Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU4773

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-11-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
314476 / HA RK 11-443
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK UTRECHT

zaaknummer / rekestnummer: 314476 / HA RK 11-443

Beslissing van 14 november 2011 van de rechtbank Utrecht, meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker],

niet verschenen,

en

MR. [X],

Rechter in de sector handel en kanton van de rechtbank Utrecht,

hierna te noemen: mr. [X], niet verschenen.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Onder zaaknummer 770597 AE VERZ 11-306 is bij deze rechtbank, sector kanton een procedure aanhangig tussen [A] (hierna: [A]) als verzoeker en de Vereniging van Eigenaars appartementsgebouw La Balise (hierna: VvE) als verweerder. Mr. [X] is behandelend kantonrechter in deze zaak.

1.2. Op 26 oktober 2011 heeft de rechtbank een e-mail van [verzoeker] ontvangen met als aanhef: “Verzoek tot wraking van dhr. [X] in zaaknummer 770597 AE VERZ 11-306(F) en aanvullende informatie om het vonnis van mw. [Y] nr. 309490 KG ZA 11-621 (G) en wrakingskamer nr. 311949 HA RK 11-374 LH 4059 met terugwerkende kracht alsnog te vernietigen en/of nietig te verklaren en extra informatie voor de kantonrechter die een vonnis gaat vellen over de kantonzaak”. Deze e-mail was een aanvulling op de op 9 oktober 2011 door de sector handel en kanton van de rechtbank ontvangen e-mail van [verzoeker] met de titel “hoogste Spoed, Wraking dhr. Mr. [X] inzake kantonzaak cityholgate en aangifte (het Wespennest) om vonnis 309490 KGZA 11-621 te vernietigen”.

1.3. De mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking heeft plaatsgevonden op 1 november 2011. Ter zitting zijn verschenen: [A], de verzoeker in zaak 770597 AE VERZ 11-306 en de VvE, de verwerende partij in die zaak, vertegenwoordigd door de heer [B] (voorzitter) en de heer [C] (penningmeester). [verzoeker] is niet ter zitting verschenen. Mr. [X] is evenmin verschenen.

1.4. Bij e-mail verzonden op 1 november 2011 om 22:56 uur heeft [verzoeker] een verzoek tot wraking ingediend gericht tegen alle leden van de wrakingskamer. Dit wrakingsverzoek is op maandag 7 november 2011 behandeld. Bij uitspraak van diezelfde datum is dit wrakingsverzoek ongegrond verklaard.

2. De feiten

2.1. [verzoeker] is lid van de VvE.

2.2. Op 9 augustus 2011 heeft [A], eveneens lid van de VvE, tezamen met een aantal andere leden van de VvE een verzoek ex artikel 5:130 BW ingediend (zaak 770597 AE VERZ 11-306) tot vernietiging van een besluit van de VvE tot het dagvaarden van [verzoeker] in kort geding en tot vernietiging van de uitgebrachte kort geding dagvaarding.

2.3. De mondelinge behandeling van het verzoek ex artikel 5:130 BW heeft plaatsgevonden op 27 september 2011 door mr. [X].

3. De beoordeling

3.1. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2. Het verzoek tot wraking betreft de procedure 770597 AE VERZ 11-306 waarbij een verzoek ex artikel 5:130 BW is ingediend door [A] en een aantal andere leden van de VvE. [verzoeker] behoort niet tot de verzoekers. Evenmin is [verzoeker] als belanghebbende in de betreffende procedure verschenen. Er is dan ook niet voldaan aan het vereiste op grond van artikel 36 Rv dat de indiener van een wrakingsverzoek partij is bij de procedure waarin het wrakingsverzoek wordt gedaan.

3.3. Op grond van het voorgaande dient het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3.4. De omstandigheid dat, naar de rechtbank uit het wrakingsverzoek en de opmerking van [A] ter zitting begrijpt, [verzoeker] er vanuit gaat dat het hem niet zou zijn toegestaan om in rechte voor zijn belangen op te komen maakt dit oordeel niet anders. De inhoud en de strekking van deze stelling staan in deze procedure niet ter beoordeling van de rechtbank.

3.5. Voor zover [verzoeker] het verbod tot procederen baseert op het vonnis in kort geding van 9 september 2011 overweegt de rechtbank ten overvloede dat dit vonnis geenszins een algeheel verbod tot procederen inhoudt, nu daarin het verbod is uitgesproken - voor zover hier van belang – dat [verzoeker] zich anders dan (onderstreping rechtbank) per (schriftelijke) brief aan het bestuur van de VvE, in een gerechtelijke procedure, tijdens enige vergadering van de VvE of op grond van een wettelijke verplichting op enige wijze in het openbaar uitlaat over de in dit verbod nader genoemde onderwerpen.

3.6. Voor zover [verzoeker] in zijn e-mail van 26 oktober 2011 heeft verzocht het vonnis van de wrakingskamer 311949 HA RK 11-374 “met terugwerkende kracht alsnog te vernietigen en/of nietig te verklaren” dient hij ook in dit verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard, aangezien in artikel 39 lid 5 Rv is bepaald dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen voorziening openstaat.

3.7. De omstandigheid dat [verzoeker] zijn wrakingsverzoek heeft ingediend in een procedure waarbij hij geen partij is, is voor de rechtbank reden om te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van [verzoeker] in de bij de kantonrechter lopende procedure niet in behandeling wordt genomen.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

4.2. bepaalt dat een volgend verzoek van [verzoeker] tot wraking in de zaak met zaaknummer 770597 AE VERZ 11-306 niet in behandeling wordt genomen;

4.3. bepaalt dat de zaak moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop deze vanwege het wrakingsverzoek werd geschorst;

4.4. draagt de griffier op deze beslissing toe te zenden aan [verzoeker], [A], [B] (in zijn hoedanigheid van voorzitter van de VvE), alsmede aan mr. [X], mr. H. Smits (voorzitter van de sector handel en kanton van deze rechtbank) en aan mr. H.AE. Uniken Venema (president van deze rechtbank)

Deze beslissing is gegeven door mr. P. Bender voorzitter, mr. P.S. Elkhuizen en mr. K.J. Veenstra en, in aanwezigheid van de griffier mr. S. Meurs, in het openbaar uitgesproken op 14 november 2011.?