Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU2092

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-08-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
16/604226-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging TBS met één jaar en voorwaardelijke beeidiging dwangverpleging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/604226-05

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling en voorwaardelijke beëindiging verpleging.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

Verblijfadres : [adres] te [woonplaats],

(kliniekwoning FPC Oostvaarderskliniek).

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De stukken.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 14 juli 2006, waarbij [verdachte] wegens poging doodslag, mishandeling en bedreiging onder meer ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 augustus 2006;

- de beslissing van deze rechtbank d.d. 30 augustus 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd voor de duur van één jaar;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 30 juni 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met 1 jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [verdachte] voornoemd tot en met het eerste kwartaal van 2011:

- het rapport van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Oostvaarderskliniek d.d. 23 mei 2011, opgemaakt door F. Verbrugge (hoofd behandeling), H.J. van der Lugt (hoofd van de inrichting), E. Brand (psychiater a.i) en L.M. Krieckaert (hoofd behandelzaken), waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met één jaar en voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging;

- het maatregelenrapport van de Reclassering Nederland, regio Midden- en Oost Nederland d.d. 22 april 2011, opgemaakt door L. Benard, reclasseringswerker en Y. van Weele, Unitmanager Toezicht, strekkende tot de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van [verdachte] onder voorwaarden.

2. De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 11 augustus 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens zijn gehoord de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht, alsmede de deskundige drs. F. Verbrugge.

3. Het standpunt van de inrichting, deskundige en reclassering

De rechtbank heeft kennis genomen van de standpunten van de inrichting, de deskundige en de reclassering.

3.1. Het standpunt van de inrichting

De deskundige F. Verbrugge heeft ter zitting d.d. 11 augustus 2011 het standpunt en het advies van de inrichting toegelicht. Uit hetgeen door de inrichting naar voren is gebracht blijkt het volgende.

In de afgelopen periode heeft betrokkene zich gehouden aan de met hem gemaakte afspraken en voorwaarden. Betrokkene woont inmiddels in kliniekwoning en voert daar een zelfstandige huishouding. Hij heeft vrijwilligerswerk en goede contacten met zijn werkgever, collega’s en zijn netwerk. Betrokkene heeft de afgelopen periode geen middelen gebruikt, heeft geen impulsief gedrag vertoond, heeft een positieve behandelattitude en er is geen sprake geweest van vijandigheid. Vooruitlopend op een aanvraag tot proefverlof heeft betrokkene contact met een medewerker van de Reclassering, ook deze contacten verlopen goed. De voorwaarden voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging moeten zich voornamelijk richten op een contact met de verslavingszorg (voor controles op middelengebruik) en een geregeld gesprekscontact met een psycholoog in het kader van een forensische psychiatrisch toezicht, door de kliniek te realiseren. Op deze wijze is continuïteit van de voortgezette begeleiding gewaarborgd. Het hoofdthema van de problematiek bij betrokkene is de grote moeite die hij heeft met veranderingen die plaatsvinden. Daarbij gaat het onder andere om het leggen van nieuwe contacten, zoals met de reclassering en andere hulpverlening en verder de overgang naar een andere woning. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan hij in die gevallen gebruik blijven maken van de back-up die de kliniek biedt.

Het hebben van te rooskleurige toekomstverwachtingen is een andere problematiek, die vooral vorig jaar speelde. Deze problematiek is de laatste periode verbleekt.

Recidivegevaar:

Het recidiverisico wordt thans ingeschat als laag, met name als het komende traject, zoals het losmaken van de professionele hulpverlening en het zelfstandig onderhouden van contacten, geleidelijk gebeurt. De kans op een terugval is groot als dit te snel zou gebeuren.

De inrichting adviseert de maatregel van terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en de dwangverpleging voorwaardelijke te beëindigen.

3.2. Het standpunt van de reclassering

Betrokkene is in november 2010 overgegaan naar een kliniekwoning waar hij zelfstandig woont en heeft sindsdien contact met de reclassering. Betrokkene heeft veelvuldig contact met diverse familieleden, is lid van een sportvereniging en heeft diverse sociale contacten. Betrokkene werkt als vrijwilliger bij het Voedsel Loket Almere en werkt twee dagen per week als bijrijder. Beide werkgevers zijn positief over betrokkene.

Betrokkene is wekelijks gecontroleerd op middelengebruik, alle controles waren negatief. Betrokkene zegt geen zucht naar middelen te hebben en bereid te zijn aan de controles te blijven meewerken. Betrokkene heeft een behandelvoorstel van de Forensische Polikliniek Justact geaccepteerd. Betrokkene krijgt een ondersteunend individueel contact gericht op terugvalpreventie.

Betrokkene heeft zich aan de gemaakte afspraken gehouden. Betrokkene lijkt moeite te hebben met veranderingen en overgangen binnen zijn TBS-traject en lijkt ook op te zien tegen veranderingen. Na gesprekken met de reclassering en de kliniek komt betrokkene terug op zijn standpunt om geen samenwerking met de reclassering aan te willen gaan. Betrokkene verwacht geen of weinig tegenslagen in zijn verdere resocialisatie. Bij het proefverlof is dit een aandachtspunt omdat eventuele tegenslagen niet uit te sluiten zijn.

