Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5352

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-10-2011
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
690858 AC EXPL 10-3211 DJ/512
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgverleenster mishandeld in zorginstelling door twee cliënten. Ter beoordeling ligt de vraag voor of eiseres schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden waarvoor zorginstelling op grond van artikel 7:658 BW c.q. artikel 7:611 BW aansprakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 690858 AC EXPL 10-3211 DJ/512

vonnis d.d. 13 oktober 2010

inzake

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiseres],

eisende partij,

toev.nr. 2DM1427,

gemachtigde: mr. Ph.J.N. Aarnoudse, advocaat te Deventer,

tegen:

de stichting

Stichting Zorgverlening 's Heeren Loo,

gevestigd te Amersfoort,

verder ook te noemen ’s Heeren Loo,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.G.M. Rijksen, advocaat te Utrecht.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 14 juli 2010.

[eiseres] heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht.

De comparitie is gehouden op 16 september 2010. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

Hierna is uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. De feiten

1.1. [eiseres] is op 25 september 2007 bij ’s Heeren Loo in dienst getreden in de functie van groepsleider. [eiseres] heeft een dienstverband voor onbepaalde tijd.

1.2. ’s Heeren Loo is een zorginstelling die zich onder meer richt op de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking. [eiseres] was werkzaam in een orthopedagogisch behandelcentrum in Borculo. Op deze locatie worden jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen behandeld. [eiseres] was verantwoordelijk voor het realiseren van zorg, opvoeding, begeleiding van acht cliënten die in een behandelgroep samenwonen. Op iedere behandelgroep zijn overdag twee begeleiders aanwezig.

1.3. Op 4 september 2008 heeft zich op de werkvloer een incident voorgedaan, waarbij een tweetal cliënten zich agressief gedroeg tegen [eiseres] en haar collega [collega]. [collega] kreeg een kopstoot en werd door een van de cliënten in een wurggreep genomen. Toen [eiseres] hem te hulp wilde komen kreeg zij een duw of stoot en viel tegen een muur of kast.

1.4. Met ingang van 15 september 2008 heeft [eiseres] zich arbeidsongeschikt gemeld. Vanaf februari 2009 heeft zij drie keer twee uur per week op therapeutische basis reïntegratiewerkzaamheden verricht. Vanaf 25 september 2009 heeft zij geen reïntegratiewerkzaamheden meer verricht.

2. De vordering en het verweer

2.1. [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. zal verklaren voor recht dat ’s Heeren Loo aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en te lijden schade;

2. ’s Heeren Loo zal veroordelen tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 september 2008 tot de voldoening;

3. ’s Heeren Loo zal veroordelen in de proceskosten.

2.2. [eiseres] legt aan haar vordering -kort weergegeven- het volgende ten grondslag.

- [eiseres] heeft ten gevolge van het incident op 4 september 2008 ernstig letsel aan haar nek opgelopen. [eiseres] heeft sinds het incident last van hoofd- en nekpijn. Door de neuroloog is vastgesteld dat sprake is van hoogteverlies tussen de 4e en 5e nekwervel. Daarnaast heeft [eiseres] ten gevolge van het incident psychische klachten. [eiseres] lijdt hierdoor schade.

- ’s Heeren Loo is tekortgeschoten in haar zorgplicht, eruit bestaande dat zij niet heeft gezorgd voor voldoende gekwalificeerd personeel en een situatie liet voortbestaan waarin de cliënten de regie hadden overgenomen. ’s Heeren Loo is derhalve op grond van artikel 7:658 BW voor de schade aansprakelijk.

- Subsidiair stelt [eiseres] dat ’s Heeren Loo aansprakelijk is op grond van artikel 7:611 BW.

- De schade is [eiseres] lijdt bestaat onder meer uit inkomensschade en immateriële schade. Aangezien nog geen medische eindsituatie is bereikt kan de schade thans niet volledig worden begroot.

2.3. ’s Heeren Loo heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

2.4. ’s Heeren Loo baseert haar verweer -kort weergegeven- op het volgende.

