Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT9232

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
16/600830-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met braak. Gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600830-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1982] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd te PI Utrecht, HvB Wolvenplein

raadsman mr. B. van Nimwegen, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 oktober 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 18 augustus 2011 te Soest:

feit 1: samen met een ander heeft ingebroken in een woning aan de [adres];

feit 2: een GPS jammer aanwezig heeft gehad, terwijl hem daarvoor geen vergunning was verleend.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging, er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het volgende.

Ten aanzien van feit 1: de aangifte, de getuigenverklaringen en de bevindingen van de politie. Verdachte wordt vlak na de inbraak aangetroffen in de buurt van de woning en wist blijkens voornoemde bewijsmiddelen dat de gestolen goederen in de container lagen.

Ten aanzien van feit 2: de bevindingen van de politie en de verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en voert daartoe het volgende aan. Hetgeen de getuigen en de verbalisanten hebben waargenomen kan niet leiden tot de conclusie dat het verdachte was die de woninginbraak heeft gepleegd. Het is niet duidelijk wanneer de inbraak precies heeft plaatsgevonden. De signalementen die door verschillende getuigen zijn gegeven komen niet met elkaar overeen. De verklaring die verdachte heeft gegeven, te weten dat hij de spullen voor een ander uit de container moest halen, is niet ondenkbaar.

Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat op 18 augustus 2011 is ingebroken in de woning van hem en zijn vrouw [aangever 2] aan de [adres] te [woonplaats], waarbij een raam is geforceerd. Daarbij zijn de volgende goederen wegenomen: twee laptops van het merk HP, sieraden, drie flessen parfum, twee herenpolo’s, een sporttas van het merk Eastpack en drie sleutels.

Getuige [getuige 1], woonachtig aan de [adres], heeft verklaard dat zij op 18 augustus 2011 omstreeks 11.30 uur zag dat een haar onbekende man bij de overburen in de tuin liep. Toen de man haar zag rende hij weg in de richting van de [adres]. De man had twee tassen bij zich, waaronder een groene. Even later kwam er een tweede man aan die er achteraan liep. Deze man had een groot en dik postuur, had kort haar of was kaal en had een zwart trainingspak met biezen aan.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij omstreeks 11.15 uur zag dat een man langs haar woning aan de [adres] liep, in de richting van de [adres]. De man was tussen de 20 en 30 jaar oud, had een fors postuur, had kort zwart haar en droeg een donker trainingspak met brede gele strepen langs de mouwen en broek. Vijf tot tien minuten later kwam deze man weer voorbij, hij liep - nu hard - weer in de richting van de [adres].

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij die dag omstreeks 11.15 uur twee mannen zag rennen vanaf de oprit aan de [adres]. Beide mannen stapten in een rode auto die voor de woning geparkeerd stond. Hij hoorde dat een van de mannen naar de ander riep dat hij moest opschieten. Hij zag de auto vervolgens met verhoogde snelheid wegrijden.

Naar aanleiding van de melding van voornoemde inbraak komt de politie om 11.30 uur ter plaatse. Op de oprit van de woning aan de [adres] zagen verbalisanten om 11.45 uur een tweetal afvalcontainers staan. In een van de containers werden twee tassen aangetroffen, waaronder een groene met daarin twee laptops. Uit de groene tas stak gereedschap. De goederen zijn door de verbalisanten veiliggesteld. Een van de verbalisanten heeft zich omstreeks 12.10 uur verdekt opgesteld. Ongeveer 15 minuten later kwam er een forse blanke man aanlopen met kort gemillimeterd haar, een donkere trainingsbroek met fel gele strepen en een donker t-shirt. De man liep de oprit van het perceelnummer 9 op en liep direct naar de containers. De man opende de deksels van de containers en keek erin. De man bleek verdachte te zijn en verklaart dat hij goederen uit de container kwam halen en dat de auto waarmee hij was in een straat verderop stond.

Aan aangever [aangever 1] en [aangever 2] zijn de goederen getoond die in de container zijn aangetroffen. Beiden herkennen de goederen als de bij hen weggenomen goederen. Beiden verklaren verder dat zij de groene tas met daarin diverse gereedschappen niet herkennen en dat die ook niet hun eigendom is.

