Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BU1989

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
16/600639-11 en 16/137315-11 (ter terechtzitting gevoegd) [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor twee diefstallen en poging tot inbraak in een woning. Beroep op vrijwillige terugtred verworpen. Bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een gebiedsverbod en een locatiegebod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16/600639-11 en 16/137315-11 (ter terechtzitting gevoegd) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats],

raadsman mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak met parketnummer 16/137315-11 op de zitting van 9 september 2011 naar deze kamer verwezen teneinde gelijktijdig te kunnen worden behandeld met de zaak met parketnummer 16/600639-11.

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 4 oktober 2011. Ter terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd. Op de terechtzitting hebben de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

parketnummer 16/600639-11

feit 1: een camera heeft gestolen;

feit 2: heeft geprobeerd in te breken in een woning;

parketnummer 16/137315-11

een pakje sigaretten heeft gestolen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de bekennende verklaringen van verdachte ter terechtzitting en de aangiften van [aangever 1] (feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 16/600639-11), [aangever 2] (feit 2 op de dagvaarding met parketnummer 16/600639-11) en [aangever 3] (dagvaarding met parketnummer 16/137315-11).

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 2 tenlastegelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/600639-11 en wijst daarbij op het volgende.

Er is geen sprake van medeplegen. Het enkele aanwezig zijn is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen, aldus de raadsman. De raadsman stelt dat verdachte enkel mee naar boven is gelopen en voor het overige geen rol van betekenis heeft gespeeld. Daarnaast ontbreekt het voor medeplegen vereiste gezamenlijke vooropgezette plan.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat in het geval van verdachte sprake is van vrijwillige terugtred. Verdachte is tot inkeer gekomen na het inslaan van de ruit. Hij wilde niet verder betrokken worden in de plannen van zijn medeverdachte. Er zijn geen van buiten komende redenen geweest die van invloed waren op de beslissing van verdachte om zich terug te trekken. Er kan, naar het oordeel van de raadsman, derhalve niet worden bewezen dat sprake is van een strafbare poging.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit (diefstal van een camera) op de dagvaarding met parketnummer 16/600639-11 en het tenlastegelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/ 137315-11 (diefstal van een pakje sigaretten) refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Parketnummer 16/600639-11

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 4 oktober 2011;

- de aangifte van [aangever 1].

Ten aanzien van feit 2:

Op 26 juni 2011 doet [aangever 2] aangifte van poging tot inbraak in haar woning, gelegen aan de [adres] in Utrecht. Een ruit van het raam aan de voorzijde van de woning is vernield. Er zijn geen goederen weggenomen uit de woning. Luxaflex, die voor het vernielde raam hangen,is verbogen.

Uit sporenonderzoek aan de woning van aangeefster [aangever 2] is gebleken dat het linkerdraairaam gebroken was en dat dit kennelijk met een onbekend voorwerp was ingeslagen.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op 26 juni 2011 samen met zijn vriend [vriend verdachte] op pad was. Gezamenlijk zijn zij in de flat naar boven gelopen. Verdachte heeft ook verklaard dat hij en zijn vriend naar boven zijn gelopen met de bedoeling om ergens in te breken. Op het moment dat hij naar boven liep, wist verdachte dus dat het de bedoeling was om in te breken.

Vrijwillige terugtred

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het, eenmaal boven, heel snel is gegaan; de ruit ging kapot, waarna verdachte tot de conclusie kwam dat hij niet wilde inbreken. Verdachte stelt op dat moment te zijn weggegaan omdat hij er verder niets mee te maken wilde hebben. Door de raadsman is aangevoerd dat geen sprake is van een strafbare poging omdat in het geval van verdachte kan worden gesproken van vrijwillige terugtred, zoals bedoeld in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Verdachte en zijn vriend zijn samen naar de woning van aangeefster [aangever 2] op de derde verdieping van een flatgebouw gelopen. Op het moment dat zij naar boven lopen, waren zij voornemens om ergens in te breken. Eén van de ramen van de woning van de aangeefster is ingeslagen.

Gelet op het vorenstaande, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van handelingen die, naar hun uiterlijke verschijningsvorm, moeten worden aangemerkt als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf. Het voornemen van verdachte en zijn vriend om ergens in te breken heeft zich derhalve door een begin van uitvoering geopenbaard.

Door of namens verdachte zijn geen controleerbare feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt op grond waarvan vrijwillige terugtred in dit geval aannemelijk is. De enkele mededeling van verdachte ter terechtzitting dat hij tot de conclusie kwam dat hij niet wilde inbreken is daarvoor onvoldoende.

Medeplegen

Voorts is door de raadsman aangevoerd dat van medeplegen geen sprake is nu verdachte enkel aanwezig was bij de flat en een tevoren afgesproken plan ontbrak.

De rechtbank volstaat met de vaststelling dat niet aan verdachte is ten laste gelegd dat hij het delict tezamen en in vereniging met een ander zou hebben gepleegd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het feit zoals tenlastegelegd onder 2 op de dagvaarding met parketnummer 16/600639-11 wettig en overtuigend bewezen.

