Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT7974

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-09-2011
Datum publicatie
14-10-2011
Zaaknummer
16-111271-98 tbs
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met een jaar, te vroeg voor onderzoek naar voorwaardelijke beeindiging, echter deze komt tzt wel in zicht bij de volgende verlenging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/111271-98 (21-001844-99)

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum Oostvaarderskliniek te Almere Buiten-Oost,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De stukken.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, zittinghoudende te Arnhem, d.d. 31 januari 2000, waarbij [verdachte] wegens poging tot moord, meermalen gepleegd, poging tot zware mishandeling en zware mishandeling, onder meer ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 28 augustus 2000;

- de beslissing van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 17 september 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd voor de duur van één jaar;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 28 juli 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met een jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [verdachte] voornoemd tot en met het tweede kwartaal van 2011:

- het rapport van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Oostvaarderskliniek d.d. 30 juni 2011, opgemaakt door H.J. van der Lugt (wnd. Hoofd van de inrichting), E. Brand (psychiater) en D. Duits (Hoofd behandeling), waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met één jaar.

2. De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 8 september 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens zijn gehoord de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw mr. M. Hoekzema, advocaat te Utrecht, alsmede de deskundige A.G. Posthuma.

3. Het standpunt van de inrichting en deskundige

De deskundige A.G. Posthuma heeft ter zitting d.d. 8 september 2011 het standpunt en het advies van de inrichting toegelicht. Uit hetgeen door de inrichting naar voren is gebracht blijkt het volgende.

Kernproblematiek:

De kernproblematiek van betrokkene betreft schizofrenie van het paranoïde type. Ten tijde van de delicten had betrokkene paranoïde waandenkbeelden en hallucinaties als gevolg van toenemend psychotisch afglijden. Het veelvuldig middelengebruik heeft naar het zich laat aanzien geleid tot verder psychisch disfunctioneren en heeft drempelverlagend gewerkt. Daarnaast is er sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Verloop behandeling:

Op 22 december 2010 is een machtiging tot onbegeleid verlof met overnachtigingen afgegeven. Betrokkene heeft het afgelopen jaar stabiel gefunctioneerd. Hij is goed ingesteld op medicatie en er is geen sprake geweest van psychotische symptomen. Betrokkene is de afgelopen periode bij alle urinecontroles en blaastesten negatief bevonden op middelengebruik. In vergelijking met vorige periodes laat hij minder vijandigheid zien en is hij beter in staat om negatieve feedback of slecht nieuws te verdragen. Echter, de samenwerking met het behandelteam verloopt nog niet geheel naar tevredenheid. Als de dingen niet gaan zoals betrokkene wil kan hij vanuit zijn beperkte frustratietolerantie dwingend en star reageren. Bij inmenging van het behandelteam in zijn leven kan hij een afwerende houding aannemen en medewerking weigeren. Op dit gedrag is hij niet aanspreekbaar. Op het gebied van werk kan gezegd worden dat betrokkene zich naar behoren inzet, maar, ondanks aansporing daartoe, nauwelijks actie onderneemt om ander (betaald) werk te vinden.

Toekomst:

De verwachting is dat betrokkene in de zomer/najaar zal overgaan naar een eigen woning, mits zijn behandel- en resocialisatietraject zich positief blijft voortzetten en hij psychisch stabiel blijft functioneren. Het opgestelde risicomanagementplan voorziet in de juiste begeleiding en zorg. Indien dit plan wordt uitgevoerd is het risico op recidive aanvaardbaar. Daarnaast is het van belang om de verdere relatieopbouw tussen betrokkene en zijn vrouw voorlopig te blijven monitoren. Betrokkene beschikt op dit moment niet over de sociale en probleemoplossende vaardigheden om het zonder begeleiding te redden buiten de kliniek.

In het komende jaar zal moeten blijken of de relationele vaardigheden van betrokkene voldoende zijn om met eventuele stress, conflicten, frustraties, spanningen en tegenslagen die het gezinsleven met zich mee brengt, om te kunnen gaan. Verder zal in de toekomst getoetst moeten worden of hij uit eigener beweging hulp kan vragen en zich voldoende toegankelijk opstelt naar zijn begeleiders.

Recidiverisico:

De kans op herhaling van de delicten wordt op korte termijn – bij onbegeleid verlof met overnachtingen bij zijn gezin – ingeschat als laag. Op langere termijn, zonder de huidige TBS structuur, wordt het recidivegevaar ingeschat als matig tot hoog.

De deskundige heeft ter zitting verklaard dat de onbegeleide overnachtingen zijn gestopt ten gevolge van spanningen binnen de relatie van betrokkene. De echtgenote van betrokkene gaf andere informatie met betrekking tot het verloop van de overnachtingen, dan dat betrokkene zelf gaf. Dit bracht de kliniek in een moeilijke positie om te oordelen over het verloop van de overnachtingen. Betrokkene kan terughoudend reageren als er doorgevraagd wordt over bepaalde onderwerpen. Dit gaat de laatste tijd iets beter, maar het kan nog beter. De medicatietrouwheid van betrokkene is van belang voor het vervolgtraject en het risico op recidive.