- Het ligt op de weg van [eiseres] om te stellen en te bewijzen dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden. Daaraan heeft zij tot nu toe niet voldaan. Zij heeft geen objectieve medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat een causaal verband bestaat tussen haar klachten en het incident van 4 september 2008. Dit geldt temeer ten aanzien van de gestelde psychische schade.

- ’s Heeren Loo heeft aan haar zorgplicht voldaan. De acht groepen jongeren zijn gesitueerd in een vierkant, op korte afstand van elkaar. Bovendien zijn ze met elkaar verbonden door middel van een alarmsysteem. Indien een groepsleider extra assistentie nodig heeft kan hij de alarmknop indrukken waardoor een luide bel over het terrein schalt. Daarnaast is er buiten kantooruren een bereikbaarheidsdienst die wordt bemand door leden van het managementteam. De bereikbaarheidsdienst heeft tot doel om ondersteuning te bieden aan medewerkers in urgente situaties. Voorts wordt voor alle cliënten een behandelplan opgesteld door een multidisciplinair team om de risico’s van de verschillende cliënten ten aanzien van agressief gedrag in kaart te brengen. Ook worden alle cliënten besproken in de teamvergadering. Bij indiensttreding krijgen alle groepsleiders de meerdaagse cursus Agressiebeheersing en Conflicthantering. Deze training wordt regelmatig herhaald. Enig risico is inherent aan het begeleiden van jongeren met gedragsproblemen. Niet valt in te zien welke maatregelen ’s Heeren Loo nog meer had moeten nemen.

- Aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW kan niet aan de orde zijn, nu het ongeval zich op de werkvloer heeft voorgedaan.

- ’s Heeren Loo betwist dat [eiseres] schade heeft geleden.

2.5. Hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd komt, voor zover relevant, hierna aan de orde.

3. De beoordeling

3.1. Ter beoordeling ligt de vraag voor of [eiseres] schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden waarvoor Meander op grond van artikel 7:658 BW c.q. artikel 7:611 BW aansprakelijk is.

3.2. Uit het bepaalde in artikel 7:658 lid 1 BW volgt dat het aan de werknemer, die zijn werkgever aansprakelijk houdt voor een schending van zijn zorgverplichting, is om te stellen en, bij betwisting, te bewijzen dat zijn schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden is ontstaan. Het tweede lid legt op de werkgever de last te bewijzen dat hij zijn verplichting om voor een veilige werkplek en arbeidsomstandigheden te zorgen is nagekomen. Om tot aansprakelijkheid van de werkgever te kunnen concluderen, dient derhalve zowel een (causale) relatie te kunnen worden gelegd tussen het werk van de werknemer en zijn schade, als tussen een tekortkoming van de werkgever en die schade. Bij het eerste is het, overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv, de werknemer die voldoende feiten en omstandigheden moet stellen - en zonodig bewijzen - die het ingeroepen rechtsgevolg kunnen rechtvaardigen. Bij het tweede wordt de causale relatie tussen de schade en de schending van de zorgverplichting aanwezig geacht tenzij de werkgever bewijst dat hij heeft gedaan wat van hem redelijkerwijs mocht worden verlangd om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt.

3.3. Het is dan ook in de eerste plaats aan [eiseres] om feiten en omstandigheden te stellen waaruit volgt dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden.

In dat verband is in de eerste plaats van belang dat ’s Heeren Loo de door [eiseres] gestelde toedracht van het incident betwist onder verwijzing naar de verklaringen van [collega] en van [A] die op onderdelen van de door [eiseres] gestelde toedracht afwijken. Echter, voor de vaststelling van aansprakelijkheid in de zin van artikel 7:658 lid 2 BW is in beginsel voldoende dat vaststaat dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden. Daarbij mag voor het vaststellen van de aansprakelijkheid niet van de werknemer worden verlangd dat hij aantoont wat precies de toedracht van het arbeidsongeval is geweest (HR 4 mei 2001, NJ 2001,377 (Bloemsma/Hattuma)). Op grond van de verklaring van [A] staat in elk geval vast dat [cliënt 1] en [cliënt 2] zich agressief hebben gedragen waarbij [eiseres] een duw heeft gekregen en is gevallen. De exacte toedracht van het incident kan dan ook buiten beschouwing blijven.

