Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6132

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-11-2011
Datum publicatie
28-11-2011
Zaaknummer
16-604062-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Nietige dagvaarding. Dagvaarding is niet aangetekend verzonden naar adres in Belgie, terwijl dat op grond van het Beneluxverdrag wel had gemoeten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/604062-05

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 november 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1954] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats], België.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 11 november 2011. Verdachte en zijn raadsman mr. J. Peters zijn niet verschenen. De officier van justitie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift en/of aan het opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift.

3 De voorvragen

De geldigheid van de dagvaarding.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding van de verdachte in de onderhavige zaak niet op de juiste wijze is uitgereikt. De rechtbank overweegt daartoe dat de dagvaarding per gewone post is verstuurd naar het door verdachte opgegeven adres in België, terwijl de dagvaarding op grond van artikel 30, lid 1 van het Benelux Uitleverings- en Rechtshulpverdrag aangetekend verstuurd had behoren te worden.

Nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen is de rechtbank, in het verlengde van Hoge Raad 17 februari 2009, LJN BG3460 van oordeel dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard.

4 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Crouwel, voorzitter, mrs. A. Kuijer en A.G. van Doorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Riani el Achhab, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 november 2011.