Betrokkene woont nu nog alleen. Het hebben van een relatie, het samenwonen, het opvoeden van zijn zoontje en de financiële kanten daarvan zullen bij betrokkene meer spanningen opleveren. Zonder begeleiding daarbij zal het risico op recidive oplopen. Indien er geen sprake is van een relatie, is het recidiverisico, met begeleiding, medicatie en een daginvulling, laag.

Betrokkene staat op de wachtlijst voor een trainingswoning van de kliniek. Deze zal, naar verwachting, in oktober van dit jaar voor hem beschikbaar zijn. Als het verblijf in de trainingswoning goed verloopt, zal toestemming gevraagd worden om betrokkene in een kliniekwoning buiten de kliniek te laten verblijven. Voor een kliniekwoning zal een aanvraag bij de woningbouw ingediend moeten worden, ook hier zal enige tijd mee gemoeid zijn. Als het traject goed verloopt kan in de loop van het komende jaar, waarschijnlijk voor de zomer, transmuraal verlof voor betrokkene aangevraagd worden. De verwachting is dat het gehele traject een klein jaar in beslag zal nemen.

De kliniek streeft, bij een goed verloop van het traject, naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Daartoe zal in de loop van het traject de reclassering ingeschakeld worden en zal verzocht worden een rapport op te stellen omtrent de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging en de daarbij behorende voorwaarden. Het rapport van de reclassering zou in principe gereed kunnen zijn bij de volgende behandeling van de verlenging van de maatregel.

Het is op dit moment, zowel uit praktisch oogpunt als uit het behandeloogpunt, nog te vroeg om te spreken over een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Nog niet bekend is hoe betrokkene om zal gaan met de spanningen die de nieuwe situatie van meer vrijheden, het zelfstandig wonen en het opvoeden van zijn zoontje zullen meebrengen. Betrokkene probeert nu zo veel mogelijk afstand te houden van zijn begeleiders. De komende periode zal uitwijzen hoe dit zich ontwikkelt als hij zelfstandig gaat wonen.

De inrichting adviseert de maatregel van terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

4. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar gehandhaafd.

5. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De verdediging heeft aangevoerd dat het recidivegevaar is afgenomen en dat betrokkene heeft laten zien dat hij met spanningen om kan gaan zonder dat dit ten koste van zijn behandeling gaat. De verdediging stelt dat onvoldoende duidelijk is of de reclassering nu wel of niet een maatregelenrapport kan uitbrengen, nu naar het oordeel van de verdediging het met name praktische belemmeringen zijn waardoor een reclasseringsonderzoek niet plaats zou kunnen vinden.

Primair heeft de verdediging verzocht de TBS maatregel met een jaar te verlengen en de beslissing omtrent de dwangverpleging aan te houden teneinde door de reclassering een maatregelenrapport op te laten maken.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering van de officier van justitie toe te wijzen met daarbij de overweging dat volgend jaar de reclassering is ingeschakeld en, met het oog op een voorwaardelijke beëindiging, een rapport heeft opgemaakt voor de volgende zitting.

6. De beoordeling

De rechtbank is gebleken dat aan alle wettelijke vereisten voor verlenging van de tbs-maatregel met dwangverpleging is voldaan. Daarbij is de rechtbank inhoudelijk van oordeel, gelet op het voormelde advies van de inrichting en gehoord hetgeen door de deskundige ter zitting naar voren is gebracht, dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging van [verdachte] wordt verlengd met één jaar.

De rechtbank overweegt daartoe dat de behandeling van betrokkene, mede door zijn inzet, goed en naar tevredenheid is verlopen. Betrokkene staat nu aan het begin van een aantal zeer belangrijke en grote stappen in zijn resocialisatietraject, te weten het zelfstandig wonen en bij goed verloop, het zelfstandig buiten de kliniek wonen. Voorts zal het verlof van betrokkene uitgebreid worden en is het de bedoeling dat hij uiteindelijk met zijn vrouw en zoontje zal samenwonen. Niet bekend is hoe betrokkene met deze situatie, de uitbreiding van vrijheden en de daarmee gepaard gaande mogelijke spanningen zal omgaan. De deskundige heeft ter zitting aangegeven dat het voorgenomen traject minstens een klein jaar in beslag zal nemen.

De rechtbank is, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat het, gelet op het vorenstaande, thans te vroeg is om door de reclassering een maatregelenrapport uit te laten brengen met het oog op een eventuele voorwaardelijk beëindiging van de dwangverpleging. De rechtbank wijst het verzoek van de raadsvrouw daartoe af.

De rechtbank gaat er wel van uit dat, zoals ook door de deskundige ter terechtzitting is aangegeven, de kliniek bij een goed verloop van het uitgezette traject, tijdig de reclassering zal inschakelen zodat de reclassering, met het oog op een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, voor een volgende zitting een maatregelenrapport op kan stellen.

De rechtbank zal de maatregel dan ook verlengen voor de duur van een jaar.

7. De toegepaste artikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.G. van Doorn, voorzitter, mr. D.A.C. Koster en mr. A.M. Crouwel, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier G. van Engelenburg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 september 2011.