3.4. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of [eiseres] door dit incident schade heeft geleden, hetgeen door ’s Heeren Loo wordt betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter staat op grond van het feit dat [eiseres] zich na het incident ziek heeft moeten melden en ook thans nog arbeidsongeschikt is vast dat [eiseres] als gevolg van de fysieke bejegening schade heeft geleden. ’s Heeren Loo heeft in dat verband de vraag opgeworpen of [eiseres] reeds voorafgaand aan het incident aan nekklachten leed en verzocht om het in het geding brengen van het volledige huisartsendossier van [eiseres]. De kantonrechter ziet daartoe echter geen aanleiding, nu iedere aanwijzing voor de stelling dat [eiseres] ook voor 4 september 2008 al leed aan nekklachten ontbreekt, mede gezien het feit dat onbetwist is dat [eiseres] naast haar functie als groepsleider 12 uur per week zwemles gaf en dat zij tevens paard reed.

3.5. Beantwoord moet derhalve worden of ’s Heeren Loo in de omstandigheden van dit geval heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht, zoals bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW. Nu niet is gesteld dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [eiseres], volgt uit het tweede lid van genoemde bepaling dat ’s Heeren Loo jegens [eiseres] voor de ten gevolge van het ongeval geleden schade aansprakelijk is, tenzij zij aantoont dat zij de bedoelde zorgverplichting is nagekomen.

3.6. Vooropgesteld wordt dat de werkgever op grond van artikel 7:658 BW slechts gehouden is die maatregelen te treffen, die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om ongevallen, die zich bij de uitoefening door de werknemer van zijn werkzaamheden zouden kunnen voordoen, te voorkomen. Hierbij is van belang dat artikel 7:658 lid 1 BW een hoog veiligheidsniveau vereist van de betrokken werkruimte, werktuigen en gereedschappen, alsmede van de organisatie van de betrokken werkzaamheden; bovendien dient de werkgever het op de omstandigheden van het geval toegesneden toezicht te houden op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies, en op het behoorlijk onderhoud van werkruimten en materialen (HR 11 april 2008, NJ 2008, 465 (Tarioui/Vendrig)). Artikel 7:658 BW houdt een ruime zorgplicht in, maar beoogt geen absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke veiligheidsmaatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Niet snel kan echter worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en bijgevolg niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade (HR 12 december 2008, RvdW 2009,35 (Maatzorg/Van der Graaf))

3.7. ’s Heeren Loo heeft een opsomming gegeven van de veiligheidsmaatregelen die zij ter voorkoming van ongevallen als het onderhavige heeft genomen, zoals weergeven onder 2.4. De veiligheidsmaatregelen die in redelijkheid van ’s Heeren Loo verwacht mochten worden hebben echter niet alleen betrekking op de veiligheid in algemene zin maar ook op deze specifieke situatie. Naar het oordeel van de kantonrechter is van belang of ’s Heeren Loo, gelet op het feit dat de groep waarin [eiseres] werkzaam was als ‘moeilijk’ bekend stond, voldoende maatregelen heeft genomen om situaties als de onderhavige te voorkomen. Nu [eiseres] gemotiveerd heeft weersproken dat ’s Heeren Loo voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen, dient ’s Heeren Loo ter zake bewijs bij te brengen.

Beslissing

De kantonrechter:

laat ’s Heeren Loo toe om feiten en omstandigheden te bewijzen die het oordeel wettigen dat zij in de omstandigheden van dit geval aan haar zorgplicht heeft voldaan;

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 10 november 2010 te 9.30 uur teneinde ’s Heeren Loo in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke wijze zij bewijs wil leveren;

bepaalt dat, indien ’s Heeren Loo bewijs wil leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, zij die stukken op die rolzitting in het geding kan brengen;

bepaalt dat, indien ’s Heeren Loo bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, zij op die rolzitting de namen en adressen van de getuigen dient op te geven, alsmede de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen, waarna een tijdstip zal worden bepaald voor het horen van de getuigen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2010.