van de beoogde saniet. De strekking van het verzoek tot voorlopige voorziening is gelijk aan de met ingang van 1 januari 2008 vervallen mogelijkheid tot de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling, en kan derhalve niet méér omvatten dan de schuldsaneringsregeling zelf. Gelet hierop kan niet worden tegengegaan dat het conservatoire beslag executoriaal wordt. Gevraagde voorziening is niet spoedeisend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer: 315672/FT-RK 11.1407

nummer verklaring: UTR0311102867

uitspraakdatum: 22 november 2011

afwijzing verzoek voorlopige voorziening

enkelvoudige kamer

in de zaak van

[verzoekster],

geboren op [1922] te [geboorteplaats],

wonende [adres], [woonplaats],

hierna: verzoekster,

is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing tot de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het geven van een of meer voorlopige voorzieningen bij voorraad.

De gevraagde voorziening houdt – zo begrijpt de rechtbank – het volgende in:

voorkomen dat de op 24 december 2009 op verzoek van [A] onder de ING Bank N.V. en ABN-AMRO Bank N.V. gelegde conservatoire beslagen executoriaal worden.

Verzoekster heeft aangevoerd dat de gevraagde voorziening bij voorraad noodzakelijk is aangezien in de bodemprocedure tussen [A] en verzoekster uitspraak op 23 november 2011 is bepaald en in geval van een (gedeeltelijk) toewijzend vonnis de gelegde beslagen executoriaal worden.

De rechtbank overweegt als volgt.

In artikel 28 van de Faillissementswet (hierna: Fw) is bepaald dat indien een rechtsvordering tijdens de faillietverklaring aanhangig is, de eiser bevoegd is schorsing te verzoeken, teneinde de curator in het geding te roepen. Echter wordt in artikel 30 Fw bepaald dat indien vóór de faillietverklaring de stukken van het geding tot het geven van een beslissing aan de rechter zijn overgelegd onder andere artikel 28 niet toepasselijk is.

Op grond van artikel 313 Fw zijn bedoelde artikelen van overeenkomstige toepassing op de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Met ingang van 1 januari 2008 is de mogelijkheid van een voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling komen te vervallen. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat de strekking van verzoeken tot voorlopige voorziening gelijk zijn aan die van de voorlopige toepassing. Een voorlopige voorziening kan derhalve niet meer omvatten dan de gevolgen van de (voorlopige) toepassing van een schuldsaneringsregeling.

In casu zijn de stukken van de bodemprocedure voorgelegd aan de rechter tot het geven van een beslissing. Gelet op het bovenstaande kan een voorlopige voorziening bedoelde procedure niet schorsen. Dit heeft tot gevolg dat – mocht op 23 november 2011 een vonnis worden uitgesproken waarbij verzoekster wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag aan [A] en dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard – niet tegen kan worden gegaan dat de gelegde conservatoire beslagen executoriaal worden.

Gelet op het bovenstaande en de overgelegde stukken is niet gebleken van het bestaan van een executoriale titel dan wel ten uitvoerlegging daarvan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gevraagde voorziening niet spoedeisend is.

Op grond van het bovenstaande dient dan ook de gevraagde voorziening te worden geweigerd.

Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal bij afzonderlijk vonnis worden beslist.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegegeven door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op

22 november 2011.