De reclassering adviseert een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder de in het maatregelenrapport genoemde voorwaarden.

4. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie persisteert bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar en stemt in met een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van [verdachte] onder de in het maatregelenrapport genoemde voorwaarden.

5. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De verdediging heeft zich aangesloten bij het door de officier van justitie ingenomen standpunt.

De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting verklaard bereid te zijn zich aan de in het maatregelenrapport genoemde voorwaarden te houden.

6. De beoordeling

Uit het hierboven genoemde maatregelenrapport van de reclassering, het advies van de inrichting en hetgeen op de zitting door de deskundige is toegelicht, blijkt dat zowel de kliniek als de reclassering positief staan tegenover een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Betrokkene heeft zich de afgelopen periode gehouden aan de met hem gemaakte afspraken en de gestelde voorwaarden. Ook het inmiddels opgestarte contact met de reclassering verloopt goed. Door het stellen van voorwaarden, zoals vermeld in het maatregelenrapport, is de continuïteit in de voortgezette behandeling gewaarborgd en kan betrokkene gebruik blijven maken van de back-up die de kliniek biedt. Om de kans op terugval en recidive laag te houden is het belangrijk dat het komende traject geleidelijk verloopt.

Ook de terbeschikkinggestelde heeft er alle vertrouwen in dat het na de beëindiging van de dwangverpleging onder voorwaarden goed zal gaan met hem. Hij geeft aan dat hij, zoals hij tot nu toe ook heeft gedaan, zich zal houden aan de gestelde voorwaarden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd. Voorts is de rechtbank, gelet op voornoemde adviezen en standpunten, met alle partijen van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder na te noemen voorwaarden, reëel is. Daarbij overweegt de rechtbank nog in het bijzonder dat het voor het slagen van de behandeling en dus voor het laag houden van het recidiverisico noodzakelijk is dat het komende traject geleidelijk verloopt.

Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen zullen de hierna te noemen voorwaarden worden gesteld aan het gedrag van de terbeschikkinggestelde, die zich bereid heeft verklaard de op te leggen voorwaarden te zullen naleven.

7. De beslissing.

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van [verdachte] voornoemd met een periode van één jaar toe.

Zij bepaalt dat de verpleging van overheidswege van [verdachte] voorwaardelijk wordt beëindigd.

Zij verbindt daaraan de voorwaarden dat:

(Algemene voorwaarden)

- betrokkene houdt zich gedurende het proefverlof aan de aanwijzingen en afspraken van Reclassering Nederland;

- betrokkene stelt zich voor de Reclassering Nederland open en controleerbaar op en geeft toestemming aan de reclassering om contact te hebben met alle personen en instellingen uit zijn sociale netwerk. Tevens geeft hij aan deze personen/instellingen toestemming informatie uit te wisselen met de reclassering;

- betrokkene maakt zich niet schuldig aan het plegen van strafbare feiten en komt niet in aanraking met de politie;

- betrokkene zal zich niet buiten de landsgrenzen begeven;

- betrokkene gebruikt geen drugs en/of alcohol;

- betrokkene zal meewerken aan controles op middelengebruik door urineonderzoeken die uitgevoerd worden door o.a. Justact;

- betrokkene zal meewerken aan blaastesten om hem te controleren op alcoholgebruik;

(Specifieke voorwaarden)

- betrokkene zal verblijven op het adres [adres] te [woonplaats] en zal niet zonder voorafgaand overleg en toestemming van woonplek veranderen;

- betrokkene verleent medewerking aan de geïndiceerde behandeling bij de Forensische Polikliniek Justact, hij houdt zich aan de gemaakte afspraken;

- betrokkene werkt gedurende het proefverlof bij Voedsel Loket Almere en bij Zending over Grenzen te Almere. Betrokkene verandert niet zonder toestemming van de reclassering van werkplek;

- betrokkene werkt mee aan een eventueel re-integratietraject indien dit door de reclassering wordt geïndiceerd;

- betrokkene geeft inzage in zijn financiën en indien geïndiceerd door de reclassering, werkt hij mee aan het realiseren van financiële hulpverlening;

Zij draagt overeenkomstig artikel 38 eerste lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht, de Reclassering Nederland op [verdachte] hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van en onderschrijft de volgende afspraken:

- indien geïndiceerd bestaat er de mogelijkheid voor een eenmalige time-out in FPC De Oostvaarderskliniek voor de duur van 7 weken. Deze time-out mogelijkheid is conform de afspraken in het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht met FPC De Oostvaarderskliniek overeengekomen.

- zoals afgesproken in een convenant tussen Stichting Reclassering Nederland, Tactus Verslavingsreclassering, Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering Arrondissement Zwolle en Regiopolitie Flevoland ten behoeve van de informatie-uitwisseling TBS-gestelden in de regio Flevoland zal de reclassering de gegevens van de heer [verdachte] melden aan de politie Flevoland.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.A. Messer, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier G. van Engelenburg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 augustus 2011.