In de woning [adres] zijn werktuigsporen veiliggesteld en vergeleken met werktuigen die waren in beslaggenomen en in relatie werden gebracht met verdachte. Geconcludeerd wordt dat de afgevormde indruksporen zijn veroorzaakt door de inbeslaggenomen schroevendraaier.

De auto van verdachte, merk Toyota en kleur rood, is daarop doorzocht. In de auto werden een zwarte trainingsjas, voorzien van een gouden bies, en een GPS jammer aangetroffen.

De onder verdachte in beslag genomen GPS jammer is onderzocht. De verbalisant heeft geconcludeerd dat voornoemd apparaat een radiozendapparaat is als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet. Het apparaat zond uit op frequentieband 1575 Megahertz. Na raadpleging van het vergunningenbestand bij Agentschap Telecom stelde de verbalisant vast dat aan verdachte niet de krachtens de Telecommunicatiewet vereiste vergunning was verleend voor het gebruik van voornoemde frequentieruimte.

Verdachte heeft over de in de auto aangetroffen trainingsjas verklaard dat die van hem is en past bij zijn trainingsbroek. Ten aanzien van de GPS jammer heeft hij verklaard dat hij deze graag terug wil hebben.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Aanvullende overwegingen ten aanzien van feit 1

De verdediging heeft aangevoerd dat hetgeen de getuigen en de verbalisanten hebben waargenomen niet kan leiden tot de conclusie dat het verdachte was die de woninginbraak heeft gepleegd. Het is niet duidelijk wanneer de inbraak precies heeft plaatsgevonden. De signalementen die door verschillende getuigen zijn gegeven komen niet met elkaar overeen. De verklaring die verdachte heeft gegeven, te weten dat hij de spullen voor een ander uit de container moest halen, is niet ondenkbaar.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. De rechtbank stelt vast dat de getuigenverklaringen, in onderling verband en nauwe samenhang bezien, inhouden dat er twee mannen rond het tijdstip van de melding van de inbraak, in de buurt van de woning aan de [adres] aanwezig waren. Een van de mannen droeg een groene tas waarin later de gestolen goederen en gereedschap zijn aangetroffen. De ene man zei tegen de andere man dat hij moest opschieten en beide mannen zijn in een rode auto gestapt. Verdachte past in het door voornoemde getuigen gegeven signalement en was in de buurt met een rode auto.

Dat verdachte de goederen enkel in opdracht van een ander uit de container wilde halen acht de rechtbank niet aannemelijk gezien de mate van samenwerking zoals die blijkt uit de getuigenverklaringen. Naar het oordeel van de rechtbank was er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 18 augustus 2011 te Soest, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen twee laptops (merk HP) en flessen parfum en een hoeveelheid sieraden en een sporttas (merk Eastpack) en twee herenpolo's en drie sleutels, toebehorende aan [aangever 1] en [aangever 2], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak van een raam van voornoemd pand;

2.

op 18 augustus 2011 te Soest, opzettelijk, een radiozendapparaat, te weten een zogenaamde jammer voor GPS plaatsbepaling, heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd

aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Feit 2: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden met het feit dat op het strafblad van verdachte relatief weinig vermogensdelicten staan.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een brutale woninginbraak en heeft voorts een GPS jammer in zijn auto gehad terwijl hem daarvoor geen vergunning was verleend. Met name aan de woninginbraak tilt de rechtbank zwaar. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat iemand in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Verdachte heeft daarmee getoond weinig respect te hebben voor de privacy en eigendommen van anderen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 1 september 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten, waaronder gekwalificeerde diefstallen en heling;

- een schrijven van Reclassering Nederland d.d. 7 oktober 2011, inhoudende dat het niet mogelijk is gebleken een reclasseringsadvies op te stellen, omdat verdachte aangaf niet te willen meewerken aan het uitbrengen hiervan.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte. De rechtbank zal om die reden aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 1 van de Wet op de economische delicten en artikel 3.3 van de Telecommunicatiewet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mr. M.H.L. Schoenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven-de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 oktober 2011.

Mr. M.H.L. Schoenmakers is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.