4.3.2 Parketnummer 16/ 137315-11

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 4 oktober 2011;

- de aangifte van [aangever 3] namens Boni Supermarkt.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

parketnummer 16/600639-11

1.

op 10 mei 2011 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een camera (merk Nikon) toebehorende aan [aangever 1];

2.

op 26 juni 2011 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de

[adres] weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [aangever 2], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die/ dat weg te nemen goederen/geld onder zijn bereik te brengen door middel van

braak, te weten het vernielen van een ruit van die woning, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

parketnummer 16/137315-11

op 14 mei 2011 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pakje sigaretten (merk Marlboro) toebehorende aan supermarkt BONI.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Parketnummer 16/600639-11

Feit 1: diefstal.

Feit 2: poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Parketnummer 16/137315-11

Diefstal.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd in het advies van Reclassering Nederland van 29 september 2011.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Ten eerste heeft de raadsman aangevoerd dat het van belang is dat verdachte de positieve verandering in zijn houding weet vast te houden. Naar het oordeel van de raadsman is het van belang dat verdachte daarbij hulp en steun van de reclassering kan blijven ontvangen, zodat een deels voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geformuleerd in het advies van Reclassering Nederland van 29 september 2011, passend is.

Ten tweede heeft de raadsman aangevoerd dat het voorwaardelijk deel van de gevorderde gevangenisstraf zeer fors is en dat kan worden volstaan met het opleggen van een kleiner voorwaardelijk deel.

Tot slot heeft de raadsman ten aanzien van het locatiegebod, het locatieverbod en het controlemiddel van de (GPS-)enkelband opgemerkt dat dit gebod en verbod in duur dienen te worden beperkt, evenals de toepassing van het controlemiddel, gelet op de verreikende gevolgen van de toepassing van dit middel op het leven van verdachte.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft twee diefstallen en een poging tot inbraak in een woning gepleegd. Dit zijn verwerpelijke en overlast en schade veroorzakende feiten. Verdachte is, ondanks zijn relatief jonge leeftijd, reeds vele malen eerder veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Eerdere hulpverleningstrajecten hebben niet het beoogde effect gehad. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte al diverse keren de kans gehad om zijn gedrag en handelwijze aan te passen.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte te kennen heeft gegeven dat hij zijn leven blijvend wil veranderen. Dat verdachte, sinds zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis op 26 augustus 2011, de schorsingsvoorwaarden probleemloos heeft nageleefd, beschouwt de rechtbank als een blijk van verdachtes voornemen om zijn leven in positieve zin te willen veranderen.

De eis van de officier van justitie is in het licht van hetgeen voor soortgelijke feiten wordt opgelegd alleszins te begrijpen. Het zijn slechts de bijzondere, in de persoon van verdachte gelegen omstandigheden, zoals die hierboven zijn omschreven, die de rechtbank heeft doen besluiten hiervan af te wijken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 2 maanden, voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast maakt deze voorwaardelijke straf een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk. De rechtbank acht het noodzakelijk dat verdachte wordt begeleid door de reclassering en ook dat hij de in het rapport van 29 september 2011 voorgestelde interventies zal volgen, met dien verstande dat de duur van het geadviseerde locatiegebod en -verbod en het elektronisch controlemiddel worden beperkt tot twee maanden vanwege het vrijheidsbeperkende karakter van deze voorwaarden en de inwerking die dergelijke ge- en verboden en maatregelen hebben op de privacy van verdachte.

7 Het beslag

7.1 De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 16/600639-11

feit 1: diefstal;

feit 2: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

parketnummer 16/137315-11

diefstal.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

-veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

-bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast,

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

-stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

* dat verdachte zich meldt bij Reclassering Nederland, op het adres [adres] in Utrecht, zo dikwijls als die instelling dat nodig acht;

* dat verdachte deelneemt aan de Cognitieve Vaardigheidstraining Plus (CoVa+);

* dat het verdachte is verboden zich gedurende twee maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis te bevinden in Zuilen Noordwest, welk locatieverbod wordt gecontroleerd door middel van het elektronisch controlemiddel van de GPS-enkelband;

* dat verdachte voor een periode van twee maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis, gedurende de uren die niet worden besteed aan invulling van zijn dagbesteding en gedurende de uren die niet kunnen worden aangeduid als vrije uren, wordt geacht aanwezig te zijn in het hem opgedragen gebied, te weten [adres], 3526 HE te Utrecht, welk locatiegebod wordt gecontroleerd door middel van het elektronisch controlemiddel van de GPS-enkelband;

* dat verdachte meewerkt aan nader onderzoek naar zijn persoonlijkheid door Titan of een soortgelijke instelling;

* dat verdachte zich laat begeleiden door Titan of een soortgelijke instelling, welke begeleiding zich richt op toeleiding naar scholing en werk;

* dat verdachte zich laat begeleiden door Nieuwe Perspectieven in het kader van het fasemodel voor Terugdringen Recidive van Nieuwe Perspectieven;

- draagt Reclassering Nederland op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten zendapparatuur met het opschrift bibliotheek, met nummer 412265;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel gevangenhouding met ingang van de datum waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn, voorzitter, mr. J.M. Bruins en mr. T. Reichardt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 oktober 2011.

Mr. T. Reichardt is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.