Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5329

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
22-11-2011
Zaaknummer
16/600460-11 (tussenvonnis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. De rechtbank is er tijdens de beraadslaging na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting door de officier van justitie op geattendeerd dat van de zijde van de verdediging twijfel is ontstaan over het al dan niet afstand doen van zijn aanwezigheidsrecht door de verdachte en dat de officier van justitie de rechtbank in overweging heeft gegeven het onderzoek ter terechtzitting te heropenen. De rechtbank zal het onderzoek ter terechtzitting heropenen teneinde onderzoek te doen naar de gang van zaken bij de afstandsverklaring van verdachte d.d. 8 november 2011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600460-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 november 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1982] te [geboorteplaats] (China)

thans gedetineerd te PI Alphen aan den Rijn

raadsman mr. R.W. Koevoets, advocaat te Rotterdam

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 november 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (16/600471-11) en [medeverdachte 2] (16/710942-11).

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 26 april 2011 te Utrecht samen met anderen [aangever 1] heeft afgeperst voor een bedrag van € 1.000,- en/of met (bedreiging met) geweld voormeld geldbedrag van die [aangever 1] heeft gestolen;

feit 2: in de periode van 26 april tot en met 3 mei 2011 te Utrecht samen met anderen heeft geprobeerd die [aangever 1] af te persen voor een bedrag van € 18.888,-.

3. De aanwezigheid van verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank overweegt dat zij tijdens de beraadslaging na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting door de officier van justitie erop is geattendeerd dat van de zijde van de verdediging twijfel is ontstaan over het al dan niet afstand doen van zijn aanwezigheidsrecht door de verdachte en dat de officier van justitie de rechtbank in overweging heeft gegeven het onderzoek ter terechtzitting te heropenen.

De rechtbank zal het onderzoek ter terechtzitting heropenen teneinde onderzoek te doen naar de gang van zaken bij de afstandsverklaring van verdachte d.d. 8 november 2011.

De rechtbank zal de officier van justitie gelasten onderzoek te verrichten naar de totstandkoming van de door verdachte getekende afstandsverklaring, onder meer door de verdachte dienaangaande te horen, en daarvan de rechtbank en de raadsman in kennis te stellen.

De rechtbank zal bepalen dat de zaak weer zal worden aangebracht ter terechtzitting van 14 december 2011 om 13.30 uur. Wanneer de rechtbank naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van oordeel zal zijn dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte niet is geschonden, zal de zaak worden beslist op basis van het onderzoek ter terechtzitting van 8 november jl. Wanneer dat aanwezigheidsrecht wel zal zijn geschonden, zal de zaak op 14 december 2011 worden aangehouden en zal het onderzoek ter terechtzitting op een andere datum worden voortgezet.

4. De beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek ter terechtzitting teneinde onderzoek te doen naar de totstandkoming van de door verdachte getekende afstandsverklaring.

- gelast de officier van justitie onderzoek te verrichten naar de vraag of het aanwezigheidsrecht van verdachte is geschonden en daarvan de rechtbank en de raadsman vóór 14 december 2011 in kennis te stellen;

- bepaalt dat de zaak weer zal worden aangebracht ter terechtzitting van 14 december 2011 om 13.30 uur en beveelt de oproeping van verdachte en diens raadsman tegen voornoemd tijdstip.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Bender, voorzitter, mr. J. Ebbens en mr. P. Wagenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven-de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 november 2011.